Samenstelling

AbraxaneCelgene Netherlands bv
(als albumine-gebonden nanodeeltjes)
Toedieningsvorm
Poeder voor suspensie voor infusie
Sterkte
5 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 100 mg
Bevat na reconstitutie: 5 mg/ml. Bevat tevens: natrium 0,183 mmol/ml (4,2 mg/ml).
Paclitaxel InfusievloeistofDiverse fabrikanten
Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
6 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 5 ml, 16,7 ml, 25 ml, 50 ml, 100 ml
Met of zonder gepolyoxyethyleerde ricinusolie. Bevat tevens: ethanol 385-401 mg/ml.
PaclitaxinPharmachemie bv
Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
6 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 5 ml, 16,7 ml, 25 ml, 50 ml
Bevat tevens: macrogolglycerolricinoleaat en ethanol 396 mg/ml.
Toedieningsvorm
Sterkte
Verpakkingsvorm
AbraxaneCelgene Netherlands bv
(als albumine-gebonden nanodeeltjes)
Poeder voor suspensie voor infusie5 mg/mlflacon 100 mg
Bevat na reconstitutie: 5 mg/ml. Bevat tevens: natrium 0,183 mmol/ml (4,2 mg/ml).
Paclitaxel InfusievloeistofDiverse fabrikanten
Concentraat voor infusievloeistof6 mg/mlflacon 5 ml, 16,7 ml, 25 ml, 50 ml, 100 ml
Met of zonder gepolyoxyethyleerde ricinusolie. Bevat tevens: ethanol 385-401 mg/ml.
PaclitaxinPharmachemie bv
Concentraat voor infusievloeistof6 mg/mlflacon 5 ml, 16,7 ml, 25 ml, 50 ml
Bevat tevens: macrogolglycerolricinoleaat en ethanol 396 mg/ml.
  • Uitleg symbolen
    Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
    Over the counter, dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. Aan de vergoeding van bepaalde zelfzorgmedicatie zijn nadere voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
    Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de indicaties, de duur van de behandeling en het voorschrijven volgens een richtlijn/protocol.
    Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij de primaire behandeling van ovariumcarcinoom bij patiënten met een resttumor na operatie is paclitaxel in combinatie met cisplatine in een onderzoek effectiever gebleken dan de huidige standaardbehandeling cisplatine/cyclofosfamide. Paclitaxel is werkzaam bij de secundaire behandeling van ovarium- en mammacarcinoom; de effectiviteit en daarmee de verbetering van de kwaliteit van leven en de uiteindelijke levenswinst is echter nog niet aangetoond. Paclitaxel lijkt minder werkzaam dan docetaxel bij de secundaire behandeling van mammacarcinoom, maar kan langer worden gebruikt in verband met een lagere cumulatieve toxiciteit.

Albuminegebonden paclitaxel, dat wordt toegediend zonder premedicatie, kan worden toegepast wanneer patiënten op monotherapie bij de secundaire behandeling van gemetastaseerd mammacarcinoom met paclitaxel zijn aangewezen, maar voor wie conventioneel geformuleerd paclitaxel niet in aanmerking komt vanwege bijvoorbeeld ernstige risico’s met betrekking tot overgevoeligheid voor conventioneel geformuleerd paclitaxel of de premedicatie hiervan. De effectiviteit van albuminegebonden paclitaxel bij patiënten met een mammacarcinoom met HER2-overexpressie is niet aangetoond.

Voor paclitaxel is voor de indicaties niet-kleincellig longcarcinoom, aan AIDS gerelateerd Kaposi-sarcoom en adenocarcinoom van de pancreas (albuminegebonden paclitaxel) geen advies vastgesteld over de plaats inde medicamenteuze behandeling.

Indicaties

In combinatie met cisplatine als eerstelijnsbehandeling bij uitgebreid ovariumcarcinoom of met een resttumor (> 1 cm) na initiële laparotomie. Als tweedelijnsbehandeling bij gemetastaseerd ovariumcarcinoom na het falen van standaard platinabevattende therapie. Als monotherapie bij gemetastaseerd mammacarcinoom na het falen van óf niet in aanmerking komen voor standaard antracyclinebevattende therapie. Initiële behandeling van lokaal gevorderd of gemetastaseerd mammacarcinoom, óf in combinatie met een antracycline wanneer antracyclinetherapie geschikt is, óf in combinatie met trastuzumab na vaststellen van overexpressie van HER2 op 3+ niveau en waarbij een antracycline niet geschikt is. Adjuvante behandeling van klierpositief mammacarcinoom aansluitend op behandeling met antracycline en cyclofosfamide (AC); de adjuvante behandeling wordt beschouwd als alternatief voor verlengde AC-therapie. In combinatie met cisplatine bij niet-kleincellig longcarcinoom, indien potentieel curatieve operatie en/of radiotherapie niet in aanmerking komt. Aan AIDS gerelateerd Kaposi-sarcoom (KS) in een gevorderd stadium indien een eerdere behandeling met een liposomaal antracycline heeft gefaald.

Abraxane: als monotherapie bij gemetastaseerd mammacarcinoom na het falen van de eerstelijnsbehandeling voor gemetastaseerde ziekte en waarbij een standaardbehandeling met antracyclinen niet in aanmerking komt. In combinatie met gemcitabine als eerstelijnsbehandeling van gemetastaseerd adenocarcinoom van de pancreas.

Dosering

Abraxane is een albuminegebonden nanopartikelformulering van paclitaxel en is daarom niet zonder meer uitwisselbaar met andere formuleringen van paclitaxel.

Paclitaxel Infusievloeistof of Paclitaxin: vóór cisplatine toedienen; 24 uur ná doxorubicine toedienen; op de dag ná de eerste dosis trastuzumab of direct na elke vervolgdosis als de vorige dosis trastuzumab goed werd verdragen.

Vóór toediening van Paclitaxel Infusievloeistof of Paclitaxin premedicatie van corticosteroïden, antihistaminica en H2-antagonisten geven.

  • Eerstelijnsbehandeling van mammacarcinoom:

    Paclitaxel Infusievloeistof of Paclitaxin: 220 mg/m² (in combinatie met trastuzumab 175 mg/m²) i.v. in 3 uur, elke 3 weken.

  • Gemetastaseerd mammacarcinoom: na falen van óf niet in aanmerking komen voor antracyclinebevattende therapie

    Abraxane: monotherapie: 260 mg/m² i.v. in 30 minuten elke 3 weken.

  • Ovariumcarcinoom, tweedelijns- of adjuvante behandeling van mammacarcinoom of niet-kleincellig longcarcinoom:

    Paclitaxel Infusievloeistof of Paclitaxin: 175 mg/m² i.v. in 3 uur, elke 3 weken.

  • Aan AIDS gerelateerd KS:

    Paclitaxel Infusievloeistof of Paclitaxin: 100 mg/m² i.v. in 3 uur, elke 2 weken.

  • Adenocarcinoom van de pancreas:

    Abraxane: 125 mg/m² i.v. in 30 minuten op dag 1, 8 en 15 van elke cyclus van 28 dagen. Direct na afloop van de Abraxane toediening: gemcitabine 1000 mg/m² i.v. in 30 minuten.

Dosisaanpassing Paclitaxel Infusievloeistof of Paclitaxin: vervolgdoseringen toedienen op geleide van individuele tolerantie van de patiënt. Toediening van paclitaxel niet herhalen totdat het aantal neutrofielen ≥ 1,5 ×109/l (bij KS ≥ 1,0 ×109/l) en aantal trombocyten ≥ 100×109/l (bij KS ≥ 75 ×109/l) is. Bij optreden van ernstige perifere neuropathie of ernstige neutropenie (aantal neutrofielen < 0,5 ×109/l gedurende ten minste 7 dagen) bij alle vervolgkuren de dosering met 25% (bij niet-kleincellig longcarcinoom en eerstelijnsbehandeling van ovariumcarcinoom) met 20% verlagen, bij optreden van ernstige mucositis verlagen met 25%.

Dosisaanpassing Abraxane bij mammacarcinoom: bij ernstige neutropenie (aantal neutrofielen < 0,5 ×109 gedurende ten minste 7 dagen) of ernstige sensorische neuropathie (graad 3) bij alle vervolgkuren de dosering verlagen tot 220 mg/m². Als opnieuw ernstige neutropenie of ernstige sensorische neuropathie optreedt, bij alle vervolgkuren de dosering verlagen tot 180 mg/m². Toediening niet herhalen totdat het aantal neutrofielen >1,5 ×109/l en totdat een sensorische neuropathie is hersteld tot een graad 1 of 2.

Dosisaanpassing Abraxane bij adenocarcinoom van de pancreas: bij ontstaan van ernstige perifere neuropathie (≥ graad 3) het gebruik van Abraxane onderbreken tot aan herstel tot graad 0 of 1; bij herstart de dosering verlagen. Bij febriele neutropenie het gebruik van Abraxane en gemcitabine onderbreken totdat de koorts is verdwenen en het neutrofielenaantal ≥ 1,5 ×109/l is; bij herstart de dosering verlagen. Zie voor meer informatie over dosisaanpassingen van Abraxane de productinformatie van de fabrikant op de website van EMA.

Bijwerkingen

De frequentie van optreden van bijwerkingen kan verschillen tussen de albuminegebonden formulering en de conventionele formulering.

Monotherapie:

Zeer vaak (> 10%): beenmergdepressie, neutropenie (ca. 28% ernstig, niet geassocieerd met febriele episoden), leukopenie, trombocytopenie, anemie (ca. 64%), bloeding. Neurotoxiciteit m.n. perifere neuropathie, paresthesieën. Artralgie of myalgie (60%, waarvan 13% ernstig). Infecties (27%), vnl. urineweginfecties en bovenste luchtweginfecties (soms fataal). Asthenie, slaperigheid, hypotensie. Anorexia, stomatitis, misselijkheid, braken, diarree, mucositis, buikpijn. Alopecia. Milde overgevoeligheidsreacties (34%), vnl. opvliegers en huiduitslag, oedeem (incl. perifeer en gezichtsoedeem).

Vaak (1-10%): febriele neutropenie, griepachtige verschijnselen. Brady- of tachycardie, palpitaties, vasodilatatie, syncope, epistaxis. Depressie, nervositeit, slapeloosheid, vreemd denken, hypokinesie, vreemd lopen, hypesthesie, smaakstoornis, droge mond. Mondulcera, dyspepsie, melaena. Botpijn, beenkramp, myasthenie. Dysurie. Milde nagel- en huidveranderingen, acne, droge huid. Milde reacties op de injectieplaats zoals lokaal oedeem, roodheid, verkleuring, verharding (extravasatie kan resulteren in cellulitis of zweren). Malaise, pijn op de borst, koude rillingen. Ernstige verhogingen van transaminasen en alkalische fosfatase.

Soms (0,1-1%): ernstige infecties, septische shock. Ernstige overgevoeligheidsreacties. Congestief hartfalen, cardiomyopathie, asymptomatische ventriculaire tachycardie, tachycardie met bigeminie, AV-blok, myocardinfarct, hypertensie, trombose, tromboflebitis. Gewichtsverandering. Droge ogen, amblyopie, gezichtsveldafwijking. Ernstige verhogingen van bilirubine.

Zelden (0,01-0,1%): motorische neuropathie. Hartfalen. Dyspneu, pleurale effusie, longfibrose, interstitiële pneumonitis, pulmonale embolie. Acute pancreatitis, intestinale obstructie/perforatie, ischemische colitis. Huiduitslag, jeuk, erytheem. (Neutropene) koorts, dehydratie. Stijging creatinine.

Zeer zelden (< 0,01%): acute myeloïde leukemie, myelodysplastisch syndroom. Verwardheid. Autonome neuropathie (resulterend in paralytische ileus en orthostatische hypotensie), grand-mal-aanvallen, convulsies, acute encefalopathie, duizeligheid, hoofdpijn. Oogzenuwafwijkingen en/of visusstoornissen. Ototoxiciteit, gehoorverlies, oorsuizen, draaierigheid. Atriumfibrilleren, supraventriculaire tachycardie. Shock, pulmonale hypertensie. Oesofagitis, mesenteriaal trombose, obstipatie, neutropene of pseudomembraneuze colitis, necrotiserende enterocolitis. Ascites, levernecrose, hepatische encefalopathie. Stevens-Johnsonsyndroom, epidermale necrolyse, erythema multiforme, exfoliatieve dermatitis, onycholysis, folliculitis.

Verder zijn gemeld: tumorlysissyndroom. Macula-oedeem, fotopsie. Sclerodermie. Systemische lupus erythematodes.

Combinatietherapie (conventionele formulering): neurotoxiciteit was meer frequent met 3-uurs infusie (85%, waarvan 15% ernstig) dan met 24-uurs infusie (25%, waarvan 3% ernstig) in combinatie met cisplatine. Ernstige neurotoxiciteit trad vaker op bij toediening in combinatie met cisplatine dan bij paclitaxel monotherapie bij eerstelijnsbehandeling van niet-kleincellig longcarcinoom en ovariumcarcinoom. In combinatie met trastuzumab: de incidentie van ernstige bijwerkingen is vergelijkbaar. Wel is er een toegenomen incidentie en ernst van cardiale disfunctie (NYHA-klasse I/II: 10 vs. 0%; NYHA-klasse III/IV: 2 vs. 1%) na voorafgaande behandeling met een antracycline, zelden fataal.

De volgende bijwerkingen zijn vaker gemeld:

Zeer vaak (> 10%): infectie (46%), diarree (45%), huiduitslag (39%), artralgie (37%), slapeloosheid, tachycardie, hypertonie van skeletspieren, herpes simplex.

Vaak (1-10%): hartfalen, reacties op de injectieplaats.

Bij de behandeling van aan AIDS gerelateerd KS zijn de incidentie en ernst van de bijwerkingen in het algemeen gelijk aan die die optreden bij de behandeling van andere solide tumoren, uitgezonderd de hematologische en hepatische bijwerkingen: anemie (61%, waarvan 10% ernstig), trombocytopenie (50%, waarvan 9% ernstig), neutropenie (39%, waarvan 22% graad 4 gedurende 7 dagen), neutropene koorts (14%), bij circa 3% septische episoden met fatale afloop. Verhoging bilirubine (28%), alkalische fosfatase (43%) en ASAT (44%).

Combinatietherapie met gemcitabine bij pancreascarcinoom (albuminegebonden formulering): de vaakst voorkomende en belangrijkste bijwerkingen zijn: anemie (97%), neutropenie (73%), trombocytopenie (74%), perifere neuropathie, sepsis, pneumonitis.

Interacties

Paclitaxel vóór cisplatine toedienen, omdat bij toedienen van paclitaxel ná cisplatine, een meer uitgesproken beenmergdepressie optreedt en de klaring van paclitaxel met 20% afneemt. Bij gelijktijdige radiotherapie en/of behandeling met gemcitabine kan pneumonitis optreden. Paclitaxel 24 uur na doxorubicine toedienen, omdat de eliminatie van doxorubicine en zijn actieve metabolieten verlaagd kan zijn bij gelijktijdige toediening. Wegens mogelijke interactie is voorzichtigheid geboden bij gelijktijdige toediening van substraten of remmers van CYP3A4 en CYP2C8. Voorzichtig bij combinatie met de proteaseremmer ritonavir, omdat het de klaring van paclitaxel vermindert.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren schadelijk gebleken.
Advies: Gebruik ontraden.
Overig: Vruchtbare vrouwen en mannen dienen adequate anticonceptieve maatregelen te nemen tijdens en gedurende ten minste zes maanden na de behandeling. Paclitaxel vermindert de vruchtbaarheid. Raad een vruchtbare man daarom voorafgaand aan de behandeling aan om advies in te winnen over cryopreservatie van sperma.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Het geven van borstvoeding is gecontra-indiceerd.

Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor taxanen. Ernstige leverfunctiestoornis. Ernstige, ongecontroleerde infecties. Aantal neutrofiele granulocyten voor aanvang van de behandeling < 1,5 × 109/l, bij aan AIDS gerelateerd KS < 1,0 × 109/l.

Waarschuwingen en voorzorgen

Paclitaxel Infusievloeistof of Paclitaxin: de hulpstoffen macrogolglycerolricinoleaat en gepolyoxyethyleerde ricinusolie kunnen een overgevoeligheidsreactie geven, daarom vóór toediening premedicatie van corticosteroïden, antihistaminica en H2-antagonisten geven. Bij < 1% is ondanks adequate premedicatie een ernstige overgevoeligheidsreactie opgetreden, die staken van de infusie noodzakelijk maakte. Bij milde overgevoeligheidsreacties is onderbreking van de therapie niet noodzakelijk. In verband met het optreden van tachycardie, palpitaties en syncope wordt frequente controle van de vitale functies aangeraden, vooral gedurende het eerste uur van de infusie. Bij optreden van ernstige cardiale geleidingsstoornissen tijdens behandeling continue hartbewaking instellen gedurende de vervolgtherapie. Bij combinatie met doxorubicine of trastuzumab dient vóór behandeling een basis hartonderzoek te worden uitgevoerd (incl. ECG, echocardiogram en/of MUGA-scan), vervolgens de hartfunctie regelmatig (bv. elke drie maanden) controleren en bij optreden van asymptomatische disfunctie vaker (bv. elke 6–8 weken). Voorzichtig bij een continue afname van de linker ventrikel ejectiefractie zonder symptomen. Beenmergsuppressie is de dosisbeperkende toxiciteit; tijdens behandeling frequent het aantal bloedcellen bepalen. Het concentraat bevat gedehydreerde alcohol (ca. 400 mg/ml), waardoor centraal nerveuze en andere effecten kunnen optreden. Bij ernstige of persisterende diarree gedurende of kort na gebruik van paclitaxel de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen. Beschermende maatregelen voor handen en voeten tegen zonlicht aanbevelen om onycholyse te voorkomen. De effectiviteit en veiligheid bij kinderen zijn niet vastgesteld. Voor behandeling van vruchtbare mannen, zie Zwangerschap.

Abraxane: staak de behandeling direct en definitief bij het optreden van een overgevoeligheidsreactie. De behandeling uitstellen bij aantal neutrofiele granulocyten ≤ 1,5 × 109/l of aantal trombocyten ≤ 100 × 109/l. Controleer tijdens de behandeling op tekenen van pneumonitis; bij een diagnose van niet-infectieuze pneumonitis de behandeling permanent staken. Controle van de hartfunctie wordt aanbevolen, in het bijzonder bij een cardiale voorgeschiedenis of eerder gebruik van cardiotoxische geneesmiddelen, zoals antracyclinen. Bij optreden van cystoïd macula-oedeem de behandeling staken. Voor patiënten ouder dan 75 jaar is geen voordeel aangetoond van de combinatiebehandeling met Abraxane en gemcitabine ten opzichte van gemcitabine monotherapie, tevens is er een hogere incidentie van ernstige bijwerkingen. Er zijn onvoldoende gegevens bekend bij een licht tot matig gestoorde leverfunctie. Er zijn geen dosisaanbevelingen bekend bij een ernstig gestoorde leverfunctie of een gestoorde nierfunctie. De effectiviteit en veiligheid bij kinderen < 17 jaar zijn niet vastgesteld. Voor behandeling van vruchtbare mannen, zie Zwangerschap.

Eigenschappen

Taxaan. Verhindert depolymerisatie van de cellulaire microtubuli. Dit resulteert in de remming van de normale dynamische reorganisatie van het microtubuli-netwerk, dat essentieel is voor de celdeling. Daarnaast induceert paclitaxel de vorming van abnormale reeksen of bundels van microtubuli tijdens de gehele celcyclus en de vorming van meerdere centriolen tijdens de mitose. Abraxane is een albuminegebonden nanopartikelformulering van paclitaxel. De aanwezigheid van albumine verbetert het transport van paclitaxel over endotheliale cellen.

Kinetische gegevens

V d198–688 l/m².
Eiwitbinding89–98% (in vitro).
Metaboliseringin de lever door CYP2C8 en CYP3A4.
Eliminatie1–13% onveranderd met de urine en tot 26% met de feces als metabolieten.
T 1/2el3–53 uur, afhankelijk van infusieduur en dosering.
  • Uitleg afkortingen
    F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
    T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
    V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
    T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
    T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie