Samenstelling

ArganovaGoodlife Healthcare bv.
(monohydraat)
Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
100 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 2,5 ml
Bevat tevens sorbitol (300 mg/ml) en ethanol (400 mg/ml).
Toedieningsvorm
Sterkte
Verpakkingsvorm
ArganovaGoodlife Healthcare bv.
(monohydraat)
Concentraat voor infusievloeistof100 mg/mlflacon 2,5 ml
Bevat tevens sorbitol (300 mg/ml) en ethanol (400 mg/ml).
  • Uitleg symbolen
    Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
    Over the counter, dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. Aan de vergoeding van bepaalde zelfzorgmedicatie zijn nadere voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
    Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de indicaties, de duur van de behandeling en het voorschrijven volgens een richtlijn/protocol.
    Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Voor argatroban is geen advies vastgesteld over de plaats in de medicamenteuze behandeling.

Indicaties

Therapie bij stollingsstoornissen bij volwassenen met een bevestigde diagnose van door heparine geïnduceerde trombocytopenie (HIT) type II en bij wie parenterale antitrombotische therapie noodzakelijk is.

Dosering

Het concentraat dient eerst honderdvoudig te worden verdund tot een uiteindelijke concentratie van 1 mg/ml.

Voor het bewaken van de infusie worden de aPTT-bepalingen geadviseerd. Doel is een 'steady state' aPTT van 1,5–3× de initiële uitgangswaarde, maar niet hoger dan 100 seconden. De aPTT 2 uur na aanvang van de infusie bepalen en bij goede instelling minstens eenmaal per dag.

  • Stollingsstoornissen bij HIT type II:

    Volwassenen:

    Begindosering: 2 microg/kg/min. als continu infuus. Daarna de dosering eventueel aanpassen. Geadviseerde maximale dosering is 10 microg/kg/min en maximale behandelduur 14 dagen. De aPTT moet worden gecontroleerd 2 uur na start van argatroban en vervolgens ten minste 1× per dag; bij een aPTT < 1,5× de verlenging van de uitgangswaarde, de infusiesnelheid verhogen met 0,5 microg/kg lichaamsgewicht per minuut en na 2 uur opnieuw de aPTT bepalen; bij een aPTT > 3× de verlenging van de uitgangswaarde of meer dan 100 s, de toediening tijdelijk staken en hervatten met de helft van de eerdere infusiesnelheid en na 2 uur opnieuw de aPTT bepalen.

    Bij matig gestoorde leverfunctie (Child-Pughscore 7–9), na hartchirurgie en patiënten in kritieke toestand is de begindosering 0,5 microg/kg/min. De aPTT moet worden gecontroleerd 4 uur na start van argatroban en vervolgens ten minste 1× per dag; bij een aPTT < 1,5× de verlenging van de uitgangswaarde, de infusiesnelheid verhogen met 0,1 microg/kg lichaamsgewicht per minuut en na 4 uur opnieuw de aPTT bepalen; bij een aPTT > 3× de verlenging van de uitgangswaarde of meer dan 100 s, de toediening tijdelijk staken en hervatten met de helft van de eerdere infusiesnelheid en na 4 uur opnieuw de aPTT bepalen. Bij patiënten met HIT type II die een percutane coronaire interventie ondergaan is een aangepaste dosering aangewezen.

    Bij hemodialyse: initiële bolus 250 microg/kg, gevolgd door continue infusie van 2 microg/kg/min, de infusie wordt 1 uur voor het einde van de procedure beëindigd. Als de patiënt al argatroban gebruikt, is geen bolusdosis noodzakelijk.

    Kinderen (op basis van relatief weinig gegevens uit klinisch onderzoek):

    Bij ernstig zieke patiënten met normale leverfunctie: begindosering: 0,75 microg/kg/min. Bij ernstig zieke patiënten met gestoorde leverfunctie: begindosering: 0,2 microg/kg/min.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): kleine bloedingen (ca. 39%).

Vaak (1-10%): grote bloedingen. Diepveneuze trombose. Purpura. Anemie. Misselijkheid.

Soms (0,1-1%): reactie op de toedieningsplaats. Vermoeidheid, koorts, (spier–)pijn, spierzwakte, (urineweg-)infecties. Duizeligheid, hoofdpijn, hypotonie, syncope, perifeer oedeem. Maag-darmstoornissen, maag-darmbloeding, tongaandoeningen. Anorexie, hypoglykemie, hyponatriëmie. Coagulopathie, trombocytopenie, leukopenie. Trombose, tromboflebitis, perifere ischemie, cerebrovasculair accident. Longembolie, longbloeding, pleura-effusie, dyspneu, hik. Hematurie, gestoorde nierfunctie en leverfunctie. Overgevoeligheidsreacties zoals urticaria, dermatitis bullosa; toegenomen transpiratie, alopecia. Bloeddrukveranderingen, pericardeffusie, hartritmestoornissen, myocardinfarct. Gezichtsstoornissen, doofheid, spraakstoornis, verwardheid. Verhoogde waarden van ALAT en ASAT, alkalische fosfatase en lactaatdehydrogenase. Verlaagde protrombinecomplexspiegel en stollingsfactor. Verlengde stollingstijd.

Verder is gemeld: hersenbloeding.

Interacties

Er is meer kans op bloedingen bij de combinatie met trombocytenaggregatieremmers, trombolytica en andere anticoagulantia.

In verband met de aanwezigheid van ethanol in de infusievloeistof kan een interactie met disulfiram en metronidazol niet worden uitgesloten.

Zwangerschap

Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren, onvoldoende gegevens.
Farmacologisch effect: Theoretisch gezien is er een risico omdat er meer kans is op een bloeding. Verder ontvangt de moeder bij de maximale dagelijkse aanbevolen dosering circa 4 g ethanol per dag (lichaamsgewicht 70 kg).
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Ja, bij dieren.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • ernstige leverfunctiestoornis;
  • bloedingen die niet onder controle zijn.

Waarschuwingen en voorzorgen

De behandeling dient te beginnen onder toezicht van een arts met ervaring in de behandeling van stollingsstoornissen. Vóór toediening van argatroban moet het gebruik van eventuele parenterale anticoagulantia worden gestaakt. Na staken van heparine pas na 1–2 uur starten met argatroban afhankelijk van de geactiveerde partiële tromboplastine tijd (aPTT).

Het infuus met argatroban tijdelijk staken indien tijdens de infusie de aPTT hoger is dan driemaal de uitgangswaarde of 100 seconden.

Voorzichtigheid is geboden bij meer kans op bloedingen door bijvoorbeeld ernstige hypertensie, diabetische retinopathie, direct na een lumbale punctie, spinale anesthesie, een grote operatie (met name van de hersenen, het ruggenmerg of de ogen), sommige hematologische aandoeningen en maag-darmlaesies. Tevens is voorzichtigheid geboden bij lichte tot matige leverfunctiestoornissen; er moet voorzichtig worden getitreerd en na staken van het infuus met argatroban kan een volledige omkering van het antistollingseffect langer dan vier uur duren.

Het gebruik van een vitamine K-antagonist (VKA) moet worden uitgesteld totdat de trombocytopenie grotendeels is verdwenen om met VKA's samenhangende microvasculaire trombose en veneuze gangreen van de ledematen te voorkómen; de beoogde onderhoudsdosering zonder oplaaddosis starten. De gelijktijdige behandeling van argatroban in een dosering van max. 2 microg/kg/min en de VKA vervolgens minstens vijf dagen aanhouden onder dagelijkse bepaling van de INR. Als de doelwaarde voor de INR minimaal 2 dagen binnen het therapeutisch bereik voor gelijktijdige behandeling ligt, kan argatroban gestaakt worden.

Er zijn relatief weinig gegevens omtrent werkzaamheid en veiligheid bij patiënten < 18 jaar.

Overdosering

Symptomen
Bij acute toxiciteit is bij dieren waargenomen: verlies van de oprichtreflex, tremor, klonische convulsie, verlamming van de achterste ledematen en coma.

Therapie
Een te sterke antistolling met of zonder bloeding kan door staken van de toediening of door verlagen van de infusiesnelheid worden gereguleerd. Na staken van het infuus keren de antistollingsparameters gewoonlijk binnen 2–4 uur terug naar de uitgangssituatie. Bij een gestoorde leverfunctie kan dit langer duren. Neem voor meer informatie over een vergiftiging met argatroban contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Synthetisch L-argininederivaat, een directe trombineremmer, dat zich selectief en reversibel bindt aan vrij en stolselgebonden trombine. Remt onafhankelijk van antitrombine III de fibrinevorming, de bloedplaatjesaggregatie, de activering van de stollingsfactoren V, VIII en XIII en de activering van proteïne C. Werking: binnen 1–3 uur.

Kinetische gegevens

T max1–3 uur (tevens 'steady state').
V dca. 0,39 l/kg.
Metaboliseringin de lever deels door CYP3A4/5 tot nagenoeg onwerkzame metabolieten.
Eliminatievoornamelijk met de feces (ca. 66%), vermoedelijk door galsecretie; ca. 20% met de urine.
T 1/2elca. 52 minuten, bij leverfunctiestoornissen (Child-Pughscore 7–11) langer.
  • Uitleg afkortingen
    F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
    T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
    V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
    T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
    T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd