vaginale atrofie

Advies

Behandel indien mogelijk de oorzaak van vaginale atrofie. Geef bij hinderlijke klachten een vaginaal oestrogeen (estriol of estradiol) en evalueer het effect na maximaal 3 maanden. Overweeg regelmatig de behandeling te stoppen, in overleg met de patiënt.

Behandelplan

  1. Bespreek niet-medicamenteus beleid

    • Geef voorlichting over de oorzaak van vaginale atrofie;
    • Geef educatie over vrij verkrijgbare preparaten en alternatieve therapieën en hun potentieel ernstige bijwerkingen;
    • Attendeer op het belang van voldoende lubricatie d.m.v. adequate stimulatie of eventueel lubricerende middelen bij klachten van dyspareunie.

    Ga naar stap 2 bij hinderlijke klachten zoals dyspareunie en/of (postmenopauzale) recidiverende urineweginfecties.

    Toelichting

    Onderzoek suggereert dat oestrogeendeficiëntie niet de directe oorzaak is van seksuele problematiek bij postmenopauzale vrouwen, maar dat de deficiëntie hen wel kwetsbaarder maakt voor seksuele problematiek passend bij deze levensfase. De basale vaginale doorbloeding lijkt door lagere oestrogeenspiegels afgenomen te zijn. Voor voldoende seksuele lubricatie is in de postmenopauze adequate seksuele stimulatie nodig [1]. Adviseer glijmiddel bij dyspareunie waarbij er onvoldoende lubricatie is ondanks voldoende opwinding en stimulatie [2,6]. Adviseer alleen glijmiddel op water- of siliconenbasis, waarbij glijmiddelen op siliconenbasis (veel) langer werken dan die op waterbasis [2].

  2. Start vaginaal oestrogeen

    Kies één van de volgende middelen

    Evalueer de behandeling na 3 maanden en daarna jaarlijks tenzij er reden is voor eerdere evaluatie (onvoldoende effect of bijwerkingen).

    Instrueer de vrouw contact op te nemen bij vaginaal bloedverlies.

    Let op

    Cardiovasculaire risicofactoren optimaal behandelen, alvorens te starten met hormoontherapie. Hormoontherapie wordt ontraden bij vrouwen die roken.

    Toelichting

    Vaginaal toegediende oestrogenen zijn veilig en effectief in het verminderen van symptomen van vaginale atrofie. Er is waarschijnlijk sprake van enige systemische absorptie maar dit heeft geen statistisch significant effect op het endometrium en vermeerdert niet de kans op het ontwikkelen van endometriumcarcinoom. Langetermijngevolgen zijn (nog) niet bekend [1,3].

    Verwijs bij onverklaard vaginaal bloedverlies bij gebruik van vaginaal oestrogeen naar de tweedelijnszorg [1]. Bij staken van de behandeling komen de symptomen vaak terug [6].

Achtergrond

Definitie

Vaginale atrofie, ook wel atrofische vaginitis genoemd, is een conditie waarbij de vagina en de weefsels rondom de vagina droog, dun en ontstoken zijn. Vaginale atrofie kan ontstaan wanneer oestrogeenspiegels laag zijn zoals tijdens en na de overgang, al dan niet geïnduceerd door bijvoorbeeld verwijdering van de eierstokken, bij bepaalde medicijnen en tijdens borstvoeding [4]. Vaginale infecties en huidaandoeningen zoals lichen sclerosus kunnen ook vaginale atrofie veroorzaken. De huidaandoening lichen sclerosus komt vooral voor bij postmenopauzale vrouwen [1].

Symptomen

Vaginale atrofie kan klachten geven zoals vaginale droogheid, irritatie, dyspareunie, jeuk en afscheiding, contactbloedingen en urinewegproblemen zoals urineweginfecties, frequente mictie en dysurie [1,3,4,6].

Behandeldoel

Het behandeldoel is om vaginale klachten te verlichten.

Uitgangspunten

Behandel zo mogelijk de oorzaak van vaginale atrofie, zoals vaginale infectie of de huidaandoening lichen sclerosus. De behandeling van lichen sclerosus is essentieel anders dan van vaginale atrofie. Zie hiervoor de specifieke richtlijnen van het NHG of de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV).

Deze tekst beschrijft de behandeling van vaginale atrofie door oestrogeendaling na de overgang.

Na de menopauze nemen klachten ten gevolge van vaginale atrofie toe. Na de menopauze zijn oestrogeenspiegels laag waardoor het slijmvlies van de vagina dunner en bleker wordt. Door lagere oestrogeenspiegels daalt ook de vaginale doorbloeding en lubricatie en zijn er weefselveranderingen. Het aantal vaginale melkzuurproducerende lactobacillen neemt af doordat er minder glycogeen beschikbaar is. Hierdoor wordt het milieu in de vagina meer basisch en kan overgroei van andere bacteriën gemakkelijker ontstaan.

Vaginale klachten kunnen de seksualiteit van de vrouw beïnvloeden. Adequate voorlichting over bijvoorbeeld seksuele stimulatie ten behoeve van vaginale doorbloeding en lubricatie kan hierbij helpen zodat er geen dyspareunie optreedt [1]. Naast niet-medicamenteuze adviezen kan bij postmenopauzale vrouwen met dyspareunie ten gevolge van vaginale atrofie lokale (vaginale) behandeling met een oestrogeen worden gestart [1,2,6]. Oestrogenen bevorderen het herstel van het vagina-epitheel waardoor klachten van dyspareunie afnemen.

Behandeling van vaginale atrofie (met estriol ovules of –crème) is ook effectief ter preventie van recidiverende urineweginfecties (≥ 3 binnen één jaar) bij postmenopauzale vrouwen. De behandeling leidt tot normalisatie van de vaginale pH en microflora en verlaging van de kans op kolonisatie door uropathogenen [3]. Zie voor meer informatie over urineweginfecties en de plaats van vaginale oestrogenen als profylaxe bij recidiverende urineweginfecties de indicatietest Urineweginfecties.

Naast vaginale atrofie zijn vasomotorische symptomen zoals opvliegers en hartkloppingen veelvoorkomende climacterische klachten. Zie voor meer informatie hierover en de behandeling de indicatietekst climacterische klachten.

Geneesmiddelen

oestrogenenToon kosten

Literatuur

  1. NHG-Standaard De overgang, eerste herziening, 2012.
  2. NHG-Standaard Seksuele klachten, eerste herziening, 2015.
  3. NHG-Standaard Urineweginfecties, derde herziening, 2013.
  4. Bachmann G, Santen RJ. Clinical manifestations and diagnosis of genitourinary syndrome of menopause (vulvovaginal atrophy), 2016. Geraadpleegd in februari 2018 via www.uptodate.com.
  5. NVOG-richtlijn Hormoontherapie van klachten in het climacterium en de postmenopauze (pdf 0,3 MB versie 1.0), 2005.
  6. NICE-guideline Menopause: diagnosis and management (pdf 0,2 MB), 2015.

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Vergelijken

vaginale atrofie vergelijken met een andere indicatie.