Samenstelling

EltroxinAspen Pharma Trading Limited
(Na-zout)
Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
50 microg, 100 microg
Verpakkingsvorm
-
EuthyroxMerck bv
(Na-zout)
Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
25 microg, 50 microg, 75 microg, 88 microg, 100 microg, 112 microg, 125 microg, 137 microg, 150 microg, 175 microg, 200 microg
Verpakkingsvorm
-
Levothyroxine DrankTeva Pharmaceuricals Europe bv
(Na-zout)
Toedieningsvorm
Drank
Sterkte
5 microg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 100 ml
Conserveermiddel: methylparahydroxybenzoaat.
Levothyroxine TablettenDiverse fabrikanten
(Na-zout en als Na-zout)
Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
25 microg, 50 microg, 75 microg, 88 microg, 100 microg, 112 microg, 125 microg, 137 microg, 150 microg, 175 microg, 200 microg
Verpakkingsvorm
-
Thyrax DuotabAspen Pharma Trading Limited
(als Na-zout)
Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
25 microg, 100 microg, 150 microg
Verpakkingsvorm
-
ThyrofixB-Medical
(Na-zout)
Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
25 microg, 100 microg
Verpakkingsvorm
-
TirosintGoodlife Fertility bv
(Na-zout)
Toedieningsvorm
Capsule, zacht
Sterkte
13 microg, 25 microg, 50 microg, 75 microg, 88 microg, 100 microg, 112 microg, 125 microg, 137 microg, 150 microg, 175 microg, 200 microg
Verpakkingsvorm
-
Toedieningsvorm
Sterkte
Verpakkingsvorm
EltroxinAspen Pharma Trading Limited
(Na-zout)
Tablet50 microg, 100 microg-
EuthyroxMerck bv
(Na-zout)
Tablet25 microg, 50 microg, 75 microg, 88 microg, 100 microg, 112 microg, 125 microg, 137 microg, 150 microg, 175 microg, 200 microg-
Levothyroxine DrankTeva Pharmaceuricals Europe bv
(Na-zout)
Drank5 microg/mlflacon 100 ml
Conserveermiddel: methylparahydroxybenzoaat.
Levothyroxine TablettenDiverse fabrikanten
(Na-zout en als Na-zout)
Tablet25 microg, 50 microg, 75 microg, 88 microg, 100 microg, 112 microg, 125 microg, 137 microg, 150 microg, 175 microg, 200 microg-
Thyrax DuotabAspen Pharma Trading Limited
(als Na-zout)
Tablet25 microg, 100 microg, 150 microg-
ThyrofixB-Medical
(Na-zout)
Tablet25 microg, 100 microg-
TirosintGoodlife Fertility bv
(Na-zout)
Capsule, zacht13 microg, 25 microg, 50 microg, 75 microg, 88 microg, 100 microg, 112 microg, 125 microg, 137 microg, 150 microg, 175 microg, 200 microg-
  • Uitleg symbolen
    Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
    Over the counter, dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. Aan de vergoeding van bepaalde zelfzorgmedicatie zijn nadere voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
    Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de indicaties, de duur van de behandeling en het voorschrijven volgens een richtlijn/protocol.
    Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij een ‘klinisch aangetoonde’ hypothyreoïdie (verhoogd TSH en verlaagd T4) wordt suppletie met levothyroxine aanbevolen. Het is doorgaans niet nodig om een subklinische hypothyreoïdie (verhoogd TSH en normaal T4) medicamenteus te behandelen, vanwege de kans op het spontaan normaliseren van de TSH-waarde.

Bij de ziekte van Graves heeft medicamenteuze behandeling met thiamazol, eventueel in combinatie met levothyroxine, in eerste instantie de voorkeur.

Indicaties

Euthyreoïde niet-autonoom functionerend struma. Recidief profylaxe na subtotale strumectomie, afhankelijk van de hormoonstatus. Substitutie bij hypothyreoïdie. Suppressietherapie bij schildkliercarcinoom. Adjuvans bij thyreostatica ter voorkoming van hypothyreoïdie. Diagnostisch gebruik bij schildkliersuppressie-onderzoek.

Dosering

De individuele dosering op geleide van de klinische respons en laboratoriumtesten (TSH en vrije T4) instellen. Begin met een lage dosis en verhoog langzaam elke 2–4 weken totdat een volledige vervangingsdosis is bereikt (behalve bij pasgeborenen, waarbij een snelle vervanging belangrijk is). Bij ouderen, cardiovasculaire aandoeningen en bij ernstige of langbestaande hypothyreoïdie een lagere startdosis geven (bv. 12,5–25 microg/dag) en deze met lange intervallen langzaam verhogen (bv. 12,5–25 microg elke 14 dagen). Bij laag gewicht en bij een groot nodulair struma is een lagere dosis voldoende. De onderhoudsdosis bij leeftijd > 60 jaar is ca. 25% lager dan bij jongere patiënten. De serumhormoonspiegels pas na 4–6 weken beoordelen. De behandelduur is over het algemeen levenslang in geval van substitutie bij hypothyreoïdie, na strumectomie of thyreoïdectomie en bij recidief profylaxe na krop-resectie.

Bij wijzigen van het levothyroxineproduct de dosering aanpassen aan de klinische respons en de laboratoriumuitslagen. Patiënten die worden overgezet van de tablet naar de drank of andersom nauwlettend controleren.

  • Euthyreoïde struma:

    Volwassenen:

    75–200 microg 1×/dag gedurende 6 maanden tot 2 jaar. Ter preventie van een terugkerende krop wordt profylaxe met een lage dosis jodium (100–200 microg/dag) aangeraden na afname van de kropgrootte. Indien de medische behandeling onvoldoende is moet een operatieve of behandeling met radio-actief jodium worden overwogen.

  • Recidief profylaxe na krop-resectie:

    Volwassenen:

    75–200 microg 1×/dag.

  • Hypothyreoïdie:

    Volwassenen:

    begindosis: 25–100 microg 1×/dag, onderhoudsdosis 100–200 microg per dag.

    Kinderen:

    begindosis bij verworven hypothyreoïdie 12,5–50 microg 1×/dag, elke 2–4 weken verhogen, onderhoudsdosis 100–150 microg per m² lichaamsoppervlak per dag. Begindosis bij congenitale hypothyreoïdie 10–15 microg per kg lichaamsgewicht per dag gedurende 3 maanden, daarna individueel.

  • Adjuvante therapie bij thyreostatica:

    Volwassenen:

    50–200 microg 1×/dag zolang een thyreostaticum gegeven wordt.

  • Suppressietherapie bij schildkliercarcinoom:

    Volwassenen:

    150–300 microg 1×/dag.

  • Diagnostisch gebruik bij schildkliersuppressie-onderzoek:

    Volwassenen:

    Euthyrox en Tirosint: week 4 en 3 voor de test: 75 microg 1×/dag, week 2 en 1 voor de test: 150–200 microg 1×/dag. Thyrax en Tirosint: 200 microg 1×/dag gedurende minimaal 2 weken voor de test.

Als te snelle toename van de stofwisseling ontstaat (diarree, nervositeit, snelle pols, slapeloosheid, tremor en soms angina-pijn bij latente cardiale ischemie), dan de dosering gedurende 1–2 dagen verlagen of staken en daarna op een lager niveau herstarten.

NB: Eenmalige dagdosis 's ochtends op een lege maag, een half uur voor het ontbijt innemen, bij voorkeur met wat vloeistof. Euthyrox-tabletten kunnen gesuspendeerd worden in water, het glas naspoelen en leegdrinken, zodat de volledige tablet wordt ingenomen. Eltroxin-tabletten mogen niet worden fijngemaakt; de 50 microg tabletten kunnen zonodig in tweeën worden gebroken om de dosering makkelijker te maken, de 100 microg tabletten moeten in zijn geheel worden ingenomen. De Thyrax-tablet (of een deel ervan) kan bij zuigelingen in de wangzak worden gestopt. De Thyrofix-tablet en de Thyrax-tablet kan men in water (10–15 ml) op een lepel uiteen laten vallen en met nog wat vloeistof laten innemen.

Bijwerkingen

Bij een optimale dosering treden geen bijwerkingen op. Te hoge doses of snel opvoeren van de dosering kunnen leiden tot symptomen van hyperthyreoïdie.

Gemeld zijn: overgevoeligheidsreacties, waaronder huiduitslag, jeuk, angio-oedeem en anafylactische reacties. Gewichtsafname. Tremor, hoofdpijn, rusteloosheid, opwinding, slapeloosheid. Zeldzame gevallen van benigne intracraniële hypertensie, vooral bij kinderen. Tachycardie, palpitaties, hartaritmieën, atriumfibrilleren, extrasystolen, angina pectoris, hypertensie, hartfalen, myocardinfarct. Dyspneu. Toenemende eetlust, misselijkheid, braken, buikpijn of -krampen, diarree. Onregelmatige menstruatie, verminderde vruchtbaarheid. Voorbijgaande haaruitval bij kinderen (tijdens de eerste maanden van de behandeling). Spierzwakte en -krampen, verminderde botmineraaldichtheid, craniostenose bij zuigelingen en vroegtijdige sluiting van de epifyse bij kinderen. Overmatig blozen, hyperhidrosis, koorts, warmte-intolerantie, vermoeidheid.

Verder zijn epileptische aanvallen gemeld bij epilepsiepatiënten bij aanvang van de levothyroxinebehandeling, vooral wanneer de dosis snel werd verhoogd.

Interacties

Het innemen van galzuurbindende harsen (zoals colestyramine) belemmert de resorptie van het thyreomimeticum; levothyroxine daarom 4–5 uur vóór de toediening van dergelijke middelen innemen. IJzer- en calciumzouten, sevelameer, antacida, sucralfaat en polystyreensulfonzuur verminderen de resorptie van thyreomimetica; levothyroxine ten minste 2 uur vóór ijzer, calcium, antacida of sucralfaat innemen. Proteaseremmers zoals ritonavir kunnen het effect van levothyroxine beïnvloeden; controleer de schildklierparameters extra. De behoefte aan thyreomimetica kan toenemen door gelijktijdig gebruik van oestrogenen, orale anticonceptiva, barbituraten, rifampicine, sojasupplementen of bij een vezelrijk dieet. Fenytoïne en carbamazepine versnellen het levermetabolisme van levothyroxine, maar kunnen ook levothyroxine uit de eiwitbinding verdringen (met als gevolg een toename van de vrije T4 fractie). Salicylaten en furosemide in hoge dosis kunnen tevens de vrije T4fractie verhogen. Propylthiouracil (in hoge dosis), glucocorticoïden, β-sympathicolytica, amiodaron en jodiumhoudende contrastmiddelen remmen de omzetting van T4 in T3. Lithium en jodide remmen de afgifte van thyroïdhormonen. Amiodaron kan zowel hypo- als hyperthyreoïdie veroorzaken. Tyrosinekinaseremmers, sertraline, chloroquine en proguanil kunnen de werkzaamheid van levothyroxine verminderen. Bij gelijktijdig gebruik van orlistat kan zich hypothyreoïdie en/of een verminderde controle van hypothyreoïdie voordoen; deze combinatie zo mogelijk vermijden.

De werking van vitamine K-antagonisten wordt versterkt bij het instellen op thyreomimetica, controle bij begin en tijdens gelijktijdige behandeling is noodzakelijk. Het instellen van therapie met thyreomimetica kan de behoefte aan bloedglucoseverlagende middelen doen toenemen. De werking van sympathicomimetica kan worden versterkt. De fenytoïneconcentratie kan worden verhoogd. Bij chronisch gebruik van propranolol kan levothyroxine de propranololconcentratie verlagen. Het effect van gelijktijdig toegediend digoxine kan afnemen.

Zwangerschap

Teratogenese: Ruime ervaring met het gebruik van levothyroxine tijdens de zwangerschap laat geen schadelijke effecten zien. Onbehandelde hypothyreoïdie tijdens de zwangerschap geeft meer kans op zwangerschapscomplicaties en nadelige effecten op de foetale ontwikkeling.
Advies: Levothyroxine moeten worden doorgebruikt tijdens de zwangerschap. De doseringsbehoefte kan stijgen. Combinatietherapie van levothyroxine en thyreostatica niet toepassen.
Overige: Gedurende de zwangerschap neemt de plasma-eiwitbinding van schildklierhormoon toe, waardoor het therapeutisch effect kan afnemen. Een hogere dosis kan nodig zijn.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in geringe mate. Het is niet aannemelijk dat dit de zuigeling nadelig beïnvloedt.
Advies: Kan volgens voorschrift worden gebruikt.

Contra-indicaties

Onbehandelde bijnier- of hypofysaire insufficiëntie. Onbehandelde thyreotoxicose. Acuut myocardinfarct. Acute myocarditis of pancarditis. Bij combinatie met liothyronine: hartritmestoornissen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Vóór behandeling of het uitvoeren van een suppressietest de volgende aandoeningen uitsluiten of behandelen: hartfalen, angina pectoris, arteriosclerose, hypertensie, hypofysaire- en bijnierinsufficiëntie, autonoom functionerende schildklier. Een ECG vóór de behandeling kan zinvol zijn, omdat wijzigingen in het ECG door hypothyreoïdie verward kunnen worden met ECG-bewijs van cardiale ischemie. Bij hartfalen, angina pectoris of tachycardiale aritmieën regelmatig de schildklierhormoonspiegels controleren, omdat zelfs een door geneesmiddelen veroorzaakte lichte hyperthyreoïdie vermeden dient te worden. Bij secundaire hypothyreoïdie vóór aanvang behandeling de oorzaak vaststellen en zo nodig een vervangingstherapie van een gecompenseerde bijnierinsufficiëntie starten. Bij het vermoeden van een autonoom functionerende schildklier vóór de behandeling een TRH-test uitvoeren of een suppressiescintigram maken. Bij postmenopauzale vrouwen met hypothyreoïdie en een toegenomen risico van osteoporose suprafysiologische serumlevothyroxinespiegels vermijden en de schildklierfunctie nauwlettend controleren. Wees voorzichtig bij een voorgeschiedenis van epilepsie; bij start van een levothyroxinebehandeling zijn zelden epilepsie-aanvallen opgetreden. Bij risico van psychotische stoornissen wordt aanbevolen te starten met een lage dosering en deze geleidelijk te verhogen, extra controle is aangewezen.

Overdosering

Symptomen
als een thyreotoxische crisis. Sterke toename van het basaal metabolisme. Na jarenlang misbruik is plotselinge dood door hartaandoening gemeld.

Zie voor symptomen en behandeling toxicologie.org/levothyroxine en vergiftigingen.info.

Eigenschappen

De werking is gelijk aan dat van natuurlijk voorkomend schildklierhormoon. Circa 30% van het weinig actieve thyroxine (T4) wordt omgezet in het actieve T3 in de perifere organen en ontwikkelt zijn specifieke effect via de T3-receptoren. Werking treedt in na 3–5 dagen.

Kinetische gegevens

Resorptietot 80% in het bovenste deel van de dunne darm. Vasten verhoogt de resorptie.
T max2–6 uur.
V dca. 0,14–0,17 l/kg.
Eiwitbindingvrijwel volledig aan specifieke transporteiwitten.
Metaboliseringvoornamelijk in lever, nieren, hersenen en spieren. Er is een enterohepatische kringloop.
T 1/2ca. 7 dagen, bij hyperthyreoïdie 3–4 dagen, bij hypothyreoïdie en ouderen 9–10 dagen. De lever bevat 1/3 van het gehele extrathyreoïdale levothyroxine; dit is snel uitwisselbaar met het levothyroxine in het serum.
Eliminatiede metabolieten worden uitgescheiden in de urine en feces.
  • Uitleg afkortingen
    F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
    T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
    V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
    T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
    T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd