Farmacotherapeutisch Kompas Mobiel

moxonidine

C02AC05, Dit geneesmiddel valt onder: Centraal aangrijpende antihypertensiva


Samenstelling

Moxonidine Tabletten [Diverse fabrikanten]

Tablet, omhuld 0,2 mg, 0,3 mg, 0,4 mg.

Terug naar boven

Let op

Advies

Bij de behandeling van hypertensie met geneesmiddelen gaat op grond van effectiviteit (aangetoonde verbetering van de prognose) en prijs in eerste instantie de voorkeur uit naar monotherapie met een diureticum of een bètablokker. Bij specifieke patiëntengroepen kan een ACE-remmer of een calciumantagonist in aanmerking komen om de behandeling mee te starten.

Een centraal werkend antihypertensivum heeft voor specifieke patiëntengroepen geen voordelen boven deze antihypertensiva, langetermijnonderzoek naar de invloed op morbiditeit en/of mortaliteit ontbreekt. De voorkeur gaat uit naar andere antihypertensiva.

Terug naar boven

Eigenschappen

Centraal aangrijpend antihypertensivum. Bindt in de hersenstam selectief met I1-imidazolinereceptoren, waaraan de verminderde activiteit van de sympathische zenuwen wordt toegeschreven. In verhouding heeft het een geringe affiniteit voor de centrale alfa2-adrenerge receptoren. Het bloeddrukverlagend effect berust op een verlaging van de systemische vasculaire weerstand.

Kinetische gegevens

Resorptie: snel. F = 88%. Tmax = 30–180 min. Vd = ca. 1,8 l/kg. Metabolisering: voor 10–20% tot metabolieten met geringe activiteit. Eliminatie: vnl. via tubulaire secretie in de nieren, onveranderd en als metabolieten. T1/2el = 2,2–2,3 uur, bij nierinsufficiëntie verlengd tot maximaal 7 uur.

Terug naar boven

Indicaties

Lichte tot matige Essentiële hypertensie.

Terug naar boven

Contra-indicaties

Sick-sinussyndroom of sinoatriaal blok. Bradycardie (< 50 slagen/min in rust). Tweede- of derdegraads atrioventriculair blok. Hartfalen. Ernstige nierfunctie– (GFR < 30 ml/min) of leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 10–15).

Terug naar boven

Zwangerschap/Lactatie

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren, aanwijzingen voor schadelijkheid. Farmacologisch effect: Bij dieren werd bij hoge doses zowel de ontwikkeling als de levensvatbaarheid van de vrucht beïnvloed. Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Overgang in de moedermelk: Ja. Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Terug naar boven

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): met name in het begin van de behandeling droge mond, futloosheid. Vaak (1-10%): hoofdpijn, slaperigheid, duizeligheid. Diarree, misselijkheid, braken, dyspepsie. Asthenie. Slapeloosheid. Veranderde gedachteprocessen. Huiduitslag, jeuk. Rugpijn. Vasodilatatie. Soms (0,1-1%): nervositeit, angst. (Orthostatische) hypotensie, bradycardie. Oorsuizen. Syncope. Perifere doorbloedingsstoornissen. Oedeem. Paresthesie van de extremiteiten. Anorexie. Angio-oedeem. Brandend gevoel/jeuk in de ogen. Impotentie, vermindering libido, gynaecomastie. Zwakte in de benen, pijn in de speekselklier, nekpijn.

Terug naar boven

Interacties

De werking van kalmerende middelen, slaapmiddelen en alcohol kan worden versterkt. Bij combinatie met een bètablokker dient bij staken van de behandeling eerst met de bètablokker te worden gestopt en pas enkele dagen later met moxonidine. Mogelijk kunnen interacties optreden met andere geneesmiddelen die eveneens via tubulaire secretie met de urine worden uitgescheiden zoals digoxine, insuline, sulfonylureumderivaten, sommige antirheumatica, hypolipemische middelen, nitraten en allopurinol. Comedicatie met tricyclische antidepressiva kan de antihypertensieve werking van moxonidine verminderen, de werking het antidepressivum kan versterkt worden; gelijktijdig gebruik vermijden.

Terug naar boven

Waarschuwingen en voorzorgen

Voorzichtigheid is geboden bij eerstegraads AV–blok; bradycardie dient te worden voorkomen. In verband met gebrek aan ervaring is voorzichtigheid geboden bij ernstige coronaire aandoeningen, instabiele angina pectoris en matig hartfalen. Hoewel bij stoppen van een behandeling met moxonidine geen rebound-effect van de bloeddruk is vastgesteld, wordt toch aangeraden een behandeling niet plotseling af te breken maar over een periode van twee weken uit te sluipen. Bij nierfunctiestoornissen is extra controle aanbevolen. Veiligheid en effectiviteit is bij een leeftijd < 16 jaar onvoldoende vastgesteld.

Terug naar boven

Dosering

Volwassenen: Begindosering: 0,2 mg 1×/dag 's ochtends. Indien nodig na 3 weken verhogen tot 0,4 mg/dag in 1 dosis ('s ochtends) of verdeeld in 2 doses ('s ochtends en 's avonds); eventueel na drie weken nogmaals verhogen tot 0,6 mg verdeeld over de dag ('s ochtends en 's avonds); maximaal 0,4 mg per keer en 0,6 mg per dag. Bij matig verminderde nierfunctiestoornissen (GFR 30–60 ml/min): max. 0,2 mg per keer en 0,4 mg/dag.

Terug naar boven

Verklaring van de symbolen

  • Icoon

    Aan de aanspraak op dit middel zijn voorwaarden gesteld, zie bijlage 2 horende bij de Regeling zorgverzekering.

  • Icoon

    Dit middel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem.

  • Icoon

    Dit middel is nog niet beoordeeld, nog in beoordeling of opnieuw in beoordeling.

  • Icoon

    Zelfzorgmiddel ('over the counter').

  • Icoon

    'New chemical entity' - nieuwe chemische stof.

  • Let op icoon

    Dit geneesmiddel wordt door de Commissie Farmacotherapeutisch Kompas op farmacotherapeutische gronden afgewezen.

Bron: website Farmacotherapeutisch Kompas; copyright Zorginstituut Nederland.