Samenstelling

AxidNorgine bv
Toedieningsvorm
Capsule
Sterkte
150 mg
Verpakkingsvorm
-
Toedieningsvorm
Sterkte
Verpakkingsvorm
AxidNorgine bv
Capsule150 mg-
  • Uitleg symbolen
    Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
    Over the counter, dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. Aan de vergoeding van bepaalde zelfzorgmedicatie zijn nadere voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
    Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de indicaties, de duur van de behandeling en het voorschrijven volgens een richtlijn/protocol.
    Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

De behandeling van eerste-episode maagklachten, functionele maagklachten en gastro-oesofageale refluxziekte bestaat uit het geleidelijk verhogen van de mate van zuurremming met achtereenvolgens een antacidum, een H2-receptorantagonist en een protonpompremmer. Bij voldoende effect wordt de medicatie geleidelijk gestopt. Bij een antacidum gaat de voorkeur uit naar een combinatie van algeldraat met magnesiumhydroxide (werkt sneller en langer), bij een H2-receptorantagonist naar ranitidine en bij een protonpompremmer naar omeprazol; dit in verband met de bredere toepasbaarheid en de prijs.

Voor de behandeling van een endoscopisch aangetoonde oesofagitis zijn protonpompremmers de standaardbehandeling, waarbij de voorkeur uitgaat naar omeprazol. Protonpompremmers zijn hierbij effectiever gebleken dan H2-receptorantagonisten en antacida. Bij oesofagitis graad C en D is het gebruik levenslang.

Door H. pylori veroorzaakte peptische ulcera worden behandeld met de combinatie van een protonpompremmer (omeprazol) en twee antibiotica (amoxicilline en claritromycine). Bij een succesvolle eradicatie, eventueel na een tweede behandeling, is de kans op een recidief klein.

Voor de behandeling van maagklachten als gevolg van NSAID-gebruik komt een protonpompremmer, bij voorkeur omeprazol, in aanmerking. De behandeling van maagklachten als gevolg van andere medicatie bestaat uit het geleidelijk verhogen van de mate van zuurremming met achtereenvolgens een antacidum, een H2-receptorantagonist en een protonpompremmer.

Aan de vergoeding van famotidine zijn voorwaarden verbonden, zie Besluit zorgverzekering en Regeling zorgverzekering, Bijlage 2, horende bij de Regeling zorgverzekering, achter punt 71.

Indicaties

Ulcus duodeni en ventriculi. Preventie van een recidief ulcus duodeni of ventriculi. Lichte tot matig-ernstige reflux-oesofagitis. Peptische ulcera ten gevolge van gebruik van NSAID's.

Dosering

  • Ulcus duodeni of ulcus ventriculi:

    300 mg voor het slapen gaan of 150 mg 2×/dag gedurende 4–8 weken;

    Ter preventie van een recidief ulcus duodeni of ventriculi: 150 mg voor het slapen gaan, zo nodig tot één jaar de therapie voortzetten;

    Bij gestoorde nierfunctie: Actieve ulcus: creatinineklaring: 20–50 ml/min: 150 mg per dag voor het slapen gaan; < 20 ml/min: 150 mg iedere 2 dagen voor het slapen gaan. Profylaxe van een recidief ulcus: creatinineklaring: 20–50 ml/min: 150 mg iedere 2 dagen; < 20 ml/min: 150 mg iedere 3 dagen.

  • Reflux-oesofagitis:

    150 mg 2×/dag, zo nodig 300 mg 2×/dag gedurende 6 weken; bij onvoldoende resultaat eventueel nogmaals 6 weken behandelen.

    Bij gestoorde nierfunctie: creatinineklaring: 20–50 ml/min: 150 mg per dag voor het slapen gaan; < 20 ml/min: 150 mg iedere 2 dagen voor het slapen gaan. Indien bij reflux-oesofagitis een hogere dosering is vereist: creatinineklaring: 20–50 ml/min: 150 mg tweemaal per dag; < 20 ml/min: 150 mg per dag.

  • Peptische ulcera ten gevolge van NSAID-gebruik:

    150 mg 2×/dag of 300 mg voor het slapen gaan, gedurende max. 8 weken.

De capsules vóór de maaltijd in hun geheel met vloeistof innemen.

Bijwerkingen

Soms (0,1-1%): hoofdpijn, duizeligheid, rinitis, hoesten, faryngitis, transpireren, exantheem, jeuk, rugpijn, spierpijn, asthenie, pijn op de borst, anemie, transaminasen verhoging (voorbijgaand na staken van de therapie).

Zelden (0,01-0,1%): verwardheid, urticaria, huiduitslag, exfoliatieve dermatitis, anafylactische reactie, voorbijgaande urinezuurstijging, trombocytopenie.

Zeer zelden (< 0,01%): slaapstoornissen, leukopenie, agranulocytose, aplastische anemie, pancytopenie, beenmergdepressie, hepatitis, geelzucht, reversibele cholestatische laesies of hepatocellulaire schade, gynaecomastie.

Interacties

Doordat H2-receptorantagonisten de pH in de maag verhogen, kan de resorptie van andere geneesmiddelen afnemen (bv. ketoconazol, itraconazol).

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja.
Advies: Gebruik ontraden.

Contra-indicaties

Bekende overgevoeligheid voor H2-receptorantagonisten.

Waarschuwingen en voorzorgen

Nizatidine kan de symptomen van een maligniteit maskeren. Bij goedaardige ulcera ventriculi de Helicobacter pylori-status vaststellen en zo nodig een eradicatietherapie instellen. Bij nier- en/of leverinsufficiëntie de dosering verminderen. Regelmatige controle, bij voorkeur endoscopisch of röntgenologisch, is noodzakelijk bij peptische ulcera met gelijktijdig gebruik van een NSAID. Indien bij gelijktijdig gebruik met een NSAID na 12 weken behandeling geen genezing is opgetreden, het gebruik van de NSAID staken. Wegens onvoldoende gegevens nizatidine niet voorschrijven aan kinderen.

Eigenschappen

H2-receptorantagonist, die zowel de basale als de gestimuleerde maagzuursecretie remt en de pepsineproductie reduceert.

Kinetische gegevens

Resorptiesnel en goed (oraal).
T maxca. 2 uur.
Fca. 70%.
V d1–2 l/kg.
Eliminatievnl. via de nieren, 60% onveranderd.
T 1/21,6 uur.
  • Uitleg afkortingen
    F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
    T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
    V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
    T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
    T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd