Samenstelling

Antitrombine III ConcentraatBaxter bv
Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof
Sterkte
500 IE
Verpakkingsvorm
+ solvens 10 ml + toebehoren
Bevat tevens 3,77 mg natrium per ml.
Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof
Sterkte
1000 IE
Verpakkingsvorm
+ solvens 20 ml + toebehoren
Bevat tevens ca. 3,77 mg natrium per ml.
AtenativOctapharma GmbH
Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof
Sterkte
500 IE
Verpakkingsvorm
+ solvens 10 ml
Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof
Sterkte
1000 IE
Verpakkingsvorm
+ solvens 20 ml
Bevat tevens (humaan) albumine. Bevat 6,3–10,5 mmol (144,9–241,5 mg) natrium per dosis (30–50 IE/kg).
Toedieningsvorm
Sterkte
Verpakkingsvorm
Antitrombine III ConcentraatBaxter bv
Poeder voor injectievloeistof500 IE+ solvens 10 ml + toebehoren
Bevat tevens 3,77 mg natrium per ml.
Poeder voor injectievloeistof1000 IE+ solvens 20 ml + toebehoren
Bevat tevens ca. 3,77 mg natrium per ml.
AtenativOctapharma GmbH
Poeder voor injectievloeistof500 IE+ solvens 10 ml
Poeder voor injectievloeistof1000 IE+ solvens 20 ml
Bevat tevens (humaan) albumine. Bevat 6,3–10,5 mmol (144,9–241,5 mg) natrium per dosis (30–50 IE/kg).
  • Uitleg symbolen
    Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
    Over the counter, dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. Aan de vergoeding van bepaalde zelfzorgmedicatie zijn nadere voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
    Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de indicaties, de duur van de behandeling en het voorschrijven volgens een richtlijn/protocol.
    Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Antitrombine III dient te worden voorgeschreven in samenwerking met een coagulatiedeskundige of hematoloog.

Indicaties

Profylaxe en behandeling van trombo-embolische complicaties bij aangeboren of verworven antitrombine III-deficiëntie.

Dosering

De dosering en duur van de substitutietherapie is afhankelijk van de ernst van de ziekte, de oorzaak van de deficiëntie (aangeboren/verworven) en het klinisch beeld.

De antitrombine-activiteit dient minimaal 2× per dag te worden bepaald totdat de patiënt is gestabiliseerd, daarna 1× per dag direct voorafgaand aan de volgende toediening.

Indien antitrombine in combinatie met heparine gebruikt wordt, dient de mate van antistolling regelmatig te worden gecontroleerd, met kleine intervallen en vooral gedurende de eerste minuten/uren van het antitrombinegebruik. Hierna dient dagelijks een meting van het antitrombineniveau plaats te vinden om de individuele dosis aan te passen.

  • Profylaxe en behandeling van trombo-embolische complicaties bij antitrombine III-deficiëntie:

    Volwassenen:

    Antitrombine III: 1 IE/kg lichaamsgewicht verhoogt de antitrombineactiviteit met ca. 2%. Begindosis: i.v. benodigde eenheden = lichaamsgewicht (kg) × [gewenst niveau – huidige antitrombineactiviteit (%)] × 0,5. In de onderhoudsfase een antitrombineactiviteit van minimaal 80% handhaven. Max. infusiesnelheid 250 IE/min (5 ml/min).

    Atenativ: De toediening van 1 IE antitrombine III per kg lichaamsgewicht verhoogt de antitrombineactiviteit met ca. 1%. In het begin van de behandeling wordt naar een antitrombinespiegel van ten minste 100% gestreefd, daarna van ten minste 80%. De dosering instellen aan de hand van laboratoriumbepalingen van de antitrombine III-concentratie volgens de volgende formule: benodigde eenheden (IE) = lichaamsgewicht (kg) × [gewenste concentratie (%) – actuele antitrombineconcentratie (%)]. Infusiesnelheid in principe 50 IE/min (1 ml/min), max. 100 IE/min (2 ml/min).

Bijwerkingen

Overgevoeligheidsreacties of allergische reacties (waaronder brandend en stekend gevoel op injectieplaats, urticaria, rillingen, blozen, hoofdpijn, hypotensie, tachycardie, pijn/beklemd gevoel op de borst, angio-oedeem, dyspneu, rusteloosheid, lethargie, tintelingen, misselijkheid, braken) zijn zelden waargenomen, en kunnen in sommige gevallen verder ontwikkelen tot ernstige anafylaxie (waaronder shock).

Zelden (< 0,1%): koorts; door heparine teweeggebrachte trombocytopenie door vorming van antistoffen; vermindering van het aantal trombocyten.

Verder zijn gemeld: tremor, rugpijn, overmatig zweten, reacties op de injectieplaats.

Interacties

Antitrombine III en heparine versterken elkaars werking en combinatie verhoogt de kans op bloedingen; bij gecombineerd gebruik een lage dosering heparine gebruiken (< 500 IE/uur) en het effect op stollingsparameters en de antitrombine III-activiteit nauwlettend controleren.

Zwangerschap

Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren, onvoldoende gegevens. Bij toediening tijdens het 3e trimester van de zwangerschap lijkt het risico van foetale afwijkingen niet verhoogd.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overige: Eventuele overdracht van het parvovirus B19 kan zeer ernstige infectie geven van de foetus.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Weeg het risico van het gebruik van dit geneesmiddel in combinatie met het geven van borstvoeding af.

Contra-indicaties

Antitrombine III Concentraat: trombocytopenie veroorzaakt door heparine in de anamnese.

Waarschuwingen en voorzorgen

Patiënten vooraf informeren over de vroege tekenen van overgevoeligheidsreacties. Bij allergische of anafylactische reacties de toediening direct staken en passende maatregelen nemen. Het risico van overdracht van met bloed overdraagbare infectieuze agentia kan niet geheel worden uitgesloten. Inactivering van virussen en prionen tijdens het productieproces zijn beperkt effectief tegen niet-omhulde virussen (Parvovirus B19); daarom het plasma alleen op strikte indicatie toedienen bij immunodeficiëntie, toegenomen erytropoëse of zwangerschap.

Overdosering

Neem voor informatie over een vergiftiging met antitrombine III contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Bereid uit normaal humaan vers plasma. Antitrombine III is een belangrijke coagulatieremmer in het bloed. De remming is gebaseerd op de vorming van een covalente binding tussen antitrombine III en het actieve centrum van serine-proteasen. Trombine en geactiveerde factor X (fXa) worden het sterkst geremd, tevens worden de geactiveerde factoren IX, XI en XII geremd. Heparine werkt als een katalysator die de reactie versnelt. Bij volwassenen wisselt de antitrombine III-activiteit tussen 80 en 120%; bij neonaten vindt men ongeveer de helft van deze activiteit.

Kinetische gegevens

T 1/23 dagen, bij heparinegebruik 1½ dag, in situaties met groot verbruik enkele uren.
Eliminatiedoor het RES als remmer-coagulatie-enzymcomplex.
  • Uitleg afkortingen
    F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
    T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
    V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
    T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
    T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd