Farmacotherapeutisch Kompas Mobiel

esomeprazol

A02BC05, Dit geneesmiddel valt onder: Protonpompremmers


Samenstelling

Esomeprazol [Diverse fabrikanten]Icoon

(als magnesiumdihydraat)
Capsule, maagsapresistent 20 mg, 40 mg.
Tablet, maagsapresistent 20 mg, 40 mg.
(als natriumzout)
Poeder voor injectie/infusie-vloeistof 40 mg.

Nexium [AstraZeneca bv]Icoon

(als magnesiumtrihydraat)
Tablet, maagsapresistent 20 mg, 40 mg.
Granulaat voor orale suspensie, maagsapresistent 10 mg; in sachet. Bevat tevens glucose 2,8 g/sachet.

Nexium voor injectie/infusie [AstraZeneca bv]IcoonIcoon

(als natriumzout)
Poeder voor injectie/infusie-vloeistof 40 mg.

Terug naar boven

Let op

Advies

Bij gastro-oesofageale refluxziekte met lichte tot matige klachten komt een protonpompremmer in aanmerking indien met een H2-receptorantagonist binnen 14 dagen onvoldoende resultaat wordt bereikt. Bij ernstige gastro-oesofageale refluxklachten zijn protonpompremmers eerste keus evenals bij het Zollinger-Ellisonsyndroom.

Bij ulcusachtige dyspepsieklachten heeft een H2-receptorantagonist de voorkeur. Bij snel recidiveren en positieve H. pylori-test en bij een endoscopisch aangetoond ulcus komt anti-Helicobactertherapie in aanmerking.

Bij dysmotiliteitachtige dyspepsieklachten hebben protonpompremmers nauwelijks effect, gebruik wordt afgeraden.

Bij de keuze van een protonpompremmer behoort, gezien de geringe onderlinge verschillen, de prijs een belangrijke rol te spelen; zie www.medicijnkosten.nl.

Terug naar boven

Eigenschappen

Esomeprazol, een gesubstitueerd benzimidazolderivaat, is de S-isomeer van omeprazol. De S- en R-isomeer van omeprazol hebben een vergelijkbare farmacodynamische activiteit. Remt selectief het maagzuurproducerende enzym H+/ K+-ATP-ase (de zogenaamde protonpomp) in de pariëtale cel van de maagmucosa. In de pariëtale cel wordt esomeprazol selectief geconcentreerd en ook omgezet in de actieve vorm. Zowel de basale als de gestimuleerde maagzuursecretie wordt (dosis-afhankelijk) geremd. Het effect van protonpompremmers bij de eradicatie van Helicobacter pylori berust waarschijnlijk op een verhoging van de lokale pH, waardoor de effectiviteit van antibiotica toeneemt.

Kinetische gegevens

Resorptie: snel. F = na enkelvoudige doses van 20 mg en 40 mg 50% resp. 64%, na herhaalde doses van 20 mg en 40 mg 68% resp. 89%. Tmax = 1–2 uur. Vd = ca. 0,2 l/kg. Plasma-eiwitbinding: 97%. Metabolisering: volledig door met name CYP2C19 en CYP3A4 tot inactieve metabolieten, vnl. in de lever. Eliminatie: 80% via de nieren als metaboliet, 20% via de lever. T1/2el = ca. 1,3 uur.

Terug naar boven

Indicaties

Gastro-oesofageale refluxziekte (GORZ) (inclusief behandeling van endoscopisch vastgestelde erosieve reflux-oesofagitis of als behandeling van symptomen van gastro-oesofageale refluxziekte); bij kinderen van 1–11 jaar en bij slikproblemen is hierbij de toepassing van het granulaat, of indien orale behandeling niet mogelijk is, intraveneuze toediening geïndiceerd. Onderhoudsbehandeling van genezen oesofagitis ter preventie van recidieven. Eradicatie van Helicobacter pylori in combinatie met antibacteriële middelen (ter genezing van met H. pylori geassocieerde ulcus duodeni en ter preventie van recidieven van peptische ulcera). Behandeling van NSAID-geassocieerde peptische ulcera. Preventie van NSAID-geassocieerde peptische ulcera bij risicopatiënten. Preventie van recidiefbloedingen na therapeutische endoscopie bij acuut bloedende maag- of duodenumulcera (injectie of infusie). Orale vervolgbehandeling na intraveneuze toediening ter preventie van recidiefbloedingen van peptische ulcera. Behandeling van Zollinger-Ellisonsyndroom.

Terug naar boven

Zwangerschap/Lactatie

Teratogenese: Bij de mens: onvoldoende gegevens. Bij dieren, geen aanwijzingen voor schadelijkheid. Advies: Gebruik ontraden.

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Advies: Gebruik of het geven van borstvoeding ontraden.

Terug naar boven

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): hoofdpijn, maag-darmstoornissen zoals misselijkheid, braken, diarree, obstipatie, buikpijn en flatulentie, reacties op de toedieningsplaats (injectie). Soms (0,1-1%): perifeer oedeem, slaapstoornissen, paresthesieën, heup-, pols- en wervelkolomfracturen, duizeligheid, vertigo, dermatitis, jeuk, urticaria, droge mond, stijging van leverenzymwaarden. Zelden (0,01-0,1%): leukopenie, trombocytopenie. Overgevoeligheidsreacties waaronder koorts, angio-oedeem en anafylactische reactie of -shock. Hyponatriëmie. Onrust, verwardheid, depressie. Smaakstoornis. Stomatitis, gastro-intestinale candidiasis, hepatitis. Alopecia, fotosensibilisatie, gewrichtspijn, spierpijn, malaise, toegenomen transpiratie. Bronchospasmen. Visusstoornissen. Zeer zelden (< 0,01%): agranulocytose, pancytopenie. Agressie, hallucinaties. Leverinsufficiëntie, encefalopathie bij patiënten met een al bestaande leverziekte. Stevens-Johnsonsyndroom, erythema multiforme, toxische epidermale necrolyse. Spierzwakte. Interstitiële nefritis; gelijktijdig nierfalen is gemeld. Gynaecomastie. (Ernstige) hypomagnesiëmie (vermoeidheid, tetanie, delirium, convulsies, duizeligheid, ventriculaire aritmie), in ernstige gevallen met hypocalciëmie en hypokaliëmie. Verder is gemeld: microscopische colitis. Ook moet rekening worden gehouden met andere bijwerkingen die zijn gemeld voor omeprazol.

Terug naar boven

Interacties

Vanwege vermindering van de biologische beschikbaarheid wordt combinatie met atazanavir ontraden. Indien de combinatie met atazanavir niet te vermijden is, nauwgezet klinisch volgen, een dosering van 20 mg esomeprazol niet overschrijden en eventueel de dosering atazanavir verhogen, en combineren met ritonavir. Esomeprazol kan het oxidatieve metabolisme van sommige stoffen via het CYP2C19-enzymsysteem remmen. Zo kan de eliminatie van acenocoumarol, diazepam, citalopram, imipramine, clomipramine en fenytoïne worden vertraagd; doseringsaanpassing van acenocoumarol en fenytoïne (m.n. bij hogere doses esomeprazol) kan dan noodzakelijk zijn. Met name bij 'zo nodig' ('on demand') - gebruik van esomeprazol moet hiermee rekening worden gehouden omdat de plasmaconcentratie dan kan wisselen. Doordat protonpompremmers de pH in de maag verhogen, kan de resorptie van andere geneesmiddelen afnemen (cefuroxim, posaconazol, ketoconazol, itraconazol, atazanavir, indinavir, tipranavir, dasatinib, erlotinib, cyanocobalamine). De absorptie van digoxine kan toenemen in combinatie met esomeprazol; zeker bij hoge doses esomeprazol bij ouderen digoxine–spiegels vaker controleren. Bij gelijktijdig gebruik van esomeprazol en claritromycine stijgt de plasmaconcentratie van deze antibiotica en neemt de biologische beschikbaarheid van esomeprazol aanzienlijk toe. Bij combinatietherapie met claritromycine bij patiënten met een ernstig verminderde leverfunctie de maximale dosering aanpassen. Bij combinatie met voriconazol in geval van ernstig verminderde leverfunctie of langdurige behandeling, de esomeprazol dosering verlagen. Esomeprazol wordt omgezet door CYP2C19 en CYP3A4; middelen die CYP2C19 en/of CYP3A4 induceren, zoals rifampicine en sint-janskruid, kunnen de bloedspiegel van esomeprazol verlagen. Bij voorkeur gelijktijdig gebruik met clopidogrel vermijden, vanwege een mogelijk verminderde werkzaamheid van clopidogrel. Protonpompremmers kunnen de methotrexaatspiegel verhogen; bij hoge doses methotrexaat tijdelijk staken van esomeprazol overwegen. Een verhoogde tacrolimusserumspiegel is gemeld bij gelijktijdig gebruik met esomeprazol.

Terug naar boven

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij opvallend weinig werkzaamheid van esomeprazol kan er sprake zijn van een genetische afwijking van het CYP2C19; zie voor meer informatie onder Doseringen. Esomeprazol kan de symptomen van maagcarcinoom maskeren. Patiënten met een onderhoudsbehandeling (vooral > 1 jaar) moeten regelmatig worden gevolgd. Bij toediening eenmaal per dag is geen accumulatie van esomeprazol waargenomen. Bij patiënten die met NSAID's worden behandeld en risico lopen een ulcus van maag of duodenum te ontwikkelen, is het niet aan te bevelen om 'zo nodig'- gebruik toe te passen voor het onder controle houden van de symptomen van gastro-oesofageale reflux. 'Zo nodig'- gebruik is niet onderzocht bij kinderen. Esomeprazol niet gebruiken bij kinderen jonger dan 1 jaar of < 10 kg omdat hierover onvoldoende gegevens beschikbaar zijn. Protonpompremmers vermeerderen de kans op gastro-intestinale bacteriële infecties, bijvoorbeeld door Salmonella, Campylobacter en Clostridium difficile. De behandeling met esomeprazol tijdelijk stopzetten gedurende ten minste 5 dagen voor chromogranine A-metingen. Als de CgA- en gastrinespiegel na 5 dagen niet is genormaliseerd, deze 14 dagen na stoppen met esomeprazol opnieuw bepalen.

Terug naar boven

Dosering

Gastro-oesofageale refluxziekte: Volwassenen en kinderen vanaf 12 j.: behandeling van erosieve reflux-oesofagitis: oraal 40 mg 1×/dag gedurende 4 weken, zo nodig 8 weken; intraveneus 40 mg 1 x/dag langzaam gedurende minstens 3 min toedienen. Onderhoudsbehandeling ter preventie van recidieven: oraal 20 mg 1×/dag; symptomen van gastro-oesofageale reflux: oraal 20 mg 1×/dag gedurende maximaal 4 weken, bij recidiverende klachten zo nodig 20 mg 1×/dag; intraveneus 20 mg/dag langzaam gedurende minstens 3 min toedienen.

Gastro-oesofageale refluxziekte: Kinderen van 1–11 j.: behandeling reflux-oesofagitis: lichaamsgewicht tussen 10 en 20 kg: oraal 10 mg 1×/dag gedurende 8 weken; intraveneus 10 mg 1×/dag langzaam gedurende minstens 3 min toedienen. Lichaamsgewicht ≥ 20 kg: oraal 10 of 20 mg 1×/dag gedurende 8 weken; intraveneus 10 of 20 mg 1×/dag langzaam gedurende minstens 3 min toedienen. Behandeling van symptomen van gastro-oesofageale reflux: oraal 10 mg 1×/dag gedurende maximaal 8 weken; intraveneus 10 mg 1×/dag langzaam gedurende minstens 3 min toedienen. Doses > 1 mg/kg/dag zijn bij kinderen niet onderzocht.

Eradicatie van Helicobacter pylori en ter preventie van recidieven van met Helicobacter pylori geassocieerde ulcera (in combinatie met antibiotica): Volwassenen en kinderen vanaf 12 j.: Volg de regionale richtlijnen met betrekking tot resistentie en duur van de behandeling. Bijvoorbeeld bij een lichaamsgewicht van 30–40 kg: 2×/dag gedurende 7 dagen 20 mg esomeprazol + 750 mg amoxicilline + 7,5 mg/kg lichaamsgewicht claritromycine. Bij een lichaamsgewicht ≥ 40 kg: 2×/dag gedurende 7 dagen 20 mg esomeprazol + 1000 mg amoxicilline + 500 mg claritromycine.

Eradicatie van Helicobacter pylori (in combinatie met antibiotica): Kinderen van 4–12 j.: Volg de regionale richtlijnen met betrekking tot resistentie en duur van de behandeling. Bijvoorbeeld bij een lichaamsgewicht < 30 kg: 2×/dag gedurende 7 dagen 10 mg esomeprazol + 25 mg/kg amoxicilline + 7,5 mg/kg claritromycine. Bij een lichaamsgewicht van 30–40 kg: 2×/dag gedurende 7 dagen 20 mg esomeprazol + 750 mg amoxicilline + 7,5 mg/kg lichaamsgewicht claritromycine. Bij een lichaamsgewicht > 40 kg: 2×/dag gedurende 7 dagen 20 mg esomeprazol + 1000 mg amoxicilline + 500 mg claritromycine. Onderhoudsbehandeling is niet geïndiceerd bij kinderen ≤ 12 j.

Behandeling van NSAID-geassocieerde peptische ulcera: Volwassenen: oraal 20 mg 1×/dag, gedurende 4–8 weken; intraveneus 20 mg/dag langzaam gedurende minstens 3 min toedienen.

Preventie van NSAID-geassocieerde gastro-duodenale ulcera: Volwassenen: oraal 20 mg 1×/dag; intraveneus 20 mg/dag langzaam gedurende minstens 3 min toedienen.

Preventie van recidiefbloedingen van peptische ulcera: Volwassenen: 80 mg i.v. als bolusinfusie gedurende 30 min, gevolgd door i.v. infusie 8 mg/uur gedurende 72 uur. Orale vervolgbehandeling: 40 mg 1×/dag gedurende 4 weken.

Behandeling van Zollinger-Ellisonsyndroom: Volwassenen: Begindosering is oraal 40 mg 2×/dag, daarna de dosering individueel aanpassen. Onderhoudsdosering is gewoonlijk 80–160 mg per dag. Bij doseringen hoger dan 80 mg, de doses verdelen in 2×/dag.

Bij ernstig gestoorde leverfunctie is de maximale dosering bij volwassenen 20 mg en bij kinderen 10 mg. Bij bloedende ulcera kan i.v. een initiële bolus van 80 mg gevolgd door een dosis van 4 mg/uur gedurende 72 uur voldoende zijn.

Preventie van recidiefbloedingen na therapeutische endoscopie bij patiënten met acuut bloedende gastrische of duodenale ulcera: Volwassenen: intraveneus 80 mg toedienen als bolusinfusie gedurende 30 min gevolgd door een continue i.v. infusie van 8 mg/uur gedurende 3 dagen (72 uur).

Bij extra snelle metaboliseerders van CYP2C19 kan een 1,5–2× hogere dosering nodig zijn.

De capsules en tabletten zonder kauwen innemen met een glas water. De sachet mengen met water, 10 mg esomeprazol per 15 ml water.

Bij slikproblemen de tabletten dispergeren in een half glas water (andere vloeistoffen zijn niet geschikt) en innemen binnen 30 min. De capsules kunnen worden geopend en de inhoud gemengd met (leiding)water. De korrels niet kauwen of fijnmalen. Eventueel kan ook het granulaat voor kinderen worden toegepast. Na dispergeren in water kan toediening van tablet, capsule of sachet plaatsvinden via een maagsonde.

De intraveneuze toediening is gewoonlijk kortdurend, er dient zo snel mogelijk op orale behandeling te worden overgegaan.

Terug naar boven

Verklaring van de symbolen

  • Icoon

    Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering.

  • Icoon

    Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.

  • Icoon

    Dit middel is nog niet beoordeeld, nog in beoordeling of opnieuw in beoordeling.

  • Icoon

    Zelfzorgmiddel ('over the counter').

  • Icoon

    'New chemical entity' - nieuwe chemische stof.

  • Let op icoon

    Dit geneesmiddel wordt door de Commissie Farmacotherapeutisch Kompas op farmacotherapeutische gronden afgewezen.

Bron: website Farmacotherapeutisch Kompas; copyright Zorginstituut Nederland.