Samenstelling

Hydralazine (hydrochloride) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Dragee
Sterkte
50 mg
Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
10 mg

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij hypertensie verlagen diuretica, β-blokkers, calciumantagonisten (dihydropyridinen), angiotensine I converterend enzym (ACE)-remmers en angiotensinereceptorblokkers (ARB’s) de bloeddruk effectief en verminderen het tienjaarsrisico op cardiovasculaire mortaliteit en morbiditeit. Comorbiditeit en specifieke patiëntenkenmerken bepalen welke groepen en welke middelen als eerste in aanmerking komen. De voorkeur gaat uit naar middelen met een 24-uurs-werkzaamheid. Als één middel onvoldoende effectief is, is het toevoegen van een middel uit een andere groep effectiever dan het verhogen van de dosis; tevens beperkt het de bijwerkingen als gevolg van een dosisverhoging. De vaste combinatie in de juiste dosisverhouding heeft om reden van therapietrouw de voorkeur.

Offlabel: Bij systolisch hartfalen starten met een ACE-remmer en bij vochtretentie met een diureticum, daarna, als de patiënt klinisch stabiel is, een selectieve β-blokker toevoegen. Een combinatie van deze middelen verlicht de klachten en kan een vroegtijdige mortaliteit en de kans op ziekenhuisopname voor hartfalen verminderen. De patiënt op de medicatie instellen op basis van een zorgvuldige titratie van de doseringen en regelmatige controle van serumelektrolyten en de nierfunctie. Hydralazine in combinatie met isosorbidedinitraat toepassen als alternatief voor ACE-remmers of ARB’s als deze beide niet worden verdragen; daarnaast als aanvulling op behandeling met een diureticum, ACE-remmer en β-blokker bij persisterende symptomen van hartfalen (NYHA-klasse II-IV), wanneer een aldosteronantagonist of ARB niet wordt verdragen. De onderbouwing van de effectiviteit van deze middelen is het sterkst bij negroïde patiënten.

Indicaties

Hypertensie, in combinatie met andere antihypertensiva zoals β-blokkers en/of diuretica.

[Niet-geregistreerde indicatie: Hartfalen].

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Hypertensie:

Volwassenen:

begindosering: individueel, gewoonlijk 25 mg 2×/dag, indien nodig langzaam verhogen tot de gewenste bloeddrukdaling is bereikt;

onderhoudsdosering: 50–200 mg per dag in 2–4 doses. Om de kans op LE-syndroom zo klein mogelijk te houden moet bij vrouwen en langzame acetyleerders de dagdosis, indien mogelijk, onder 100 mg worden gehouden. De dagdosis mag pas boven 100 mg worden gebracht na bepaling van het acetylatorfenotype. Behandeling zo mogelijk uitsluipen om abrupte bloeddrukstijging te vermijden.

Bij ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min) of disfunctie van de lever de dosis of het toedieningsinterval aanpassen aan de klinische respons.

[Hartfalen]:

Volwassenen:

Volgens Multidisciplinaire richtlijn Hartfalen 2010: in combinatie met langwerkend isosorbidedinitraat, aanvankelijk 40 mg 3×/dag.

Vervolgens geleidelijk verhogen (bij voorkeur elke 2-4 weken) tot de streefdosering van 75 mg 3×/dag of de maximaal getolereerde dosering.

De breukstreep op de tablet is om het innemen makkelijker te maken, niet om gelijke doses te maken. Steeds op hetzelfde moment ten opzichte van de maaltijd innemen, aangezien voedsel de opname beïnvloedt.

Bijwerkingen

Soms (0,1-1%): tachycardie, palpitaties, voorbijgaande roodheid van het gezicht en de hals, hypotensie, angineuze klachten, hoofdpijn, artralgie, gewrichtszwelling, myalgie, maag-darmklachten.

Zelden (0,01-0,1%): oedeem, duizeligheid, exantheem, proteïnurie, geelzucht, vergroting van de lever, leverfunctiestoornissen soms met hepatitis, anemie, leukopenie, neutropenie, trombocytopenie met of zonder purpura, agitatie, anorexie, angstgevoelens, verhoogde traansecretie, conjunctivitis, verstopte neus, overgevoeligheidsreacties (pruritus, urticaria, vasculitis, eosinofilie, hepatitis) dyspneu, pleurale pijn, koorts, gewichtsverlies.

Zeer zelden (< 0,01%): paradoxale bloeddrukreacties, perifere neuritis, polyneuritis, perifere neuropathie, paresthesie, tremor, acute nierinsufficiëntie, glomerulonefritis, urineretentie, seksuele disfunctie, paralytische ileus, hemolytische anemie, leukocytose, lymfadenopathie, pancytopenie, splenomegalie, agranulocytose, depressie, hallucinaties, exophthalmus.

Interacties

Bij combinatie met diazoxide kan een ernstige hypotensieve reactie optreden. Indometacine kan de antihypertensieve werking verminderen. Het bloeddrukverlagend effect kan toenemen in combinatie met andere vaatverwijders, calciumantagonisten, ACE-remmers, diuretica, antihypertensiva, tricyclische antidepressiva en alcohol. Hydralazine kan de biologische beschikbaarheid van β-blokkers verhogen zodat hun dosis moet worden verlaagd. Wees voorzichtig bij gelijktijdig gebruik van MAO-remmers. Een eventuele bloeddrukdaling tijdens een operatieve ingreep niet behandelen met adrenaline (epinefrine) om te sterke toename van de hartfrequentie te voorkomen.

Zwangerschap

Hydralazine passeert de placenta.
Teratogenese: Bij dieren schadelijk gebleken.
Farmacologisch effect: Bradycardie bij de foetus kan optreden. Neonatale trombocytopenie is beschreven.
Advies: Niet gebruiken tijdens zwangerschap vóór het 3e trimester. In het 3e trimester alleen toepassen als er geen veiliger alternatief is of bij ernstige risico's zoals pre-eclampsie en/of eclampsie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: In geringe mate.
Advies: Kan volgens voorschrift worden gebruikt. Controleer de zuigeling op bijwerkingen.

Contra-indicaties

Aneurysma aortae dissecans. Ernstige tachycardie. Myocardinsufficiëntie door mechanische obstructie. Geïsoleerde rechterventrikelinsufficiëntie door pulmonale hypertensie.

Idiopathische lupus erythematodes visceralis en verwante ziekten.

Overgevoeligheid voor hydralazine of dihydralazine.

Waarschuwingen en voorzorgen

Wees voorzichtig bij cerebrovasculaire aandoeningen. Bij algemene vaatsclerose oppassen dat de bloeddruk niet te sterk daalt. Bij angina pectoris of ander coronairlijden in ieder geval het gebruik combineren met een β-blokker; de β-blokker dan een aantal dagen eerder starten. Na een myocardinfarct behandeling met hydralazine pas beginnen als stabilisatie is bereikt. Bij hartfalen met hypotensie is bijzondere voorzichtigheid en zorgvuldige bewaking geboden.

De kans op lupus erythematodes-achtige syndromen neemt toe met de hoogte van de dosering (> 100 mg) en de duur van de therapie (> 6 mnd.). Vrouwen en langzame acetyleerders lopen er meer kans op. Tijdens langdurige therapie iedere 6 maanden de antinucleaire factoren bepalen en de urine analyseren. Microhematurie en/of proteïnurie kunnen, met name bij positieve ANA, (ook wel 'antinuclear factor' (ANF)-titers, eerste tekenen zijn van met een LE-achtig syndroom verbonden immuuncomplex-glomerulonefritis. Indien LE, bloeddyscrasieën of andere overgevoeligheidssyndromen optreden, het gebruik direct staken; in alle andere gevallen de dosering uitsluipen.

Perifere neuritis kan worden opgeheven door toediening van pyridoxine (vitamine B6).

Er is gerapporteerd dat hydralazine bij muizen een geringe toename van longtumoren en bij ratten van lever- en testikeltumoren veroorzaakte; bij bacteriën werd een mutageen potentieel waargenomen. Uit epidemiologische studies zijn er aanwijzingen dat langdurig gebruik meer kans op het ontwikkelen van (colon/rectaal) carcinoom oplevert.

Overdosering

Symptomen
cardiovasculaire stoornissen zoals tachycardie en hypotonie, daarbij misselijkheid, duizeligheid, zweten. Circulatoire collaps, myocardiale ischemie met angina pectoris en hartritmestoornissen. Bewustzijnsstoornissen, hoofdpijn, braken, tremor, krampen, oligurie en hypothermie.

Therapie
laten braken, maagspoelen, actieve kool. laxantia. Compensatie van plasmavolume. Vasopressoren zijn gecontra-indiceerd. In noodgevallen dopamine 5 microg/kg/min toedienen.

Voor meer informatie over een vergiftiging met hydralazine neem contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Directe vaatverwijder. Het vermindert de tonus van de vaatmusculatuur, met name van de arteriolen en daardoor de perifere vaatweerstand. Reflectoire toename van hartfrequentie en hartminuutvolume, en van reninesecretie en water- en zoutretentie treden op; door combinatie met een β-blokker en/of diureticum wordt dit tegengegaan. Werkingsduur: 4–8 uur.

Kinetische gegevens

Resorptiebijna volledig bij volle maag, bij lege maag veel minder.
OverigF = 10–16% en 30–35%, afhankelijk van het acetylatortype.
T max0,5–2 uur.
V d3–7 l/kg.
Metaboliseringuitgebreid first-pass-metabolisme. Hydroxylering, glucuronzuurconjugatie en N-acetylering. De snelheid is afhankelijk van het acetylatortype.
Eliminatievnl. met de urine, een klein deel met de feces.
T 1/2gem. 2–4 uur, afhankelijk van het acetylatortype; bij snelle acetyleerders is deze circa 45 min, bij de langzame acetyleerder tot 8 uur. Bij verminderde nierfunctie verlengd tot circa 16 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

hydralazine hoort bij de groep vasodilatantia, direct werkend.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook