Samenstelling

HepseraGilead Sciences bv
(dipivoxil)
Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
10 mg
Verpakkingsvorm
-
Toedieningsvorm
Sterkte
Verpakkingsvorm
HepseraGilead Sciences bv
(dipivoxil)
Tablet10 mg-
  • Uitleg symbolen
    Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
    Over the counter, dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. Aan de vergoeding van bepaalde zelfzorgmedicatie zijn nadere voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
    Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de indicaties, de duur van de behandeling en het voorschrijven volgens een richtlijn/protocol.
    Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Volgens de Richtlijn 2012 komen bij de initiële behandeling van chronische hepatitis B (peg)interferon α, entecavir of tenofovir in aanmerking. Zie voor meer informatie de PDF achter deze link: Richtlijn HBV 2012 op mdl.nl.

Indicaties

Behandeling van chronische hepatitis B bij volwassenen met gecompenseerde leverziekte met tekenen van actieve virale replicatie, aanhoudend verhoogde spiegels van alanine-aminotransferase en histologische tekenen van actieve leverontsteking en fibrose, indien het gebruik van een alternatief antiviraal middel met een hogere genetische barrière voor resistentie niet beschikbaar of passend is. Behandeling van chronische hepatitis B bij volwassenen met gedecompenseerde leverziekte in combinatie met een tweede middel zonder kruisresistentie tegen adefovir.

Dosering

  • Chronische hepatitis B-infectie:

    Volwassenen:

    10 mg 1×/dag; dit is tevens de maximale dosering.

    Nierfunctiestoornis: creatinineklaring 30–49 ml/min: 10 mg eenmaal per 2 dagen; creatinineklaring 10–29 ml/min: 10 mg eenmaal per 3 dagen (er zijn echter geen gegevens over de veiligheid en werkzaamheid bij deze groep patiënten); hemodialyse: 10 mg eenmaal per 7 dagen, toegediend na 12 uur continue dialyse (of na 3 dialysesessies die elk 4 uur hebben geduurd); er zijn geen gegevens bekend bij patiënten met een creatinineklaring < 10 ml/min die niet worden gedialyseerd of bij patiënten met ambulante peritoneale dialyse.

    De optimale behandelduur is onbekend. Bij HBeAg-positieve patiënten zonder cirrose de behandeling ten minste 6–12 maanden voortzetten nadat HBeAg-seroconversie (HBeAg-verlies en HBV-DNA verlies met detectie van anti-HBe) is bevestigd, of tot HBsAg-seroconversie, of tot tekenen van verlies van effectiviteit. Bij HBeAg-negatieve (pre-core mutant) patiënten zonder cirrose de behandeling ten minste voortzetten totdat HBsAg-seroconversie is opgetreden of tot verlies van effectiviteit. Bij patiënten met gedecompenseerde leverziekte of cirrose wordt staking van de behandeling niet aangeraden.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): asthenie. Lichte tot middelmatige verhoging serumcreatinine.

Vaak (1–10%): misselijkheid, braken, dyspepsie, flatulentie, diarree, buikpijn. Hoofdpijn. Huiduitslag, jeuk. Abnormale nierfunctie, nierfalen, hypofosfatemie.

Verder zijn gemeld: pancreatitis, proximale niertubulopathie, syndroom van Fanconi. Osteomalacie (zich manifesterend als botpijn en zelden bijdragend aan het ontstaan van fracturen) en myopathie; beide geassocieerd met proximale niertubulopathie.

Bij gedecompenseerde leverziekte is er een groter risico van niertoxiciteit.

Interacties

Wees voorzichtig bij de combinatie met geneesmiddelen die de nierfunctie beïnvloeden of aantasten zoals ciclosporine, tacrolimus, lisdiuretica, i.v. aminoglycosiden, tenofovir, vancomycine, parenteraal amfotericine B, pentamidine, foscarnet en platinaverbindingen. De plasmaconcentratie kan toenemen door middelen die de nierfunctie remmen of competitie aangaan om de actieve tubulaire secretie (via in dit geval dezelfde OAT1-transporter); ook de plasmaconcentratie van deze middelen kan toenemen.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overig: Een vruchtbare vrouw dient effectieve anticonceptieve maatregelen te nemen tijdens de behandeling. Er zijn geen gegevens over het effect van adefovir op de overdracht van HBV op de pasgeborene.

Lactatie

Overgang in moedermelk: Onbekend. Een risico voor de zuigeling kan niet worden uitgesloten.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Waarschuwingen en voorzorgen

Vóór de behandeling de creatinineklaring berekenen. Wees voorzichtig bij een bestaande nierfunctiestoornis of bij gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen die de nierfunctie kunnen beïnvloeden. Bij een normale nierfunctie, de nierfunctie en serumfosfaat in het eerste jaar om de vier weken controleren, daarna om de drie maanden. Bij (meer kans op) een gestoorde nierfunctie vaker controleren. Op basis van postmarketinggegevens kan langdurige (> ~200 weken) behandeling leiden tot progressieve verandering van de nierfunctie, wat kan resulteren in een nierfunctiestoornis.

Tijdens behandeling van chronische hepatitis B-patiënten elke drie maanden ALAT–waarden en HBV–DNA meten en elke zes maanden HBeAg. Spontane exacerbaties komen relatief vaak voor met kortstondige stijgingen van ALAT-waarden, terwijl de HBV-DNA spiegels afnemen; bij gevorderde leverziekte of cirrose is er dan meer kans op leverdecompensatie die fataal kan zijn. Staken van de behandeling wordt dan niet aanbevolen. Bij sommige patiënten met een chronische hepatitis B-virusziekte, kan zich na stopzetting van adefovir (meestal binnen 12 weken) een exacerbatie van hepatitis optreden met in sommige gevallen ernstige oplaaiing van hepatitis en een fatale afloop. Indien behandeling met adefovir wordt stopgezet de patiënten nauwlettend volgen; controleer regelmatig serum ALAT en HBV-DNA spiegels om eventuele late virologische terugval op te merken. Bij gedecompenseerde leverziekte en cirrose wordt beëindiging van de behandeling ontraden; bij het optreden van nierinsufficiëntie bij deze patiënten, overwegen het doseringsinterval aan te passen of over te gaan op een andere behandeling.

Vanwege een verwante structuur met nucleoside-analoga kan het risico van lactaatacidose, soms met fatale afloop, niet worden uitgesloten. Bij gelijktijdige toediening met nucleoside-analoga de behandeling van deze middelen stoppen bij snel stijgende aminotransferase spiegels, progressieve hepatomegalie of metabole/lactaatacidose van onbekende oorzaak. Goedaardige digestieve symptomen als misselijkheid, braken en buikpijn kunnen een aanwijzing zijn voor het ontwikkelen van een lactaatacidose. Ernstigere gevallen gaan gepaard met hogere serumlactaatspiegels, pancreatitis, hepatische steatose, lever- en nierfalen, Wees voorzichtig met het voorschrijven aan patiënten (met name vrouwen met obesitas) met hepatomegalie, hepatitis en andere bekende risicofactoren voor leverziekte (waaronder het gebruik van sommige geneesmiddelen en alcohol); volg deze patiënten nauwlettend.

Bij langer gebruik (> 48 weken) als monotherapie neemt de kans op resistentie toe (bij gebruik van 240 weken ca. 20–29%, o.a. afhankelijk van HbeAg status en groter indien op week 48 van de behandeling sprake is van HBV DNA > 1.000 kopieën/ml). Om de kans op resistentie te verminderen bij patiënten met een gedecompenseerde leverziekte, adefovir combineren met een tweede middel (bv. lamivudine) zonder kruisresistentie tegen adefovir. Bij adefovir monotherapie een aanpassing van de behandeling overwegen indien na minimaal 1 jaar behandeling de HBV-DNA spiegels boven de 1.000 kopieën/ml blijven.

Er zijn te weinig gegevens over de werkzaamheid en veiligheid van adefovir bij de behandeling van een chronische hepatitis B-virusinfectie bij HIV-geïnfecteerden. Behandeling met adefovir beperken tot patiënten bij wie de HIV-RNA onder controle is. Er zijn geen gegevens beschikbaar over de werkzaamheid van adefovir bij een gelijktijdige infectie met hepatitis C of D. Niet gebruiken bij kinderen < 18 jaar vanwege een gebrek aan gegevens over veiligheid en werkzaamheid. De klinische ervaring bij patiënten > 65 jaar is zeer beperkt.

Eigenschappen

Adefovirdipivoxil is een prodrug van adefovir. Adefovir is een antivirale stof die werkzaam is tegen het hepatitis B-virus (HBV). Het is pas werkzaam nadat het intracellulair is omgezet in de actieve metaboliet adefovirdifosfaat. Deze metaboliet remt virale polymerasen door competitie met het natuurlijke substraat (deoxyadenosinetrifosfaat) en blokkeert daardoor voortijdig de virale DNA-ketenverlenging.

Kinetische gegevens

OverigF = ca. 60%.
T max0,6–4 uur.
V dca. 0,4 l/kg.
Overigdistributie naar de meeste weefsels; de hoogste concentraties doen zich voor in nier-, lever- en intestinale weefsels.
Metaboliseringna orale toediening wordt adeforvirdipivoxil snel gemetaboliseerd tot adefovir.
Eliminatiebinnen 24 uur wordt 45% als adefovir in de urine teruggevonden. Adefovir wordt uitgescheiden door een combinatie van glomerulaire filtratie en actieve tubulaire secretie. Een 4 uur durende hemodialyse verwijdert circa 35% van de dosis. Het effect van peritoneale dialyse is niet onderzocht.
T 1/2intracellulair 12–36 uur.
T 1/2elca. 7,5 uur.
  • Uitleg afkortingen
    F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
    T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
    V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
    T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
    T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd