Samenstelling

Zaltrap Sanofi SA

Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
25 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 4 ml, 8 ml

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Zie voor het advies voor aflibercept bij gemetastaseerd colorectaal carcinoom de commissie BOM. Voor de behandeling van colorectaal carcinoom staat op oncoline de geldende behandelrichtlijn.

Indicaties

In combinatie met FOLFIRI (folinezuur (systemisch), 5-fluoro-uracil (systemisch) en irinotecan) bij gemetastaseerd colorectaal carcinoom die resistent is tegen, of progressie vertoont na behandeling met een oxaliplatine-bevattend behandelschema.

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Gemetastaseerd colorectaal carcinoom:

Volwassenen:

4 mg/kg lichaamsgewicht als i.v.-infusie gedurende 1 uur, gevolgd door het FOLFIRI-schema; deze behandelcyclus elke 2 weken herhalen. Het FOLFIRI-schema = irinotecan 180 mg/m² lichaamsoppervlak als i.v.-infusie gedurende 90 min en folinezuur 400 mg/m² als i.v.-infusie gedurende 2 uur gelijktijdig op dag 1 met behulp van een Y-lijn; vervolgens fluoro-uracil 400 mg/m² als i.v.-bolus, gevolgd door fluoro-uracil 2400 mg/m² als continue i.v.-infusie gedurende 46 uur. De behandeling voortzetten tot aan ziekteprogressie of onaanvaardbare toxiciteit.

Zie voor dosisaanpassingen en richtlijnen voor onderbreking of stopzetting van de behandeling bij (ernstige) bijwerkingen van aflibercept en/of FOLFIRI (hypertensie, proteïnurie, overgevoeligheidsreacties, (febriele) neutropenie of neutropene sepsis, diarree, stomatitis en hand-voetsyndroom) de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 4.2, tabel 1 en rubriek 4.4).

Na verdunning toedienen als i.v.-infusie gedurende 1 uur. Vanwege hyperosmolariteit niet toedienen als i.v.-shot of -bolus.

Bijwerkingen

In combinatie met FOLFIRI: zeer vaak (> 10%): hypertensie. Dyspneu, dysfonie. Epistaxis, andere bloedingen. Infecties (o.a. urineweginfectie, nasofaryngitis). Hoofdpijn. Diarree, stomatitis, buikpijn. Verminderde eetlust, gewichtsverlies, asthenie. Hand-voetsyndroom. Leukopenie, neutropenie, trombocytopenie. Stijging ALAT, ASAT en serumcreatinine. Proteïnurie.

Vaak (1–10%): febriele neutropenie, neutropenische sepsis. Overgevoeligheidsreacties (jeuk, huiduitslag, urticaria, voorbijgaande roodheid van het gezicht en de hals, bronchospasme, dyspneu, angio-oedeem en anafylaxie). Arteriële of veneuze trombo-embolie. Rinorroe, orofaryngeale pijn. Rectale bloeding, fistel, afteuze stomatitis, aambeien, proctalgie, tandpijn. Hyperpigmentatie van de huid. Dehydratie.

Soms (0,1–1%): hartfalen, verlaagde ejectiefractie. Gastro-intestinale perforatie. Verstoorde wondgenezing. Nefrotisch syndroom, trombotische microangiopathie. Posterieur reversibel encefalopathiesyndroom (PRES). Osteonecrose van de kaak.

In combinatie met FOLFIRI tevens zeer vaak (> 10%): anemie. Misselijkheid, braken, obstipatie. Alopecia. Stijging alkalisch fosfatase en bilirubine.

Ouderen (≥ 65 jaar) hebben meer kans op: diarree, duizeligheid, asthenie, gewichtsverlies en dehydratie.

Interacties

Wees vanwege meer kans op osteonecrose van de kaak voorzichtig met gelijktijdig of achtereenvolgend gebruik met i.v. bisfosfonaten of met NRTI's.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren schadelijk gebleken (embryotoxisch en teratogeen).
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overig: Een vruchtbare vrouw of man dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen tijdens én tot ten minste 6 maanden na de therapie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Een nadelig effect op de zuigeling kan niet worden uitgesloten.
Advies: Het geven van borstvoeding ontraden.

Waarschuwingen en voorzorgen

Klinisch verloop: patiënten met een ECOG prestatiestatus ≥ 2 hebben meer kans op een slecht klinisch verloop.

Cardiovasculaire aandoeningen: omdat een verlaagde ejectiefractie en hartfalen zijn gemeld wordt aanbevolen vóór de behandeling en regelmatig tijdens de behandeling de linkerventrikelfunctie te controleren; controleer tevens regelmatig op symptomen van hartfalen. Bij ontstaan van een verlaagde ejectiefractie en hartfalen de behandeling staken. De behandeling niet beginnen bij ernstig congestief hartfalen (klasse III of IV) en ongecontroleerde hypertensie. Wees voorzichtig bij een voorgeschiedenis van cardiovasculaire aandoeningen zoals coronaire hartziekte. Vóór elke toediening een complete bloedtelling (met leukocytendifferentiatie) en bloeddrukmeting uitvoeren en de bloeddruk tevens elke 2 weken meten. Op grond van de uitslagen kunnen dosisaanpassingen noodzakelijk zijn. Controleer tijdens de behandeling op tekenen van ernstige bloedingen.

Nieraandoeningen: ernstige proteïnurie, nefrotisch syndroom en trombotische microangiopathie (TMA) kunnen optreden. Vóór elke toediening controleren op ontstaan of verergering van proteïnurie aan de hand van urine-analyse met dipsticks en/of de urinaire proteïne-creatinine ratio (UPCR). Bij een dipstick ≥ 2+ voor eiwitten of een UPCR > 1 of bij een proteïne-creatine ratio (PCR) > 100 mg/mmol de urine gedurende 24 uur verzamelen voor verder onderzoek. De behandeling definitief staken indien zich een nefrotisch syndroom ontwikkelt of een TMA.

Osteonecrose van de kaak: invasieve tandheelkundige ingrepen zijn een bekende risicofactor voor osteonecrose van de kaak. Daarom wordt geadviseerd vóór aanvang van de behandeling tandheelkundig onderzoek en gepaste preventieve tandheelkunde uit te laten voeren. Vermijd tandheelkundige ingrepen tijdens de behandeling bij patiënten die eerder een i.v. bisfosfonaat hebben gekregen of dit nog steeds krijgen.

Aflibercept verstoort de wondgenezing; de behandeling onderbreken gedurende ten minste 4 weken vóór een operatie tot aan volledig herstel van de operatiewond. Staak de behandeling bij een verstoorde wondgenezing die medische interventie vereist.

Controleer op tekenen van 'posterior leukoencephalopathy syndrome' (PRES) zoals ontwikkeling of verergering van convulsies, hypertensie, hoofdpijn, lethargie, verwardheid, blindheid, misselijkheid en braken. Bij vermoeden van PRES de behandeling onderbreken en passende diagnostiek verrichten. Als de diagnose PRES wordt bevestigd de behandeling definitief staken.

Staken van de behandeling: staak de behandeling definitief bij:

  • een ernstige bloeding;
  • gastro-intestinale perforatie;
  • fistelvorming (in en buiten het maag-darmkanaal);
  • een hypertensieve crisis of encefalopathie;
  • hartfalen, een verlaagde ejectiefractie;
  • arteriële trombo-embolie;
  • graad 4 veneuze trombo-embolie (incl. longembolie), recidief veneuze trombo-embolie ondanks aangepaste anticoagulatie;
  • nefrotisch syndroom of trombotische microangiopathie (TMA);
  • ernstige overgevoeligheidsreacties (incl. bronchospasme, dyspneu, angio-oedeem en anafylaxie);
  • een verstoorde wondgenezing die medische interventie vereist;
  • posterieur reversibel encefalopathiesyndroom (PRES).

Eigenschappen

Recombinant fusie-eiwit bestaande uit delen van de humane VEGF (vasculaire endotheliale groeifactor)-receptoren 1 en 2 gefuseerd met het Fc-deel van humaan IgG1. Aflibercept werkt als een oplosbare afleidingsreceptor ('decoy'-receptor) die zich bindt aan de liganden VEGF-A, VEGF-B en placentaire groeifactor (PlGF). De endogene VEGF-receptoren kunnen niet geactiveerd worden, waardoor de vorming van bloedvaten in tumoren wordt geremd.

Kinetische gegevens

Overigsteady-state wordt bereikt bij de tweede behandelcyclus (na 2 weken).
V dca. 0,1 l/kg.
T 1/2el6 dagen.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

aflibercept (bij maligne aandoening) hoort bij de groep oncolytica, overige.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook