fluconazol (systemisch)

Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Diflucan Pfizer bv

Toedieningsvorm
Poeder voor orale suspensie
Sterkte
10 mg/ml
Verpakkingsvorm
35 ml
Toedieningsvorm
Poeder voor orale suspensie
Sterkte
40 mg/ml
Verpakkingsvorm
35 ml

Fluconazol Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Capsule
Sterkte
50 mg, 150 mg, 200 mg
Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
2 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 50 ml, 100 ml, 200 ml, zak 50 ml, 100 ml, 200 ml

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

fluconazol (systemisch) vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Kies bij een eenmalige ongecompliceerde orofaryngeale Candida-infectie bij een volwassene of ouder kind met klachten, voor lokale behandeling met miconazol orale gel. Overweeg nystatine bij onvoldoende effect. Bij (ernstig) immuungecompromitteerden gaat de voorkeur uit naar systemische behandeling met fluconazol of itraconazoldrank. Overweeg bij (herhaalde) recidieven, intermitterende behandeling of onderhoudsbehandeling met fluconazol. Spruw bij zuigelingen met vermoedelijke pijnklachten, al dan niet in combinatie met pijn tijdens of na het voeden bij de moeder, behandelen met een lokaal antimycoticum. Kies bij zuigelingen tot en met 3 maanden voor nystatine. Bij zuigelingen vanaf 4 maanden gaat de voorkeur uit naar het effectievere miconazol, mits het op de juiste wijze wordt aangebracht. Behandel de tepels van de moeder met miconazolcrème om herinfectie bij het kind te voorkomen.

Als behandeling van hinderlijke klachten van vulvovaginale candidiasis zijn lokale en orale antimycotica even effectief. Vanwege minder kans op bijwerkingen heeft lokale behandeling met miconazol de voorkeur. Geef fluconazol bij een voorkeur voor orale behandeling (niet bij zwangerschap of borstvoeding). Behandel recidieven als een eerste infectie.

Bij systemische Candida-infecties heeft fluconazol de voorkeur (uitgezonderd een infectie met C. krusei).

Dermatomycosen: Oppervlakkige tinea-infecties worden met een lokaal antimycoticum behandeld. Bij oppervlakkige Candida-infecties heeft lokale toepassing van een imidazoolderivaat de voorkeur. Tinea pedis met mocassinpatroon wordt behandeld met oraal terbinafine. Pityriasis versicolor kan worden behandeld met seleensulfide of een lokaal imidazoolderivaat. Medicamenteuze behandeling van onychomycosen is meestal niet nodig. Desgewenst kan worden behandeld met oraal terbinafine (teennagels) of oraal itraconazol (vingernagels). Diepe dermatomycosen worden behandeld met oraal terbinafine.

Bij de overige indicaties dient fluconazol te worden toegepast door of op aanwijzing van een gespecialiseerde arts met ervaring op het betreffende gebied.

Bij het voorschrijven van dit geneesmiddel dient volgens de Regeling Geneesmiddelenwet de reden van voorschrijven op het recept te worden vermeld.

Indicaties

Volwassenen

Behandeling van:

  • slijmvliescandidiasis, waaronder:
    • orofaryngeale candidiasis;
    • oesofageale candidiasis;
    • candidurie;
    • chronische orale atrofische candidiasis, indien mondhygiëne of lokale behandeling onvoldoende is;
    • chronische mucocutane candidiasis;
  • acute of recidiverende vaginale candidiasis; wanneer lokale therapie niet geschikt is;
  • candida balanitis, wanneer lokale therapie niet geschikt is;
  • invasieve candidiasis;
  • dermatomycosen waaronder:
    • tinea pedis;
    • tinea corporis;
    • tinea cruris;
    • tinea versicolor;
    • andere dermale candida-infecties, wanneer systemische therapie is geïndiceerd;
  • tinea unguium (onychomycose), wanneer andere middelen niet geschikt zijn;
  • coccidioïdomycose;
  • cryptokokkenmeningitis.

Profylaxe van:

  • recidieven van orofaryngeale of oesofageale candidiasis bij patiënten met een HIV-infectie met een hoog terugvalrisico;
  • recidieven van vaginale candidiasis bij ≥ 4 recidieven per jaar;
  • candidiasis bij langdurige neutropenie;
  • recidieven van cryptokokkenmeningitis bij een hoog terugvalrisico.

Kinderen

Behandeling van:

  • orofaryngeale candidiasis;
  • oesofageale candidiasis;
  • invasieve candidiasis;
  • cryptokokkenmeningitis.

Profylaxe van:

  • candidiasis bij gecompromitteerde immuunfunctie;
  • recidieven van cryptokokkenmeningitis bij een hoog terugvalrisico.

Gerelateerde informatie

Dosering

Bij het overschakelen van de parenterale naar de orale toedieningsvorm (of omgekeerd) is géén dosisaanpassing nodig.

Kinderen hebben een hogere klaring van fluconazol dan volwassenen. Een dosis van 100, 200 en 400 mg bij volwassenen komt overeen met een dosis van 3, 6 en 12 mg/kg lichaamsgewicht bij kinderen. Bij adolescenten (12–17 jaar) de dosering voor volwassenen óf kinderen aanhouden, afhankelijk van het gewicht en de puberale ontwikkeling, naar het oordeel van de arts. De maximale dagdosering van 400 mg bij kinderen niet overschrijden.

Klap alles open Klap alles dicht

Behandeling orofaryngeale candidiasis

Volwassenen

Oraal, intraveneus: Volgens de fabrikant: oplaaddosis van 200–400 mg op dag 1, gevolgd door 100–200 mg 1×/dag. Behandelduur: 7–21 dagen (totdat de orofaryngeale candidiasis in remissie is), zo nodig langer bij patiënten met een ernstig verminderde immuunrespons. Zie voor de dosering en behandelduur ook het SWAB-advies Candida orofaryngeaal.

Kinderen

Oraal, intraveneus: Kinderen van 28 dagen tot 11 jaar: oplaaddosis van 6 mg/kg lichaamsgewicht op dag 1, gevolgd door 3 mg/kg 1×/dag; behandelduur gedurende 7–21 dagen, zo nodig langer bij patiënten met een ernstig verminderde immuunrespons; maximaal 400 mg/dag. Voldragen pasgeborenen van 15–27 dagen: dezelfde dosering om de 48 uur, max. 12 mg/kg om de 48 uur. Voldragen pasgeborenen van 0–14 dagen: dezelfde dosering om de 72 uur, max. 12 mg/kg om de 72 uur.

Behandeling oesofageale candidiasis

Volwassenen

Oraal, intraveneus: Volgens de fabrikant: oplaaddosis van 200–400 mg op dag 1, gevolgd door 100–200 mg 1×/dag. Behandelduur: 14–30 dagen (totdat de oesofageale candidiasis in remissie is), zo nodig langer bij patiënten met een ernstig verminderde immuunrespons. Zie voor de dosering en behandelduur ook het SWAB-advies Candida oesofagitis.

Kinderen

Oraal, intraveneus: Kinderen van 28 dagen tot 11 jaar: oplaaddosis: 6 mg/kg lichaamsgewicht (dag 1), gevolgd door 3 mg/kg 1×/dag. Behandelduur: gedurende 14–30 dagen, zo nodig langer bij patiënten met een ernstig verminderde immuunrespons; maximaal 400 mg/dag. Voldragen pasgeborenen van 15–27 dagen: dezelfde dosering om de 48 uur, max. 12 mg/kg om de 48 uur. Voldragen pasgeborenen van 0–14 dagen: dezelfde dosering om de 72 uur, max. 12 mg/kg om de 72 uur.

Behandeling candidurie

Volwassenen

Oraal, intraveneus: Volgens de fabrikant 200–400 mg 1×/dag. Behandelduur: 7–21 dagen, zo nodig langer bij patiënten met een ernstig verminderde immuunrespons. Zie voor de dosering en behandelduur ook het SWAB-advies Candidurie/renale candidiasis.

Behandeling chronische atrofische candidiasis

Volwassenen

Oraal, intraveneus: 50 mg 1×/dag; behandelduur 14 dagen.

Behandeling chronische mucocutane candidiasis

Volwassenen

Oraal, intraveneus: 50–100 mg 1×/dag. Behandelduur: tot 28 dagen, langere perioden zowel afhankelijk van de ernst van de infectie als van de onderliggende immuunsuppressie.

Behandeling acute candidiasis vaginalis en Candida balanitis

Volwassenen (en adolescenten)

Oraal: 150 mg eenmalig. De werkzaamheid en veiligheid bij kinderen zijn voor deze indicatie niet vastgesteld. Mocht toch behandeling bij adolescenten (12–17 jaar) noodzakelijk zijn dan dezelfde dosis geven als bij volwassenen.

Behandeling invasieve candidiasis

Volwassenen

Oraal, intraveneus: Oplaaddosis van 800 mg op dag 1, gevolgd door 400 mg 1×/dag. Behandelduur: voor candidemie volgens de fabrikant tot 2 weken na het eerste negatieve resultaat van de bloedcultuur en het verdwijnen van de symptomen. Volgens SWAB is de behandelduur voor candidemie zonder aanwijzingen voor strooihaarden tot 2 weken na de laatste positieve bloedkweek; bij een acute gedissemineerde candidiasis ten minste 4-8 weken, zie eventueel ook het SWAB-advies Candidemie/gedissemineerde candidiasis bij volwassenen.

Kinderen

Oraal, intraveneus: Volgens de fabrikant bij kinderen van 28 dagen tot 11 jaar: 6–12 mg/kg lichaamsgewicht 1×/dag (maximaal 400 mg/dag); de behandelduur is afhankelijk van de ernst van de ziekte. Voldragen pasgeborenen van 15–27 dagen: dezelfde dosering om de 48 uur, max. 12 mg/kg om de 48 uur. Voldragen pasgeborenen van 0–14 dagen: dezelfde dosering om de 72 uur, max. 12 mg/kg om de 72 uur. Voor dosering en toedieningsfrequentie zie ook het SWAB-advies Candida/gedissemineerde candidiasis bij kinderen.

Behandeling tinea pedis, tinea corporis, tinea cruris en dermale Candida-infecties (m.u.v. tinea versicolor, zie hieronder)

Volwassenen

Oraal: 150 mg 1×/week óf 50 mg 1×/dag. Behandelduur: 2–4 weken, bij tinea pedis zonodig 6 weken.

Behandeling tinea versicolor

Volwassenen

Oraal: 300–400 mg 1×/week gedurende 1–3 weken óf 50 mg 1×/dag gedurende 2–4 weken.

Behandeling tinea unguium

Volwassenen

Oraal: 150 mg 1×/week. Behandelduur: de behandeling voortzetten tot de geïnfecteerde nagel is vervangen, bij vingernagels doorgaans 3–6 maanden en bij teennagels 6–12 maanden. De groeisnelheid kan echter sterk verschillen, afhankelijk van persoon en leeftijd. Ook na een succesvolle behandeling van langdurige, chronische infecties, kunnen nagels soms misvormd blijven.

Behandeling coccidioïdomycose

Volwassenen

Oraal, intraveneus: 200–400 mg 1×/dag, bij sommige infecties (m.n. voor meningitis) 800 mg/dag overwegen. Behandelduur: 11–24 maanden, zonodig langer.

Behandeling cryptokokkenmeningitis

Volwassenen

Oraal, intraveneus: Volgens de fabrikant: Oplaaddosis van 400 mg op dag 1, gevolgd door 200–400 mg 1×/dag, bij levensbedreigende infectie de dagelijkse dosis verhogen tot 800 mg/dag. Behandelduur: gewoonlijk ten minste 6–8 weken. Zie ook het SWAB-advies Cryptokokkose.

Kinderen

Oraal, intraveneus: Kinderen van 28 dagen tot 11 jaar: 6–12 mg/kg lichaamsgewicht 1×/dag (max. 400 mg/dag); de behandelduur is afhankelijk van de ernst van de ziekte. Voldragen pasgeborenen van 15–27 dagen: dezelfde dosering om de 48 uur, max. 12 mg/kg om de 48 uur. Voldragen pasgeborenen van 0–14 dagen: dezelfde dosering om de 72 uur, max. 12 mg/kg om de 72 uur.

Profylaxe van recidiverende orofaryngeale en oesofageale candidiasis

Volwassenen

Oraal, intraveneus: 100–200 mg 1×/dag óf 200 mg 3×/week, voor een onbepaalde periode voor patiënten met chronische immuunsuppressie.

Profylaxe van recidiverende vaginale candidiasis (≥ 4 episoden per jaar)

Volwassenen

Oraal: 150 mg op dag 1, 4 en 7, gevolgd door een onderhoudsdosering gedurende 6 maanden van 150 mg 1×/week. De werkzaamheid en veiligheid bij kinderen zijn voor deze indicatie niet vastgesteld. Mocht toch behandeling bij adolescenten (12–17 jaar) noodzakelijk zijn dan dezelfde dosering geven als bij volwassenen.

Profylaxe van Candida-infecties bij langdurige neutropenie

Volwassenen

Oraal, intraveneus: 200–400 mg 1×/dag. De behandeling beginnen enkele dagen vóór het verwachte begin van de neutropenie en voortzetten tot en met 7 dagen na herstel van de neutropenie (telling > 1,0 × 10 9 cellen/liter).

Kinderen

Oraal, intraveneus: Kinderen van 28 dagen tot 11 jaar: 3–12 mg/kg lichaamsgewicht 1×/dag (max. 400 mg/dag), afhankelijk van de omvang en duur van de geïnduceerde neutropenie (zie dosering voor volwassenen). Voldragen pasgeborenen van 15–27 dagen: dezelfde dosering om de 48 uur, max. 12 mg/kg om de 48 uur. Voldragen pasgeborenen van 0–14 dagen: dezelfde dosering om de 72 uur, max. 12 mg/kg om de 72 uur.

Profylaxe van een recidief van cryptokokkenmeningitis

Volwassenen

Oraal, intraveneus: (Na een volledige kuur met de volledige dosis): 200 mg 1×/dag, gedurende onbepaalde tijd. Zie voor de duur van de secundaire profylaxe bij HIV ook het SWAB-advies meningitis - cryptokok.

Kinderen

Oraal, intraveneus: (Na een volledige kuur met de volledige dosis): Kinderen van 28 dagen tot 11 jaar: 6 mg/kg lichaamsgewicht 1×/dag (max. 400 mg/dag), gedurende onbepaalde tijd. Voldragen pasgeborenen van 15–27 dagen: dezelfde dosering om de 48 uur, max. 12 mg/kg om de 48 uur. Voldragen pasgeborenen van 0–14 dagen: dezelfde dosering om de 72 uur, max. 12 mg/kg om de 72 uur.

Verminderde nierfunctie (ook bij kinderen)

  • bij een eenmalige dosis is geen dosisaanpassing nodig;
  • bij een kuur de normale oplaaddosis gebruiken (passend bij de indicatie) en de vervolgdosering aanpassen:
    • creatinineklaring > 50 ml/min: geen dosisaanpassing nodig;
    • creatinineklaring ≤ 50 ml/min (geen hemodialyse): 50% van de aanbevolen dosis;
    • bij hemodialyse: 100% van de aanbevolen dosis ná elke hemodialyse en op dagen waarop geen dialyse plaatsvindt een lagere dosis geven op basis van de (berekende/geschatte steady-state) creatinineklaring.

Verminderde leverfunctie: er zijn relatief weinig gegevens over de toepassing beschikbaar; voorzichtig toedienen.

Toediening

  • Toedienen via i.v. infusie (max. 20 mg/min = max. 10 ml/min) of oraal, afhankelijk van de klinische toestand.
  • De orale dagdosering in 1 keer toedienen.
  • De capsules heel innemen met wat water.
  • De suspensie schudden voor gebruik.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): hoofdpijn. Misselijkheid, braken, diarree, buikpijn. Huiduitslag. Verhoogde waarden van alkalische fosfatase (AF), ASAT, ALAT.

Soms (0,1-1%): (draai)duizeligheid, convulsies, paresthesie, smaakstoornis. Verminderde eetlust. Droge mond, dyspepsie, flatulentie, obstipatie. Cholestase, geelzucht, verhoogd bilirubine. Anemie. Slaperigheid, slapeloosheid, vermoeidheid, asthenie, malaise, koorts. Spierpijn. Jeuk, urticaria, 'fixed drug eruption', toegenomen transpiratie.

Zelden (0,01-0,1%): anafylactische reacties. Exfoliatieve huidafwijkingen zoals Stevens-Johnsonsyndroom en toxische epidermale necrolyse, exfoliatieve dermatitis, acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP), angio-oedeem, gelaatsoedeem, alopecia. Tremor. Hepatitis, hepatocellulaire schade of necrose, leverfalen. QT-verlenging, 'torsade de pointes'. Leukopenie, neutropenie, agranulocytose, trombocytopenie. Hypokaliëmie. Hypercholesterolemie, hypertriglyceridemie.

Verder is gemeld: huiduitslag met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS–syndroom).

Interacties

Gelijktijdig gebruik van fluconazol en QT-verlengende geneesmiddelen die gemetaboliseerd worden door CYP3A4 (zoals erytromycine, pimozide en kinidine), is gecontra-indiceerd.

Wees voorzichtig bij combinatie met amiodaron vanwege meer kans op QT-verlenging, vooral bij hoge doses fluconazol (800 mg).

Fluconazol is een matig sterke remmer van CYP2C9 en CYP3A4 en tevens een (zeer) sterke remmer van CYP2C19; het remt waarschijnlijk ook P-glycoproteïne (Pgp). Wees bedacht op verhoogde plasmaconcentraties van geneesmiddelen die voor een belangrijk deel via deze enzymsystemen worden omgezet (bv. tofacitinib dat door zowel CYP3A4 als CYP2C19 wordt gemetaboliseerd; verlaag de dosering hiervan tot 5 mg 1×/dag). Door de lange terminale halfwaardetijd van fluconazol houdt het enzymremmend effect 4–5 dagen aan ná het staken van fluconazol.

Wees voorzichtig met de combinatie van andere geneesmiddelen die gemetaboliseerd worden door CYP3A4 en een smalle therapeutische breedte hebben, zoals fentanyl, alfentanil, methadon, domperidon (vermijd combinatie vanwege risico op verlenging van het QTc-interval en 'torsade de pointes'), carbamazepine, sommige calciumantagonisten (de dihydropyridinen m.u.v. clevidipine dat geen substraat is voor CYP3A4), sommige glucocorticosteroïden, ciclosporine, sirolimus, tacrolimus, everolimus, sommige statinen (simvastatine, atorvastatine), alprazolam, midazolam, sommige HIV–proteaseremmers en vinca-alkaloïden. Een dosisaanpassing van deze middelen kan nodig zijn. Ook kan fluconazol de vorming van actieve metabolieten remmen via CYP3A4 zoals bij losartan en tamoxifen. Bij gelijktijdige toediening met ivacaftor (ook substraat CYP3A4) stijgt de blootstelling aan ivacaftor en zijn metaboliet resp. met een factor 3 en 1,9; een verlaging van de dosis ivacaftor naar eenmaal per dag 150 mg wordt aanbevolen. Combinatie met olaparib verhoogt de plasmaspiegel van olaparib; verlaag indien de combinatie onvermijdelijk is de dosis olaparib naar tweemaal per dag 200 mg. Combinatie met ibrutinib verhoogt de plasmaspiegel van ibrutinib en kan het risico op toxiciteit verhogen; als de combinatie onvermijdelijk is verlaag dan de dosis ibrutinib naar eenmaal per dag 280 mg voor de duur van het gebruik van fluconazol, en controleer op toxiciteit door ibrutinib. Ook de blootstelling aan tolvaptan (ook CYP3A4-substraat) neemt aanzienlijk toe (200%, en 80% in Cmax) met het risico van significante toename van bijwerkingen (m.n. significante diurese, dehydratie, acuut nierfalen). Verlaag de dosis tolvaptan conform tolvaptan#doseringen en controleer regelmatig op met tolvaptan geassocieerde bijwerkingen.

Wees tevens voorzichtig met de combinatie van geneesmiddelen die voor een belangrijk gedeelte worden gemetaboliseerd door CYP2C9 zoals sulfonylureumderivaten, sommige NSAID's (o.a. naproxen, diclofenac, celecoxib, meloxicam; dosisaanpassing kan nodig zijn) en fenytoïne. Dit zelfde geldt voor fluvastatine; staken bij toename van creatinekinase of bij diagnosticeren óf vermoeden van rabdomyolyse of myopathie.

Fluconazol:

  • verhoogt de blootstelling aan voriconazol; controleer vanwege de lange halfwaardetijd op bijwerkingen van voriconazol indien voriconazol aansluitend op fluconazol wordt gegeven;
  • kan het effect van vitamine K-antagonisten versterken; controleer de INR extra;
  • verhoogt via diverse mechanismen de plasmaspiegels van amitriptyline, nortriptyline, theofylline en zidovudine;
  • verhoogt de blootstelling aan rifabutine met meer kans op uveïtis.

Rifampicine vermindert de blootstelling (met ca. 25%) aan fluconazol; mogelijk is een hogere dosis nodig.

Hydrochloorthiazide kan mogelijk de plasmaconcentratie van fluconazol verhogen met ca. 40%.

Gecombineerde behandeling met cyclofosfamide en fluconazol leidt tot toename van serumbilirubine en -creatinine.

Bij combinatie met tretinoïne is een geval van pseudotumor cerebri gemeld.

Zwangerschap

Teratogenese: Ruime ervaring met eenmalige of cumulatieve doses van ≤ 150 mg laat geen stijging van het totale risico op misvormingen zien. In studies zijn meer dan 40.000 blootstellingen aan fluconazol in het 1e trimester vastgelegd. Deels was dit in uitgiftedatabases, het is dan niet zeker of de vrouw het middel geslikt heeft. De gegevens laten geen eenduidig verhoogd risico op aangeboren afwijkingen zien. Er zijn studies die een licht verhoogd risico op specifieke afwijkingen laten zien, maar het beeld is niet consistent over de diverse studies. Genoemd worden congenitale hartafwijkingen (tetralogie van Fallot, transpositie van de grote vaten), schisis en musculoskeletale afwijkingen. In één groot observationeel cohortonderzoek komt het licht gestegen risico op musculoskeletale misvormingen overeen met ongeveer 1 extra geval per 1000 vrouwen die werden behandeld met cumulatieve doses ≤ 450 mg, vergeleken met vrouwen die werden behandeld met topische azolen, en met ca. 4 extra gevallen per 1000 vrouwen die werden behandeld met doses > 450 mg. Ook een licht verhoogd risico op een miskraam is op basis van de huidige studies niet uit te sluiten. Er is een aantal case-reports waarin meervoudige aangeboren afwijkingen (o.a brachycefalie, oordysplasie, reuze fonticulus anterior, gebogen femur, radio-humerale synostose) beschreven worden na langdurig gebruik (≥ 3 maanden) van fluconazol in hoge doseringen (400–800 mg/dag), in verband met gedissemineerde infecties (o.a. coccidioïdomycose).

Advies: De eenmalige toediening van 150 mg kan gebruikt worden. Langdurig gebruik of gebruik van hogere doses (> 150 mg) wordt ontraden, beperk dit tot toepassing bij levensbedreigende infecties.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in aanzienlijke hoeveelheid. De gemiddelde concentratie is ca. 98% van die in het plasma van de moeder. De piekconcentratie treedt na ca. 5,2 uur op. De geschatte dosis fluconazol die het kind binnenkrijgt is na enkelvoudige dosis al meer dan 15%. De lange eliminatiehalfwaardetijd is een aandachtspunt. Er zijn vooralsnog geen nadelige effecten op de zuigeling beschreven.

Advies: Na een eenmalige dosis fluconazol (≤ 200 mg) kan de lactatie worden voortgezet. Kortdurend gebruik gedurende enkele weken (100–200 mg gedurende 2–3 weken) kan worden overwogen; dit is waarschijnlijk veilig. In de praktijk wordt fluconazol regelmatig in deze hoeveelheden gebruikt. Langdurig gebruik ontraden (vanwege relatief weinig documentatie).

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor azoolverbindingen.

Zie voor meer contra-indicaties de rubriek Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Candidiasis: Onderzoeken laten een stijgende prevalentie zien van infecties met andere Candida species dan C. albicans. Sommige species zijn inherent resistent voor fluconazol (zie rubriek Eigenschappen), of vertonen een lagere gevoeligheid (bv. C. glabrata). Voor dergelijke infecties kan een andere behandeling nodig zijn, secundair aan falen van de behandeling. Houd daarom rekening met de prevalentie van resistentie tegen fluconazol bij verschillende Candida species.

QT-verlenging: Fluconazol veroorzaakt QT-verlenging via de remming van de rectificerende kaliuminstroom (Ikr). Patiënten met hypokaliëmie en gevorderd hartfalen hebben meer kans op het optreden van levensbedreigende ventriculaire aritmieën en 'torsade de pointes'. Wees voorzichtig bij risicofactoren voor QT-verlenging zoals bradycardie, hypokaliëmie, hypocalciëmie, hypomagnesiëmie, relevante hartziekte (o.a. na een myocardinfarct, hartfalen), comedicatie met geneesmiddelen die het QT-interval verlengen (zie ook rubriek Interacties) en congenitale of verworven QT-verlenging, hogere leeftijd en vrouwelijk geslacht. Bij aanwezigheid van niet te behandelen risicofactoren: bepaal regelmatig de elektrolytwaarden en controleer het ECG.

Wees voorzichtig bij verminderde nier- en/of leverfunctie. Zelden is ernstige levertoxiciteit opgetreden, meestal bij patiënten met een ernstige onderliggende ziekte. Er is geen duidelijk verband met de totale dagelijkse dosering, de behandelduur, het geslacht of de leeftijd. De levertoxiciteit is meestal reversibel bij staken van de behandeling. Bij symptomen die duiden op ernstig hepatisch effect (asthenie, anorexie, aanhoudende misselijkheid, braken, geelzucht) en/of significante stijging van leverenzymwaarden de toediening direct staken.

Ernstige huidreacties: een klein aantal patiënten heeft tijdens behandeling met fluconazol een exfoliatieve huidreactie ontwikkeld. Aids-patiënten hebben een sterkere neiging tot het ontwikkelen van dergelijke ernstige huidreacties. Bij de behandeling van oppervlakkige schimmelinfecties de behandeling staken bij het optreden van huidreacties (indien die waarschijnlijk toe te schrijven zijn aan fluconazol). Bij de behandeling van systemische of invasieve schimmelinfecties de behandeling staken indien blaarvorming optreedt of erythema multiforme.

Wees alert op symptomen van bijnierschorsinsufficiëntie (zoals zwakte, vermoeidheid, anorexie, misselijkheid, braken, hypotensie, hypoglykemie, hyponatriëmie en hyperkaliëmie) omdat dit bij patiënten die corticosteroïden gebruikten na het staken van ketoconazol is gemeld en mogelijk ook bij fluconazol kan optreden, hoewel dit zelden is gezien.

Onderzoeksgegevens: de werkzaamheid en veiligheid voor de indicatie genitale candidiasis zijn bij kinderen niet vastgesteld.

Hulpstoffen:

  • Wees voorzichtig met natrium, in sommige infusievloeistoffen, bij een natriumarm dieet.
  • Natriumbenzoaat, in de suspensie, kan geelzucht bij pasgeborenen < 4 weken verergeren.
  • Wees voorzichtig met sucrose, in de suspensies, bij diabetes mellitus, vanwege het suikergehalte.

Overdosering

Symptomen

Gemeld zijn hallucinaties en paranoïde gedrag.

Zie voor meer symptomen en de behandeling de monografie op vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Triazoolderivaat met antimycotische werking. Fluconazol remt de 14α-lanosterol-demethylering, een essentiële stap in de fungale ergosterolbiosynthese.

In vitro zijn gevoelig: Candida albicans, Candida parapsilosis, Candida tropicalis, Cryptococcus neoformans, Cryptococcus gattii, Blastomyces dermatitidis, Coccidioides immitis, Histoplasma capsulatum en Paracoccidioides brasiliensis.

Verminderd gevoelig kan zijn: Candida glabrata (het wildtype is intermediair gevoelig).

(Inherent) resistent zijn: Candida auris en Candida krusei.

Kinetische gegevens

F oraal > 90%.
T max oraal ½–1½ uur.
V d ca. 0,9 l/kg. Kinderen: ca. 0,95 l/kg (3 mnd.-12 jaar), ca. 0,7 l/kg (12-16 jaar), aan ECMO ca. 1,5 l/kg.
Overig fluconazol dringt goed door in weefselvloeistoffen zoals speeksel en sputum. Een mondspoeling van 2 min met de orale suspensie geeft voorafgaand aan het doorslikken een ca. 180× hogere speekselconcentraties dan het gebruik van de capsule. Na 4 uur zijn de speekselconcentraties weer vergelijkbaar. Hogere concentraties dan in het serum worden bereikt in de huid in het stratum corneum, (epi)dermis en exocrien zweet. Dringt ook goed door in nagels.
Overig penetratie in liquor: ja, de concentratie is ca. 80% van die in het serum.
Metabolisering in geringe mate, slechts 11% wordt via de urine in een gewijzigde vorm uitgescheiden.
Eliminatie met de urine, ca. 80% onveranderd. Fluconazol wordt door hemodialyse en in mindere mate door peritoneale dialyse verwijderd uit de circulatie. Een hemodialysesessie van drie uur verlaagt de plasmaspiegel met ca. 50%.
T 1/2el ca. 30 uur, bij ernstige nierinsufficiëntie (GFR < 20 ml/min) tot 98 uur. 15–20 uur bij kinderen > 3 maanden. Bij prematuren (bepaald bij een kleine populatie met een gemiddelde zwangerschapsduur van 28 weken); aflopend van ca. 74 uur op levensdag 1 tot ca. 47 uur op levensdag 13. Bij kinderen aan ECMO ca. 60 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

fluconazol (systemisch) hoort bij de groep triazolen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links