Samenstelling

AclastaNovartis Pharma bv
(als 1-water)
Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
0,05 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 100 ml
Zoledroninezuur InfusievloeistofDiverse fabrikanten
(als 1-water)
Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
0,8 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 5 ml
(als 1-water)
Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
0,04 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 100 ml
(als 1-water)
Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
0,05 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 100 ml
ZometaNovartis Europharm ltd.
(als 1-water)
Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
0,8 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 5 ml
(als 1-water)
Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
0,04 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 100 ml
Toedieningsvorm
Sterkte
Verpakkingsvorm
AclastaNovartis Pharma bv
(als 1-water)
Infusievloeistof0,05 mg/mlflacon 100 ml
Zoledroninezuur InfusievloeistofDiverse fabrikanten
(als 1-water)
Concentraat voor infusievloeistof0,8 mg/mlflacon 5 ml
Infusievloeistof0,04 mg/mlflacon 100 ml
(als 1-water)
Infusievloeistof0,05 mg/mlflacon 100 ml
ZometaNovartis Europharm ltd.
(als 1-water)
Concentraat voor infusievloeistof0,8 mg/mlflacon 5 ml
Infusievloeistof0,04 mg/mlflacon 100 ml
  • Uitleg symbolen
    Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS).
    Over the counter, dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel. Aan de vergoeding van bepaalde zelfzorgmedicatie zijn nadere voorwaarden verbonden. Deze zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
    Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op de indicaties, de duur van de behandeling en het voorschrijven volgens een richtlijn/protocol.
    Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Als het resultaat van alleen rehydratie onvoldoende is, worden bij een ernstige of levensbedreigende hypercalciëmie parenteraal toegediende bisfosfonaten gebruikt. Gezien de kosten gaat hierbij de voorkeur uit naar pamidroninezuur.

Bij de preventie van door botmetastasering veroorzaakte problemen zijn bisfosfonaten het meest effectief bij patiënten met borstkanker en multipel myeloom. Bij de meeste andere skeletmetastaserende vormen van kanker zijn deze middelen veel minder effectief gebleken. Voor een ondersteunende behandeling met bisfosfonaten komen als eerste de oraal te gebruiken geneesmiddelen in aanmerking. De verschillen tussen de parenteraal te gebruiken bisfosfonaten hebben voornamelijk betrekking op het gebruiksgemak. Gezien de kosten van de behandeling gaat de voorkeur uit naar pamidroninezuur.

Bisfosfonaten zijn de middelen van keuze bij de ziekte van Paget. Het is onzeker of door behandeling met bisfosfonaten de progressie van de aandoening en de complicaties op langere termijn worden tegengegaan. Zoledroninezuur als eenmalige i.v. infusie is werkzamer dan oraal risedroninezuur ten aanzien van de mate en duur van verlaging van de markers van het botmetabolisme. Dit vertaalt zich echter niet in een grotere effectiviteit ten aanzien van een vermindering van de pijnklachten. Nadeel is dat gegevens over herbehandeling met zoledroninezuur ontbreken.

Kies voor de behandeling van osteoporose in eerste instantie uit de bisfosfonaten alendroninezuur en risedroninezuur in combinatie met vitamine D3 en, afhankelijk van de dagelijkse inname van de patiënt, calcium. Bij het bestaan van een contra-indicatie of intolerantie zijn zoledroninezuur of denosumab alternatieven, en ibandroninezuur of raloxifeen wanneer hiermee niet wordt uitgekomen. Kies voor teriparatide bij het bestaan van een contra-indicatie of intolerantie voor bovengenoemde middelen, of bij het optreden van een derde fractuur tijdens de behandeling. Strontium geldt als laatste mogelijkheid, wanneer overige therapieën geen optie zijn en als het risico van cardiovasculaire aandoeningen niet vergroot is.

Indicaties

Zometa en Zoledroninezuur:

  • Tumorgeïnduceerde hypercalciëmie (TIH).
  • Preventie van botcomplicaties (pathologische botfracturen, compressie van het ruggenmerg, behandeling van bot bij radiotherapie of operatieve behandeling, tumor-geïnduceerde hypercalciëmie) bij gevorderde, kwaadaardige tumoren met aantasting van het bot.

Aclasta:

  • Ziekte van Paget.
  • Postmenopauzale osteoporose en osteoporose bij mannen met meer kans op fracturen (incl. een laagenergetische heupfractuur recent in de voorgeschiedenis).
  • Behandeling van osteoporose samenhangend met langdurig gebruik van systemische glucocorticoïden bij postmenopauzale vrouwen en bij mannen met meer kans op fracturen.

Dosering

Vóór aanvang van en tijdens de behandeling zorgen voor een goede hydratie van de patiënt.

Verminder de kans op het optreden van symptomen van een acutefasereactie door vlak na het infuus paracetamol of ibuprofen toe te dienen.

Het concentraat voor infusievloeistof eerst verdunnen met 100 ml calciumvrije infusievloeistof (NaCl 0,9% of glucose 5%).

  • Tumorgeïnduceerde hypercalciëmie (albumine-gecorrigeerde serumcalciumspiegel ≥ 12 mg/dl of 3 mmol/l):

    Volwassenen en ouderen:

    Zometa en Zoledroninezuur: eenmalige i.v. infusie in > 15 min: 4 mg zoledroninezuur als oplossing voor infusie.

  • Preventie botcomplicaties:

    Volwassenen en ouderen:

    Zometa en Zoledroninezuur: elke 3–4 weken als i.v. infusie in > 15 min: 4 mg zoledroninezuur als oplossing voor infusie. Tevens dagelijks: oraal calcium (500 mg) en vitamine D (400 IE).

    Bij mild tot matig gestoorde nierfunctie: creatinineklaring 30–39 ml/min: 3 mg (= 3,8 ml van de bereide oplossing 4 mg/5 ml óf 75 ml van de kant en klare infusievloeistof 4 mg/100 ml, aangevuld met 25 ml 0,9% NaCl- of 5% glucose-oplossing) als i.v. infuus elke 3–4 weken; bij 40–49 ml/min: 3,3 mg (= 4,1 ml van de bereide oplossing 4 mg/5 ml óf 82 ml van de kant en klare infusievloeistof 4 mg/100 ml, aangevuld met 18 ml 0,9% NaCl- of 5% glucose-oplossing); bij 50–60 ml/min: 3,5 mg (= 4,4 ml van de bereide oplossing 4 mg/5 ml óf 88 ml van de kant en klare infusievloeistof 4 mg/100 ml, aangevuld met 12 ml 0,9% NaCl- of 5% glucose-oplossing).

  • Ziekte van Paget:

    Volwassenen en ouderen:

    Aclasta: eenmalige i.v. infusie in > 15 min: 5 mg in 100 ml waterige oplossing. Tevens dagelijks: elementair calcium (> 500 mg 2×/dag gedurende > 10 dagen) en vitamine D. Herbehandeling na een periode van remissie: na een interval van één jaar of langer een aanvullende i.v. infusie in > 15 min van 5 mg in 100 ml waterige oplossing. Hierover zijn weinig gegevens beschikbaar.

  • Behandeling osteoporose:

    Volwassenen en ouderen:

    Aclasta: eenmaal per jaar 5 mg via i.v. infusie in > 15 min. Bij een recente, laagenergetische heupfractuur de infusie ≥ 2 weken na de operatie van de heupfractuur geven en vóór de eerste infusie een oplaaddosis van 50.000–125.000 IE vitamine D oraal of i.m. geven. De optimale duur van de behandeling van osteoporose is niet vastgesteld; de noodzaak van voortgezette behandeling periodiek heroverwegen, vooral na 5 jaar gebruik of langer.

Bijwerkingen

Binnen de eerste 3 dagen na toediening kan een griepachtig syndroom (acutefasereactie) optreden met botpijn, koorts, vermoeidheid, hoofdpijn, gewrichtspijn, spierpijn, stijfheid, artritis en gewrichtszwelling. Deze symptomen verdwijnen gewoonlijk binnen enkele dagen.

Hypercalciëmie en botcomplicaties: Zeer vaak (> 10%): hypofosfatemie.

Vaak (1-10%): anemie. Hoofdpijn. Conjunctivitis. Misselijkheid, braken, anorexie. Botpijn, spierpijn, artralgie. Koorts, griepachtige symptomen. Nierinsufficiëntie, verhoogde waarden creatinine en ureum in bloed. Hypocalciëmie.

Soms (0,1-1%): trombocytopenie, leukopenie. Overgevoeligheidsreacties. Duizeligheid, smaakstoornis, para-, hypo- en hyperesthesie, beven, angst, slaapstoornissen, slaperigheid. Onscherp zicht, scleritis, orbitale ontsteking. Diarree, obstipatie, buikpijn, dyspepsie, stomatitis, droge mond. Dyspneu, hoest, bronchoconstrictie. Jeuk, huiduitslag (incl. erythemateuze en maculeuze huiduitslag), toegenomen transpiratie. Spierkrampen, osteonecrose van de kaak. Hypertensie, hypotensie leidend tot syncope of circulatoire collaps, atriumfibrilleren. Hematurie, proteïnurie, acuut nierfalen. Asthenie, perifeer oedeem, pijn in de borststreek, reacties op de injectieplaats, gewichtstoename, anafylactische reactie/shock, netelroos. Hypomagnesiëmie, hypokaliëmie.

Zelden (0,01-0,1%): pancytopenie. Angio-oedeem. Verwardheid. Uveïtis. Bradycardie, hartritmestoornissen (secundair aan hypocalciëmie). Interstitiële longaandoening. Artritis en gewrichtszwelling als symptoom van een acutefasereactie. Hypernatriëmie, hyperkaliëmie.

Zeer zelden (< 0,01%): convulsies, gevoelloosheid en tetanie (secundair aan hypocalciëmie). Episcleritis. Osteonecrose van de uitwendige gehoorgang (bijwerking van bisfosfonaatklasse).

Tevens zijn gemeld: Atypische subtrochantere en femurschachtfracturen (bijwerking van bisfosfonaatklasse).

Osteoporose en ziekte van Paget: Zeer vaak (> 10%): koorts.

Vaak (1-10%): atriumfibrilleren. (Draai)duizeligheid, hoofdpijn. Diarree, misselijkheid, braken (soms leidend tot dehydratie). Botpijn, rugpijn, spierpijn, artralgie. Oculaire hyperemie. Griepachtige symptomen, reactie op de injectieplaats. Verhoogd C–reactief eiwit. Hypocalciëmie (vooral bij de ziekte van Paget).

Soms (0,1-1%): lethargie, slaperigheid, slapeloosheid, paresthesie, smaakstoornis, tremor, syncope. Palpitaties. Hypertensie, opvliegers, anemie. Conjunctivitis, oogpijn. Verminderde eetlust, droge mond, tandpijn, oesofagitis, gastritis (bij gelijktijdig gebruik van glucocorticoïden), gastro-oesofageale refluxziekte, dyspepsie, buikpijn, obstipatie. Nasofaryngitis, influenza. Pollakisurie, proteïnurie, verhoogde serumcreatininewaarde. Hyperhidrose, jeuk, erytheem, huiduitslag. Perifeer oedeem, dorst, niet–cardiale pijn op de borst. Spierspasmen en -zwakte, stijfheid en pijn van de skeletspieren, zwelling en stijfheid van gewrichten, musculoskeletale pijn op de borst, artritis. Hoesten, dyspneu.

Zelden (0,01-0,1%): uveïtis, episcleritis, iritis. Atypische subtrochantere en femurschachtfracturen (bijwerking van bisfosfonaatklasse).

Zeer zelden (< 0,01%): osteonecrose van de uitwendige gehoorgang (bijwerking van bisfosfonaatklasse).

Tevens zijn gemeld: scleritis, panoftalmie. Overgevoeligheidsreacties waaronder bronchoconstrictie, urticaria, angio–oedeem en anafylactische reactie/shock. Hypotensie. Nierinsufficiëntie (m.n. bij bestaande nierstoornis of bijkomende risicofactoren), zelden is progressie tot acuut nierfalen en dialyse gerapporteerd na de initiële of enkelvoudige dosis. Osteonecrose van de kaak.

Interacties

Wees voorzichtig bij combinatie met nefrotoxische middelen en met middelen die dehydratie kunnen geven zoals diuretica. Combinatie met aminoglycosiden kan resulteren in een lagere serumcalciumconcentratie voor langere perioden. In combinatie met thalidomide kan bij multipel myeloom de kans op renale disfunctie toenemen. Combinatie met anti-angiogene middelen geeft meer kans op osteonecrose van het kaakbeen.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren in hogere dosering schadelijk gebleken (uiterlijke, viscerale en skeletmalformaties).
Farmacologisch effect: op grond van het werkingsmechanisme zijn nadelige effecten op de foetus mogelijk. Tevens dystokie.
Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding is gecontra-indiceerd.

Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor bisfosfonaten.

Bij de ziekte van Paget en osteoporose tevens: hypocalciëmie en ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 35 ml/min).

Waarschuwingen en voorzorgen

Vóór de start van de behandeling een reeds bestaande hypocalciëmie en andere mineraal metabole stoornissen behandelen. Na aanvang van de therapie de standaard aan hypercalciëmie gerelateerde metabole parameters zoals serumspiegels van calcium, fosfaat en magnesium controleren. Bij optreden van hypocalciëmie, hypofosfatemie of hypomagnesiëmie kan een kortdurende aanvullende behandeling nodig zijn.

Zowel vóór als na toediening is een goede vochttoestand aangewezen (vooral van belang bij ouderen en bij een diuretische behandeling); bij risico van hartfalen het toedienen van teveel vocht vermijden.

Vóór elke dosering de creatinineklaring, gebaseerd op het huidige lichaamsgewicht met behulp van de Cockcroft-Gault-formule, bepalen. Er is meer kans op nierinsufficiëntie bij een reeds bestaande nierfunctiestoornis en nierfunctiestoornis bij risicofactoren zoals dehydratie, gevorderde leeftijd, combinatie met nefrotoxische middelen, meervoudige cycli van zoledroninezuur of andere bisfosfonaten en een kortere infusietijd dan de aanbevolen infusietijd. Bij achteruitgang van de nierfunctie de behandeling stoppen en alleen hervatten als de serumcreatinine is teruggekeerd tot < 10% boven de basislijn.

Osteonecrose van de kaak is soms gemeld bij gebruik van zoledroninezuur. Overweeg de volgende risicofactoren ter beoordeling van de kans op osteonecrose van de kaak bij een patiënt:

  • potentie van het middel, toedieningsweg (meer kans bij parenterale toediening), cumulatieve dosis van botresorptietherapie;
  • kanker, comorbiditeiten (bv. anemie, stollingsstoornis, infectie), roken;
  • gelijktijdige behandelingen: corticosteroïden, chemotherapie, angiogeneseremmers, radiotherapie van hoofd en hals;
  • anamnese van tandaandoeningen, slechte mondhygiëne, periodontale aandoening, slecht passend kunstgebit, invasieve tandheelkundige ingrepen (bv. tandextractie).

Voorafgaand aan de behandeling wordt een tandheelkundig onderzoek met passende preventieve tandheelkundige behandeling aanbevolen bij patiënten met bijkomende risicofactoren. Behandeling dient te worden uitgesteld bij niet-genezen open beschadigingen van zachte weefsels in de mond, met uitzondering van medische noodsituaties. Tijdens behandeling zijn optimale mondhygiëne en regelmatige tandartscontrole aangewezen. Invasieve tandheelkundige procedures alleen na zorgvuldige overweging uitvoeren en niet kort voor of na het toedienen van zoledroninezuur. Laat de patiënt direct contact opnemen indien problemen met mond of gebit optreden, zoals loszittende tanden, pijn of zwelling, niet-genezende zweren of pusafscheiding. Bij optreden van osteonecrose van de kaak met deskundigen een behandelplan opstellen; overweeg hierbij een tijdelijke onderbreking van de behandeling met zoledroninezuur.

Osteonecrose van de uitwendige gehoorgang is zeer zelden gemeld bij gebruik van bisfosfonaten, vooral bij langdurige behandeling. Mogelijke risicofactoren zijn o.a. gebruik van corticosteroïden, chemotherapie en/of lokale infectie of trauma. Overweeg de mogelijkheid van osteonecrose van de uitwendige gehoorgang bij oorsymptomen zoals chronische oorinfecties.

Bij langdurig gebruik van bisfosfonaten kan pijn in de dij, lies of heup samen met kenmerken van stressfractuur bij beeldvormend onderzoek soms weken tot maanden vóór een volledige femorale fractuur aanwezig zijn. Bij optreden van een proximale femurfractuur de contralaterale femur onderzoeken, omdat de fracturen in veel gevallen bilateraal optreden. Slechte genezing van dergelijke fracturen is gemeld.

Ernstige en soms invaliderende bot–, gewrichts– en/of spierpijn is gemeld; deze kan voor het eerst optreden van de eerste dag tot enkele maanden na de start van de behandeling. Bij de meeste patiënten geeft staken van de behandeling verlichting van de symptomen.

Met betrekking tot herbehandeling zijn bij TIH en preventie van botcomplicaties beperkt gegevens beschikbaar. Hoewel gegevens over herbehandeling bij de ziekte van Paget beperkt zijn, kan herbehandeling worden overwogen bij een relaps, gebaseerd op een stijging van het serum alkalische fosfatase, of bij niet normaliseren van het serum alkalische fosfatase of bij symptomatische patiënten.

Over de toepassing bij ernstig gestoorde leverfunctie zijn geen of onvoldoende gegevens beschikbaar. De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen (< 18 jaar) zijn niet vastgesteld.

Overdosering

Neem voor informatie over een vergiftiging met zoledroninezuur contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Bisfosfonaat met hoge affiniteit voor gemineraliseerd bot. Remt de botresorptie zonder de vorming, mineralisatie of mechanistische eigenschappen van het bot negatief te beïnvloeden. Bezit tevens antitumoractiviteit, zoals remming van de osteoclastische botresorptie en de osteoblastische proliferatie, waardoor de progressie van botafwijkingen wordt vertraagd en de kans op het ontstaan van breuken en botpijn afneemt. Bij tumor–geïnduceerde hypercalciëmie treedt een daling in de serumcalciumspiegel op, met een mediane tijd tot normocalciëmie van 4 dagen. Bij de preventie van botcomplicaties is het resultaat pas na twee- tot drie maanden waarneembaar.

Kinetische gegevens

Metaboliseringniet.
Eliminatie39% (± 16%) wordt binnen 24 uur onveranderd met de urine uitgescheiden. De rest bindt voornamelijk aan botweefsel, van waaruit het zeer langzaam terugdiffundeert in de systemische circulatie en dan eveneens onveranderd wordt geëlimineerd met de urine.
T 1/2el146 uur.
  • Uitleg afkortingen
    F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
    T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
    V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
    T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
    T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd