Samenstelling

AvastinRoche Nederland bv
Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
25 mg/ml
Verpakkingsvorm
4 ml, 16 ml
Toedieningsvorm
Sterkte
Verpakkingsvorm
AvastinRoche Nederland bv
Concentraat voor infusievloeistof25 mg/ml4 ml, 16 ml
  • Uitleg symbolen
    Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
    Over the counter, dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. Aan de vergoeding van bepaalde zelfzorgmedicatie zijn nadere voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
    Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de indicaties, de duur van de behandeling en het voorschrijven volgens een richtlijn/protocol.
    Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bevacizumab kan aan de eerstelijnsbehandeling van gemetastaseerd colon- of rectumcarcinoom met capecitabine (monotherapie) of met capecitabine en oxaliplatine (CAPOX) worden toegevoegd. In plaats van oxaliplatine kan ook irinotecan worden gebruikt.

Bij patiënten met gemetastaseerde, HER2-negatieve borstkanker die niet met een antracycline kunnen worden behandeld komt bevacizumab in combinatie met paclitaxel in aanmerking voor gebruik als eerstelijnsbehandeling.

Bevacizumab in combinatie met carboplatine/paclitaxel kan worden gebruikt bij de eerstelijnsbehandeling van vergevorderde (stadium IIIB/IV), niet als plaveiselcelcarcinoom te karakteriseren niet-kleincellige longkanker.

Patiënten met een niet eerder behandeld, gevorderd of gemetastaseerd heldercellig niercelcarcinoom en een gunstige of intermediaire prognose kunnen worden behandeld met bevacizumab in combinatie met interferon α-2a óf met alléén sunitinib.

[Bij de behandeling van natte leeftijdsgebonden maculadegeneratie hebben ranibizumab en bevacizumab een therapeutische meerwaarde ten opzichte van fotodynamische therapie met verteporfine en toediening van pegaptanib. Op basis van indirecte vergelijking zijn ranibizumab en bevacizumab gelijkwaardig.]

Voor bevacizumab is voor de overige indicaties geen advies vastgesteld over de plaats in de medicamenteuze behandeling.

Indicaties

  • Gemetastaseerd coloncarcinoom of rectumcarcinoom in combinatie met chemotherapie die een fluoropyrimidine bevat.
  • Eerstelijnsbehandeling van gemetastaseerd mammacarcinoom in combinatie met paclitaxel of capecitabine; de combinatie met capecitabine alleen geven als andere chemotherapie, waaronder taxanen en antracyclinen, niet geschikt is én als in de voorafgaande 12 maanden niet behandeld is met taxanen en antracyclinen.
  • Eerstelijnsbehandeling van niet-reseceerbaar, gevorderd, gemetastaseerd of gerecidiveerd niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) van het niet-plaveiselcel type
    • in combinatie met chemotherapie die platina bevat;
    • bij epidermale groeifactorreceptor(EGFR)-activerende mutaties; in combinatie met erlotinib.
  • Eerstelijnsbehandeling van gevorderd en/of gemetastaseerd niercelcarcinoom in combinatie met interferon α-2a.
  • Bij epitheliaal ovariumcarcinoom, tubacarcinoom of primair peritoneaal carcinoom:
    • als eerstelijnsbehandeling bij gevorderde ziekte; in combinatie met carboplatine en paclitaxel;
    • bij een eerste recidief van platina-gevoelige ziekte in combinatie met carboplatine en gemcitabine bij patiënten die niet eerder zijn behandeld met VEGF-remmende of VEGF-receptor bindende middelen (incl. bevacizumab).
    • bij platina-resistente en recidiverende ziekte in combinatie met paclitaxel, topotecan of gepegyleerd liposomaal doxorubicine, bij patiënten die eerder maximaal twee chemotherapiekuren hebben ontvangen én die niet eerder zijn behandeld met VEGF-remmende of VEGF-receptorbindende middelen (incl. bevacizumab).
  • Behandeling van aanhoudend, recidiverend of gemetastaseerd cervixcarcinoom in combinatie met paclitaxel en cisplatine, óf als alternatief daarvoor: paclitaxel en topotecan, bij patiënten die geen platinabevattende behandeling kunnen ontvangen.
  • [Behandeling van neovasculaire (natte) leeftijdsgebonden maculadegeneratie. Hiervoor is in ziekenhuizen een aparte toedieningsvorm beschikbaar, een wegwerpspuit van 1,25 mg bevacizumab/0,05 ml].

Dosering

Dosisvermindering vanwege bijwerkingen wordt niet aanbevolen; staak zo nodig (al dan niet tijdelijk) de behandeling.

  • Gemetastaseerd colon- of rectumcarcinoom:

    Volwassenen:

    5 mg/kg of 10 mg/kg lichaamsgewicht 1× per 2 weken óf 7,5 mg/kg of 15 mg/kg lichaamsgewicht 1× per 3 weken; in combinatie met chemotherapie die een fluoropyrimidine bevat. De behandeling voortzetten tot aan ziekteprogressie of toxiciteit.

  • Gemetastaseerd mammacarcinoom:

    Volwassenen:

    10 mg/kg lichaamsgewicht 1× per 2 weken óf 15 mg/kg lichaamsgewicht 1× per 3 weken; in combinatie met paclitaxel of capecitabine. De behandeling voortzetten tot aan ziekteprogressie of toxiciteit.

  • Niet-kleincellig longcarcinoom:

    Volwassenen:

    7,5 óf 15 mg/kg lichaamsgewicht 1× per 3 weken; gedurende 6 behandelkuren in combinatie met chemotherapie die platina bevat. Daarna doorbehandelen met bevacizumab als monotherapie, dit voortzetten tot aan ziekteprogressie of toxiciteit.

    Bij (aangetoonde) EGFR-activerende mutaties, in combinatie met erlotinib: 15 mg/kg lichaamsgewicht 1× per 3 weken. Deze behandeling voortzetten tot aan ziekteprogressie of toxiciteit.

  • Gevorderd en/of gemetastaseerd niercelcarcinoom:

    Volwassenen:

    10 mg/kg lichaamsgewicht 1× per 2 weken. De behandeling voortzetten tot aan ziekteprogressie of toxiciteit.

  • Eerstelijnsbehandeling van gevorderd epitheliaal ovarium-, tuba-, of primair peritoneaal carcinoom:

    Volwassenen:

    15 mg/kg lichaamsgewicht 1× per 3 weken; in combinatie met carboplatine en paclitaxel gedurende 6 behandelkuren. Daarna de behandeling als bevacizumab monotherapie voortzetten tot maximaal 15 maanden of tot aan ziekteprogressie of toxiciteit.

  • Behandeling van recidief van gevorderd epitheliaal ovarium-, tuba-, of primair peritoneaal carcinoom:

    Volwassenen:

    15 mg/kg lichaamsgewicht 1× per 3 weken; in combinatie met carboplatine en gemcitabine gedurende 6 tot 10 behandelkuren. Daarna de behandeling als bevacizumab monotherapie voortzetten tot aan ziekteprogressie of toxiciteit.

  • Platina-resistent recidiverend epitheliaal ovarium-, tubu-, of primair peritoneaal carcinoom:

    Volwassenen:

    10 mg/kg lichaamsgewicht 1× per 2 weken; wanneer gecombineerd met topotecan dan is de dosering 15 mg/kg lichaamsgewicht 1× per 3 weken. De behandeling voortzetten tot aan ziekteprogressie of onacceptabele toxiciteit.

  • Aanhoudend, recidiverend of gemetastaseerd cervixcarcinoom:

    Volwassenen:

    15 mg/kg lichaamsgewicht 1× per 3 weken. De behandeling voortzetten tot aan ziekteprogressie of onacceptabele toxiciteit.

  • [Neovasculaire (natte) leeftijdsgebonden maculadegeneratie]:

    Hiervoor is in ziekenhuizen een aparte toedieningsvorm beschikbaar, een wegwerpspuit van 1,25 mg bevacizumab/0,05 ml. Intravitreaal 0,05 ml (= 1,25 mg) injecteren. Na 6 weken het effect beoordelen. Voorlopig alleen herbehandelen bij terugval van de gezichtsscherpte door opnieuw ophopen van sub- of intraretinaal vocht. De gezichtsscherpte verbetert of stabiliseert na een injectie gedurende meer dan 6 weken.

Het concentraat verdunnen (géén glucose-oplossingen) tot een uiteindelijke concentratie van 1,4–16,5 mg/ml. Toedienen als intraveneuze infusie, de aanvangsdosis in 90 min volgend op chemotherapie; als deze goed wordt verdragen, de tweede infusie eventueel in 60 min toedienen; als deze ook goed wordt verdragen, de daarop volgende infusies eventueel in 30 min toedienen.

Zie voor informatie over geneesmiddelen waarmee bevacizumab gecombineerd wordt, de afzonderlijke preparaatteksten van capecitabine, carboplatine, cisplatine, doxorubicine in gepegyleerde liposomen, erlotinib, 5-fluoro-uracil (systemisch), gemcitabine, interferon alfa-2a, irinotecan, oxaliplatine, paclitaxel of topotecan.

Bijwerkingen

De genoemde frequentie waarmee bijwerkingen optreden, kan verschillen per indicatie. Verder zijn nog bijwerkingen mogelijk van de oncolytica waarmee bevacizumab kan worden gecombineerd. Zie hiervoor de afzonderlijke preparaatteksten van capecitabine, carboplatine, cisplatine, doxorubicine in gepegyleerde liposomen, erlotinib, 5-fluoro-uracil (systemisch), gemcitabine, interferon alfa-2a, irinotecan, oxaliplatine, paclitaxel of topotecan.

Zeer vaak (> 10%): hypertensie (> 40%), veneuze trombo-embolie. Dyspneu, rinitis. Smaakstoornis, spraakstoornis (waaronder dysartrie, dysfonie), hoofdpijn, perifere sensorische neuropathie. Oogaandoening, toegenomen tranenvloed. Anorexie, stomatitis, misselijkheid, braken, diarree, obstipatie, buikpijn. Asthenie, vermoeidheid. Gewrichtspijn. Ovariumfalen. Exfoliatieve dermatitis, droge huid, huidverkleuring, verstoorde wondgenezing. Proteïnurie (soms door microangiopathische hemolytische anemie). Koorts, slijmvliesontsteking. Gewichtsverlies. Leukopenie, trombocytopenie, (febriele) neutropenie.

Vaak (1-10%): supraventriculaire tachycardie, congestief hartfalen. Hypoxie. . Arteriële trombo-embolie, cerebrovasculair accident, diepveneuze trombose, pulmonale embolie. Bloedingen (waaronder tumorgeassocieerde bloedingen zoals melena, rectale bloeding, bloedneus of longbloeding). Sepsis, abces, cellulitis, urineweginfectie. Maag-darmperforatie, darmobstructie, ileus, buikpijn, andere gastro-intestinale stoornis. Fistels (ook buiten het maag-darmkanaal en soms leidend tot een fatale afloop). Syncope, slaperigheid, lethargie. Hand-voetsyndroom. Overgevoeligheid, infusiereactie. Spierzwakte, spierpijn, rugpijn, pijn in het bekken. Dehydratie. Anemie, lymfocytopenie.

Zelden (0,01-0,1%): necrotiserende fasciitis. Reversibel posterieur leuko-encefalopathie syndroom (RPLS).

Zeer zelden (< 0,01%): hypertensieve encefalopathie.

Verder zijn gemeld: pulmonale hypertensie. Ernstige complicaties bij wondgenezing (waaronder anastomotische complicaties). Nasale septum perforatie. Osteonecrose van de kaak, niet-mandibulaire osteonecrose. Maagulcus. Galblaasperforatie. Renale trombotische microangiopathie.

Bij een leeftijd > 65 jaar zijn trombo-embolische complicaties, hypertensie, proteïnurie, leukopenie, neutropenie, trombocytopenie, misselijkheid, diarree, hoofdpijn, perifere sensorische neuropathie, vermoeidheid en alopecia vaker gemeld.

[Na intravitreale toediening van bevacizumab zijn o.a. gemeld: permanente blindheid, steriele of infectieuze endoftalmitis, uveïtis, vitritis, netvliesloslating, verhoogde intraoculaire druk, intraoculaire of conjunctivale bloeding en toegenomen tranenvloed. Mogelijke systemische bijwerkingen van een intravitreale injectie van VEGF–remmers zijn bloedingen (buiten het oog) en trombo-embolische complicaties.]

Interacties

Bij combinatie van bevacizumab en sunitinib bij gemetastaseerd niercelcarcinoom kan microangiopathische hemolytische anemie optreden.

Bij gemetastaseerd colon- of rectumcarcinoom niet gelijktijdig gebruiken met anti-EGFR monoklonale antilichamen (zoals panitumumab en cetuximab), vanwege toenemende toxiciteit en verminderde progressie-vrije en/of totale overlevingsduur.

Bij combinatie met platinum- of taxaanbevattende therapie is er meer kans op ernstige neutropenie (evt. met koorts), of een infectie (met of zonder ernstige neutropenie), waarbij soms fatale afloop is beschreven. Dit is voornamelijk gezien bij patiënten die deze therapieën kregen voor NSCLC en gemetastaseerde borstkanker.

Wees voorzichtig bij voorafgaand of gelijktijdig gebruik van intraveneus toegediende bisfosfonaten, vanwege toename van de kans op osteonecrose van de kaak.

De werkzaamheid en veiligheid in combinatie met radiotherapie is niet vastgesteld.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij mensen, onvoldoende gegevens. Bij gebruik van bevacizumab (monotherapie of in combinatietherapie) zijn foetale afwijkingen gemeld. Bij dieren bij hogere doses schadelijk gebleken (skeletafwijkingen, foetale resorptie).
Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.
Overige: Een vruchtbare vrouw dient effectieve anticonceptie te gebruiken tijdens en gedurende ten minste zes maanden na de therapie. Raad een vrouw voorafgaand aan de behandeling aan om advies in te winnen over cryopreservatie van eicellen, omdat bevacizumab tot verminderde vruchtbaarheid (meestal reversibel) kan leiden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Het is echter bekend dat IgG antilichamen worden uitgescheiden in de moedermelk. Een nadelig effect op de zuigeling kan dus niet worden uitgesloten.
Advies: Het geven van borstvoeding ontraden tijdens én gedurende ten minste zes maanden ná de therapie.

Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor muriene eiwitten.

Zie voor meer contra-indicaties de rubriek Zwangerschap.

Waarschuwingen en voorzorgen

Wegens de negatieve invloed op de wondgenezing (incl. anastomotische complicaties), de behandeling niet beginnen binnen een maand na een operatie of totdat de wond genezen is.

Overweeg een gebitsonderzoek en eventueel preventieve tandheelkunde vóór aanvang van de behandeling in verband met osteonecrose van de kaak en vermijd tijdens de behandeling invasieve tandheelkundige ingrepen.

Vóór aanvang en regelmatig tijdens de behandeling controleren op proteïnurie. Tijdens de behandeling deze definitief staken bij optreden van een graad 4-proteïnurie (nefrotisch syndroom).

De bijwerking hypertensie komt zeer vaak voor. Vóór de start van de behandeling moet een reeds bestaande hypertensie adequaat onder controle zijn. Gebruik géén diuretica als antihypertensivum als ook cisplatine wordt gegeven. Controleer regelmatig tijdens de therapie de bloeddruk en staak de behandeling als deze niet meer onder controle gehouden kan worden om hypertensieve crisis of hypertensieve encefalopathie te voorkómen.

Afname van de linkerventrikel ejectiefractie tot aan symptomatisch hartfalen is gemeld. Wees voorzichtig bij risicofactoren voor hartfalen en bij bestaande cardiovasculaire aandoeningen. Er is meer kans op hartfalen bij de behandeling van gemetastaseerd mammacarcinoom indien is voorbehandeld met antracyclinen of radiotherapie op de linker borstwand.

Arteriële en veneuze trombo-embolie kunnen optreden. Wees voorzichtig bij een voorgeschiedenis van arteriële trombo-embolie, diabetes mellitus of een leeftijd > 65 jaar. Bij de behandeling van cervixcarcinoom met bevacizumab in combinatie met paclitaxel en cisplatine is er meer kans op veneuze trombo-embolische complicaties. De behandeling definitief staken bij arteriële trombo–embolische complicaties en bij graad 4 veneuze trombo-embolische reacties (zoals een longembolie). .

Behandeling met bevacizumab gaat gepaard met meer kans op bloedingen, vooral tumor-geassocieerde bloedingen. Wees voorzichtig bij een aangeboren bloedingsneiging, verworven coagulopathie, onbehandelde hersenmetastasen en bij behandeling met anticoagulantia voor de start van de behandeling. Bij een ontsteking in de buikholte is er meer kans op gastro-intestinale bloedingen. Patiënten met NSCLC en een recente pulmonale bloeding/hemoptoë niet behandelen met bevacizumab. De behandeling definitief staken bij ≥ graad 3-bloedingen.

Bij een ontsteking in de buikholte is er ook meer kans op een gastro-intestinale perforatie. Bij aanhoudend, recidiverend of gemetastaseerd cervixcarcinoom zijn gastro-intestinale perforaties gezien na voorafgaande bekkenbestraling.

Fistelvorming kan op verschillende momenten tijdens de behandeling optreden, variërend van binnen 1 week tot meer dan 1 jaar na de start ervan, maar meestal binnen 6 maanden. De meeste fistels binnen het maag-darmkanaal treden op bij de behandeling van gemetastaseerd niercelkanker of colorectaal carcinoom en bij ovariumcarcinoom (incidentie ca. 2–3%). Fistels die buiten het maag-darmkanaal gevormd worden zijn o.a. bronchopleurale fistels, fistels van galblaas, blaas of het vrouwelijk geslachtsorgaan. Bij de behandeling van aanhoudend, recidiverend of gemetastaseerd cervixcarcinoom kunnen bijvoorbeeld fistels tussen maag-darmkanaal en vagina voorkomen (incidentie ca. 8%); hier is meer kans op bij voorafgaande bekkenbestraling. Mogelijk is er tevens sprake van een darmobstructie en is operatief ingrijpen noodzakelijk. De behandeling definitief staken bij elke soort graad 4-fistels.

Necrotiserende fasciitis komt zelden voor, maar kan fataal verlopen. De aandoening is meestal secundair aan complicaties bij wondgenezing, maag-darmperforatie of vorming van fistels. Bij de eerste tekenen van de aandoening de behandeling met bevacizumab staken en gepaste (operatieve) maatregelen nemen.

Bij symptomen van reversibel posterieur leuko-encefalopathie syndroom (hoofdpijn, veranderde gemoedstoestand, convulsies, visuele stoornissen, met of zonder hypertensie) de behandeling staken en een MRI van de hersenen maken. Er zijn geen gegevens over de veiligheid van een herstart met bevacizumab na bevestiging van RPLS en verbetering van de daarbij behorende klachten.

De veiligheid en werkzaamheid bij een gestoorde nier- of leverfunctie, gelijktijdige radiotherapie en bij kinderen < 18 jaar zijn niet onderzocht.

Eigenschappen

Gehumaniseerd monoklonaal antilichaam (IgG1), vervaardigd uit een zoogdiercellijn (Chinese hamsterovarium). Bindt zich aan de vasculaire endotheliale groeifactor (VEGF), waardoor de binding van VEGF aan de VEGFR-1(Flt-1)- en VEGFR-2(KDR)-receptoren op het oppervlak van endotheelcellen belemmerd wordt. Remt hiermee de vorming van bloedvaten in tumoren en zodoende de tumorgroei.

Kinetische gegevens

Metaboliseringals endogeen IgG, dus via proteolytisch katabolisme in het gehele lichaam (incl. endotheelcellen).
Eliminatieniet in de eerste plaats afhankelijk van lever of nieren.
T 1/2el18–20 dagen. De binding aan (FcRn–)receptoren resulteert in een relatief lange eliminatiehalfwaardetijd.
  • Uitleg afkortingen
    F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
    T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
    V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
    T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
    T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd