Samenstelling

Amikacine (als sulfaat) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
250 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 2 ml

Bevat tevens: natriummetabisulfiet.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Amikacine komt pas voor behandeling van een urineweginfectie en pneumonie (CAP) in aanmerking op basis van onderzoek naar de aard en de gevoeligheid van de verwekker; dit onderzoek is noodzakelijk bij onvoldoende effect van de middelen die geadviseerd worden voor de initiële empirische behandeling. Zie hiervoor urineweginfecties en pneumonie. Bij een nosocomiale pneumonie wordt de keuze voor een specifiek antibioticum bepaald door de lokale situatie met betrekking tot de aard en de resistentie van de ziekenhuisflora.

De toepassing is beperkt tot de kliniek.

Indicaties

  • Kortdurende behandeling (7–10 dagen) van ernstige infecties, veroorzaakt door voor amikacine gevoelige Gram-negatieve micro-organismen, vooral indien deze resistent zijn tegen andere aminoglycosiden. Zie voor voldoende spiegels in diverse weefsels onder kinetische gegevens. (De intrathecale toediening is hierbij niet geregistreerd.)
  • Offlabel: Multiresistente tuberculose (MDR-tbc).

Gerelateerde informatie

Dosering

De opgegeven parenterale doseringen zijn afkomstig van de werkgroep TDM-monografieën (Therapeutic Drug Monitoring) van de Commissie Analyse en Toxicologie van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers. De dosering ná de startdosis dient te geschieden op geleide van spiegels. ’s Avonds doseren geeft meer kans op nefrotoxiciteit.

Streefwaarde bloedspiegel bij dosering 1×/dag: volwassenen top 45–60 mg/l (bij tuberculose 20–25 mg/l), dal < 5 mg/l; kinderen (incl. neonaten) top 15–30 mg/l (idem bij tuberculose; bij luchtweginfecties 20–30 mg/l), dal < 5 mg/l.

Ongecompliceerde infecties door micro-organismen die gevoelig zijn voor amikacine behoren binnen 24–48 uur te reageren. Indien binnen 3–5 dagen geen respons optreedt, dan een alternatieve therapie overwegen. Bij nierinsufficiëntie kan de concentratie van amikacine in de urine te laag zijn om effectief te zijn bij urineweginfecties.

Klap alles open Klap alles dicht

Infecties:

Volwassenen:

Startdosis: i.v. per infuus) 15 mg/kg lichaamsgewicht 1 ×/dag. Daarna doseren op geleide van de bloedspiegel. Max. 1,5 g/dag. Offlabel-gebruik: intrathecale toediening: 12 mg 1 ×/dag.

Kinderen < 18 jaar:

Startdosis: i.v. per infuus 15 mg/kg lichaamsgewicht 1×/24 uur; bij kinderen met cystische fibrose 20–30 mg/kg lichaamsgewicht 1×/24 uur; bij prematuren < 30 weken 15–20 mg/kg lichaamsgewicht 1×/36 uur. Daarna doseren op geleide van de bloedspiegel. Max. 1,5 g/dag. Offlabel-gebruik: intrathecale toediening: 3–12 mg 1×/dag.

Offlabel: Multiresistente tuberculose (MDR-tbc):

Volwassenen:

Startdosis: i.v. 7,5–15 mg/kg lichaamsgewicht 1 ×/dag. Daarna doseren op geleide van de bloedspiegel en de gevoeligheid van Mycobacterium tuberculosis. In de late fase van de behandeling 3–5 ×/week doseren in plaats van 1 ×/dag. Max. 1 g/dag. Omdat de behandeling van tuberculose langdurig is, neemt vooral de kans op ototoxiciteit toe.

Bij nierfunctiestoornissen: creatinineklaring < 80 ml/min normale dosering en het toedieningsinterval op geleide van de dalspiegel; conventionele hemodialyse: normale dosering ná de dialyse en toedieningsinterval op geleide van de dalspiegel (zelfde streefspiegel); CAVH(D), CVVH(D), CAPD: normale dosering, toedieningsinterval op geleide van de dalspiegel; CAPD peritonitis (i.p., intermitterend) 25 mg/l dialysevloeistof als oplaaddosis, daarna 12 mg/l dialysevloeistof.

Behandelduur bij voorkeur 7–10 dagen.

De inlooptijd van een infuus moet 30–60 min bedragen, bij zuigelingen 1–2 uur. Aminoglycosiden mogen in een oplossing (bv. in een infuus), niet met andere antibiotica (m.n. penicillinen) worden vermengd, omdat inactivering van het aminoglycoside kan optreden.

Bijwerkingen

Alle aminoglycosiden kunnen ototoxiciteit, vestibulaire en renale toxiciteit en neuromusculaire blokkade veroorzaken, vooral bij bestaande of doorgemaakte nierfunctiestoornis óf bij hoge doses of langdurig gebruik bij normale nierfunctie. De ototoxiciteit omvat door toxiciteit op nervus VIII met name gehoorschade (irreversibel) maar ook vestibulaire stoornissen. De doofheid begint met het niet horen van hoge frequenties. Ook oorsuizen kan een aanwijzing zijn. De nefrotoxiciteit uit zich in oligurie, verhoging van de serumcreatinine, uremie, albuminurie en het in de urine voorkomen van erytrocyten, leukocyten en sedimentcilinders. De nefrotoxiciteit is gewoonlijk reversibel na staken van de therapie. De neuromusculaire blokkade komt tot uiting in spierzwakte of onderdrukking van de ademhaling.

Allergische reacties op de hulpstof sulfiet (vooral bij astmapatiënten) zijn mogelijk zoals bronchospasmen en soms anafylactische shock.

Verder zijn gemeld: hypotensie, koorts, hoofdpijn, misselijkheid en braken, paresthesie, tremor, artralgie, anemie, eosinofilie, huiduitslag.

Interacties

Gelijktijdig en/of achtereenvolgende systemische, orale of lokale toediening van andere neurotoxische, nefrotoxische en ototoxische geneesmiddelen vermijden zoals amfotericine B, sommige cefalosporinen, colistine, foscarnet, ganciclovir, pentamidine, polymyxine B, vancomycine, ciclosporine, cisplatine, sterk werkende diuretica en aldesleukine.

Amikacine verlengt de neuromusculaire blokkade bij patiënten aan wie anesthetica en/of curare-achtige stoffen worden toegediend en bij patiënten die ingrijpende transfusies met door citraat onstolbaar gemaakt bloed krijgen.

Zwangerschap

Amikacine passeert de placenta. Foetale serumconcentratie is ca. 16% van de serumconcentratie van de moeder.
Teratogenese: Bij de mens onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Farmacologisch effect: Er zijn meldingen van volledige, onomkeerbare, bilaterale congenitale doofheid bij kinderen van wie de moeder de aminoglycoside streptomycine kreeg tijdens de zwangerschap. Bij gebruik van systemisch gentamicine is beschadiging van foetale nieren gemeld.
Advies: Alleen op zeer dringende vitale strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in geringe mate.
Farmacologisch effect: Sensibilisatie bij de zuigeling kan niet worden uitgesloten, ook de darmflora kan worden verstoord.
Advies: Gebruik ontraden.

Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor aminoglycosiden of voor sulfiet (cave astma-patiënten).

Waarschuwingen en voorzorgen

Vóór en tijdens de therapie de nierfunctie (serumcreatininebepaling) en urine controleren. Wees uiterst voorzichtig bij gestoorde nierfunctie, dehydratie, hypovolemie, prematuren, neonaten, hoge leeftijd, nervus VIII-beschadiging en stoornissen van skeletspieren zoals myasthenia gravis en parkinsonisme. Let op! Bij latente nier- of nervus VIII beschadiging door een eerdere behandeling met een nefro- of ototoxisch geneesmiddel amikacine alleen op zeer dringende vitale strikte indicatie gebruiken. Om oto- en nefrotoxische bijwerkingen zoveel mogelijk te voorkomen, de behandelduur zo kort mogelijk houden; bovendien voor voldoende vochtopname zorgen.

De ototoxiciteit kan dagen tot weken na staken manifest worden; vestibulaire stoornissen zijn minder ernstig en worden grotendeels gecompenseerd. Het verdient aanbeveling vóór, tijdens en 4–6 weken ná de behandeling audiometrische controle te verrichten; indien gehoorafname van hoge frequenties wordt vastgesteld of oorsuizen of subjectief gehoorverlies optreedt, de toediening staken. De kans op gehoorschade neemt toe bij overschrijden van maximumdoses en van aanbevolen dal- en piekspiegels, bij eerder of gelijktijdig gebruik van ototoxische middelen en bij gestoorde nierfunctie.

De nefrotoxiciteit uit zich in schade aan de proximale tubuli; bij symptomen hiervan de dosering aanpassen of de toediening staken. De nierfunctie herstelt zich meestal geleidelijk na staken van de therapie (evt. ondersteunen met hemodialyse). Risicofactoren voor ernstige, eventueel acute nierinsufficiëntie zijn dehydratie, hypovolemie, hoge leeftijd, pre-existente nierinsufficiëntie, overschrijden van maximale (dag)doses en van dal- en piekspiegels of behandelduur en eerder of gelijktijdig gebruik van andere nefrotoxische middelen.

Aminoglycosiden worden snel en vrijwel volledig geabsorbeerd na lokale toediening tijdens operatieve ingrepen, behalve vanuit de blaas; na irrigatie (offlabel-toepassing) van zowel kleine als grote oppervlakken met oplossingen die aminoglycoside bevatten, zijn irreversibele doofheid, nierfunctiestoornissen en overlijden door neuromusculaire blokkade gemeld.

De injectievloeistof bevat sulfiet; dit kan aanleiding geven tot allergische reacties (vooral astmapatiënten zijn hiervoor gevoelig), variërend van lichte astmatische aanvallen tot soms fatale anafylactische shock. Kruisresistentie en kruisovergevoeligheid met andere aminoglycosiden kunnen optreden.

De veiligheid voor langere behandeling (> 14 dagen) is niet vastgesteld.

Eigenschappen

Semisynthetisch aminoglycoside met sterk bactericide werking tegen een breed spectrum van aerobe Gram-positieve en Gram-negatieve micro-organismen.

Doorgaans gevoelig zijn: Staphylococcus aureus (incl. meticilline-resistente stammen), Streptococcus agalactiae, Streptococcus faecalis, Streptococcus pneumoniae, Streptococcus pyogenes, Enterococcus spp., Acinetobacter spp., Citrobacter freundii, Enterobacter spp., Escherichia coli, Klebsiella pneumoniae, Proteus spp. (indool-positief en -negatief), Pseudomonas spp., Providencia spp., Serratia marcescens en Shigella spp. Ook Mycobacterium tuberculosis is gevoelig.

Anaeroben zijn in het algemeen niet gevoelig. Vele stammen van bacteriën die resistent zijn geworden tegen andere aminoglycosiden zijn (in vitro) gevoelig voor amikacine, omdat het niet wordt omgezet door de meeste enzymen die andere aminoglycosiden wél kunnen inactiveren. In combinatie met een β-lactamantibioticum kan synergisme optreden.

Aminoglycosiden zijn minder werkzaam in een zuur milieu (bv. aangezuurde urine, wondinfecties met veel pusvorming, intra-abdominale abcessen).

Kinetische gegevens

T maxi.m. ca. 1 uur.
V dca. 0,3 l/kg.
OverigTherapeutische spiegels worden aangetroffen in bot, hart, galblaas, gal, longweefsel, bronchiaalsecreet, sputum, interstitiële vloeistof, pleura-, amnion- en synoviaal vocht en zeer hoge concentraties in urine. Penetratie in de liquor: gering (10–20% van de serumconcentratie), bij ontstoken meninges tot 50% van de serumconcentratie.
Metaboliseringniet.
Eliminatiemet de urine voornamelijk via glomerulaire filtratie, 94–98% onveranderd binnen 24 uur.
T 1/22–3 uur, bij voldragen neonaten 4–8 uur, bij verminderde nierfunctie tot 70 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

amikacine hoort bij de groep aminoglycosiden.

amikacine vergelijken met een ander geneesmiddel

Zie ook