Samenstelling

AncotilMeda Pharma bv
Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
10 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 250 ml + toedieningssysteem
Toedieningsvorm
Sterkte
Verpakkingsvorm
AncotilMeda Pharma bv
Infusievloeistof10 mg/mlflacon 250 ml + toedieningssysteem
  • Uitleg symbolen
    Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
    Over the counter, dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. Aan de vergoeding van bepaalde zelfzorgmedicatie zijn nadere voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
    Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de indicaties, de duur van de behandeling en het voorschrijven volgens een richtlijn/protocol.
    Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Flucytosine dient gezien het bijwerkingenprofiel slechts op geleide van een schimmelkweek te worden toegepast.

Omdat dit geneesmiddel voor meerdere indicaties in uiteenlopende doseringen kan worden voorgeschreven én er sprake is van een smalle therapeutische breedte of risico van ernstige bijwerkingen (toxiciteit), dient volgens de Regeling Geneesmiddelenwet de reden van voorschrijven op het recept te worden vermeld.

Indicaties

Behandeling van door gevoelige verwekkers veroorzaakte gegeneraliseerde candidiasis, cryptokokkose, chromoblastomycose en aspergillose. Bij chronisch verlopende en moeilijk te beïnvloeden mycosevormen (zoals candida-endoftalmitis, candida-meningitis , candida-endocarditis , chronische mucocutane candidiasis, cryptococcus-meningo-encefalitis en aspergillose) combineren met amfotericine B.

Dosering

Om resistentieontwikkeling en beenmergdepressie zoveel mogelijk te voorkomen de dosering zodanig kiezen dat de serumspiegels liggen tussen 25–50 microg/ml. Vooral bij langere perioden met serumspiegels >100 microg/ml is er meer kans op beenmergdepressie.

  • Gegeneraliseerde schimmelinfecties:

    Volwassenen:

    Als kortdurende i.v. infusie (20–40 min): 37,5–50 mg/kg lichaamsgewicht iedere 6 uur; dit komt overeen met dosis 150–200 mg/kg/dag. Bij urinewegcandidiasis kan een dosering van 100 mg/kg per dag voldoende zijn. De behandelduur varieert van enkele weken (acute Candida-sepsis) tot vele maanden (subacute en chronische infecties). M.n. bij meningo-encefalitiden, endocarditiden en aspergillosen is combinatie met amfotericine B geïndiceerd.

    Bij gestoorde nierfunctie: creatinineklaring: 20–40 ml/min: interval tussen doses 12 uur; 10–20 ml/min: interval tussen doses 24 uur; < 10 ml/min op geleide van de plasmaspiegel, bij anurie een enkele dosis van 20–50 mg/kg na elke hemodialyse.

Bij gelijktijdige toediening flucytosine en amfotericine B niet met elkaar mengen in dezelfde infusie-oplossing (onverenigbaar).

Bijwerkingen

Bijwerkingen van flucytosine betreffen primair aandoeningen van de tractus digestivus, de lever en het beenmerg. Ernstigere bijwerkingen kunnen optreden indien de serumconcentratie verhoogd is, bijvoorbeeld bij nierinsufficiëntie als de dosis niet is aangepast. Over het algemeen komende bijwerkingen voor in de eerste twee tot drie weken van de behandeling.

Gemeld zijn: myocardtoxiciteit, ventriculaire disfunctie, hartstilstand, tachycardie, aritmie, pijn op de borst. Dyspneu, ademhalingsstilstand, acute respiratoire insufficiëntie. Verwardheid, aandachtstoornis, hallucinaties, psychotische afwijkingen. Hoofdpijn, sufheid, ataxie, parkinsonisme, convulsies, paresthesie, perifere neuropathie. Vertigo, vermindering van het gehoor. Koorts, asthenie, vermoeidheid. Droge mond, anorexie, misselijkheid, braken, buikpijn, diarree. ulcus duodenum, ulceratieve colitis en darmperforatie, gastro-intestinale bloeding. Verminderde leverfunctie, stijging van de leverenzymwaarden (reversibel), hepatomegalie, hepatitis, levernecrose met fatale afloop. Overgevoeligheidsreacties zoals toxische epidermale necrolyse, fotosensibilisatie, huiduitslag, urticaria en jeuk. Nefrolithiasis, verhoogde creatine- en ureumconcentraties, nierinsufficiëntie door nierfalen. Anemie, leukopenie, neutropenie, granulocytopenie, trombocytopenie, agranulocytose, eosinofilie, aplastische en hemolytische anemie en in immuungecompromitteerde patiënten (irreversibele) beenmergtoxiciteit met pancytopenie en beenmergsuppressie met fatale afloop. Verlaagde bloedglucosewaarde. Hypercholesterolemie, hypertriglyceridemie, hypokaliëmie.

Interacties

Toediening van flucytosine gelijktijdig of onmiddellijk vóór of na ganciclovir en valganciclovir is gecontra-indiceerd vanwege het sterker toxisch worden van deze stoffen. Gelijktijdig gebruik van flucytosine met amfotericine B kan elkaars werking versterken, maar vermeerdert ook de kans op bijwerkingen. Bij combinatie met immunosuppressiva of bestraling wees voorzichtig met betrekking tot beenmergdepressie. De werking van flucytosine kan door cytarabine worden geantagoneerd. Flucytosine verhoogt mogelijk de plasmaconcentratie van fenytoïne.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens onvoldoende gegevens Beschikbare gegevens over het gebruik in het tweede en derde trimester lieten geen schadelijke gevolgen zien bij de foetus. Bij dieren in subtherapeutische doses schadelijk gebleken (afwijkingen aan de wervels). Een klein gedeelte van flucytosine (ca. 4%) wordt omgezet in het mogelijk teratogene 5-fluoro-uracil. Een risico voor de foetus is niet geheel uit te sluiten, met name in het eerste trimester.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij het begin van de behandeling bloedbeeld en leverfunctie dagelijks, later tweemaal per week, controleren. Vóór en tijdens de behandeling de nierfunctie bepalen; zo nodig de dosering aanpassen. Met name combinatie met amfotericine B vereist zorgvuldige controle van de nierfunctie. Bij patiënten met een verminderde nierfunctie en deficiëntie van dihydropyrimidine-dehydrogenase (DPD) kan toxiciteit door de metaboliet 5-fluoro-uracil eerder ontstaan. Flucytosine kan interfereren met de twee fasen enzymatische bepaling van de creatininespiegel (fout-positieve azotemie); daarom andere methoden voor de bepaling van creatinine gebruiken. Er zijn onvoldoende gegevens over de werkzaamheid en veiligheid bij kinderen.

Eigenschappen

Gefluorideerd pyrimidinederivaat. Het dringt door in schimmelcellen, waar het wordt gedesamineerd tot 5-fluoro-uracil. Incorporatie hiervan in het RNA interfereert met de eiwitsynthese van de schimmel. Ook kan flucytosine worden omgezet tot 5-fluorodeoxyuridine-monofosfaat dat thymidylaatsynthetase remt en zo interfereert met de DNA-synthese van de schimmel. Naast de fungostatische werking, heeft flucytosine bij langer contact met de werkzame stof vaak ook een fungicide werking. Doorgaans gevoelig zijn: Candida spp., Cryptococcus neoformans en de verwekkers van chromoblastomycose. Resistentie kan tijdens therapie ontstaan. Daarom wordt het vaak in combinatie met amfotericine B toegepast; hierbij is tevens sprake van synergisme. In vitro is synergisme optreden bij de combinatie met fluconazol of itraconazol bij een infectie met Cryptococcus neoformans en in een diermodel met fluconazol bij cryptococcus-meningitis.

Kinetische gegevens

V dca. 0,68 l/kg.
OverigFlucytosine wordt wijd verspreid in het lichaam, zoals in lever, nieren, milt, hart, longen, CZS.
OverigOptimale serum dalconcentratie moet ten minste 20–25 microg/ml bedragen en piekwaarde mag niet groter zijn dan 100–120 microg/ml. Concentratie in liquor en CZS: 60–100% van serum.
MetaboliseringEen klein gedeelte van flucytosine (ca. 4%) wordt omgezet in 5-fluoro-uracil, waarschijnlijk door darmbacteriën.
Eliminatiemet de urine, 75–90% onveranderd.
OverigPlasmahalfwaardetijd = 3–6 uur, 6½–7 uur (prematuren), bij anurie > 1160 uur. Flucytosine wordt snel verwijderd met hemodialyse of peritoneaal dialyse.
  • Uitleg afkortingen
    F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
    T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
    V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
    T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
    T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd