Besluit zorgverzekering en Regeling zorgverzekering
afdrukken
Per 1 januari 2006 is de Zorgverzekeringswet van kracht geworden. Hiermee zijn de Ziekenfondswet, het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering en de Regeling farmaceutische hulp komen te vervallen. Het Besluit zorgverzekering en de Regeling zorgverzekering zijn hiervoor in de plaats gekomen.
De voor de extramurale farmaceutische zorg relevante artikelen uit het Besluit zorgverzekering en de Regeling zorgverzekering, exclusief de bijlagen 1A en 1B (de lijsten van geneesmiddelen) maar inclusief bijlage 2, zijn hieronder weergegeven. Voor de meest actuele tekst verwijzen wij u naar http://wetten.overheid.nl en de publicaties van de wijzigingen in de Staatscourant.

BESLUIT ZORGVERZEKERING

1. Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
  • wet: de Zorgverzekeringswet;
  • [hier niet relevant];
  • [hier niet relevant];
  • geregistreerd geneesmiddel: een geneesmiddel waarvoor een handelsvergunning of parallelhandelsvergunning is verleend krachtens de Geneesmiddelenwet dan wel krachtens de verordening, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder fff, van die wet.
  • in-vitrofertilisatiepoging: zorg volgens de in-vitrofertilisatiemethode, inhoudende:
    • het door hormonale behandeling bevorderen van de rijping van eicellen in het lichaam van de vrouw;
    • de follikelpunctie;
    • de bevruchting van eicellen en het kweken van embryo's in het laboratorium;
    • het een of meer keren implanteren van een of twee embryo's in de baarmoederholte teneinde zwangerschap te doen ontstaan.
  • t/m aa: [hier niet relevant].

2. Artikel 2.1
  • De zorg en overige diensten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, van de wet omvatten de vormen van zorg of diensten die naar inhoud en omvang zijn omschreven in de artikelen 2.4 tot en met 2.15.
  • De inhoud en omvang van de vormen van zorg of diensten worden mede bepaald door de stand van de wetenschap en praktijk en, bij ontbreken van een zodanige maatstaf, door hetgeen in het betrokken vakgebied geldt als verantwoorde en adequate zorg en diensten.
  • Onverminderd hetgeen is bepaald in de artikelen 2.4 tot en met 2.15, heeft de verzekerde op een vorm van zorg of een dienst slechts recht voor zover hij daarop naar inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen.
  • [hier niet relevant]
  • In afwijking van het tweede lid vallen onder de zorg en overige diensten, bedoeld in artikel 2.4, ook de zorg en diensten die bij ministeriële regeling zijn aangewezen onder de daarbij geregelde voorwaarden en gedurende een daarbij aan te geven termijn van maximaal vier jaar, voor zover er sprake is van verantwoorde zorg en diensten.

3. Artikel 2.4
  • Geneeskundige zorg omvat zorg zoals huisartsen, medisch-specialisten, klinisch-psychologen en verloskundigen die plegen te bieden, met uitzondering van de zorg zoals tandarts-specialisten die plegen te bieden, alsmede dyslexiezorg als bedoeld in artikel 2.5a en paramedische zorg als bedoeld in artikel 2.6, met dien verstande dat:
    • de zorg niet omvat:
      • het vaccineren ten behoeve van grieppreventie,
      • prenatale screening naar aangeboren afwijkingen, anders dan via een structureel echoscopisch onderzoek in het tweede trimester van de zwangerschap, indien de verzekerde jonger is dan 36 jaar en hiervoor geen medische indicatie heeft;
      • de vierde of volgende in-vitrofertilisatiepoging per te realiseren zwangerschap, nadat drie pogingen zijn geëindigd tussen het moment dat een follikelpunctie is geslaagd en het moment dat er sprake is van een doorgaande zwangerschap van tien weken te rekenen vanaf het moment van de follikelpunctie en indien de implantatie van gecryopreserveerde embryo’s niet heeft geleid tot een doorgaande zwangerschap van negen weken en drie dagen te rekenen vanaf de implantatie;
    • t/m d [hier niet relevant]
  • Bij ministeriële regeling kunnen vormen van zorg, worden uitgezonderd.
  • [hier niet relevant]

4. Artikel 2.5b
[vervallen]

5. Artikel 2.8
  • Farmaceutische zorg omvat terhandstelling van of advies en begeleiding zoals apothekers die plegen te bieden ten behoeve van medicatiebeoordeling en verantwoord gebruik van:
    • de bij ministeriële regeling aangewezen geregistreerde geneesmiddelen voor zover deze zijn aangewezen door de zorgverzekeraar;
    • mits het rationele farmacotherapie betreft, geneesmiddelen als bedoeld in:
      • artikel 40, derde lid, onder a, van de Geneesmiddelenwet,
      • artikel 40, derde lid, onder c, van de Geneesmiddelenwet, die op verzoek van een arts als bedoeld in die bepaling, in Nederland zijn bereid door een fabrikant als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder mm, van die wet, of
      • artikel 40, derde lid, onder c, van de Geneesmiddelenwet, die in de handel zijn in een andere lidstaat of in een derde land en op verzoek van een arts als bedoeld in die bepaling, binnen het grondgebied van Nederland worden gebracht en bestemd zijn voor een patiënt van hem die aan een ziekte lijdt die in Nederland niet vaker voorkomt dan bij 1 op de 150.000 inwoners;
    • polymere, oligomere, monomere en modulaire dieetpreparaten.
  • Farmaceutische zorg omvat geen:
    • farmaceutische zorg in bij ministeriële regeling aangegeven gevallen;
    • geneesmiddelen in geval van ziekterisico bij reizen;
    • geneesmiddelen voor onderzoek als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onder b, van de Geneesmiddelenwet;
    • geneesmiddelen die gelijkwaardig of nagenoeg gelijkwaardig zijn aan enig niet aangewezen, geregistreerd geneesmiddel;
    • geneesmiddelen als bedoeld in artikel 40, derde lid, onder e, van de Geneesmiddelenwet.
  • De aanwijzing door de zorgverzekeraar geschiedt zodanig dat van alle werkzame stoffen die voorkomen in de bij ministeriële regeling aangewezen geneesmiddelen ten minste een geneesmiddel voor de verzekerde beschikbaar is.
  • Farmaceutische zorg omvat ook een ander bij ministeriële regeling aangewezen geneesmiddel dan het door de zorgverzekeraar aangewezen geneesmiddel, voor zover behandeling met het door de zorgverzekeraar aangewezen geneesmiddel voor de verzekerde medisch niet verantwoord is.
  • Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden de aangewezen geneesmiddelen zoveel mogelijk ingedeeld in groepen van onderling vervangbare geneesmiddelen. In die ministeriële regeling wordt tevens de aanvraagprocedure voor de aanwijzing geregeld, worden regels gesteld met betrekking tot de systematiek van de indeling in groepen van onderling vervangbare geneesmiddelen en worden regels gesteld met betrekking tot de vaststelling van een vergoedingslimiet voor elke groep van onderling vervangbare geneesmiddelen.
  • De verzekerde betaalt een eigen bijdrage voor een geneesmiddel dat is ingedeeld in een groep van onderling vervangbare geneesmiddelen, indien de inkoopprijs hoger is dan de vergoedingslimiet. Een eigen bijdrage wordt ook betaald voor zover een geneesmiddel is bereid uit een geneesmiddel waarvoor een eigen bijdrage is verschuldigd. Bij ministeriële regeling wordt geregeld hoe de eigen bijdrage wordt berekend.
  • In afwijking van het vijfde lid kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat voor die regeling aangewezen groepen van onderling vervangbare geneesmmiddelen de vergoedingslimiet kan worden herberekend of buiten werking kan worden gesteld.

REGELING ZORGVERZEKERING

6. Artikel 1
  • Deze regeling verstaat onder:
    • de Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
    • specialité: een geneesmiddel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening;
    • preparaat: een geneesmiddel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening;
    • 'branded generic': een specialité die in de handel wordt gebracht onder een benaming waarin de stofnaam is vermeld en waaraan een merkaanduiding is toegevoegd;
    • combinatiepreparaat: een geneesmiddel dat meer dan één werkzaam bestanddeel bevat;
    • deel IB van het registerdossier: het registerblad, inhoudende de gegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, van het Besluit registratie geneesmiddelen, of het registerblad, bedoeld in deel I, onderdeel B, van de bijlage van de richtlijn nr. 75/318/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 mei 1975 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake de analytische, toxicologisch-farmacologische en klinische normen en voorschriften betreffende proeven op farmaceutische specialiteiten (PbEG L147/1);
    • registratiehouder: degene op wiens naam een geneesmiddel in het register, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening staat ingeschreven dan wel degene die voor een geneesmiddel een vergunning heeft ingevolge de Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (PbEG L 214);
    • Taxe: de Taxe, uitgegeven door de Z-index B.V.;
    • 'Defined Daily Dose' (DDD): de dagdosis van een geneesmiddel, als vastgesteld onder verantwoordelijkheid van het WHO Collaborating Centre for Drug Statistics Methodology;
    • Anatomical Therapeutic Chemical Classification (ATCC): de classificatie van geneesmiddelen, samengesteld onder verantwoordelijkheid van het WHO Collaborating Centre for Drug Statistics Methodology;
    • standaardkuur: de totale hoeveelheid van het werkzame bestanddeel van een geneesmiddel dat, blijkens de dosering, vermeld in deel IB van het registerdossier, wordt gegeven;
    • referentiehoeveelheid: de hoeveelheid van een werkzaam bestanddeel, in een farmaceutische vorm gebracht, waarmee, gegeven de standaarddosis en het gebruikelijke aantal keren per dag dat het geneesmiddel wordt gegeven om die standaarddosis te bereiken, de gebruikelijke dagelijkse dosering kan worden bereikt, met dien verstande dat bij keuze tussen een retardvorm en een niet-retardvorm wordt uitgegaan van de niet-retardvorm;
    • diagnose behandeling combinatie;
    • t/m z, aa t/m zz: [hier niet relevant]
  • Voor de toepassing van deze regeling wordt onder mogendheid mede verstaan de Nederlandse Antillen en Aruba.

7. Artikel 2.5
onder §1.3: Farmaceutische zorg.
  • De aangewezen geregistreerde geneesmiddelen zijn de geneesmiddelen, genoemd in bijlage 1 bij deze regeling.
  • Indien een geneesmiddel, genoemd in bijlage 1 bij deze regeling, behoort tot een van de in bijlage 2 bij deze regeling genoemde categorieën van geneesmiddelen, omvat de farmaceutische zorg slechts aflevering van dat geneesmiddel indien voldaan is aan de bij die categorieën vermelde criteria.
  • Polymere, oligomere, monomere en modulaire dieetpreparaten behoren slechts tot de farmaceutische zorg indien voldaan is aan onderdeel 1 van bijlage 2 van deze regeling.

8. Artikel 2.39
onder §2: De regels voor indeling van geneesmiddelen in groepen van onderling vervangbare geneesmiddelen en voor de berekening van de vergoedingslimieten en eigen bijdrage voor geneesmiddelen.
Bij de aanwijzing op grond van artikel 2.8 van het Besluit zorgverzekering en bij de toepassing van deze paragraaf wordt uitsluitend acht geslagen op:
  • deel IB van het registerdossier;
  • de publicaties onder auspiciën van de WHO over de DDD en de ATCC;
  • de in medisch-farmaceutische kringen gebruikelijke farmacologische en farmacotherapeutische handboeken;
  • publicaties in tijdschriften die in medisch-farmaceutische kringen als betrouwbare bronnen voor geneesmiddeleninformatie gelden;
  • gegevens afkomstig van farmaco-economisch onderzoek; en
  • andere gegevens en bescheiden die voldoen aan de regels ingevolge artikel 2, zesde lid, van het Besluit registratie geneesmiddelen.

9. Artikel 2.40
  • Geneesmiddelen worden als onderling vervangbaar aangemerkt, indien zij:
    • bij een gelijksoortig indicatiegebied kunnen worden toegepast,
    • via een gelijke toedieningsweg worden toegediend, en
    • in het algemeen voor dezelfde leeftijdscategorie zijn bestemd.
  • Bij de toedieningswegen wordt een onderscheid gemaakt in toediening door middel van injectie waarbij systemisch het gewenste effect wordt beoogd, toediening niet door middel van een injectie waarbij systemisch het gewenste effect wordt beoogd, toediening door middel van injectie waarbij lokaal het gewenste effect wordt beoogd en toediening niet door middel van een injectie waarbij lokaal het gewenste effect wordt beoogd.
  • In afwijking van het eerste en tweede lid worden geneesmiddelen niet als onderling vervangbaar aangemerkt, indien:
    • tussen die geneesmiddelen verschillen in eigenschappen bestaan,
    • deze verschillen in eigenschappen zich voordoen of kunnen voordoen bij de gehele patiëntenpopulatie, bij welke de geneesmiddelen kunnen worden toegepast, en
    • uit de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 2.39, blijkt dat deze verschillen in eigenschappen, tezamen genomen, bepalend zijn voor de keuze van het geneesmiddel door de arts.
  • In afwijking van het eerste en tweede lid worden geneesmiddelen die behoren tot een subgroep die alleen uit preparaten bestaat of alleen uit specialités onder dezelfde merknaam, niet als onderling vervangbaar beschouwd.
  • In afwijking van het eerste, tweede en derde lid wordt een combinatiepreparaat als onderling vervangbaar aangemerkt met een in een groep van onderling vervangbare geneesmiddelen opgenomen geneesmiddel, niet zijnde een combinatiepreparaat, dat een werkzaam bestanddeel bevat dat voorkomt in het combinatiepreparaat, indien:
    • alle werkzame bestanddelen van het combinatiepreparaat voorkomen in geneesmiddelen, niet zijnde combinatiepreparaten, die zijn opgenomen in een groep van onderling vervangbare geneesmiddelen; en
    • de in onderdeel a bedoelde geneesmiddelen langs dezelfde toedieningsweg worden toegediend en in het algemeen voor dezelfde leeftijdscategorie zijn bestemd als het combinatiepreparaat.
  • Het vijfde lid is niet van toepassing op combinatiepreparaten van oestrogenen en progestagenen en combinatiepreparaten van thiazide- en kaliumsparende diuretica.

10. Artikel 2.41
  • Voor de berekening van een vergoedingslimiet wordt uitgegaan van een standaarddosis van het werkzame bestanddeel van het geneesmiddel.
  • De standaarddosis wordt bepaald op basis van de DDD, tenzij de DDD lager is dan de in Nederland geadviseerde minimale dosering of hoger is dan de in Nederland geadviseerde maximale dosering.
  • Indien een werkzaam bestanddeel onder verschillende zout- of estervormen in de handel is en bij de DDD geen onderscheid is gemaakt naar de zout- of estervorm, wordt de standaarddosis voor de verschillende zout- of estervormen, voor zover mogelijk, herleid tot de zout- of estervorm die het meest voorkomt in de in artikel 2.39 genoemde bronnen.
  • Voor uitwendig toegepaste dermatologica geldt als standaarddosis 1 gram, 1 ml of 100 cm², afhankelijk van de gehanteerde hoeveelheidsmaat.
  • De standaarddosis wordt zoveel mogelijk vastgesteld met overeenkomstige toepassing van de methodiek, gehanteerd bij de vaststelling van de DDD, indien:
    • voor een geneesmiddel geen DDD is vastgesteld; of
    • de DDD lager is dan de in Nederland geadviseerde minimale dosering of hoger is dan de in Nederland geadviseerde maximale dosering.
  • In afwijking van het eerste tot en met vijfde lid wordt bij geneesmiddelen waarvoor geldt dat de duur van de medicatie wordt bekort door de hoeveelheid per dag gegeven werkzame bestanddelen te verhogen, uitgegaan van de standaardkuur.
  • De vergoedingslimiet van een geneesmiddel wordt opnieuw vastgesteld, indien:
    • de DDD van dat geneesmiddel bij een herziening van de DDD's van een categorie van geneesmiddelen in de ATCC op niveau 4 wordt gewijzigd ten opzichte van de DDD waarvan eerder bij de bepaling van de standaarddosis was uitgegaan;
    • voor dat geneesmiddel de standaarddosis was bepaald overeenkomstig het vijfde lid, aanhef en onderdeel a en voor dat geneesmiddel een DDD wordt vastgesteld; of
    • wijziging optreedt in de in Nederland geadviseerde minimale of maximale dosering van een geneesmiddel, bedoeld in het vijfde lid, aanhef en onderdeel b, en die wijziging zou leiden tot een andere standaarddosis dan die waarvan bij de indeling van dat geneesmiddel in de desbetreffende groep van onderling vervangbare geneesmiddelen is uitgegaan.
  • Indien de DDD van een geneesmiddel of van geneesmiddelen, van de prijs waarvan is uitgegaan voor de berekening van een vergoedingslimiet, bij een herziening van de DDD van een categorie van geneesmiddelen in de ATCC op niveau 4 wordt gewijzigd, wordt de vergoedingslimiet voor de groep onderling vervangbare geneesmiddelen waartoe dat geneesmiddel behoort, opnieuw vastgesteld. Bij de berekening van de nieuwe vergoedingslimiet worden slechts betrokken de geneesmiddelen die betrokken zijn bij de eerdere berekening van de vergoedingslimiet.

11. Artikel 2.42
  • Voor zover een groep van onderling vervangbare geneesmiddelen bestaat uit geneesmiddelen die voor 1 oktober 1998 geregistreerd waren en de prijs daarvan voorkwam in de op dat tijdstip geldende Taxe, wordt voor de berekening van de vergoedingslimiet voor de tot die groep behorende geneesmiddelen uitgegaan van de prijzen, vermeld in de bedoelde Taxe.
  • Indien een groep van onderling vervangbare geneesmiddelen bestaat uit geneesmiddelen die na het in het eerste lid bedoelde tijdstip geregistreerd zijn of waarvan de prijs voor het eerst voorkwam in een na dat tijdstip verschenen Taxe, wordt voor de berekening van de vergoedingslimiet voor de tot die groep behorende geneesmiddelen uitgegaan van de prijs van het geneesmiddel, waarvan de prijs het eerst in de Taxe is vermeld.
  • Bij de berekening van de vergoedingslimiet worden de prijzen van parallel geïmporteerde geneesmiddelen en van combinatiepreparaten als bedoeld in artikel 2.40, vijfde lid, buiten beschouwing gelaten.

12. Artikel 2.43
  • Per groep van onderling vervangbare geneesmiddelen wordt een gemiddelde prijs berekend.
  • Voor de berekening van de gemiddelde prijs wordt de groep verdeeld in subgroepen van geneesmiddelen die hetzelfde werkzame bestanddeel of dezelfde combinatie van werkzame bestanddelen hebben.
  • Binnen een subgroep wordt voor de specialités met eenzelfde merknaam, met uitzondering van de 'branded generics', een gemiddelde prijs per standaarddosis berekend.
  • Binnen een subgroep wordt voor andere geneesmiddelen dan die, bedoeld in het derde lid, een gemiddelde prijs per standaarddosis berekend. Die prijs is het gemiddelde van de laagste prijzen van de geneesmiddelen in dezelfde farmaceutische vorm.
  • Per subgroep worden de ingevolge het derde en vierde lid berekende gemiddelde prijzen per standaarddosis opgeteld en wordt die uitkomst gemiddeld, zodat een prijs per subgroep wordt verkregen.
  • Indien in de Taxe voor een specialité meer dan één prijs wordt vermeld, wordt uitgegaan van de laagste prijs.

13. Artikel 2.44
  • Indien de groep van onderling vervangbare geneesmiddelen bestaat uit slechts één subgroep, is de in artikel 2.43, vijfde lid, bedoelde prijs per subgroep de basis voor de berekening van de vergoedingslimiet van de tot die groep behorende geneesmiddelen.
  • Indien de groep van onderling vervangbare geneesmiddelen bestaat uit meer dan één subgroep, worden, indien:
    • de geneesmiddelen behoren tot één categorie in de ATCC op niveau 4, alle prijzen per subgroep bij elkaar opgeteld en wordt vervolgens het gemiddelde ervan berekend;
    • de geneesmiddelen behoren tot verschillende categorieën op niveau 4 van de ATCC, de prijzen voor de verschillende subgroepen, voor zover behorend tot dezelfde categorie, gemiddeld, worden de aldus berekende prijzen voor de afzonderlijke categorieën opnieuw gemiddeld en vormt het aldus verkregen gemiddelde de berekeningsbasis voor de bepaling van de vergoedingslimiet.

14. Artikel 2.45
  • Indien er binnen een groep van onderling vervangbare geneesmiddelen een geneesmiddel is, waarvan de prijs per standaarddosis gelijk is aan de in artikel 2.44 bedoelde berekeningsbasis, is de vergoedingslimiet voor de geneesmiddelen uit die groep gelijk aan de prijs per standaarddosis van dat geneesmiddel.
  • Indien er binnen een groep van onderling vervangbare geneesmiddelen geen geneesmiddel is waarvan de prijs per standaarddosis gelijk is aan de in artikel 2.44 bedoelde berekeningsbasis, is de vergoedingslimiet voor de geneesmiddelen uit die groep gelijk aan de prijs per standaarddosis van het geneesmiddel die zo dicht mogelijk onder de berekeningsbasis ligt.

15. Artikel 2.46
  • Indien van een geneesmiddel verschillende toedieningssterkten bestaan, wordt de vergoedingslimiet, berekend overeenkomstig de artikelen 2.41 tot en met 2.45, voor het geneesmiddel met de kleinste toedieningssterkte gecorrigeerd door de ongecorrigeerde vergoedingslimiet te vermenigvuldigen met 2/10 maal het quotiënt van de referentiehoeveelheid en de kleinste toedieningssterkte van dat geneesmiddel, vermeerderd met 8/10.
  • Voor geneesmiddelen die voor andere leeftijdscategorieën dan volwassenen zijn bestemd, is de referentiehoeveelheid de hoeveelheid die voorkomt in het preparaat van de hoogste hoeveelheid van die andere leeftijdscategorieën.
  • De dimensie van de referentiehoeveelheid moet gelijk zijn aan de dimensie van de kleinste toedieningsvorm.
  • Bij geneesmiddelen als bedoeld in de artikelen 2.40, vijfde lid, en 2.41, zesde lid, blijven het eerste tot en met het derde lid buiten toepassing.

16. Artikel 2.47
  • De vergoedingslimiet van een combinatiepreparaat als bedoeld in artikel 2.40, vijfde lid, is gelijk aan de som van de vergoedingslimieten voor de geneesmiddelen, niet zijnde combinatiepreparaten, die de werkzame bestanddelen bevatten die in het combinatiepreparaat voorkomen en die langs dezelfde toedieningsweg worden toegediend en in het algemeen voor dezelfde leeftijdscategorie zijn bestemd als het combinatiepreparaat.
  • Indien de in het eerste lid bedoelde geneesmiddelen die geen combinatiepreparaten zijn, een in het combinatiepreparaat voorkomend werkzaam bestanddeel bevatten in een andere hoeveelheid of in een andere toedieningsvorm dan die welke in het combinatiepreparaat voorkomt, wordt uitgegaan van de vergoedingslimieten, die voor die geneesmiddelen zouden hebben gegolden indien die geneesmiddelen dat werkzame bestanddeel zouden hebben bevat in de hoeveelheid en de toedieningsvorm die in het combinatiepreparaat voorkomt.

17. Artikel 2.48
Voor zover de toepassing van de artikelen 2.40 tot en met 2.47 naar het oordeel van de Minister tot een uitkomst leidt die niet in overeenstemming is met de strekking daarvan, kan de Minister een besluit nemen in afwijking daarvan.

18. Artikel 2.49
De eigen bijdrage bedraagt de kosten van een geneesmiddel, dat is ingedeeld in een groep van onderling vervangbare geneesmiddelen, voor zover de toepasselijke vergoedingslimiet, omgerekend naar de desbetreffende hoeveelheid, lager is dan de inkoopprijs die vermeld staat in de Taxe, verhoogd met de over het verschil verschuldigde omzetbelasting.

19. Artikel 2.50
onder § 3: De aanvraagprocedure voor aanwijzing geregistreerde geneesmiddelen.
  • De registratiehouder kan bij de Minister een aanvraag indienen om een geneesmiddel aan te wijzen ingevolge artikel 2.8, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit zorgverzekering.
  • De aanvraag geschiedt met gebruikmaking van een door de Minister vast te stellen formulier. Daarbij worden de gegevens en de bescheiden verschaft die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn. De datum van ontvangst wordt aan de aanvrager meegedeeld.
  • Indien de overgelegde gegevens en bescheiden onvoldoende zijn, stelt de Minister de aanvrager in de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn de aanvraag aan te vullen.
  • De Minister hoort over de aanvraag het College voor zorgverzekeringen (CVZ).
  • De Minister beslist binnen 90 dagen na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de Minister de aanvrager uitnodigt de aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
  • De inhoud van het voorgenomen besluit, voor zover betrekking hebbend op de aanvraag, wordt aan de aanvrager meegedeeld. Daarbij wordt tevens het oordeel van het College voor zorgverzekeringen toegezonden en wordt de motivering vermeld, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat. Aan de aanvrager wordt meegedeeld welke rechtsmiddelen hem ter beschikking staan.
  • Het tweede tot en met het zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de registratiehouder verzoekt om herziening van een besluit ingevolge het eerste lid en hij daartoe nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden aanvoert.
  • Indien de Minister voornemens is een geneesmiddel ambtshalve aan te wijzen ingevolge artikel 2.8, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit zorgverzekering dan wel zodanige aanwijzing te wijzigen, deelt hij de registratiehouder uiterlijk een maand voor de beoogde datum van inwerkingtreding de zakelijke inhoud van het voorgenomen besluit mede. Het vierde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
  • Indien het een geneesmiddel betreft met dezelfde werkzame bestanddelen, van dezelfde sterkte en in dezelfde farmaceutische vorm als een geneesmiddel dat reeds ingevolge artikel 2.8, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit zorgverzekering is aangewezen, zijn het tweede tot en met vierde lid, het zesde lid, tweede volzin, en het zevende en achtste lid niet van toepassing.

20. Bijlage 2, horende bij de Regeling zorgverzekering
Weergegeven zijn de nadere voorwaarden zoals die bekend waren op 12 maart 2012.
Voor de meest actuele tekst van Bijlage 2 verwijzen wij u naar http://wetten.overheid.nl/, (vind 'Regeling zorgverzekering' en scroll dan links onder de hoofdstukken naar bijlage 2) en de publicatie van de wijzigingen in de Staatscourant.
  • Polymere, oligomere, monomere en modulaire dieetpreparaten
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die niet kan uitkomen met aangepaste normale voeding en andere producten van bijzondere voeding en die:
    • lijdt aan een stofwisselingsstoornis,
    • lijdt aan een voedselallergie,
    • lijdt aan een resorptiestoornis,
    • lijdt aan een, via een gevalideerd screeningsinstrument vastgestelde, ziektegerelateerde ondervoeding of een risico daarop, of
    • daarop is aangewezen overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard.
  • [vervallen]
  • Difterievaccin, poliomyelitisvaccin, kinkhoestvaccin dan wel combinaties van twee of meer van deze vaccins of met het tetanusvaccin
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde jonger dan achttien jaar.
  • Hepatitis vaccins
    • Hepatitis A-vaccins
      Voorwaarde:
      uitsluitend voor een verzekerde:
      • die lijdt aan een chronische hepatitis B-infectie,
      • met een chronische hepatitis C-infectie, of
      • met een niet-virale chronische leverziekte, en die daarbij een verhoogde kans op een hepatitis A-infectie heeft, tenzij de verhoogde kans op besmetting een gevolg is van reizen, beroepsuitoefening of een epidemie.
    • Hepatitis B-vaccin
      Voorwaarde:
      uitsluitend voor een verzekerde:
      • die is aangewezen of op afzienbare termijn aangewezen kan zijn op het regelmatig gebruiken van bloed- of bloedproducten of op dialyse,
      • met het syndroom van Down of met een daarmee vergelijkbare ernstige chromosomale afwijking en voor zover dit gepaard gaat met een verstoorde afweerfunctie,
      • die partner, gezinslid of huisgenoot is van iemand die HBsAg positief is,
      • die anders dan in beroepsuitoefening in een dagverblijf, in een tehuis, op een school voor verstandelijk gehandicapten dan wel een sociale werkplaats, blijkens een risicoanalyse van de gemeentelijke gezondheidsdienst, een verhoogde kans op besmetting heeft, of
      • die lijdt aan een chronische leverziekte.
    • Hepatitis A en B combinatievaccin
      Voorwaarde:
      uitsluitend voor een verzekerde die zowel voldoet aan een van de voorwaarden voor hepatitis A-vaccin als aan een van de voorwaarden voor hepatitis B-vaccin.
  • Pneumokokkenvaccin
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde:
    • in de leeftijd van twee jaar of ouder met een onvolwaardige miltfunctie ofwel na miltverwijdering,
    • met lekkage van hersenvocht,
    • met sikkelcelziekte,
    • lijdend aan de ziekte van Hodgkin, non-hodgkinlymfoom, myeloom of chronische lymfatische leukemie,
    • lijdend aan levercirrhose, chronische nierfunctiestoornis, chronisch hartfalen met stuwing, een ischemische hartziekte of alcoholisme met pneumokokkeninfectie in de anamnese,
    • met een marginale longfunctie (dyspnoe na 100 meter wandelen en een FVC < 50% van voorspeld, FEV1, FEV1/FVC ratio en DLco < 40% van voorspeld, of een VO2max tussen 10–15 ml/(kg-min)),
    • die immuungecompromitteerd is ten gevolge van een auto-immuunziekte, een immunosuppressieve behandeling, een orgaantransplantatie of een beenmergtransplantatie, of
    • die HIV-geïnfecteerd is (CDC-classificatie hiv-infectie groepen II, III en IV) met een goede immuunrespons.
  • [vervallen]
  • Somatropine
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde:
    • met een somatropinedeficiëntie, waarbij de groeischijven zijn gesloten,
    • met een lengtegroeistoornis ten gevolge van een somatropinedeficiëntie, een chronische nierinsufficiëntie of het syndroom van Turner, waarbij de groeischijven nog niet zijn gesloten,
    • met een Prader-Willi syndroom, waarbij de groeischijven nog niet zijn gesloten,
    • met een groeistoornis bij kinderen met een kleine gestalte die bij geboorte ‘small for gestational age’ waren en die op een leeftijd van vier jaar of ouder geen inhaalgroei meer vertonen bij een lengte ≤ – 2,5 SDS, waarbij de groeischijven nog niet zijn gesloten, of
    • die voor dit geneesmiddel een niet-geregistreerde indicatie heeft en lijdt aan een ziekte die in Nederland niet vaker voorkomt dan bij 1 op de 150.000 inwoners, de werkzaamheid van dat geneesmiddel bij die indicatie wetenschappelijk is onderbouwd en in Nederland voor die aandoening geen behandeling mogelijk is met enig ander voor die aandoening geregistreerd geneesmiddel.
  • Een anti-retroviraal geneesmiddel
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die voor behandeling met zo'n geneesmiddel een medische indicatie heeft waarvoor het geneesmiddel krachtens de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening is geregistreerd.
  • Simvastatine, atorvastatine, fluvastatine, pravastatine, rosuvastatine, ezetimibe
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die een verhoogde kans heeft op het ontwikkelen van cardiovasculaire aandoeningen en op behandeling met een van deze middelen is aangewezen overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard.
  • [vervallen]
  • Granulocyt koloniestimulerende faktor
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die:
    • wordt behandeld met cytostatica voor een kwaadaardige aandoening en voor het geneesmiddel een medische indicatie heeft waarvoor het geneesmiddel krachtens de Geneesmiddelenwet is geregistreerd,
    • wordt behandeld met ganciclovir voor een cytomegalovirus retinitis als gevolg van aids en voor het geneesmiddel een medische indicatie heeft waarvoor het geneesmiddel krachtens de Geneesmiddelenwet is geregistreerd,
    • wordt behandeld voor een ernstige congenitale, cyclische of idiopatische neutropenie, of
    • voor dit geneesmiddel een niet-geregistreerde indicatie heeft en lijdt aan een ziekte die in Nederland niet vaker voorkomt dan bij 1 op de 150.000 inwoners, de werkzaamheid van dat geneesmiddel bij die indicatie wetenschappelijk is onderbouwd en in Nederland voor die aandoening geen behandeling mogelijk is met enig ander voor die aandoening geregistreerd geneesmiddel.
  • [vervallen]
  • Imiglucerase
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die lijdt aan de ziekte van Gaucher en die wordt behandeld overeenkomstig de richtlijnen die voor Nederland door de desbetreffende beroepsbeoefenaren zijn aanvaard.
  • Rabiës-vaccin
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die is blootgesteld geweest aan het rabiës-virus.
  • [vervallen]
  • Galantamine
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die lijdt aan:
    milde tot matig ernstige dementie bij de ziekte van Alzheimer en de therapie wordt geëvalueerd conform de door de beroepsgroepen geaccepteerde behandelrichtlijn voor medicamenteuze therapie bij dementie.
  • [vervallen]
  • [vervallen]
  • Palivizumab
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die:
    • geboren is bij een zwangerschapsduur van tweeëndertig weken of minder en bij het begin van het respiratoir syncytieel virus seizoen jonger was dan zes maanden,
    • jonger is dan een jaar en bronchopulmonale dysplasie heeft,
    • jonger is dan twee jaar en die voor de behandeling van bronchopulmonale dysplasie zuurstoftherapie nodig heeft,
    • jonger is dan twee jaar en die een congenitale hartaandoening heeft die hemodynamisch significant is,
    • jonger is dan een jaar en een ernstige immuundeficiëntie heeft, of
    • jonger is dan een jaar en een ernstige longpathologie ten gevolge van cystische fibrose heeft.
  • Montelukast
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die:
    • lijdt aan matig persisterende astma en bij wie onvoldoende klinische controle wordt bereikt met inhalatiecorticosteroïden en kortwerkende β-sympathicomimetica, of
    • lijdt aan inspanningsastma, bij wie behandeling met kortwerkende β-sympathicomimetica geen uitkomst biedt en die de leeftijd van vijftien jaar nog niet heeft bereikt.
  • Clopidogrel en prasugrel
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die:
    • na een doorgemaakt myocardinfarct of ischemisch cerebrovasculair accident of bij een vastgestelde perifere arteriële aandoening, niet behandeld kan worden met acetylsalicylzuur vanwege overgevoeligheid voor acetylsalicylzuur of een andere absolute contra-indicatie voor acetylsalicylzuur heeft, of
    • is aangewezen op het geneesmiddel in combinatie met acetylsalicylzuur bij:
      • een acuut coronair syndroom zonder ST-segmentstijging,
      • een acuut coronair syndroom op basis van een acuut myocardinfarct met ST-segmentstijging, of
      • een stentplaatsing in het kader van een niet-acuut coronair syndroom.
  • [vervallen]
  • Modafinil
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die lijdt aan narcolepsie en die onvoldoende reageert op methylfenidaat of dat middel vanwege bijwerkingen niet verdraagt.
  • [vervallen]
  • [vervallen]
  • Een thiazolidinedion
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde met diabetes mellitus type 2 die geen insuline gebruikt en dit middel gebruikt:
    • als monotherapie omdat hij een contra-indicatie of klinisch relevante bijwerking heeft voor zowel metformine als een sulfonylureumderivaat,
    • als tweevoudige therapie in combinatie met metformine
      • omdat de verzekerde een sulfonylureumderivaat niet kan gebruiken door contra-indicatie of klinisch relevante bijwerking en omdat de bloedglucosespiegel onvoldoende onder controle kan worden gebracht met metformine alleen, of
      • ter vervanging van een sulfonylureumderivaat omdat de bloedglucosespiegel onvoldoende onder controle kan worden gebracht met de combinatie van metformine en een sulfonylureumderivaat,
    • als tweevoudige therapie in combinatie met een sulfonylureumderivaat
      • omdat de verzekerde metformine niet kan gebruiken door contra-indicatie of klinisch relevante bijwerking en omdat de bloedglucosespiegel onvoldoende onder controle kan worden gebracht met een sulfonylureumderivaat alleen, of
      • ter vervanging van metformine omdat de bloedglucosespiegel onvoldoende onder controle kan worden gebracht met de combinatie van metformine en een sulfonylureumderivaat, of
    • als drievoudige therapie in combinatie met metformine en een sulfonylureumderivaat
      • omdat de bloedglucosespiegel onvoldoende onder controle kan worden gebracht met een tweevoudige therapie én
      • omdat de toediening van insuline op bezwaren stuit:
        • door ernstige aanhoudende problemen op de injectieplaatsen veroorzaakt door huidaandoeningen, te weinig onderhuids vetweefsel, infecties of contactallergie,
        • door lichamelijke of geestelijke beperkingen (handfunctie, zien, cognitie) van de verzekerde waardoor hij niet in staat is zelfstandig insuline te injecteren,
        • door prikfobie, of
        • omdat de verzekerde door insuline gebruik zijn beroep niet meer kan uitoefenen.
  • R-DNA-interferon, erytropoëtine en analoga, mycofenolaatmofetil en mycofenolzuur, glatirameer, anagrelide en levodopa/carbidopa intestinale gel
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die:
    • voor het geneesmiddel een medische indicatie heeft waarvoor het geneesmiddel krachtens de Geneesmiddelenwet is geregistreerd, of
    • voor dat geneesmiddel een niet-geregistreerde indicatie heeft en lijdt aan een ziekte die in Nederland niet vaker voorkomt dan bij 1 op de 150.000 inwoners, de werkzaamheid van dat geneesmiddel bij die indicatie wetenschappelijk is onderbouwd en in Nederland voor die aandoening geen behandeling mogelijk is met enig ander voor die aandoening geregistreerd geneesmiddel.
  • Ambrisentan, bosentan, epoprostenol intraveneus, iloprost voor inhalatie, sildenafil, tadalafil en treprostinil subcutaan
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die:
    • lijdt aan pulmonale arteriële hypertensie New York Heart Association klasse II en die ambrisentan, bosentan, sildenafil of tadalafil daarvoor krijgt voorgeschreven,
    • lijdt aan pulmonale arteriële hypertensie New York Heart Association klasse III of IV en die krijgt voorgeschreven:
      • één van de orale geneesmiddelen ambrisentan, bosentan, sildenafil of tadalafil, of een combinatie van twee orale geneesmiddelen uit verschillende farmacologische groepen,
      • een combinatie van een oraal geneesmiddel met iloprost voor inhalatie of met epoprostenol intraveneus of met treprostinil subcutaan,
      • iloprost voor inhalatie in monotherapie uitsluitend ter behandeling van de primaire vorm van pulmonale arteriële hypertensie, indien de onder 1 genoemde behandeling onvoldoende resultaat heeft en een behandeling met epoprostenol intraveneus of treprostinil subcutaan niet noodzakelijk is of niet mogelijk vanwege bijwerkingen of contra-indicaties, of
      • uitsluitend als uiterste therapie, indien de onder 1 en 2 genoemde behandelingen onvoldoende resultaat hebben, een combinatie van twee orale geneesmiddelen uit verschillende farmacologische groepen met epoprostenol intraveneus of met treprostinil subcutaan, of
    • lijdt aan systemische sclerose en aanhoudende digitale ulcera en die
      • bosentan krijgt voorgeschreven ter voorkoming van nieuwe digitale ulcera,
      • onvoldoende reageert op de behandeling met dihydropyridine calciumantagonisten en iloprost intraveneus, dan wel deze geneesmiddelen niet kan gebruiken en
      • 18 jaar of ouder is.
  • [vervallen]
  • Tacrolimuszalf
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde van twee jaar of ouder met matig tot ernstig constitutioneel eczeem die onvoldoende reageert op behandeling met andere lokale middelen, waaronder in ieder geval corticosteroïden.
  • Miglustat
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die lijdt aan:
    • de ziekte van Gaucher type 1 en niet kan worden behandeld met imiglucerase, of
    • de ziekte van Niemann-Pick type C.
  • Gonadotrope hormonen, gonadoreline-analoga, gonadoreline-antagonisten, urofollitropine en corifollitropine alfa
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die deze geneesmiddelen krijgt voorgeschreven in verband met: a) een in-vitrofertilisatiepoging die ten laste van de zorgverzekering komt, of b) een andere behandeling dan een in-vitrofertilisatiepoging.
  • [vervallen]
  • Pimecrolimus
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde van twee jaar of ouder met mild tot matig constitutioneel eczeem die onvoldoende reageert op behandeling met andere lokale middelen, waaronder in ieder geval corticosteroïden.
  • Laxantia, kalktabletten, middelen bij allergie, middelen tegen diarree, maagledigingsmiddelen en middelen ter bescherming van de ogen tegen uitdroging die op grond van de Geneesmiddelenwet zonder recept mogen worden afgeleverd en andere geneesmiddelen met eenzelfde werkzaam bestanddeel en in eenzelfde toedieningsvorm
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die blijkens het voorschrift langer dan zes maanden op het geneesmiddel is aangewezen en voor wie het geneesmiddel is voorgeschreven ter behandeling van een chronische aandoening, tenzij het betreft een voor de verzekerde nieuwe medicatie.
  • Teriparatide en parathyroïdhormoon
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een periode van maximaal vierentwintig maanden voor een verzekerde vrouw met ernstige postmenopauzale osteoporose die:
    • ondanks behandeling met bisfosfonaten, raloxifeen, bazedoxifen of strontiumranelaat na twee wervelfracturen opnieuw één of meer fracturen heeft gekregen, of
    • bisfosfonaten, raloxifeen, bazedoxifen en strontiumranelaat niet kan gebruiken.
  • [vervallen]
  • [vervallen]
  • Memantine
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde met een ernstige vorm van de ziekte van Alzheimer (AD) en de therapie wordt geëvalueerd conform de door de beroepsgroepen geaccepteerde behandelrichtlijn voor medicamenteuze therapie bij AD.
  • Imiquimod
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde voor de behandeling van kleine superficiële basaalcelcarcinomen, indien chirurgische excisie op praktische bezwaren stuit.
  • [vervallen]
  • Rivastigmine
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die lijdt aan:
    milde tot matig ernstige dementie bij de ziekte van Alzheimer of milde tot matig ernstige dementie bij patiënten met idiopathische ziekte van Parkinson en de therapie wordt geëvalueerd conform de door de beroepsgroepen geaccepteerde behandelrichtlijn voor medicamenteuze therapie bij dementie.
  • Sorafenib
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde
    • met gevorderd of gemetastaseerd niercelcarcinoom, na het falen van een behandeling met interferon-alfa of interleukine-2 of als deze middelen niet kunnen worden toegepast,
    • met hepatocellulair carcinoom bij wie een in opzet curatieve behandeling of een locoregionale of lokale palliatieve behandeling niet mogelijk is of niet medisch-zinvol wordt geacht, of
    • met therapieresistent niet-medullair schildkliercarcinoom.
  • Sunitinib
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde:
    • met gevorderd of gemetastaseerd niercelcarcinoom, of
    • met een niet-operatief te verwijderen of gemetastaseerde maligne astro-intestinale stromatumor, als tweedelijnsbehandeling na het falen van een behandeling met imatinib, of
    • met niet operatief te verwijderen of gemetastaseerde, goed gedifferentieerde neuro-endocriene tumoren van de pancreas met ziekteprogressie.
  • [vervallen]
  • [vervallen]
  • [vervallen]
  • [vervallen]
  • [vervallen]
  • Ivabradine
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde met stabiele angina pectoris die een contra-indicatie of intolerantie heeft voor een bètablokker en niet uitkomt met diltiazem of de combinatie van een langwerkend nitraat en een dihydropyridine calciumantagonist, en die ivabradine als monotherapie of als tweevoudige therapie samen met een langwerkend nitraat of een dihydropyridine calciumantagonist gebruikt.
  • Sitagliptine
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde met diabetes mellitus type 2 die niet behandeld kan worden met de combinatie van metformine en een sulfonylureumderivaat, geen insuline gebruikt en dit middel gebruikt als monotherapie of als een tweevoudige of drievoudige behandeling in combinatie met metformine en/of een sulfonylureumderivaat.
  • Bortezomib
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die lijdt aan een progressief multipel myeloom en die minstens één eerdere specifieke farmaceutische of geneeskundige behandeling voor deze ziekte heeft gehad.
  • Lenalidomide
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die lijdt aan een progressief multipel myeloom en die minstens één eerdere specifieke farmaceutische of geneeskundige behandeling voor deze ziekte heeft gehad en bij wie een behandeling met bortezomib medisch niet of niet langer toepasbaar is.
  • Mecasermine
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde bij wie de groeischijven nog niet zijn gesloten:
    met een groeistoornis ten gevolge van primaire insulineachtige groeifactor-1 deficiëntie, waarbij sprake is van:
    • een lengte standaarddeviatiescore (SDS) ≤ -3,
    • basale IGF-1 spiegels lager dan het 2,5e percentiel voor leeftijd en geslacht,
    • voldoende groeihormonen en
    • geen secundaire vormen van IGF-1-deficiëntie.
  • Vildagliptine
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde met diabetes mellitus type 2 die niet behandeld kan worden met de combinatie van metformine en een sulfonylureumderivaat, geen insuline gebruikt en dit middel gebruikt als monotherapie of als een tweevoudige behandeling in combinatie met metformine of een sulfonylureumderivaat.
  • Topotecan capsule (zie topotecan)
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde met recidiverende kleincellige longkanker die niet opnieuw voor een eerstelijnsbehandeling in aanmerking komt.
  • Benzodiazepinereceptor-agonist in orale of rectale toedieningsvorm
    • Benzodiazepinereceptor-agonist, met uitzondering van diazepam
      Voorwaarde:
      uitsluitend voor een verzekerde die dit geneesmiddel gebruikt als:
      • onderhoudsbehandeling bij epilepsie of als behandeling bij epileptisch insult,
      • behandeling van angststoornissen, waarbij medicamenteuze therapie met ten minste twee antidepressiva overeenkomstig de geldende richtlijnen, heeft gefaald,
      • behandeling bij multipele psychiatrische problematiek, waarbij behandeling met hoge doses benzodiazepinen noodzakelijk is, of
      • palliatieve sedatie bij terminale zorg.
    • Diazepam
      Voorwaarde:
      uitsluitend voor een verzekerde die
      • dit geneesmiddel gebruikt als:
        • onderhoudsbehandeling bij epilepsie of als behandeling bij epileptisch insult.
        • behandeling van angststoornissen, waarbij medicamenteuze therapie met ten minste twee antidepressiva overeenkomstig de geldende richtlijnen, heeft gefaald.
        • behandeling bij multipele psychiatrische problematiek, waarbij behandeling met hoge doses benzodiazepinen noodzakelijk is.
        • palliatieve sedatie bij terminale zorg, of
      • niet ambulant is en dit middel gebruikt als spierrelaxans bij therapieresistente spierspasmen ten gevolge van een neurologische aandoening.
  • Exenatide en liraglutide
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde met diabetes mellitus type 2 en een BMI ≥ 35 kg/m², bij wie de bloedglucosewaarden onvoldoende kunnen worden gereguleerd met de combinatie van metformine en een sulfonylureumderivaat in de maximaal verdraagbare doseringen en die geen insuline gebruikt, tenzij de verzekerde al op 1 mei 2011 met dit middel in combinatie met insuline wordt behandeld.
  • Dornase alfa
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die lijdt aan cystic fibrose.
  • [vervallen]
  • Romiplostim en eltrombopag
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar en ouder met chronische idiopathische trombocytopenische purpura die:
    • splenectomie heeft ondergaan en refractair is op andere behandelingen, of
    • een contra-indicatie heeft voor splenectomie en niet meer voldoende reageert op andere behandelingen, waaronder in ieder geval corticosteroïden.
  • [vervallen]
  • [vervallen]
  • Anticonceptiva
    Voorwaarde:
    uitsluitende voor een verzekerde:
    • jonger dan eenentwintig jaar,
    • ter behandeling van endometriose indien de verzekerde hierop is aangewezen overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard, of
    • ter behandeling van menorragie waarbij sprake is van bloedarmoede, inhoudende een hemoglobinewaarde die lager is dan de referentiewaarden zoals gehanteerd in de richtlijnen van de desbetreffende beroepsgroepen.
  • Rivaroxaban en apixaban
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder die op dit geneesmiddel is aangewezen voor de preventie van veneuze trombo-embolie na een electieve knie- of heupvervangende operatie.
  • Dabigatran
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder die op dit geneesmiddel is aangewezen voor de primaire preventie van veneuze trombo-embolische aandoeningen na een electieve totale knie- of heupvervangende operatie.
  • Antidepressiva
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die op dit geneesmiddel is aangewezen overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard of die voor dit geneesmiddel een medische indicatie heeft waarvoor het geneesmiddel krachtens de Geneesmiddelenwet is geregistreerd, met dien verstande dat dit geneesmiddel niet tot de verzekerde prestaties behoort indien het wordt gebruikt in het kader van een behandeling die gericht is op het stoppen met roken.
  • Pazopanib
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde met gevorderd of gemetastaseerd niercelcarcinoom.
  • [vervallen]
  • Ticagrelor
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die is aangewezen op het geneesmiddel in combinatie met acetylsalicylzuur bij een acuut coronair syndroom (instabiele angina pectoris, myocardinfarct met ST-segmentstijging of myocardinfarct zonder ST-segmentstijging), zowel bij medicamenteus behandelde patiënten als bij patiënten die een percutane coronaire interventie of arteriële coronaire bypasschirurgie moeten ondergaan.
  • Maagzuurremmers in orale toedieningsvorm, inclusief combinatiepreparaten die een maagzuurremmer bevatten met uitzondering van combinatieproducten met antibiotica bestemd voor bestrijding van Helicobacter Pylori
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde die blijkens het voorschrift langer dan zes maanden op het geneesmiddel is aangewezen en voor wie het geneesmiddel is voorgeschreven ter behandeling van een chronische aandoening, tenzij het betreft een voor de verzekerde nieuwe medicatie.
  • Lapatinib
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde postmenopauzale vrouw met gemetastaseerde borstkanker zonder snelle progressie, zonder uitgebreide viscerale metastasen en zonder hersenmetastasen, waarbij de tumor een overexpressie van HER2 (ErbB2) vertoont en hormoonreceptorpositief is, die dit middel gebruikt in combinatie met een aromataseremmer en die niet in aanmerking komt voor chemotherapie.
  • Rufinamide
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde van vier jaar of ouder die dit middel als adjuvans gebruikt bij de behandeling van het syndroom van Lennox-Gastaut na het falen van lamotrigine, topiramaat en benzodiazepinen en voor wie felbamaat het enige resterende alternatief is.
  • Everolimus 5 mg of 10 mg
    Voorwaarde:
    uitsluitende voor een verzekerde:
    • met gevorderd niercelcarcinoom, bij wie ziekteprogressie optreedt ondanks eerdere behandeling met sorafenib, sunitinib of pazopanib, of
    • met niet operatief te verwijderen of gemetastaseerde, goed gedifferentieerde neuro-endocriene tumoren van de pancreas met ziekteprogressie,
    tenzij de verzekerde al op 1 februari 2012 met dit middel wordt behandeld.
  • Abirateron
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder met gemetastaseerde hormoonresistente prostaatkanker en een ECOG score van 0 of 1, bij wie de ziekte progressief is tijdens of na behandeling met docetaxel.
  • Fingolimod
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde van achttien jaar of ouder met zeer actieve relapsing-remitting multiple sclerose, zijnde een patiënt die in het voorafgaande jaar tijdens behandeling minimaal één schub heeft doorgemaakt en bij wie op een craniale-MRI minimaal één door gadolinium aangekleurde laesie of minimaal negen T2-hyperintense laesies aantoonbaar zijn, die niet heeft gereageerd op een behandeling met β-interferon en glatirameer.
  • Saxagliptine
    Voorwaarde:
    uitsluitend voor een verzekerde met diabetes mellitus type 2 die niet behandeld kan worden met de combinatie van metformine en een sulfonylureumderivaat, geen insuline gebruikt en dit middel gebruikt als een tweevoudige behandeling in combinatie met metformine of een sulfonylureumderivaat.
© CVZ 2012 | naar boven | afdrukken |