Samenstelling

AndrocurBayer bv
(acetaat)
Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
10 mg, 50 mg
Verpakkingsvorm
-
Cyproteron TablettenDiverse fabrikanten
(acetaat)
Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
50 mg
Verpakkingsvorm
-
Toedieningsvorm
Sterkte
Verpakkingsvorm
AndrocurBayer bv
(acetaat)
Tablet10 mg, 50 mg-
Cyproteron TablettenDiverse fabrikanten
(acetaat)
Tablet50 mg-
  • Uitleg symbolen
    Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
    Over the counter, dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. Aan de vergoeding van bepaalde zelfzorgmedicatie zijn nadere voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
    Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de indicaties, de duur van de behandeling en het voorschrijven volgens een richtlijn/protocol.
    Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij de indicaties hyperseksualiteit en seksuele aberraties is, naast een eventuele behandeling met anti-androgenen, psychotherapie noodzakelijk.

Androcur kan bij hirsutisme worden geprobeerd. Acne en seborroe kunnen in de meeste gevallen met topische therapie – zo nodig aangevuld met een antibioticum per os – voldoende worden behandeld. Gezien de bijwerkingen die kleven aan de orale toepassing van progestagenen (zoals cyproteronacetaat), is Androcur '10' bij acne of seborroe slechts aangewezen bij ernstige vormen ervan en dan alleen, indien met andere therapieën onvoldoende resultaat werd bereikt. Indien bij de behandeling van acne en/of seborroe verbetering optreedt, de therapie nog drie maanden voortzetten en dan trachten deze te staken. Er zijn aanwijzingen dat er meer kans is op veneuze trombo-embolieën bij gebruik van cyproteronacetaat.

Voor de oncologische indicatie geldt dat cyproteron alleen mag worden voorgeschreven door of op aanwijzing van een arts met ervaring op oncologisch gebied.

Indicaties

Bij de man: palliatieve behandeling van gemetastaseerd of lokaal doorgegroeid prostaatcarcinoom, wanneer de behandeling met GnRH-analoga of operatief ingrijpen niet effectief is gebleken, of die behandeling is gecontra-indiceerd of wanneer orale therapie de voorkeur heeft. Initieel ter vermindering van de 'flare', veroorzaakt door aanvankelijke stijging van het serumtestosteron aan het begin van de behandeling met GnRH-agonisten. Ter behandeling van opvliegers, optredend tijdens behandeling met GnRH-agonisten of na orchidectomie. Vermindering van de geslachtsdrift bij hyperseksualiteit en seksuele aberraties.

Bij de vrouw: Tablet 10 mg: idiopathisch hirsutisme, wanneer andere therapieën hebben gefaald. Ernstige vormen van acne indien behandeling met lage doses cyproteron niet tot een verbetering leidt. Tablet 50 mg: Ernstige symptomen van androgenisatie (bv. bij ernstig idiopathisch hirsutisme indien andere therapieën hebben gefaald of ernstig androgenetisch bepaalde alopecia androgenetica, dikwijls gepaard gaande met ernstige vormen van acne en/of seborroe).

Dosering

Niet voor het einde van de puberteit gebruiken i.v.m. mogelijke beïnvloeding van de lengtegroei en de ontwikkeling van geslachtsklieren.

Bij het vergeten van een toediening, de vergeten tablet overslaan (geen dubbele dosis innemen) en de tablet-inname op het normale tijdstip voortzetten.

Bij fertiele vrouwen dient tevens een OAC (met 30 of 35 microg ethinylestradiol) te worden ingenomen voor de noodzakelijke contraceptieve bescherming en voor een regelmatige menstruele cyclus.

De duur van de behandeling bij de vrouw is afhankelijk van de androgenisatie en de respons op de behandeling: bij hirsutisme meestal 6–9 maanden, terwijl bij acne en seborroe vaak al na 3–6 maanden verbetering zichtbaar is.

  • Vrouwen met een regelmatige cyclus:

    Cyclisch toedienen met een cyclusduur van 28 dagen. Nadat zwangerschap is uitgesloten starten op de eerste dag van de cyclus (= 1e dag van de menstruele bloeding): vanaf dag 1 t/m 15: 10 mg cyproteron per dag òf vanaf dag 1 t/m 10: 100 mg/dag bij ernstige symptomen van androgenisatie. Tevens vanaf dag 1 t/m 21: 1 tablet van het OAC per dag. Bij de gecombineerde inname treedt bescherming tegen zwangerschap vanaf de eerste dag in; gedurende dag 22 t/m 28 (= gedurende 7 dagen) volgt een inneempauze waarin gewoonlijk een onttrekkingsbloeding optreedt. Vervolgens direct starten met een nieuwe toedieningscyclus van 3 weken inname en 1 week pauze. Bij klinische verbetering kan de dosis bij gebruik van 100 mg/dag (gedurende dag 1 t/m 10) worden verminderd tot 50 of 25 mg/dag.

    Vrouwen in de fertiele leeftijd met een onregelmatige cyclus of met amenorroe:

    Nadat een zwangerschap is uitgesloten kan de behandeling direct beginnen. Bij gecombineerde toediening met een OAC treedt bescherming tegen zwangerschap niet vanaf de eerste dag in. Totdat 7 dagen achtereen dagelijks een tablet van het OAC is ingenomen, dient indien nodig een mechanische methode van anticonceptie zoals een barrière-methode (bv. een condoom) te worden toegepast. De eerste dag van de behandeling wordt beschouwd als de eerste dag van de inneemcyclus. De verdere behandeling loopt overeenkomstig die bij vrouwen met een regelmatige menstruele cyclus.

    Bij uitblijven van de onttrekkingsbloeding de behandeling staken en zwangerschap uitsluiten.

    Indien het OAC niet op het gebruikelijke tijdstip wordt ingenomen, moet dit binnen 12 uur na dit tijdstip alsnog gebeuren. Indien de vergeten tablet later dan 12 uur wordt ingenomen, kan de contraceptieve werking verminderd zijn en dient het pil-vergeten-advies van het OAC te worden opgevolgd en bij uitblijven van een onttrekkingsbloeding zwangerschap te worden uitgesloten voordat de tabletinname wordt gestart.

    Vrouwen in de postmenopauze:

    Als monotherapie toepassen. De dosering van de tablet 10 mg wordt aan de hand van het klinisch beeld bepaald. De gemiddelde dagdosering van de 50 mg tablet is 25–50 mg (=½ –1 tablet) gedurende 21 dagen, gevolgd door een inneempauze van 7 dagen.

    Vrouwen na hysterectomie:

    Als monotherapie toepassen. De dosering van de tablet 10 mg wordt aan de hand van het klinisch beeld bepaald. De gemiddelde dagdosering van de 50 mg tablet is 25–50 mg (=½ –1 tablet) zonder onderbreking òf gedurende 21 dagen, gevolgd door een inneempauze van 7 dagen.

  • Mannen met hyperseksualiteit:

    gewoonlijk 50 mg 2×/dag, zo nodig verhogen tot 100 mg 2×/dag of gedurende korte tijd max. 100 mg 3×/dag.

    Een onderhoudsdosering van 25 mg 2×/dag is vaak mogelijk.

    Bij instellen van een onderhoudsdosering of staken van de behandeling de dosering geleidelijk verminderen door de dagelijkse dosis per week met 25 mg (evt. 50 mg) te verminderen. Na staken van de behandeling treden vaak recidieven op, in dat geval kan opnieuw worden gestart met de therapie.

  • Mannen met prostaatcarcinoom:

    Palliatieve behandeling bij gevorderd inoperabel prostaatcarcinoom zonder orchidectomie of behandeling met GNrH-agonisten: 100 mg (= 2 tabletten van 50 mg) 2–3×/dag. De behandeling niet onderbreken en de dosering handhaven ondanks verbetering of remissie.

    Initieel ter vermindering van de 'flare' : 100 mg (= 2 tabletten à 50 mg) 3×/dag als monotherapie gedurende de eerste 5–7 dagen, vervolgens dezelfde dosering (óf 100 mg 2×/dag) gedurende 3–4 weken in combinatie met een GNrH-agonist toedienen in de aanbevolen dosering.

    Ter behandeling van opvliegers ('hot flushes'): 100 mg (= 2 tabletten à 50 mg) 1–2×/dag.

NB: De tabletten na het avondeten innemen met wat vloeistof (bij voorkeur water).

Bijwerkingen

Algemeen: De volgende bijwerkingen zijn gemeld: anemie, trombo–embolische verschijnselen, bloedingen in de buikholte, het optreden van (meerdere) meningeomen is gerapporteerd bij langdurig (jaren) gebruik van ≥ 25 mg/dag. Bij hoge doses is kortademigheid (met hypocapnie en chronische respiratoire alkalose) gemeld.

Bij de vrouw: Gemeld zijn: overgevoeligheidsreactie, huiduitslag. Gewichtsverandering. Depressieve stemming, (tijdelijke) rusteloosheid, verandering van het libido. Ovulatieremming, gevoelige borsten, 'spotting'. Vermoeidheid. Levertumoren (benigne/maligne), levertoxiciteit (waaronder geelzucht, hepatitis, verhoogde transaminasenwaarden, leverfalen).

Bij de man: Zeer vaak (> 10%): afname libido, erectiele disfunctie, reversibele remming van de spermatogenese.

Vaak (1-10%): levertoxiciteit (waaronder geelzucht, hepatitis, verhoogde transaminasenwaarden, leverfalen). Gewichtsverandering. Depressieve stemming, (tijdelijke) rusteloosheid, kortademigheid. Gynaecomastie. Vermoeidheid, opvliegers, zweten.

Soms (0,1–1%): huiduitslag.

Zelden (0,01–0,1%): overgevoeligheidsreactie.

Zeer zelden (< 0,01%): levertumoren (benigne/maligne).

Verder is gemeld: osteoporose bij langdurig gebruik.

Interacties

De gevoeligheid voor orale bloedglucoseverlagende middelen of insuline kan gewijzigd zijn. Omdat cyproteron door CYP3A4 wordt gemetaboliseerd kan het metabolisme naar verwachting door sterke CYP3A4-remmers, zoals ketoconazol, itraconazol, clotrimazol en ritonavir worden geremd, terwijl CYP3A4-induceerders, zoals rifampicine, fenytoïne en middelen die sint-janskruid bevatten, de spiegels kunnen verlagen. Er is meer kans op myopathie of rabdomyolyse bij gelijktijdig gebruik van statinen en hoge doses cyproteron (300 mg/dag).

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren schadelijk gebleken.
Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.
Overige: Vóór aanvang behandeling, zwangerschap uitsluiten. Dit geldt eveneens indien tijdens de behandeling de menstruatie uitblijft. De behandeling mag niet eerder worden hervat voordat vaststaat dat de patiënte niet zwanger is.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja.
Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.

Contra-indicaties

Leverziekten, (actuele of doorgemaakte) levertumoren (behalve indien metastasen van een prostaatcarcinoom), Dubin–Johnsonsyndroom, Rotor–syndroom. Geelzucht of aanhoudende jeuk tijdens vroegere zwangerschappen. Herpes gestationis in de anamnese. Aandoeningen met cachexie (maligne tumoren met uitzondering bij behandeling van inoperabel prostaatcarcinoom). Meningeoom (in de anamnese). Chronische, ernstige depressies. Trombo-embolische aandoeningen (in de anamnese). Ernstige diabetes mellitus met vaatveranderingen. Sikkelcelanemie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Zowel vóór als tijdens gebruik (elke 6 mnd.) bloed- en urineonderzoek, bepaling bloeddruk, gewicht en bijnierschorsfunctie uitvoeren. Tevens voorafgaande aan en tijdens behandeling regelmatig de leverfunctie controleren; bij hepatotoxiciteit de toediening staken (bij vrouwen), tenzij deze kan worden gerelateerd aan een andere oorzaak, bijvoorbeeld een metastase (bij mannen). Na langdurig gebruik van geslachtshormonen zijn goedaardige en in zeldzame gevallen kwaadaardige veranderingen in de lever opgetreden. Bij hevige pijn in de bovenbuik en/of leververgroting of aanwijzingen voor een acute intra-abdominale bloeding rekening houden met de aanwezigheid van een hepatoom. Bij jarenlang gebruik van 25 mg of meer per dag is optreden van (meerdere) meningeomen gerapporteerd; bij optreden meningeoom de toediening staken. Bij diabetes mellitus is zorgvuldige en frequente controle vereist (bv. elke 8 weken). Bij behandeling met hoge dosering kan een gevoel van kortademigheid optreden. Dit kan berusten op het stimulerend effect van progestagenen op de ademhaling; in dat geval is geen specifieke behandeling vereist. Bij arteriële of veneuze trombotische/trombo-embolische verschijnselen of CVA in de anamnese of vergevorderde maligniteiten is er meer kans op het opnieuw optreden van trombo-embolische verschijnselen. Gebruik kan leiden tot optreden van vermoeidheid en verminderde vitaliteit. Toediening bij hyperseksualiteit van de man dient alleen plaats te vinden als hulpmiddel naast andere behandelingen zoals psychotherapie. Een therapeutisch effect treedt soms al na enkele weken op, het kan echter ook enkele maanden duren. De geslachtsdrift zal niet altijd worden onderdrukt, omdat de seksuele en androgene activiteit niet altijd parallel lopen. Bij organisch hersenletsel, geestesziekte en alcoholisme heeft behandeling van hyperseksualiteit meestal geen zin. Indien sprake is van fertiliteitsstoornissen bij voorkeur voor het begin van de behandeling een spermiogram maken. De spermatogenese herstelt geleidelijk binnen een paar maanden na staken van de therapie. Bij vrouwen is voor behandeling uitvoerig endocrinologisch en gynaecologisch onderzoek vereist. Voorzichtig bij jonge vrouwen met een nog niet gestabiliseerde cyclus. Bij vrouwen met aandoeningen die in de graviditeit kunnen verergeren, zoals epilepsie, otosclerose, multipele sclerose, porfyrie, tetanie, diabetes mellitus en hypertensie, cyproteron slechts onder strenge medische controle toedienen. Tijdens gecombineerd gebruik met een preparaat dat oestrogeen bevat kan het risico van trombo-embolieën verhoogd zijn. In verband hiermee 6 weken vóór een geplande operatie of bij langdurige bedlegerigheid de toediening staken. Bij optreden van 'spotting' buiten de pauzeweek, de behandeling niet onderbreken. De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen < 18 jaar is niet vastgesteld.

Eigenschappen

Anti-androgeen. Door competitief blokkeren van de androgeenreceptoren remt het de invloed van (zowel endo- als exogene) androgenen op de van androgenen afhankelijke organen en functies zoals huid (talgklieren, beharing), testes, prostaat, geslachtsdrift en spermatogenese. Cyproteronacetaat heeft ook een sterk antigonadotrope (remt hypofyse) en progestatieve werking.

Kinetische gegevens

Resorptiebijna volledig.
OverigF = ca. 88%.
T maxca. 1,5 uur (10 mg), ca. 3 uur (50 mg).
Eiwitbindingca. 96%, vnl. aan albumine.
Metaboliseringvia verscheidene wegen, incl. hydroxylering en conjugatie. De belangrijkste metaboliet is 15β-hydroxyderivaat. Fase I-metabolisme wordt hoofdzakelijk door CYP3A4 gekatalyseerd.
Eliminatievnl. met de feces (70%), hoofdzakelijk als metabolieten.
T 1/2elca. 2 dagen.
  • Uitleg afkortingen
    F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
    T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
    V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
    T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
    T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd