Samenstelling

AmsidineNordMedica A/S
Toedieningsvorm
Concentraat voor injectievloeistof
Sterkte
50 mg/ml
Verpakkingsvorm
ampul 1,5 ml met solvens 13,5 ml
Toedieningsvorm
Sterkte
Verpakkingsvorm
AmsidineNordMedica A/S
Concentraat voor injectievloeistof50 mg/mlampul 1,5 ml met solvens 13,5 ml
  • Uitleg symbolen
    Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
    Over the counter, dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. Aan de vergoeding van bepaalde zelfzorgmedicatie zijn nadere voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
    Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de indicaties, de duur van de behandeling en het voorschrijven volgens een richtlijn/protocol.
    Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Voor amsacrine is geen advies vastgesteld over de plaats in de medicamenteuze behandeling.

Indicaties

Acute niet-lymfatische leukemie die niet heeft gereageerd op andere behandelingen.

Dosering

Voorkom lokale weefselirritatie door amsacrine te verdunnen met 5%-glucoseoplossing en verleng de toedieningsduur tot 1 uur. Het is onverenigbaar met een fysiologische zoutoplossing. Amsacrine is opgelost in dimethylacetamide, dat interacties kan geven met plastic en rubber; daarom glazen injectiespuiten gebruiken.

  • Gebruikelijke inductiedosering: 90 mg/m² lichaamsoppervlak per dag via i.v. infusie in 30–90 min gedurende 5 opeenvolgende dagen. De totale dosis voor de inductiekuur is 450 mg/m².

    Vervolgdosering: start een tweede kuur na 4 weken als de eerste kuur effect had en na 2 weken als deze onvoldoende effect had. Verhoog de dagdosering tot 120 mg/m² indien na de eerste kuur geen hypocellulair beenmerg is ontstaan. De max. totale dosis is 720 mg/m² per kuur.

    Dosisaanpassing: verlaag de dosis met 20–30% bij een duidelijk gestoorde leverfunctie of nierfunctie.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): stomatitis, misselijkheid, braken, buikpijn, diarree. Purpura. Flebitis op de injectieplaats. Hypotensie. Stijging van leverenzymwaarden.

Vaak (1-10%): infecties. Trombocytopenie, bloeding, pancytopenie. Emotionele labiliteit. Hartfalen, cardiale aritmie. Dyspneu. Hepatitis, geelzucht, leverinsufficiëntie. Alopecia, huiduitslag, urticaria. Hematurie. Tonisch-klonisch insult. Hypokaliëmie. Koorts, reactie op de injectieplaats (ontsteking, necrose).

Zelden (0,01-0,1%): anemie, granulocytopenie, leukopenie. Overgevoeligheid, anafylaxie, oedeem. Lethargie, verwardheid. Hoofdpijn, hypo-esthesie, duizeligheid, perifere neuropathie. Visusstoornissen. Cardiomyopathie, atriumfibrilleren, sinus tachycardie, ventrikelfibrilleren, bradycardie, afname van de ejectiefractie, afwijkend ECG. Proteïnurie, acute nierinsufficiëntie, anurie. Gewichtsverandering. Verhoogde waarden bilirubine, ureum , creatinine, alkalische fosfatase in bloed.

Verder zijn gemeld: hyperurikemie. Reversibele azoöspermie.

Interacties

Gelijktijdige toediening met een vaccin wordt afgeraden, omdat door het immunosuppressieve effect van amsacrine de werking van het vaccin kan verminderen.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren schadelijk gebleken.
Farmacologisch effect: Op theoretische gronden is vanwege het werkingsmechanisme schadelijkheid te verwachten.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overige: Een vruchtbare vrouw of man dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende de therapie en vrouwen tot ten minste 3 maanden en mannen tot ten minste 6 maanden ná de therapie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Het geven van borstvoeding is gecontra-indiceerd.

Contra-indicaties

Duidelijke beenmergdepressie als gevolg van een behandeling met oncolytica of radiotherapie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Controleer regelmatig het volledige bloedbeeld in verband met beenmergremming, die ook na staken van de therapie nog kan optreden. Op grond hiervan kan onderbreking van de behandeling, dosisaanpassing of verlenging van het therapie-vrije interval nodig zijn. Leukocyten en trombocyten hebben een nadir tussen dag 5–12 en een volledig herstel op dag 25. Controleer regelmatig de leverfunctie en nierfunctie vóór en tijdens de behandeling, overweeg een dosisverlaging bij duidelijke afwijkingen. Controleer in verband met cardiale toxiciteit regelmatig het hartritme en voor iedere toediening de kaliumspiegel; corrigeer hypokaliëmie voor starten van de toediening. Evalueer de elektrolytenbalans voor iedere toediening. Ter preventie van hyperurikemie door tumorlysissyndroom maatregelen nemen ter preventie van stijging van de urinezuurspiegel (profylaxe met allopurinol, hydratie en alkaliseren van de urine). De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen < 18 jaar zijn niet vastgesteld. Voor behandeling van vruchtbare mannen, zie Zwangerschap.

Eigenschappen

Synthetisch acridinederivaat. Verhindert de synthese van DNA, terwijl de RNA-synthese niet wordt aangetast. Er treden DNA–fragmentatie en chromosomale veranderingen op.

Kinetische gegevens

V d1,5–2 l/kg.
OverigIn dierproeven dringt het door in het centrale zenuwstelsel.
Eiwitbindingca. 98%.
Metaboliseringvnl. in de lever tot inactieve metabolieten.
Eliminatievia de gal (inactieve metabolieten).
T 1/26–9 uur; tot meer dan 17 uur bij leverinsufficiëntie.
  • Uitleg afkortingen
    F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
    T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
    V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
    T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
    T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie