Samenstelling

Tauredon (Na-zout) Takeda Nederland bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
100 mg/ml
Verpakkingsvorm
0,5 ml

0,5 ml komt overeen met 22,65 mg goud.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Aurothiomalaat dient alleen te worden voorgeschreven door een gespecialiseerde arts met ervaring op dit gebied.

Indicaties

  • Reumatoïde artritis en juveniele idiopatische artritis die progressief is óf niet of onvoldoende reageert op behandeling met NSAID's.

Dosering

Goudverbindingen individueel doseren.

Klap alles open Klap alles dicht

Reumatoïde artritis:

Volwassenen:

Diep i.m. (intragluteaal): het meest gangbare doseerschema is 50 mg per week, gedurende 20 weken, voorafgegaan door een testdosis van 10 mg.

Bij voldoende effect na 20 weken de dosering verlagen door het doseerinterval te verlengen van 1 naar 2–4 weken. Bij geen duidelijke verbetering na 20 weken overwegen de behandeling 10 weken voort te zetten met 75–100 mg per week óf anders de behandeling te staken.

Juveniele idiopatische artritis:

Kinderen 6–12 jaar:

¼ van de volwassenendosering.

Onderhoudsdosering: 1 mg/kg lichaamsgewicht een- à tweemaal per maand. Na zes maanden de behandeling evalueren; bij onvoldoende verbetering de behandeling staken.

Gedurende de eerste maanden van de behandeling met goud doorbehandelen met NSAID's totdat een duidelijke verbetering met de goudtherapie is opgetreden.

Bijwerkingen

Bij 30–40% van de patiënten, vooral tussen de derde en achtste maand; bij hogere dosering (150–200 mg/week) neemt het percentage bijwerkingen sterk toe.

Zeer vaak (> 10%): dermatitis (meestal niet-specifiek, vaak jeukende, erythemateuze huiduitslag). Stomatitis. Lichte proteïnurie (< 1 g/24 uur).

Vaak (1-10%): chrysiasis (grijsblauwe pigmentatie door afzetting van goud in de weefsels, vooral in aan zon blootgestelde lichaamsdelen). Eosinofilie, trombocytopenie.

Soms (0,1-1%): pancytopenie, aplastische anemie. Nefrotisch syndroom (meestal membraneuze glomerulonefritis), acute nierinsufficiëntie, acute nefritis.

Zelden (0,01-0,1%): alopecia. Ernstige proteïnurie. Polyneuropathie, Guillain-Barré-syndroom, verlamming craniale zenuwen (aangezichtsverlamming, sensibiliteitsstoornissen), encefalitis. Leukopenie, agranulocytose, 'pure red cel aplasia', algemene beenmergaplasie. Conjunctivitis, dosisafhankelijke goudneerslag in de cornea en de lens. Diffuse longinfiltraten ('goudlong'). Cholestatische icterus, verhoogde leverfunctiewaarden.

Zeer zelden (< 0,01%): vasomotore nitritoïde reacties met name vlak na de injectie (met symptomen als hypotensie, tachycardie, roodheid in het gelaat, zweten, duizeligheid, hoofdpijn, zwakte, misselijkheid, braken). Bronchiolitis, longfibrose, alveolitis. Goud-encefalopathie (kan zich manifesteren als depressies, angsttoestand, desoriëntatie, spraak-, geheugen- en slaapstoornissen, hallucinaties). Visusklachten. Enterocolitis. Polyartritis en systemische lupus erythematodes. Lymfadenopathie. Verkleuring en loslating van de nagels.

Interacties

Gelijktijdig gebruik met penicillamine, immunosuppressiva en pyrazolinonderivaten kan het optreden van bijwerkingen als ernstige beenmergremming doen toenemen.

Gelijktijdig gebruik met malariamiddelen kan de kans op dermatitis verhogen.

Gelijktijdig gebruik van fotosensibiliserende middelen (o.a. chloroquine, chloorpromazine, fenylbutazon) vermijden.

Bij combinatie met een ACE-remmer kan het risico op vasomotore reacties toenemen.

Zwangerschap

Goudverbindingen passeren de placenta.
Teratogenese: Bij de mens onvoldoende gegevens, in een aantal dierproeven schadelijk gebleken.
Advies: Gebruik ontraden.
Overig: Een vruchtbare vrouw dient tijdens en tot 12 maanden na staken van de behandeling adequate anticonceptieve maatregelen te treffen.

Contra-indicaties

  • niet - of slecht gereguleerde diabetes mellitus of hartfalen;
  • actieve leveraandoening;
  • nierfunctiestoornissen of andere symptomen van nierbeschadiging;
  • actieve longtuberculose;
  • ernstige cachexie;
  • colitis ulcerosa
  • bloedbeeldafwijkingen;
  • recente radiotherapie;
  • collageenziekten (systemische lupus erythematodes, panartritis nodosa, sclerodermie, dermatomyositis);
  • remming van beenmergactiviteit of idiosyncrasie ten gevolge van blootstelling aan zware metalen in de voorgeschiedenis;
  • onmogelijkheid tot therapiecontrole (bloed- en urineonderzoek);
  • toxische reacties op goud in de voorgeschiedenis zoals enterocolitis, pulmonale fibrose, hepatitis, exfoliatieve dermatitis of bloedbeeldafwijkingen;
  • polyallergie;
  • overgevoeligheid voor goudverbindingen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Wees voorzichtig bij snel ontwikkelende antinucleaire factoren (antistoffen, ook wel ANA), reumatoïde artritis met een viscerale component en bijzondere vormen van psoriasis zoals erytrodermie.

Bloed en urine voor en tijdens de behandeling gedurende de eerste twee maanden wekelijks en daarna per 2 injecties controleren. Bij een toenemende proteïnurie (> 300 mg/l), leverfunctiestoornissen of tekenen van een toxische reactie de behandeling tijdelijk staken.

Gouddermatitis kan toenemen door zonlicht. Blootstelling aan zonlicht en (kunstmatige) UV-straling zoveel mogelijk vermijden. Bij ernstige gegeneraliseerde huiduitslag de behandeling definitief staken.

Bij plotselinge of toenemende verslechtering van het gezichtsvermogen, met name bij langdurige goudtherapie of bij gelijktijdig optredende symptomen van perifere neuropathie, moet oogheelkundig onderzoek plaatsvinden (beschadiging van de n. opticus uitsluiten); zonodig de behandeling staken. Bij tekenen van craniale neuropathie de behandeling staken en neurologisch onderzoek starten.

Bij enterocolitis de behandeling staken.

Immuunsuppressie kan vroegtijdig worden onderkend door voor en tijdens de behandeling (elke drie maanden) de immunoglobuline-gehalten te bepalen.

Jaarlijks röntgenonderzoek van de longen wordt aanbevolen om vroegtijdige fibrose te onderkennen. Longcomplicaties, (met name alveolitis of bronchiolitis) ontwikkelen zich meestal in de eerste maanden van de behandeling met een cumulatieve dosis < 1 gram goud (voor verzadiging); bij klinische symptomen als acute inspanningsdyspneu, droge hoest met of zonder koorts de behandeling staken en zo nodig behandeling met corticosteroïden starten.

Myocardscintigrafie ten minste drie dagen na een goudinjectie uitvoeren in verband met een verminderde aankleuring van het radioactieve middel.

Patiënten erop wijzen ongewone afwijkingen en klachten direct te melden.

Overdosering

Symptomen
Nierbeschadiging, bloedbeeldafwijkingen, huidafwijkingen (papulovesiculaire laesies, urticaria, exfoliatieve dermatitis; allen gepaard gaande met ernstige jeuk), koorts, misselijkheid en braken, diarree.

Therapie
Goudtherapie staken, zo nodig corticosteroïden toedienen. Chelatietherapie met dimercaprol.

Voor meer informatie over een vergiftiging met natriumaurothiomalaat neem contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Goudverbinding. Het werkingsmechanisme van goudzouten bij reumatoïde artritis is niet volledig opgehelderd; de therapeutische werking van goud wordt toegeschreven aan veelvuldige beïnvloeding van het immuunsysteem. Aurothiomalaat remt de expressie van adhesiemoleculen in het vaatendotheel en het vrijkomen van collagenasen en andere proteolytische enzymen, hetgeen mogelijk de basis vormt voor remming van de TNF-α afgifte.

Kinetische gegevens

Resorptiesnel en volledig.
Fca. 95%.
T maxna 2–6 uur. Steady-state wordt binnen 5–10 weken bereikt.
Eiwitbinding95%.
Eliminatievoor 70% met de urine en 30 % met de feces. In de eerste week is de totale uitscheiding ca. 20%, tijdens onderhoudsbehandeling ca. 40%.
T 1/2ca. 25 dagen.
T 1/2el(van goud) is ca. 250 dagen. Meerdere jaren na staken van de goudbehandeling kunnen nog sporen van goud door het lichaam worden uitgescheiden.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

aurothiomalaat hoort bij de groep goudpreparaten.

Zie ook