Geneesmiddelenoverzicht direct werkende orale anticoagulantia

Deze hoofdrubriek bevat 7 rubrieken:

Meer informatie over trombo-embolie, behandeling. Meer informatie over Lange termijn, secundaire preventie na een ACS. Meer informatie over Secundaire preventie na een TIA/CVA. Meer informatie over coronairlijden. Meer informatie over preventie van een veneuze trombo-embolie bij orthopedische ingrepen. Meer informatie over trombo-embolie, preventie bij atriumfibrilleren. Meer informatie over perifeer arterieel vaatlijden. Een volledig overzicht van alle indicaties per geneesmiddel kunt u vinden in de geneesmiddelteksten.

direct werkende orale anticoagulantia

Werking

Werkingsmechanisme

De direct werkende orale anticoagulantia (DOAC's) (ook wel NOAC's genoemd) apixaban, edoxaban en rivaroxaban:

  • remmen reversibel, krachtig, direct en selectief, de geactiveerde stollingsfactor Xa. Hierdoor wordt zowel de intrinsieke als de extrinsieke route van de bloedstollingscascade onderbroken.

Het DOAC dabigatran:

  • remt direct, krachtig, competitief en reversibel, de geactiveerde stollingsfactor IIa (trombine). Hierdoor worden het vrije en fibrinegebonden trombine geremd en neemt de omzetting van fibrinogeen in fibrine af. Hierdoor remt het de door trombine teweeggebrachte plaatjesaggregatie.

Effect

Remming van de vorming van trombine en stolsels veroorzaakt:

  • een snel antistollingseffect;
  • bloedverdunning.

Typerende bijwerkingen

Relatief frequent:

  • bloedingen: met name gastro-intestinaal, nasaal, vaginaal en urethraal;
  • anemie;
  • gastro-intestinale klachten, zoals misselijkheid, dyspepsie, buikpijn en/of diarree.

Meer informatie

Bloedingen, met name gastro-intestinaal, nasaal, vaginaal en urethraal, zijn de belangrijkste bijwerkingen van DOAC's. Rivaroxaban geeft bij toepassing bij atriumfibrilleren mogelijk een toegenomen kans op bloedingen dan de overige DOAC's. Ten opzichte van het gebruik van vitamine K-antagonisten (cumarinederivaten) zijn er voor patiënten tot 75 jaar zonder veel comorbiditeit geen aanwijzingen dat gebruik van DOAC's bij atriumfibrilleren gepaard gaat met meer bloedingen [1]. Wel is er bij DOAC's sprake van een consistent beeld van minder intracraniële bloedingen [2]. Uit cohortonderzoek blijkt dat voor patienten van 75 jaar en ouder bij gebruik van dabigatran en rivaroxaban enige zorg gerechtvaardigd blijft over het extra optreden van gastro-intestinale bloedingen [1]. De oorzaak van de toegenomen kans hierop is niet bekend, maar reflecteert mogelijk het feit dat het aandeel niet-geabsorbeerde DOAC in het maag-darmstelsel plaatselijk een bloeding van een reeds bestaande laesie kan veroorzaken [3]. Toepassing van DOAC's bij diepveneuze trombose (DVT) leidt minder vaak tot ernstige bloedingen dan gebruik van vitamine K-antagonisten (cumarinederivaten). Ter preventie van een veneuze trombo-embolie na een grote orthopedische ingreep bestaat er met dabigatran of apixaban een vergelijkbare kans op bloedingen als met een laagmoleculairgewicht heparine (LMWH). De bloedingskans bij rivaroxaban is bij deze toepassing relatief onzeker [4]. Risicofactoren voor bloedingen bij DOAC's zijn een leeftijd ouder dan 75 jaar, een verminderde nierfunctie en het gelijktijdig gebruik van een trombocytenaggregatieremmer of NSAID [3].

Bij het optreden van ernstige bloedingen is er als antidotum voor dabigatran, idarucizumab beschikbaar. Een antidotum voor apixaban en rivaroxaban is al wel ontwikkeld, maar nog niet op de Nederlandse markt.

Na spinale of epidurale anesthesie moet er (vanwege meer kans op spinale/epidurale hematomen) regelmatig gecontroleerd worden op tekenen van neurologische functiestoornissen, zoals gevoelloosheid of verzwakking van de benen of darm- of blaasdisfunctie.

Een minder ernstige, maar wel belangrijke bijwerking van DOAC's zijn gastro-intestinale klachten zoals misselijkheid, dyspepsie, buikpijn en/of diarree. Deze kunnen leiden tot een lagere therapietrouw of stoppen van de medicatie. Bij dabigatran en edoxaban is voorlichting over inname tijdens de maaltijd van belang [1,2].

Literatuur:

  1. NHG-Standaard Atriumfibrilleren (derde partiele herziening). Geraadpleegd in januari 2019.
  2. NHG-Standpunt Anti-coagulantia (pdf 0,5 MB). Cumarinederivaten en DOAC's voortaan gelijkwaardig. Huisarts en Wetenschap 59(9) september 2016. Tekst geraadpleegd in januari 2019.
  3. Brunton LL, et al. (eds). Goodman & Gilman’s The pharmacological basis of therapeutics. 13th ed. New York: McGraw-Hill, 2017.
  4. NIV. Richtlijn Antitrombotisch beleid (2015). Tekst geraadpleegd in januari 2019.

Toepasbaarheid

Over het gebruik bij ouderen staat in het Ephor-rapport Vitamine K-antagonisten en niet-vitamine K Anticoagulantia (pdf 1,7 MB, 2016) meer informatie.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Indicaties

Vergelijken

direct werkende orale anticoagulantia vergelijken met een andere geneesmiddelgroep.