Samenstelling

CaystonGilead Sciences bv
(als lysine)
Toedieningsvorm
Poeder voor vernevelvloeistof
Sterkte
75 mg
Verpakkingsvorm
met oplosmiddel 1 ml en Altera-vernevelaar
Toedieningsvorm
Sterkte
Verpakkingsvorm
CaystonGilead Sciences bv
(als lysine)
Poeder voor vernevelvloeistof75 mgmet oplosmiddel 1 ml en Altera-vernevelaar
  • Uitleg symbolen
    Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
    Over the counter, dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. Aan de vergoeding van bepaalde zelfzorgmedicatie zijn nadere voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
    Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de indicaties, de duur van de behandeling en het voorschrijven volgens een richtlijn/protocol.
    Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

In de behandeling van patiënten met cystische fibrose en chronische infectie met Pseudomonas aeruginosa is de standaardbehandeling tobramycine of colistine per inhalatie, aangevuld met azitromycine per os. Aztreonam per inhalatie heeft een gelijke therapeutische waarde als tobramycine of colistine, maar de ervaring met het middel is beperkter.

Indicaties

Suppressieve behandeling van chronische longinfecties veroorzaakt door P. aeruginosa bij patiënten van 6 jaar en ouder met cystische fibrose (CF).

Dosering

Vóór elke dosis aztreonam eerst een bronchodilatator gebruiken (kortwerkende bronchodilatatoren 15 minuten tot 4 uur en langwerkende tussen 30 minuten en 12 uur voorafgaand aan aztreonam). Voor patiënten die diverse respiratoire behandelingen ontvangen is de aanbevolen volgorde: bronchodilatator, mucolytica en ten slotte aztreonam.

  • Volwassenen en kinderen ≥ 6 jaar:

    Richtlijn: inhalatie 75 mg 3×/24 uur gedurende 28 dagen. Tussen de afzonderlijke doses een periode van ten minste 4 uur in acht nemen. Indien meerdere kuren noodzakelijk geacht worden, tussen twee kuren een periode van ten minste 28 dagen aanhouden.

Aztreonam alleen gebruiken met de Altera-vernevelaar en de -aerosolproductie–eenheid, aangesloten op een eBase-Controller of een eFlow-rapid-besturingseenheid.

Aztreonam onmiddellijk na reconstitutie met het meegeleverde oplosmiddel toedienen.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): hoesten, piepend ademhalen, dyspneu, faryngolaryngeale pijn, neusverstopping. Koorts (vaker bij kinderen van 6–12 jaar).

Vaak (1-10%): bronchospasme, hemoptoë, verminderde longfunctiewaarden (echter geen aanhoudende daling van FEV1). Klachten op de borst. Rinorroe. Huiduitslag. Artralgie.

Soms (0,1–1%): gezwollen gewrichten.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onbekend. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid. De systemische concentratie van aztreonam na inhalatie is laag.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: In zeer geringe mate. Na inhalatie bedraagt de systemische concentratie van aztreonam ca. 1% ten opzichte van een injectie. Na toediening van een injectie worden zeer lage concentraties teruggevonden in de moedermelk. De orale resorptie van aztreonam bij de zuigeling is bovendien gering.
Advies: Kan overeenkomstig het voorschrift worden gebruikt.

Waarschuwingen en voorzorgen

Alhoewel aztreonam slechts zwak immunogeen is, moeten patiënten met een voorgeschiedenis van allergie voor β–lactam antibiotica nauwkeurig worden gevolgd. Het optreden van huiduitslag of bronchospasme kan een aanwijzing zijn voor een allergische reactie. Bronchospasme is vaak ook een complicatie van aerosolbehandelingen; vóór toediening van aztreonam eerst behandelen met een bronchodilatator. Toediening van de verneveloplossing kan door opwekking van het hoestreflex hemoptoë verergeren; bij actieve hemoptoë daarom alleen op strikte indicatie toepassen. Tijdens de behandeling met aztreonam kan afname van de gevoeligheid van P. aeruginosa optreden. Na meerdere kuren kan na verloop van tijd een verhoogde prevalentie van Staphylococcus aureus (zowel MRSA als MSSA), Aspergillus–en Candida–species optreden. De werkzaamheid en veiligheid is niet vastgesteld bij een voorspelde FEV1–waarde van > 75%, een verminderde nierfunctie, een verminderde leverfunctie en een leeftijd van < 6 jaar of ≥ 65 jaar.

Eigenschappen

Een β–lactam antibioticum (een monobactam) met bactericide activiteit tegen Gram-negatieve aerobe pathogenen, waaronder P. aeruginosa. Bindt zich aan penicilline bindende eiwitten in de celwand van bacteriën, waardoor de synthese van peptidoglycaan wordt geremd. Dit resulteert in celdood.

Kinetische gegevens

Resorptiein geringe mate (vanuit het longweefsel en vanuit het maag-darmkanaal).
OverigF = ca. 1%.
T maxca. 10 min (sputum), 1 uur (plasma).
OverigNa inhalatie van 75 mg (gedurende een kuur van 28 dagen) bedraagt de gemiddelde pieksputumconcentratie ca. 715 microg/g (10 min) en de gemiddelde piekplasmaconcentratie ca. 0,60 microg/ml (1 uur).
Eliminatie100% met de urine (glomerulaire filtratie, actieve tubulaire secretie), waarvan ca. 10% ongewijzigd.
T 1/2elca. 2 uur.
  • Uitleg afkortingen
    F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
    T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
    V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
    T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
    T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd