Samenstelling

ActivelleNovo Nordisk bv
Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
 
Verpakkingsvorm
-
Bevat per tablet: estradiol 1 mg, norethisteron(acetaat) 0,5 mg. Kalenderverpakking met 28 tabletten.
KliogestNovo Nordisk bv
Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
 
Verpakkingsvorm
-
Bevat per tablet: estradiol 2 mg, norethisteron(acetaat) 1 mg. Kalenderverpakking met 28 tabletten.
Toedieningsvorm
Sterkte
Verpakkingsvorm
ActivelleNovo Nordisk bv
Tablet, omhuld -
Bevat per tablet: estradiol 1 mg, norethisteron(acetaat) 0,5 mg. Kalenderverpakking met 28 tabletten.
KliogestNovo Nordisk bv
Tablet, omhuld -
Bevat per tablet: estradiol 2 mg, norethisteron(acetaat) 1 mg. Kalenderverpakking met 28 tabletten.
  • Uitleg symbolen
    Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
    Over the counter, dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. Aan de vergoeding van bepaalde zelfzorgmedicatie zijn nadere voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
    Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de indicaties, de duur van de behandeling en het voorschrijven volgens een richtlijn/protocol.
    Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Er zijn sterke aanwijzingen dat het gebruik van oestrogenen in combinatie met progestagenen in de periode rond en na de menopauze, samenhangt met meer kans op mammacarcinoom en hart- en vaatziekten.

Bij de behandeling van climacterische klachten zou de Commissie het gebruik willen beperken tot die vrouwen die ernstig belemmerd worden in hun dagelijks functioneren door klachten zoals opvliegers en transpiratie. Het gebruik dient beperkt te blijven tot maximaal 3–6 maanden.

Bij oestrogeensuppletie in geval van intacte uterus kan in verband met het gebruikersgemak een voorkeur worden uitgesproken voor combinatiepreparaten, waarbij het oestrogeen continu en het progestageen ten minste gedurende 10 dagen, bij voorkeur 12–14 dagen, per cyclus van 28 dagen wordt gegeven. Gebruik van de continue combinatie van een oestrogeen en progestageen wordt niet aanbevolen, omdat bij circa eenzesde deel van vrouwen onregelmatig bloedverlies optreedt.

Er is geen plaats meer voor oestrogenen bij de preventie van postmenopauzale osteoporose vanwege de ernstige langetermijncomplicaties. Voor de keuze van de juiste standaardbehandeling van osteoporose zie Osteoporose, Aanwijzingen voor het maken van een keuze.

Indicaties

Bij vrouwen met intacte uterus, die minstens 1 jaar geleden hun laatste menstruatie hebben gehad: Hormoonsuppletietherapie (HST) bij symptomen van oestrogeendeficiëntie. Ter preventie van postmenopauzale osteoporose, bij veel kans op fracturen, terwijl andere middelen ter preventie van osteoporose zijn gecontra-indiceerd of niet worden verdragen.

Dosering

  • Symptomen van oestrogeendeficiëntie en ter preventie van postmenopauzale osteoporose:

    Volwassenen:

    Activelle: 1 tablet per dag, er is geen tabletvrije periode. Bij onvoldoende respons (in de vorm van verlichting van de symptomen) na 3 maanden eventueel overstappen naar een combinatiepreparaat met een hogere dosering.

    Kliogest: 1 tablet per dag, er is geen tabletvrije periode.

Bij behandeling van symptomen van oestrogeendeficiëntie de laagst mogelijke effectieve dosis aanhouden en zo kort mogelijk behandelen.

Wanneer beginnen: Bij geen voorafgaande hormoonsuppletietherapie (HST) of bij overschakeling van een ander continu gecombineerd HST-product, de behandeling beginnen op een willekeurige dag. Bij overstappen van een sequentiële HST de behandeling beginnen op de dag direct na het stoppen van de onttrekkingsbloeding.

Een vergeten tablet alsnog binnen 12 uur innemen. Indien meer dan 12 uur zijn verstreken, de tablet overslaan. Na vergeten van een tablet is er meer kans op doorbraakbloedingen of 'spotting'.

De tabletten bij voorkeur innemen op een vast tijdstip.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): doorbraakbloedingen (vooral tijdens de eerste maanden van het gebruik), pijnlijke of gevoelige borsten.

Vaak (1-10%): genitale candidiasis of vaginitis, (perifeer) oedeem, (toename van) depressiviteit, hoofdpijn, (verergering van) migraine, misselijkheid, buikpijn, opgezette buik, rugpijn, beenkrampen, vergroting van borsten, (verergering van) uterusfibromen, gewichtstoename.

Soms (0,1-1%): overgevoeligheid, nervositeit, oppervlakkige tromboflebitis, flatulentie, opgeblazen gevoel, alopecia, hirsutisme, acne, jeuk, urticaria.

Zelden (0,01-0,1%): diepveneuze trombose of longembolie (2–3× meer kans, m.n. in het eerste behandeljaar).

Verder zijn gemeld: endometriumcarcinoom, libidoveranderingen, endometriumhyperplasie, vaginale jeuk, slapeloosheid, angst, duizeligheid, toename bloeddruk, beroerte, visuele stoornissen, myocardinfarct, dyspepsie, braken, galblaasaandoeningen (incl. galstenen), huiduitslag, verhoogde talgafscheiding, gewichtsafname, angio-oedeem, gegeneraliseerde overgevoeligheidsreactie (bv. anafylactische shock).

Andere bijwerkingen die in verband gebracht worden met behandeling met een oestrogeen/progestageencombinatie: chloasma, erythema multiforme, erythema nodosum, vasculaire purpura, droge ogen, veranderingen in de samenstelling van het traanvocht.

Interacties

Tijdens en tot 4 weken na gebruik van leverenzyminducerende stoffen (bv. fenobarbital, fenytoïne, carbamazepine, rifampicine, rifabutine, sint-janskruid), kunnen de spiegels van het oestrogeen en progestageen dalen, wat kan leiden tot een verminderde werkzaamheid en verandering in bloedingspatroon. Veel combinaties van HIV-proteaseremmers en niet-nucleoside reverse-transcriptase remmers, incl. combinaties met HCV-remmers kunnen de spiegels van het oestrogeen of progestageen verlagen of verhogen; raadpleeg de voorschrijfinformatie van deze middelen. Oestrogenen en aromataseremmers of tamoxifen kunnen elkaars werking verminderen. De instelling op suppletietherapie met schildklierhormoon kan wijzigen. Sommige laboratoriumonderzoeken kunnen worden beïnvloed door oestrogeentherapie, zoals onderzoek naar glucosetolerantie of de schildklierfunctie.

Zwangerschap

Gezien de geregistreerde indicatie niet van toepassing.

Contra-indicaties

Actuele of doorgemaakte veneuze trombo-embolie (diepveneuze trombose, longembolie). Actuele of recent doorgemaakte arteriële trombo-embolische aandoening (angina pectoris, myocardinfarct). Aanwezigheid van een trombofiele aandoening (bv. proteïne C-, proteïne S-, of antitrombinedeficiëntie). Acute leveraandoeningen (in de voorgeschiedenis) zolang de leverfunctiewaarden niet zijn genormaliseerd. (Voorgeschiedenis van) mammacarcinoom of geslachtshormoonafhankelijke tumoren. Onbehandelde hyperplasie van het endometrium. Onverklaarde vaginale bloedingen. Acute porfyrie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Voortzetting van de behandeling periodiek, op zijn minst jaarlijks, beoordelen. Controleer de patiënt extra bij een voorgeschiedenis van: uterusfibromen of endometriose, endometriumhyperplasie, risicofactoren voor trombo-embolische aandoeningen, mammacarcinoom bij een eerstegraadsfamilielid, hypertensie, leveraandoening, diabetes mellitus, migraine of ernstige hoofdpijn, systemische lupus erythematosus, astma, epilepsie, cholelithiasis en bij otosclerose. Wees voorzichtig bij een verminderde hart- of nierfunctie, omdat oestrogenen vochtretentie kunnen veroorzaken. Tijdens een langdurige behandeling met oestrogenen regelmatig lichamelijk onderzoek uitvoeren. De radiologische detectie van borstkanker kan worden bemoeilijkt door toename van de dichtheid van mammografische beelden.

Het gebruik van gecombineerde oestrogeen-progestageen HST geeft meer kans op mammacarcinoom, wat na ongeveer drie jaar van gebruik waarneembaar wordt. Bij gebruik langer dan 5 jaar is de kans op mammacarcinoom tot twee keer zo groot. Langdurig gebruik (minstens 5–10 jaar) van gecombineerde oestrogeen-progestageen HST wordt in verband gebracht met iets meer kans op ovariumcarcinoom. Het gebruik vermeerdert de kans op veneuze trombo–embolie, met name in het eerste jaar; de kans neemt toe bij toenemende leeftijd, positieve familie-anamnese, immobilisatie, grote operatieve ingreep, obesitas (BMI > 30 kg/m²), systemische lupus erythematosus, kanker en mogelijk bij varicosis. De kans op coronaire hartziekte en ischemisch CVA neemt toe, vooral bij een hogere leeftijd.

Bij de geringste tekenen van trombose, significante stijging van de bloeddruk, voor het eerst optreden van migraine–achtige hoofdpijn, geelzucht of achteruitgang van de leverfunctie, de toediening staken. Indien na electieve chirurgie langdurige immobilisatie is te verwachten, eventueel de suppletie vier tot zes weken vóór de ingreep onderbreken. Bij hypertriglyceridemie, of een positieve familie-anamnese hiervoor, bedacht zijn op meer kans op pancreatitis. Erfelijk angio–oedeem kan verergeren door exogene oestrogenen. Bij predispositie voor chloasma direct zonlicht vermijden. Als doorbraakbloedingen of 'spotting' optreden na geruime tijd van therapie of aanhouden na het stoppen van de behandeling, dan nader onderzoek verrichten om maligniteit van het endometrium uit te sluiten. Er lijkt meer kans op dementie waaronder de ziekte van Alzheimer bij vrouwen die zijn gestart met hormoonsuppletietherapie boven een leeftijd van 65 jaar. Er is weinig ervaring met behandeling van vrouwen > 65 jaar. Bezit geen anticonceptieve werking.

Eigenschappen

Combinatie van een oestrogeen en een progestageen, waarbij zowel het oestrogeen als progestageen continu wordt toegediend. Door continu gebruik van progestageen worden maandelijkse onttrekkingsbloedingen voorkomen. Oestrogenen hebben een gunstige invloed op climacterische klachten en de botmassa. Toevoeging van progestagenen is nodig om de kanstoename op endometriumcarcinoom tegen te gaan.

  • Uitleg afkortingen
    F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
    T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
    V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
    T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
    T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd