Geneesmiddelenoverzicht intraveneuze anesthetica

Deze hoofdrubriek bevat 0 rubrieken:

Een volledig overzicht van alle indicaties per geneesmiddel kunt u vinden in de geneesmiddelteksten.

intraveneuze anesthetica

Werking

Werkingsmechanisme

  • Intraveneuze anesthetica beïnvloeden de synaptische overdracht, en enigszins de vorming of verspreiding van de actiepotentiaal.
  • De meeste i.v.-anesthetica versterken de inhiberende neurotransmissie; esketamine echter remt de exciterende neurotransmissie.
  • De meeste i.v.-anesthetica vergroten de gevoeligheid van de GABA-A receptor voor GABA (γ-aminoboterzuur). Daarmee versterken ze de inhiberende neurotransmissie en onderdrukken de activiteit van het centrale zenuwstelsel. Esketamine en dexmedetomidine hebben geen significant effect op de GABA A-receptor.
  • Esketamine blokkeert vooral de N-methyl-D-aspartaat-receptor (NMDA-receptor) voor glutamaat 1.
  • Dexmedetomidine is een α-2-receptoragonist. Het vermindert het vuren van de locus caeruleus, een overwegend noradrenerge nucleus in de hersenstam. Presynaptische activering van de α-2-receptor remt het vrijkomen van noradrenaline, wat de transmissie van pijnsignalen blokkeert.

Effect

  • Onderdrukking van het centrale zenuwstelsel, zodat operatief ingrijpen of andere onaangename procedures mogelijk worden.
  • Algehele anesthesie, incl. bewusteloosheid, onbeweeglijkheid in respons op schadelijke prikkels, verminderde autonome respons op schadelijke prikkels en geheugenverlies.
  • Ketamine is een mengsel van R- en S-isomeren. R-ketamine heeft vooral hallucinogene effecten en wordt daarom niet meer voor medische doeleinden bij mensen toegepast. S-ketamine (ook wel esketamine) heeft meer een hypnotisch en analgetisch effect 1.
  • Esketamine heeft een ontspannend effect op de bronchiale spieren, waardoor het bronchospasmen voorkomt of verlicht 1.
  • Dexmedetomidine geeft sedatie, waarbij het nog mogelijk is de patiënt met een verbale prikkel te wekken. Daarnaast geeft het analgesie en anxiolyse.
  • Normale homeostatische reflexen worden onderdrukt, wat leidt tot uiteenlopende bijwerkingen.

Typerende bijwerkingen

  • Bloeddrukverandering:
    • de meeste intraveneuze anesthetica veroorzaken tijdens inductie een afname van de systemische arteriële bloeddruk, die sterker is bij bestaande volumedepletie of bestaande myocarddisfunctie;
    • etomidaat en esketamine geven de minste bloeddrukdaling;
    • bij gebruik van dexmedetomidine of esketamine komt hypertensie voor;
  • Onderdrukking van het ademhalingssysteem, verlies van de kokhalsreflex, onderdrukking van de hoestprikkel, vermindering van de tonus van de onderste oesofagussfincter;
  • Hypothermie;
  • Postoperatieve misselijkheid en braken, door activering van de chemoreceptor triggerzone en van het braakcentrum in de hersenstam;
  • Pijn bij injectie;
  • Bij dexmedetomidine kan bradycardie optreden;
  • Esketamine verhoogt de hartslag, het hartminuutvolume en het zuurstofverbruik in het myocard;
  • Esketamine verhoogt de cerebrale doorbloeding en de intracraniële druk; dexmedetomidine kan beide juist verminderen;
  • Esketamine kan abnormale dromen geven;
  • Propofol kan vanwege lipiden in de emulsie hyperlipidemie veroorzaken;
  • Het barbituraat thiopental kan fatale porfyrie veroorzaken.

Kosten

Kosten laden…

Vergelijken

intraveneuze anesthetica vergelijken met een andere geneesmiddelgroep.

Zie ook

Bronnen