Samenstelling

AtacandAstraZeneca bv
(cilexetil)
Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
4 mg, 8 mg, 16 mg, 32 mg
Verpakkingsvorm
-
Candesartan TablettenDiverse fabrikanten
(cilexetil)
Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
4 mg, 8 mg, 16 mg, 32 mg
Verpakkingsvorm
-
Toedieningsvorm
Sterkte
Verpakkingsvorm
AtacandAstraZeneca bv
(cilexetil)
Tablet4 mg, 8 mg, 16 mg, 32 mg-
Candesartan TablettenDiverse fabrikanten
(cilexetil)
Tablet4 mg, 8 mg, 16 mg, 32 mg-
  • Uitleg symbolen
    Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
    Over the counter, dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. Aan de vergoeding van bepaalde zelfzorgmedicatie zijn nadere voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
    Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de indicaties, de duur van de behandeling en het voorschrijven volgens een richtlijn/protocol.
    Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij hypertensie verlagen diuretica, β-blokkers, calciumantagonisten (dihydropyridinen), angiotensine I converterend enzym (ACE)-remmers en angiotensinereceptorblokkers (ARB’s) de bloeddruk effectief en verminderen het tienjaarsrisico op cardiovasculaire mortaliteit en morbiditeit. Comorbiditeit en specifieke patiëntenkenmerken bepalen welke groepen en welke middelen als eerste in aanmerking komen. De voorkeur gaat uit naar middelen met een 24-uurs werkzaamheid. Als één middel onvoldoende effectief is, is het toevoegen van een middel uit een andere groep effectiever dan het verhogen van de dosis; tevens beperkt het de bijwerkingen als gevolg van een dosisverhoging. De vaste combinatie in de juiste dosisverhouding heeft om reden van therapietrouw de voorkeur.

Bij systolisch hartfalen starten met een ACE-remmer en bij vochtretentie met een diureticum, daarna, als de patiënt klinisch stabiel is, een selectieve β-blokker toevoegen. Een combinatie van deze middelen verlicht de klachten en kan een vroegtijdige mortaliteit en de kans op ziekenhuisopname voor hartfalen verminderen. De patiënt op de medicatie instellen op basis van een zorgvuldige titratie van de doses en regelmatige controle van serumelektrolyten en de nierfunctie. ARB’s vormen een alternatief voor ACE-remmers als deze niet worden verdragen. Daarnaast kunnen ARB’s als aanvulling worden gebruikt op behandeling met een diureticum, ACE-remmer en β-blokker bij persisterende symptomen van hartfalen (NYHA-klasse II–IV).

Binnen de groep van de Angiotensinereceptorblokkers bestaan grote prijsverschillen; zie ook medicijnkosten.nl.

Indicaties

  • Hypertensie bij volwassenen en kinderen van 6–18 jaar;
  • Volwassenen met hartfalen met een verminderde systolische linkerventrikelfunctie (ejectiefractie ≤ 40%) als een ACE-remmer niet verdragen wordt of in combinatie met een ACE-remmer bij symptomatisch hartfalen ondanks een optimale behandeling, als aldosteronantagonisten niet verdragen worden.

Dosering

De tabletten hebben een breukgleuf.

  • Hypertensie:

    Volwassenen:

    De gebruikelijke start- en onderhoudsdosering bedraagt 8 mg 1×/dag. Eventueel na 4 weken de dosering verhogen naar 16 mg 1×/dag, maximaal 32 mg 1×/dag. Bij meer kans op een hypotensieve reactie (bv. volumedepletie), bij een verminderde nierfunctie (incl. hemodialyse) of een mild tot matig gestoorde leverfunctie bedraagt de begindosering 4 mg 1×/dag.

    Kinderen van 6–18 jaar:

    Startdosering 4 mg 1×/dag. Bij onvoldoende effect na 4 weken eventueel de dosering verhogen: bij kinderen met een lichaamsgewicht van < 50 kg: max. 8 mg 1×/dag; bij kinderen met een lichaamsgewicht van ≥ 50 kg: verhogen naar 8 mg 1×/dag en vervolgens zo nodig tot 16 mg 1×/dag. Bij meer kans op intravasculaire volumedepletie (bv. bij diureticagebruik, m.n. in combinatie met een verminderde nierfunctie) een lagere aanvangsdosering overwegen.

    De dosering aanpassen op geleide van het bloeddrukverlagend effect.

  • Hartfalen:

    Volwassenen:

    Gebruikelijke startdosering is 4 mg 1×/dag, waarna indien mogelijk getitreerd wordt naar een streefdosering van 32 mg 1×/dag (maximale dosis) door de dosering te verdubbelen met tussenpozen van ≥ 2 weken.

Bijwerkingen

Indicatie hypertensie: Vaak (1-10%): (draai–)duizeligheid, hoofdpijn. Luchtweginfecties.

Zeer zelden (< 0,01%): hyperkaliëmie, hyponatriëmie. Hoest. Misselijkheid. Gewrichtspijn, spierpijn, rugpijn. Allergische reacties zoals urticaria, jeuk, huiduitslag en angio-oedeem. Leukopenie, neutropenie, agranulocytose. Gestoorde leverfunctie, hepatitis, gestoorde nierfunctie (incl. nierfalen).

Bijwerkingen bij kinderen zijn vergelijkbaar met de bijwerkingen bij volwassenen, ze treden echter op met een hogere frequentie; de volgende bijwerkingen zijn alleen bij kinderen gemeld: sinusaritmie, nasofaryngitis, koorts, orofaryngeale pijn.

Indicatie hartfalen: Vaak (1–10%): hypotensie, hyperkaliëmie, verminderde nierfunctie (incl. nierfalen).

Zeer zelden (< 0,01%): hyponatriëmie. Duizeligheid, hoofdpijn. Hoest. Misselijkheid. Gewrichtspijn, spierpijn, rugpijn. Allergische reacties zoals urticaria, jeuk, huiduitslag en angio-oedeem. Leukopenie, neutropenie, agranulocytose. Gestoorde leverfunctie, hepatitis.

Interacties

Gelijktijdige behandeling met een ACE–remmer en een ARB vermeerdert de kans op hypotensie, syncope, hyperkaliëmie en achteruitgang van de nierfunctie; een dubbele blokkade alleen toepassen onder supervisie van een gespecialiseerde arts bij afzonderlijk gedefinieerde patiënten (zonder diabetische nefropathie) bij wie de nierfunctie, bloeddruk en het elektrolytengehalte regelmatig worden gecontroleerd. Bij hartfalen kan de combinatie van een ACE-remmer met een ARB worden toegepast; drievoudige combinatietherapie met een aldosteronantagonist wordt afgeraden en mag alleen in uitzonderlijke gevallen onder supervisie van een gespecialiseerde arts (terwijl nierfunctie, elektrolytwaarden en bloeddruk regelmatig worden gecontroleerd) worden toegepast. Bij diabetespatiënten of een verminderde nierfunctie (GFR < 60 ml/min/1,73 m² ) is het gebruik van candesartan in combinatie met aliskiren gecontra–indiceerd. Bij andere patiënten wordt de combinatie ontraden; indien de combinatie toch toegepast dient te worden, is periodieke bepaling van de nierfunctie, bloeddruk en serumelektrolyten aanbevolen.

Bij combinatie met thiazide-diuretica is het bloeddrukverlagend effect min of meer additief.

Kaliumzouten, kaliumsparende diuretica (zoals spironolacton) en andere geneesmiddelen die het kaliumgehalte kunnen verhogen (zoals heparine, cotrimoxazol) kunnen het effect op het serumkaliumgehalte versterken en leiden tot hyperkaliëmie; het kaliumgehalte regelmatig controleren.

Het antihypertensieve effect kan verminderen door gebruik van NSAID's; tevens is er meer kans op (acute) achteruitgang van de nierfunctie en op hyperkaliëmie.

Bij combinatie met lithium kan door de stijging van de lithiumconcentratie in het bloed de toxiciteit van lithium toenemen; indien de combinatie onvermijdbaar is, de lithiumspiegels zorgvuldig monitoren.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij gebruik van ARB's in het 2e en 3e trimester worden dezelfde effecten gezien als bij het gebruik van ACE-remmers, waaronder neonatale longhypoplasie, intra-uteriene groeivertraging, persisterende ductus arteriosus, schedelhypoplasie, ledemaatsafwijkingen en toegenomen sterfte. In dierproeven candesartan schadelijk gebleken.
Farmacologisch effect: Gebruik van ARB's tijdens het 2e en 3e trimester, kan leiden tot foetale en/of neonatale toxiciteit zoals gestoorde nierfunctie, nierfalen, oligohydramnion, hypotensie en hyperkaliëmie.
Advies: Gebruik tijdens het 1e trimester wordt niet aanbevolen; gebruik tijdens het 2e en 3e trimester is gecontra-indiceerd.
Overige: Bij kinderwens en zwangerschap instellen op een alternatieve therapie; aangeraden wordt de patiënte bij het begin van de behandeling al hierop te wijzen. Als blootstelling vanaf het 2e trimester heeft plaatsgevonden, een echoscopie verrichten van de nieren en schedel van de foetus. Neonaten nauwkeurig controleren op hypotensie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Gebruik ontraden, met name bij prematuren en pasgeborenen. Als de baby al ouder is, kan behandeling overwogen worden; de baby controleren op mogelijke bijwerkingen.

Contra-indicaties

  • ernstige leverinsufficiëntie en/of cholestase;
  • kinderen < 1 jaar.

Zie voor meer contra-indicaties de rubrieken Zwangerschap en Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Vooral bij volume- en/of zoutdepletie is er meer kans op een hypotensieve reactie. Bij ernstig hartfalen of onderliggende nierziekten of andere aandoeningen waarbij de vaattonus en nierfunctie in belangrijke mate van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem afhankelijk zijn, dient men gezien de farmacologische werking bedacht te zijn op hypotensie en verminderde nierfunctie; serumkalium nauwgezet controleren. Ook hemodialysepatiënten en kinderen zijn in dit opzicht gevoelig voor ARB's. De kans op hyperkaliëmie is groter bij een leeftijd > 70 jaar, diabetes mellitus, een gestoorde nierfunctie of plotseling achteruitgaande nierfunctie, dehydratie, metabole acidose, acuut hartfalen en cel-afbraak (ischemie, trauma, rabdomyolyse). Voorzichtigheid is geboden bij aorta- of mitralisstenose of bij obstructieve hypertrofisch cardiomyopathie vanwege het potentiële risico van verminderde coronaire en cerebrale doorbloeding. Bij bilaterale stenose van de arteriae renales of bij unilaterale stenose bij slechts één functionerende nier is het mogelijk dat plasma-ureum- en creatininegehalte stijgen, gezien de hemodynamische effecten van candesartan; monitoring wordt aanbevolen. Bij gestoorde nierfunctie, bij hartfalen en bij combinatie van candesartan met een ACE-remmer serumkalium en serumcreatininespiegel periodiek controleren. Candesartan niet toepassen bij primair hyperaldosteronisme. Hypotensie die tijdens anesthesie bij een operatie optreedt als gevolg van geblokkeerde angiotensine II-vorming kan worden gecorrigeerd door volumevergroting en/of geneesmiddelen met een vaatvernauwende werking. De veiligheid en effectiviteit van candesartan zijn niet onderzocht bij kinderen van 1–6 jaar en bij kinderen met een GFR < 30 ml/min/1,73 m² ; er is relatief weinig ervaring bij ernstig gestoorde nierfunctie (creatinineklaring < 15 ml/min) en bij patiënten met een recente niertransplantatie. ACE-remmers en ARB's zijn minder effectief tegen hypertensie bij negroïde dan bij niet-negroïde mensen.

Overdosering

Zie voor behandeling en symptomen op vergiftigingen.info.

Candesartan wordt niet door hemodialyse verwijderd.

Eigenschappen

Candesartancilexetil is een prodrug die tijdens resorptie vanuit het maag-darmkanaal via esterhydrolyse snel wordt omgezet in actief candesartan. Angiotensinereceptorblokker (ARB), ook wel selectieve type 1 angiotensine II-receptor-(AT1-)antagonist, die de effecten van angiotensine II op de bloeddruk, de bloeddoorstroming in de nieren, de proliferatie van gladde spieren en aldosteronafgifte antagoneert. Dit leidt onder andere tot vasodilatatie en een verminderde aldosteronsecretie. Antihypertensieve werking: evalueerbaar na vier weken. Werkingsduur bloeddrukverlaging: ten minste 24 uur.

Kinetische gegevens

F14%.
T max3–4 uur.
V dca. 0,1 l/kg.
Eiwitbinding> 99%.
Metaboliseringvoor een klein deel in de lever (CYP2C9) tot een inactieve metaboliet.
Eliminatievnl. onveranderd candesartan, ca. 33% met de urine via glomerulaire filtratie en tubulaire secretie en ca. 66% met de gal.
T 1/2elca. 9 uur, verdubbeld bij ernstig gestoorde nierfunctie.
  • Uitleg afkortingen
    F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
    T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
    V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
    T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
    T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd