Samenstelling

Ultracain D-SSanofi-Aventis
Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
 
Verpakkingsvorm
cilinderampul 1,7 ml
De injectievloeistof bevat per ml: articaïne(hydrochloride) 40 mg, adrenaline (als hydrochloride) 5 microg (1:200.000). Conserveermiddel: natriummetabisulfiet, max. 0,5 mg/ml (komt overeen met max. 0,34 mg/ml sulfiet).
Toedieningsvorm
Injectievloeistof 'Forte'
Sterkte
 
Verpakkingsvorm
cilinderampul 1,7 ml
De injectievloeistof bevat per ml: articaïne(hydrochloride) 40 mg, adrenaline (als hydrochloride) 10 microg (1:100.000). Conserveermiddel: natriummetabisulfiet, max. 0,5 mg/ml (komt overeen met max. 0,34 mg/ml sulfiet).
SeptanestSeptodont nv-S.A.
Toedieningsvorm
Injectievloeistof 'N'
Sterkte
 
Verpakkingsvorm
patroon 1,8 ml
De injectievloeistof bevat per ml: articaïne(hydrochloride) 40 mg, adrenaline (als tartraat) 5 microg. Conserveermiddel: natriummetabisulfiet.
Toedieningsvorm
Injectievloeistof 'SP'
Sterkte
 
Verpakkingsvorm
patroon 1,8 ml
De injectievloeistof bevat per ml: articaïne(hydrochloride) 40 mg, adrenaline (als tartraat) 10 microg. Conserveermiddel: natriummetabisulfiet.
Toedieningsvorm
Sterkte
Verpakkingsvorm
Ultracain D-SSanofi-Aventis
Injectievloeistof cilinderampul 1,7 ml
De injectievloeistof bevat per ml: articaïne(hydrochloride) 40 mg, adrenaline (als hydrochloride) 5 microg (1:200.000). Conserveermiddel: natriummetabisulfiet, max. 0,5 mg/ml (komt overeen met max. 0,34 mg/ml sulfiet).
Injectievloeistof 'Forte' cilinderampul 1,7 ml
De injectievloeistof bevat per ml: articaïne(hydrochloride) 40 mg, adrenaline (als hydrochloride) 10 microg (1:100.000). Conserveermiddel: natriummetabisulfiet, max. 0,5 mg/ml (komt overeen met max. 0,34 mg/ml sulfiet).
SeptanestSeptodont nv-S.A.
Injectievloeistof 'N' patroon 1,8 ml
De injectievloeistof bevat per ml: articaïne(hydrochloride) 40 mg, adrenaline (als tartraat) 5 microg. Conserveermiddel: natriummetabisulfiet.
Injectievloeistof 'SP' patroon 1,8 ml
De injectievloeistof bevat per ml: articaïne(hydrochloride) 40 mg, adrenaline (als tartraat) 10 microg. Conserveermiddel: natriummetabisulfiet.
  • Uitleg symbolen
    Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
    Over the counter, dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. Aan de vergoeding van bepaalde zelfzorgmedicatie zijn nadere voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
    Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de indicaties, de duur van de behandeling en het voorschrijven volgens een richtlijn/protocol.
    Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

De kosten van articaïne/adrenaline-injecties zijn in het honorarium van de tandarts verdisconteerd.

Indicaties

Intra-orale infiltratie- en geleidingsanesthesie in de tandheelkunde voor volwassenen en kinderen vanaf 4 jaar.

Dosering

Afhankelijk van de tandheelkundige ingreep.

  • Infiltratie- en geleidingsanesthesie:

    Volwassenen:

    In de tandheelkunde bij routine-ingrepen in het algemeen 0,5–1,8 ml (20–72 mg) per element. Bij onvoldoende verdoving een tweede injectie van 1–1,8 ml. Bij incisie of hechting in gehemelte een palatinaal depot à 0,1 ml/injectie. Max. dosis: articaïne 7 mg/kg lichaamsgewicht (= bij volwassenen van 70 kg 12,25 ml).

    Kinderen ≥ 4 jaar:

    Ultracain D-S: Lichaamsgewicht 20–30 kg: 0,25–1 ml (10–40 mg). Lichaamsgewicht 30–45 kg: 0,5–2 ml (20–80 mg). Indien meer dan één tand betrokken is bij de ingreep, wordt 2,7 ml (108 mg) aanbevolen.

    Septanest: Lichaamsgewicht 20 kg: 1,2–1,4 ml (48–56 mg). Lichaamsgewicht 40 kg: 2,4–2,8 ml (96–112 mg)

    Max. dosis Ultracain D-S en Septanest: articaïne 7 mg/kg lichaamsgewicht (= bij kind van 20 kg: 3,5 ml; bij kind van 40 kg: 7 ml.

Voor het inspuiten de oplossing op lichaamstemperatuur brengen, daar het injecteren van de koude oplossing pijnlijk is. De Forte injectie en de 'SP' zijn in de eerste plaats geïndiceerd bij ingrepen waar een max. lokale ischemie nodig is of bij langer durende en pijnlijker ingrepen. De cilinderampullen bij voorkeur gebruiken in de daarvoor bestemde injectiespuit (Uniject-K of Ultraject).

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): angio-oedeem (van het gelaat, tong, lippen, keel), zenuwachtigheid, angst, (pre)syncope, paresthesie van orale en periorale structuren, hypo-esthesie (oraal en perioraal), dysesthesie (oraal en perioraal) incl. verstoorde smaak, smaakverlies, allodynie, hyperesthesie; neuropathie, rusteloosheid, agitatie, verwarring, duizeligheid, tremor, hoofdpijn, bradycardie, brady–aritmie, tachycardie, hypotensie, gingivitis.

Soms (0,1–1%): hypertensie, stomatitis, glossitis, misselijkheid, braken, diarree, jeuk, uitslag, nekpijn, pijn of brandend gevoel op injectieplaats

Zelden (0,01-0,1%): anafylactische reacties, bronchoconstrictie of astma, urticaria, bewustzijnsverlies, coma, convulsie. Beschadiging van de gezichtszenuw bij verkeerde injectietechniek. Spraakstoornis, slaperigheid, metaalsmaak, diplopie, mydriasis, Horner-syndroom, ptosis, miosis, nystagmus, tinnitus, hyperacusis, hartstilstand, angina pectoris, hartkloppingen, opvliegers, geeuwen, gingivale ulceratie/necrose, spiertrekkingen, ulceratie/necrose van de injectieplaats, acuut opzetten van schildklier, warmtegevoel.

Zeer zelden (< 0,01%): aanhoudende anesthesie (oraal en perioraal).

Verder : euforie, gezichtsvermindering (tijdelijke blindheid, wazig zien, aanpassingsstoornissen). Geleidingsstoornissen (AV blok), hyperemie, vasodilatatie, vasoconstrictie, bleekheid. Ademhalingsstoornissen tot ademhalingsstilstand, heesheid, slikstoornis, zwelling (van tong, lippen, tandvlees of gezicht), speekselvloed, erytheem, verergering van neuromusculaire manifestaties in het Kearns-Sayre-syndroom, vermoeidheid, zwakte, hyperhidrosis, koudegevoel.

Sulfiet kan, vooral bij astma, leiden tot overgevoeligheidsreacties zoals nausea, diarree, bronchospasmen, astma, bewustzijnsstoornissen of shock.

Interacties

Het bloeddrukverhogend effect van sympathicomimetica (zoals adrenaline) kan worden versterkt door tricyclische antidepressiva of MAO-remmers, digoxine, β-blokkers en anesthetica zoals halothaan. Niet cardioselectieve β-blokkers (propranolol) zijn gecontra-indiceerd. Sommige inhalatie anesthetica als halothaan kunnen de cardiale gevoeligheid voor adrenaline verhogen en ventriculaire aritmieën uitlokken.

Toediening van lokaal anesthetica met vasoconstrictoren leidt tot langere werkingsduur met lagere bloedspiegels van het anestheticum.

Toediening van heparine, prostaglandinesynthetaseremmers en plasmavervangers (m.n. dextranen) kan neiging tot bloeden na injectie van een lokaal anestheticum vergroten. Onder antistolling is controle van stollingsstatus noodzakelijk, met name bij epidurale of subarachnoïdale anesthesie vanwege het risico van het aanprikken van een vat.

Zwangerschap

Evenals andere lokale anesthetica passeert articaïne de placenta.
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren, geen aanwijzingen voor schadelijkheid voor articaïne, wel voor adrenaline.
Farmacologisch effect: Bij overdosering kan als gevolg van de adrenaline foetale depressie niet worden uitgesloten.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Kan volgens voorschrift worden gebruikt. De eerste 48 uur na anesthesie voor de zekerheid geen borstvoeding geven.

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor lokaal anesthetica van het amidetype;
  • cholinesterase deficiëntie, ontsteking in injectiegebied;
  • intraveneuze toepassing.

In verband met adrenaline:

  • paroxismale tachycardie, hoog frequente aritmie;
  • overgevoeligheid voor sulfiet, vooral bij astma;
  • ongecontroleerde cardiovasculaire aandoeningen, recent (3–6 mnd.) myocardinfarct, recente (3 mnd.) bypass, hypertensie, diabetes mellitus en hyperthyreoïdie;
  • feochromocytoom;
  • anesthesie van extremiteiten (als vingers);
  • nauwe-kamerhoekglaucoom.

Waarschuwingen en voorzorgen

Articaïne mag niet i.v. worden toegediend. Overdosering of i.v. injectie kunnen toxische verschijnselen veroorzaken. Deze kunnen het best worden voorkomen door: a. altijd de laagst mogelijke concentratie te gebruiken; b. te aspireren alvorens te injecteren, zodat niet per ongeluk een i.v. injectie kan worden gegeven.

Voorzichtig bij bradycardie, geleidingsstoornissen (eerste en tweede graad AV-blok), ernstige hypotensie, epilepsie, ernstig gestoorde lever- en nierfunctie. Injectie in ontstoken weefsel wordt afgeraden.

Men dient rekening te houden met kruisovergevoeligheid met andere lokaal anesthetica van het amidetype.

Dit middel kan door pupilverwijding de oogdruk verhogen en een aanval van acuut glaucoom veroorzaken.

Geen vast voedsel innemen totdat het gevoel in de mond terug is.

Septanest en Ultracain niet gebruiken bij kinderen < 4 jaar.

Overdosering

Neem voor informatie over een vergiftiging met articaïne/adrenaline contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Lokaal anestheticum van het amidetype. Werking: na 1–3 minuten. Werkingsduur: D-S minimaal 45 min, D-S Forte minimaal 75 min, Septanest 'N' 15–30 min, Septanest 'SP' 30–45 min

Kinetische gegevens

T max10–17 min.
Eiwitbinding95%.
Metaboliseringin de lever, volledig.
Eliminatievnl. met de urine.
T 1/2elca. 25 min.
  • Uitleg afkortingen
    F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
    T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
    V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
    T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
    T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd