Samenstelling

AbstralProstrakan
(als citraat)
Toedieningsvorm
Tablet voor sublinguaal gebruik
Sterkte
100 microg, 200 microg, 300 microg, 400 microg, 600 microg, 800 microg
Verpakkingsvorm
-
ActiqTeva Pharma bv
(als citraat)
Toedieningsvorm
Zuigtablet voor oromucosaal gebruik (met integrale applicator)
Sterkte
200 microg, 400 microg, 600 microg, 800 microg
Verpakkingsvorm
-
Bevat glucose ca. 2 g/zuigtablet.
BreakylMeda Pharma bv
(als citraat)
Toedieningsvorm
Tablet, buccaal, muco-adhesief; voor oromucosaal gebruik
Sterkte
200 microg, 400 microg
Verpakkingsvorm
-
Conserveermiddel: methyl- en propylparahydroxybenzoaat.
EffentoraTeva Pharmaceuricals Europe bv
(als citraat)
Toedieningsvorm
Tablet, buccaal; voor oromucosaal gebruik
Sterkte
100 microg, 200 microg, 400 microg, 600 microg, 800 microg
Verpakkingsvorm
-
InstanylTakeda Nederland bv
(als citraat)
Toedieningsvorm
Neusspray
Sterkte
50 microg/dosis
Verpakkingsvorm
1,8 ml (= 10 doses), 2,9 ml (= 20 doses), 5,0 ml (= 40 doses)
(als citraat)
Toedieningsvorm
Neusspray
Sterkte
100 microg/dosis
Verpakkingsvorm
1,8 ml (= 10 doses), 2,9 ml (= 20 doses), 5,0 ml (= 40 doses)
(als citraat)
Toedieningsvorm
Neusspray
Sterkte
200 microg/dosis
Verpakkingsvorm
1,8 ml (= 10 doses), 2,9 ml (= 20 doses), 5,0 ml (= 40 doses)
(als citraat)
Toedieningsvorm
Neusspray voor eenmalig gebruik 'single dose'
Sterkte
50 microg
Verpakkingsvorm
0,1 ml
(als citraat)
Toedieningsvorm
Neusspray voor eenmalig gebruik 'single dose'
Sterkte
100 microg
Verpakkingsvorm
0,1 ml
(als citraat)
Toedieningsvorm
Neusspray voor eenmalig gebruik 'single dose'
Sterkte
200 microg
Verpakkingsvorm
0,1 ml
PecfentProstrakan
(als citraat)
Toedieningsvorm
Neusspray
Sterkte
100 microg/dosis
Verpakkingsvorm
1,55 ml (= 8 doses)
(als citraat)
Toedieningsvorm
Neusspray
Sterkte
400 microg/dosis
Verpakkingsvorm
1,55 ml (= 8 doses)
Bevat propylparahydroxybenzoaat.
RecivitGrünenthal bv
(als citraat)
Toedieningsvorm
Tablet voor sublinguaal gebruik
Sterkte
67 microg, 133 microg, 267 microg, 400 microg, 533 microg
Verpakkingsvorm
-
Toedieningsvorm
Sterkte
Verpakkingsvorm
AbstralProstrakan
(als citraat)
Tablet voor sublinguaal gebruik100 microg, 200 microg, 300 microg, 400 microg, 600 microg, 800 microg-
ActiqTeva Pharma bv
(als citraat)
Zuigtablet voor oromucosaal gebruik (met integrale applicator)200 microg, 400 microg, 600 microg, 800 microg-
Bevat glucose ca. 2 g/zuigtablet.
BreakylMeda Pharma bv
(als citraat)
Tablet, buccaal, muco-adhesief; voor oromucosaal gebruik200 microg, 400 microg-
Conserveermiddel: methyl- en propylparahydroxybenzoaat.
EffentoraTeva Pharmaceuricals Europe bv
(als citraat)
Tablet, buccaal; voor oromucosaal gebruik100 microg, 200 microg, 400 microg, 600 microg, 800 microg-
InstanylTakeda Nederland bv
(als citraat)
Neusspray50 microg/dosis1,8 ml (= 10 doses), 2,9 ml (= 20 doses), 5,0 ml (= 40 doses)
Neusspray100 microg/dosis1,8 ml (= 10 doses), 2,9 ml (= 20 doses), 5,0 ml (= 40 doses)
Neusspray200 microg/dosis1,8 ml (= 10 doses), 2,9 ml (= 20 doses), 5,0 ml (= 40 doses)
Neusspray voor eenmalig gebruik 'single dose'50 microg0,1 ml
Neusspray voor eenmalig gebruik 'single dose'100 microg0,1 ml
Neusspray voor eenmalig gebruik 'single dose'200 microg0,1 ml
PecfentProstrakan
(als citraat)
Neusspray100 microg/dosis1,55 ml (= 8 doses)
Neusspray400 microg/dosis1,55 ml (= 8 doses)
Bevat propylparahydroxybenzoaat.
RecivitGrünenthal bv
(als citraat)
Tablet voor sublinguaal gebruik67 microg, 133 microg, 267 microg, 400 microg, 533 microg-
  • Uitleg symbolen
    Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
    Over the counter, dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. Aan de vergoeding van bepaalde zelfzorgmedicatie zijn nadere voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
    Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de indicaties, de duur van de behandeling en het voorschrijven volgens een richtlijn/protocol.
    Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij kankerpatiënten met een onderhoudsdosering van langwerkende opioïden kan bij onvoorspelbare acuut optredende, kortdurende doorbraakpijn toediening van intranasaal fentanyl of van de verschillende oromucosale fentanyl preparaten zinvol zijn.

Bij de behandeling van chronische pijn bij kanker zal de keuze steeds individueel worden bepaald. Indien een opioïd is geïndiceerd gaat de voorkeur uit naar oraal morfine met gereguleerde afgifte. Transdermaal fentanyl kan in aanmerking komen bij slikklachten. Nadelen van de pleister zijn dat vooral in de beginfase van de behandeling relatief vaak additionele medicatie met een kortwerkend opioïd nodig is, en de lange halfwaardetijd in geval van het optreden van bijwerkingen.

Indicaties

Doorbraakpijn tijdens onderhoudsbehandeling met opioïden bij chronische kankerpijn.

Dosering

Bij doorbraakpijn is een nieuwe dosistitratie noodzakelijk bij overstappen van een ander fentanylpreparaat.

  • Doorbraakpijn:

    Volwassenen:

    Neusspray: Individueel titreren. Raadpleeg de meegeleverde instructies voor correct gebruik van de spray. Dosering: Instanyl: Begindosering 50 microg in één neusgat, bij onvoldoende effect na minimaal 10 minuten 50 microg bij voorkeur in het andere neusgat. Zo nodig de dosering verhogen naar een neusspray met hogere sterkte. Maximale dagelijkse dosis: behandeling van maximaal 4 doorbraakpijn-episoden, elk met maximaal 2 doses die minstens 10 minuten van elkaar gescheiden zijn. Ten minste 4 uur wachten voordat een volgende doorbraakpijn-episode met de neusspray kan worden behandeld. PecFent: Begindosering 100 microg in één neusgat. Beoordeel de werkzaamheid gedurende 30 minuten. Als het effect onvoldoende is, bij de volgende doorbraakpijn-periode 100 microg in elk neusgat. Wacht ten minste 4 uur alvorens een volgende doorbraakpijn-periode te behandelen. Zo nodig bij de volgende doorbraakpijn-periode de dosering verhogen naar de neusspray met hogere sterkte. Maximale dagelijkse dosis: behandeling van maximaal 4 doorbraakpijn-episoden.

    Tablet, buccaal: Begindosering 100 microg, bij onvoldoende effect binnen 30 min nogmaals 100 microg. Bij overstappen van een ander fentanylpreparaat kan een hogere dosering worden overwogen. Zo nodig de dosering bij een volgende episode van doorbraakpijn verhogen naar tablet met hogere sterkte; max. 800 microg per doorbraakpijn-episode. Ten minste 4 uur wachten voordat een volgende doorbraakpijn-episode kan worden behandeld. De buccale tablet achter in de mond in de buccale holte houden (dichtbij een achterste molaar tussen de wang en het tandvlees) totdat de tablet uiteenvalt (gewoonlijk binnen 14–25 min); bij gebruik van meerder buccale tabletten elk aan weerszijden van de mond plaatsen. Bij een droge mond het wangslijmvlies vooraf bevochtigen met wat water. Niet zuigen, kauwen of doorslikken (geeft lagere plasmaconcentraties); niet eten of drinken zolang de tablet in de buccale holte zit. Indien na 30 minuten nog tabletrestanten aanwezig zijn kunnen deze met een glas water worden doorgeslikt. Als alternatief kan de buccale tablet sublinguaal worden geplaatst.

    Tablet, buccaal, muco-adhesief: Begindosering 200 microg, bij onvoldoende pijnstilling binnen 30 min op aanwijzing van de arts rescue-medicatie gebruiken; bij een volgende episode van doorbraakpijn de dosering verhogen naar tablet met hogere sterkte; max. 1200 microg per doorbraakpijn-episode. Ten minste 4 uur wachten voordat een volgende doorbraakpijn-episode kan worden behandeld. De buccale muco-adhesieve tablet met de roze kant op de wang plaatsen en minimaal 5 seconden op zijn plaats duwen totdat de tablet stevig plakt; de tablet moet volledig op het wangslijmvlies zijn aangebracht. Vooraf de binnenkant van de wang bevochtigen. Niet kauwen of doorslikken (geeft lagere plasmaconcentraties). De buccale muco-adhesieve tablet lost gewoonlijk binnen 15–30 min op, na 5 min mag er worden gedronken, niet eten of de tablet beroeren totdat deze volledig is opgelost.

    Tablet, oromucosaal (zuigtablet): (ook voor kinderen > 16 j.): Begindosering 200 microg, bij onvoldoende pijnstilling binnen 30 min nogmaals 200 microg. Maximaal 2 zuigtabletten per keer. Indien een verhoogde dosering noodzakelijk was voor voldoende effectiviteit deze dosering bij een volgende episode van doorbraakpijn gebruiken. Maximaal 2 tabletten en 1600 microg per doorbraakpijn-episode en max. 4 doses per dag. Bij goed ingestelde patiënten (= 1 tablet per doorbraakpijn-episode) maximaal 4 tabletten per dag toepassen. De zuigtablet gedurende 15 min met behulp van de applicator langs de wand van de mondholte verplaatsen om een maximale blootstelling aan het geneesmiddel te bewerkstelligen. Op de zuigtablet mag worden gezogen, niet gekauwd. Bij een droge mond het wangslijmvlies vooraf bevochtigen met wat water.

    Tablet, sublinguaal (Abstral®): Alleen toedienen bij patiënten die al ten minste het equivalent van ≥ 60 mg/dag oraal morfine innemen. Begindosering 100 microg, indien onvoldoende pijnstilling binnen 15–30 min wordt verkregen nogmaals 100 microg. Indien een verhoogde dosering noodzakelijk was voor voldoende effectiviteit deze dosering bij een volgende episode van doorbraakpijn gebruiken. Tijdens het titratieproces minstens 2 uur wachten voordat een volgende episode van doorbraakpijn behandeld kan worden. De dosisophoging voortzetten tot voldoende pijnstilling is verkregen, bij doses van 400 microg de dosis voor de tweede tablet verhogen naar 200 microg. Maximaal 2 tabletten en 800 microg per doorbraakpijn-episode en max. 4 doses per dag. De sublinguale tablet direct onder de tong op het diepste deel houden. Bij een droge mond het wangslijmvlies vooraf bevochtigen met wat water. Niet zuigen, kauwen of doorslikken (geeft lagere plasmaconcentraties); niet eten of drinken totdat de tablet in de sublinguale ruimte volledig is opgelost.

    Tablet, sublinguaal (Recivit®): Begindosering 133 microg, indien onvoldoende pijnstilling binnen 15–30 min wordt verkregen nogmaals 133 microg. Indien een verhoogde dosering noodzakelijk was voor voldoende effectiviteit deze dosering bij een volgende episode van doorbraakpijn gebruiken. De dosisophoging voortzetten tot voldoende pijnstilling is verkregen, bij doses van 533 microg de dosis voor de tweede tablet verhogen naar 267 microg. Maximaal 2 tabletten en 800 microg per doorbraakpijn-episode en max. 4 doses per dag. De sublinguale tablet direct onder de tong op het diepste deel houden. Bij een droge mond het wangslijmvlies vooraf bevochtigen met wat water. Niet zuigen, kauwen of doorslikken (geeft lagere plasmaconcentraties); niet eten of drinken totdat de tablet in de buccale holte volledig is opgelost. Indien na 30 minuten nog tabletrestanten aanwezig zijn kunnen deze met een glas water worden doorgeslikt.

Bijwerkingen

De frequentie van bijwerkingen kan variëren afhankelijk van de toedieningsvorm.

Zeer vaak (> 10%): slaperigheid, sedatie, duizeligheid, hoofdpijn, maag-darmstoornissen (misselijkheid, braken, obstipatie), asthenie, zweten, jeuk.

Vaak (1–10%): verwardheid, desoriëntatie, depressie, angst, abnormale dromen, depersonalisatie, abnormaal denken, bewustzijnsdaling of -verlies, vertigo, hyperacusis, anemie, neutropenie, smaakstoornis, tremor, migraine, anorexie, gewichtsverlies of -toename, stomatitis, droge mond, dyspepsie, visusstoornissen, spierpijn, rugpijn, oedeem, vermoeidheid, rillingen, allergische reactie (zwelling, irritatie) op de toedieningsplaats.

Soms (0,1-1%): urineretentie, huiduitslag, erytheem, urticaria, hoesten, dyspneu, hypoventilatie, hypo-esthesie, (circumorale) paresthesie, diarree, flatulentie, ileus, intestinale perforatie, dilatatie galwegen, peritonitis, slaapstoornissen, stemmingsveranderingen, nachtmerries, euforie, hallucinaties, delirium, geheugenverlies, spraakstoornis, hypo- of hypertensie, brady- of tachycardie, vasodilatatie, cyanose, cardiovasculaire insufficiëntie, anurie, proteïnurie, vaginale bloeding, myoclonus, loop– en evenwichtsstoornis, coördinatiestoornissen, coma, convulsies, malaise, trombocytopenie, aandachtstoornis, dysartrie, gezichtsoedeem, alopecia, oculaire hyperemie, tinnitus, slaapapneusyndroom, traagheid, dorst, nervositeit, spiertrekkingen, spierzwakte, artralgie, koorts. Verlaagd hemoglobine of hematocriet.

Zelden (0,01-0,1%): hik, hypogonadisme.

Zeer zelden (< 0,01%): libidoverlies, onthoudingsverschijnselen (misselijkheid, braken, diarree, angst, koude rillingen, beven, zweten). Farynxoedeem en (ernstige) ademhalingsdepressie kunnen optreden. Slapeloosheid.

Verder zijn vermeld met de toedieningsvorm samenhangend: Keelirritatie, bloedingen en irritatie van tandvlees, tong– en mondulcera, droge lippen, gelaat–, tong- en lip-oedeem, smaakstoornis, tandbederf, kiespijn, terugtrekkend tandvlees, verlies van tanden, verkleuring orale slijmvliezen, oesofagitis, faryngitis, gingivitis, tongaandoeningen (branderig gevoel, blaarvorming), fotopsie, keelpijn, orale candidiasis. Blozen, opvliegers, dyspneu, maag- of buikpijn, gastro-oesofageale reflux. Rinorroe, rinitis, reukstoornis, neusbloeding, neuszweer, perforatie neustussenschot.

Interacties

Gelijktijdige toediening van geneesmiddelen die de CYP3A4-activiteit induceren (zoals fenobarbital, carbamazepine, fenytoïne, rifampicine, sint-janskruid), kunnen de werkzaamheid van fentanyl verminderen. Het gelijktijdig gebruik van fentanyl met sterke CYP3A4-remmers (zoals ritonavir, indinavir, ketoconazol, itraconazol, erytromycine, claritromycine) of matig sterke CYP3A4-remmers (zoals aprepitant, diltiazem, fluconazol, fosamprenavir, grapefruitsap en verapamil) kan resulteren in een verhoogde plasmaconcentratie van fentanyl (versterkte of langerdurende werking, meer kans op (fatale) ademhalingsdepressie). Zo mogelijk gelijktijdig gebruik vermijden, tenzij onder zorgvuldige observatie gedurende langere tijd.

Gelijktijdig gebruik met SSRI's of SNRI's kan leiden tot het serotoninesyndroom (symptomen: spontane clonus, induceerbare clonus met agitatie of diaforese, tremor, hyperreflexie, hypertonie, koorts). Bij gelijktijdig gebruik van sommige morfinomimetica (fentanyl, methadon, oxycodon, pethidine en tramadol) met MAO-remmers neemt de kans op een serotonerg syndroom toe; daarom wordt gebruik van een morfinomimeticum afgeraden tijdens of binnen 2 weken na behandeling met een MAO-remmer.

Combinatie met partiële opioïd agonisten/antagonisten zoals buprenorfine wordt afgeraden: de combinatie kan het analgetisch effect verminderen en ontwenningsverschijnselen geven.

Gelijktijdig gebruik van alcohol, andere centraal depressieve stoffen (zoals anesthetica, antipsychotica, anxiolytica, hypnotica en sedativa) kan de depressieve werking op het centraal zenuwstelsel versterken (meer kans op ademhalingsdepressie, versterkte werking). Bij gebruik van de neusspray nasale decongestiva vermijden vanwege een afname van de plasmaspiegel van fentanyl.

Zwangerschap

Fentanyl passeert de placenta.
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren is verminderde vruchtbaarheid en embryoletaliteit aangetoond.
Farmacologisch effect: Langdurig gebruik van opioïden tot aan de partus kan onthoudingsverschijnselen bij de neonaat veroorzaken. Vooral bij prematuren is er meer kans op ademhalingsdepressie. Door verminderde uterusmobiliteit kan de partusduur worden verlengd. Wanneer fentanyl vlak vóór of tijdens de partus aan de moeder wordt toegediend, kan het de variatie van de foetale hartfrequentie verminderen en depressie van de ademhaling bij de pasgeborene veroorzaken.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken en dan zo kort mogelijk. Toediening vlak voor of tijdens de bevalling (incl. keizersnede) wordt ontraden vanwege het risico van neonatale ademhalingdepressie en sedatie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja.
Farmacologisch effect: Kan ademhalingsdepressie en sedatie veroorzaken bij de zuigeling.
Advies: Tijdens gebruik geen borstvoeding geven. Borstvoeding niet eerder starten dan 5 dagen na de laatste toediening van fentanyl (preparaten voor doorbraakpijn).

Contra-indicaties

  • ernstige ademhalingsdepressie, astma en chronisch obstructieve longziekten;
  • hersentrauma, verhoogde intracraniale druk;
  • hypovolemie, hypotensie;
  • myasthenia gravis;
  • acute pijn anders dan doorbraakpijn (zoals postoperatieve pijn, hoofdpijn, migraine);
  • gebruik bij opioïdnaieve patiënten;
  • bij de neusspray tevens: eerdere faciale radiotherapie, terugkerende neusbloedingen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Gebruik de toedieningsvormen voor doorbraakpijn niet bij opioïdnaieve patiënten vanwege de vermeerderde kans op ademhalingsdepressie. Doseer voorzichtig bij lever- en nierfunctiestoornissen, niet gecontroleerde hypothyreoïdie, cardiovasculaire aandoeningen zoals bradycardie, longaandoeningen, hypovolemie, hypotensie, alcoholisme en bij ouderen. De incidentie en ernst van de ademhalingsdepressie neemt toe met de dosering fentanyl. Gebruik van de muco-adhesieve buccale tablet bij graad I mucositis nauwgezet volgen en zo nodig de dosis aanpassen; gebruik bij ernstigere mucositis is niet onderzocht.

Als de patiënt geen episoden met doorbraakpijn meer heeft, de behandeling onmiddellijk staken. De behandeling van de persisterende achtergrondpijn voortzetten. Indien de toedieningsvormen voor doorbraakpijn meer dan viermaal per dag moet worden toegediend is er waarschijnlijk sprake van een inadequate dosering van de onderhoudsbehandeling. Bij (vermoed) serotoninesyndroom de behandeling staken. Bij herhaald optreden van epistaxis of nasaal ongemak bij gebruik van de neusspray een andere toedieningsvorm voor doorbraakpijn overwegen.

Het gebruik kan leiden tot gewenning en afhankelijkheid, bij patiënten die gevoelig zijn voor verslavingsziekten is voorzichtigheid geboden. Als alle opioïde therapie gestopt moet worden, de patiënt nauwlettend volgen om onthoudingsverschijnselen te beheersen. Het gebruik kan leiden tot een verminderd reactie- en concentratievermogen en wazig of dubbel zien. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden. De veiligheid en werkzaamheid van de buccale en sublinguale tablet en van de neusspray zijn bij kinderen tot 18 jaar niet vastgesteld.

Overdosering

Zie voor symptomen en behandeling ook toxicologie.org/opioïden of vergiftigingen.info

Symptomen
ademhalingsdepressie, variërend van bradypneu tot apneu, bewustzijnsverlies, diepe sedatie, bradycardie, hypotonie, hypothermie, ataxie, convulsies, miosis.

Therapie
verwijdering van de buccale of sublinguale tablet of zuigtablet en fysieke of verbale stimulatie van de patiënt. Zo nodig kunstmatige ademhaling. Naloxon: 0,4 mg i.v., zo nodig na 2–3 min herhalen of eventueel per continu infuus. Ernstige of hardnekkige hypotensie gepaard gaand met hypovolemie behandelen met geschikte parenterale vochtsuppletie.

Eigenschappen

Opiaatagonist met sterk analgetische werking. Werking: binnen enkele minuten. Fentanyl valt onder de bepalingen van de Opiumwet in zijn volle omvang.

Kinetische gegevens

Resorptiebuccale tablet: ca. 48% via buccale mucosa (snel), ca. 30% van de ingeslikte hoeveelheid komt systemisch beschikbaar; F = 65%.
Resorptiebuccale muco-adhesieve tablet: 51% via de buccale mucosa (snel), van de ingeslikte hoeveelheid komt 20% systemisch beschikbaar; F = 71%.
Resorptiezuigtablet: ca. 25% via buccale mucosa (snel) en ca. 75% via het maag-darmkanaal (langzaam).
Fbij sublinguale tablet: ca. 70% (schatting, is niet bestudeerd).
Fbij neusspray: 89%.
T maxbuccale tablet: ca. 47 min (20–240 min), buccale muco-adhesieve tablet: ca. 60 min (45–240 min), zuigtablet: 20–40 min (20–480 min), sublinguale tablet: 22,5–240 min, neusspray: 12–20 min.
Metaboliseringsnel en uitgebreid in de lever voornamelijk door CYP3A4. De belangrijkste metaboliet norfentanyl is inactief.
Eliminatievnl. met de urine, als metabolieten en ca. 10% onveranderd.
T 1/2elbuccale tablet: 22 uur, buccale muco-adhesieve tablet: ca. 14 uur, zuigtablet: ca. 7 uur, sublinguale tablet: ca. 20 uur (11,5–25 uur), neusspray: 3–4 uur. Bij ouderen, bij mensen met lever- en nierfunctiestoornissen of een slechte lichamelijke conditie kan de halfwaardetijd zijn verlengd; bij kinderen kan de klaring hoger zijn dan bij volwassenen.
  • Uitleg afkortingen
    F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
    T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
    V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
    T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
    T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd