lidocaïne (oppervlakte-anesthetica)

Samenstelling

Dentinox suikervrij (hydrochloride) XGVSOTC Vemedia bv

Toedieningsvorm
Oplossing
Sterkte
3,8 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 9 ml

Bevat tevens: sorbitol, (andere) zoetstoffen, menthol.

Dynexan (hydrochloride) XGVSOTC Chemische Fabrik Kreussler en Co. GmbH

Toedieningsvorm
Gel voor oromucosaal gebruik
Sterkte
20 mg/g
Verpakkingsvorm
10 g

Conserveermiddel: benzalkoniumchloride 1 mg/g.

Lidocaïne gel FNA Formularium der Nederlandse Apothekers

Toedieningsvorm
Gel (hydrogel)
Sterkte
20 mg/ml

(Mucilago lidocaini hydrochloridi 2% FNA). Conserveermiddelen: methyl- en propylparahydroxybenzoaat. Bevat tevens: hydroxypropylmethylcellulose, glycerol 85%. De viscositeit van de gel bedraagt ca. 15.000 mPa.s.

Lidocaïne orale gel FNA (hydrochloride) XGVSOTC Formularium der Nederlandse Apothekers

Toedieningsvorm
Orale gel (drank)
Sterkte
20 mg/ml
Verpakkingsvorm
100 ml

(Mixtura lidocaini hydrochloridi 2% FNA). Conserveermiddelen: methyl- en propylparahydroxybenzoaat. Bevat tevens: hydroxypropylmethylcellulose, glycerol 85%, pepermuntolie. De viscositeit van de orale gel bedraagt ca. 1600 mPa.s.

Xylocaïne gel (hydrochloride, watervrij) Aspen Netherlands bv

Toedieningsvorm
Gel 'Catheterslijm'
Sterkte
20 mg/g
Verpakkingsvorm
30 g

Conserveermiddelen: methyl- en propylparahydroxybenzoaat. Bevat tevens: hydroxypropylmethylcellulose.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

lidocaïne (oppervlakte-anesthetica) vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Bij gebruik van deze lidocaïnebevattende preparaten als spreekkamerutensiliën komen ze niet voor aparte vergoeding in aanmerking.

Indicaties

Xylocaïne gel (catheterslijm):

  • Oppervlakte-anesthesie en als glijmiddel bij katheterisatie van de blaas zoals bij cystoscopie;
  • Oppervlakte-anesthesie van de tractus digestivus bij laryngoscopie, oesofagoscopie, gastroscopie, rectoscopie en bij inbrengen van sondes en katheters in de maag;
  • Oppervlakte-anesthesie rondom intubatie, bronchoscopie
  • Als pijnbestrijding bij cystitis;

Gel FNA:

  • Oppervlakte-anesthesie van de slijmvliezen bv. bij inbrengen van sondes, waarbij het op de sonde wordt aangebracht;

Orale gel FNA (drank):

  • Lokale pijnstilling bij aandoeningen in de mond, keel en/of slokdarm (bv. aften, faryngitis, stomatitis, oesofagitis bij carcinoom);
  • Pijn bij doorkomende tandjes;
  • Oppervlakte-anesthesie van de slijmvliezen bij scopie en inbrengen van sondes.

Dentinox:

  • Als hulpmiddel bij de behandeling van klachten bij het doorkomen van de eerste tanden.

Dynexan:

  • Voor kortdurende symptomatische behandeling van pijn van het mondslijmvlies, tandvlees en de lippen bij volwassenen en kinderen vanaf 6 jaar.

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Algemeen:

Volwassenen en kinderen:

Max. 4 doses gel over een periode van 24 uur.

Kinderen < 12 jaar:

Max. 6 mg/kg/dosis.

Bij rectoscopie, endoscopie:

10–20 g gel. Bij rectoscopie totaal max. 400 mg lidocaïne (20 g gel).

Intubatie:

5 g gel, aangebracht op de tube.

Bij anesthesie van de urethra:

Volwassenen:

Bij de man: voor anesthesie van het slijmvlies. Instilleren totdat een weerstand wordt gevoeld (na ca. 10 g gel), gedurende enkele minuten penisklem aanbrengen en nog eens 10 g gel geven; bij cystoscopie en sonderen: penisklem gedurende 5–10 min, max. 40 g gel.

Bij de vrouw: 5–20 g gel.

Pijnlijke aandoeningen in de mond, keel en/of slokdarm en bij pijnlijke aandoeningen aan de binnenkant van de mond, zoals aften:

Volwassenen:

Orale gel FNA: anesthesie van de slokdarm: 10–15 ml (200–300 mg), langzaam doorslikken. Bij pijn in de mond: 10 ml (200 mg) 3×/dag, de drank met kleine slokjes in de mond verspreiden en uitspugen, bij pijnlijke keel doorslikken. Bij aften 3×/dag de laesies aanstippen, bij veel klachten tijdens het eten kort daarvoor aanbrengen. Na het doorslikken één uur wachten met eten en drinken.

Kinderen:

Orale gel FNA: Volgens het Kinderformularium van het NKFK: op slijmvliezen, max. 3–5 mg/kg lichaamsgewicht/dosis, max. 4×/dag. Bij kinderen ≤ 3 jaar en andere kinderen die het residu moeilijk kunnen uitspuwen, is het aangewezen om de viskeuze gel met een watje plaatselijk aan te brengen. Oudere kinderen kunnen, zo nodig, de gel doorslikken.

Pijn van het mondslijmvlies, tandvlees of de lippen:

Volwassenen en adolescenten:

Dynexan gel: een hoeveelheid gel ter grootte van een erwt (ca. 0,2 g gel = 4 mg) 4–8×/dag aanbrengen op de pijnlijke plekken. Max. 40 mg/dag. Na het aanbrengen 45 minuten wachten met eten en warm drinken met oog op verslikken, tongbeet en verbranding van de mond.

Kinderen vanaf 6 jaar:

Dynexan gel: maximaal 4×/dag een hoeveelheid gel ter grootte van een erwt (ca. 0,2 g gel = 4 mg) aanbrengen op de pijnlijke plekken. Na het aanbrengen 45 minuten wachten met eten en warm drinken met oog op verslikken, tongbeet en verbranding van de mond.

Bij pijn bij doorkomende tandjes bij kleine kinderen:

Kinderen met doorkomende tanden:

Orale gel FNA: de orale gel 1,5× verdunnen met water en maximaal vier keer per dag de pijnlijke plekken aanstippen met een wattenstaafje of penseeltje. Daarna 45 minuten wachten met het geven van eten of drinken.

Dentinox: 2–3 druppels met een wattenstaafje aanbrengen op de pijnlijke plaatsen van het tandvlees. Max. 4×/dag toepassen. De eerste 45 minuten na gebruik het kind niet laten eten of drinken.

Dynexan gel na aanbrengen op de pijnlijke plekken voorzichtig inwrijven. Wanneer (partiële) gebitsprothesen of beugels worden gedragen kan een dunne laag gel op de door deze materialen aangedane plekken in de mond worden aangebracht.

Bijwerkingen

Het optreden van systemische reacties is afhankelijk van de serumconcentratie lidocaïne (afhankelijk van toedieningsplaats en dosis), toestand van de patiënt, leverfunctie, lichaamsgewicht en comorbiditeit (hartaandoeningen en hyperthyreoïdie).

Na endotracheale intubatie: keelpijn.

Zelden: overgevoeligheidsreacties (in het ernstigste geval anafylactische shock). Als door snelle resorptie of overdosering hoge spiegels optreden: zie rubriek Overdosering.

Bij oromucosale toepassing zeer zelden: brandend gevoel oromucosaal, hypo-esthesie, smaakstoornis. Jeuk, gelokaliseerde urticaria, contacteczeem, andere huiduitslag. Lokale reactie, bv. zwelling, erytheem; pijn.

Interacties

Bij oromucosaal gebruik van lidocaïne worden geen klinisch relevante interacties verwacht.

Wees terughoudend bij gelijktijdig gebruik van andere lokale anesthetica en de hieraan verwante anti-aritmica aangezien de systemische toxische effecten additief zijn.

Bij gelijktijdig gebruik van klasse III anti-aritmica (bv. amiodaron) is toezicht en ECG-bewaking aangewezen, vanwege additieve effecten op het hart.

Zwangerschap

Lidocaïne passeert de placenta, maar wordt bij lokale toediening slechts in beperkte mate geadsorbeerd.
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Kan voor zover bekend zonder gevaar overeenkomstig het voorschrift worden gebruikt.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, gezien de geringe systemische blootstelling is de verwachting dat dit in kleine hoeveelheden gebeurt.
Advies: Kan (voor zover bekend zonder gevaar) overeenkomstig het voorschrift worden gebruikt.

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor lokale anesthetica van het amidetype.
  • Dentinox: infecties, zweren en verwondingen in de mond.

Waarschuwingen en voorzorgen

Afhankelijk van de dosering en de plaats van toediening is voorzichtigheid geboden bij ouderen, patiënten in een slechte algemene conditie, epilepsie, hypotensie, hartritmestoornissen, hartfalen, bradycardie, geleidingsstoornissen, ernstig gestoorde lever- of nierfunctie.

Wees voorzichtig bij ernstig beschadigde slijmvliezen en/of ontsteking in het gebied waar de gel wordt toegepast, vanwege meer kans op systemische absorptie, met name in de bronchiaalboom. Tevens rekening houden met larynxoedeem.

Bij patiënten onder algehele anesthesie kunnen hogere plasmaconcentraties optreden, omdat patiënten bij bewustzijn een groter deel van de dosis doorslikken, dat vervolgens grotendeels via 'first pass'-effect snel wordt gemetaboliseerd. Toepassing in de mondkeelholte kan het slikproces nadelig beïnvloeden en meer kans geven op aspiratie. Door verdoving van de tong of het mondslijmvlies neemt de kans op bijtwonden toe.

Voorzichtig zijn met gebruik als glijmiddel in de trachea bij intubatie, vanwege het risico van verkleving en vernauwing van het lumen.

Indien bij gebruik van de oromucosale gel de klachten meer dan twee dagen aanhouden en de oorzaak onbekend is moet een (tand)arts worden geraadpleegd.

De in sommige preparaten aanwezige parahydroxybenzoaten kunnen (vertraagde) allergische (huid)reacties veroorzaken; ook het conserveermiddel benzalkoniumchloride kan huidreacties veroorzaken.

Terughoudend zijn bij porfyrie, omdat lidocaïne mogelijk porfyrinogeen is.

Overdosering

Meestal is er sprake van parenterale overdosering van lidocaïne, er zijn echter casussenvan niet-parenterale overdosering, bij oraal, transfaryngeaal of transdermaal gebruik van lidocaïne.

Symptomen
centrale zenuwstelsel: spraakstoornissen, duizeligheid, wazig zien en tremoren, gevolgd door sufheid, convulsies, bewusteloosheid en eventueel ademhalingsstilstand. Cardiovasculair: hypotensie, depressie van het myocard.

Therapie
convulsies bestrijden (met bv. een benzodiazepine zoals diazepam i.v., bij volwassenen 0,15–0,25 mg/kg) en zorgdragen voor voldoende ventilatie (zuurstof, evt. kunstmatige beademing). Hypotensie behandelen met vocht + intraveneus β-sympathicomimeticum (bv. (nor)adrenaline, dopamine, dobutamine). Bij bradycardie eventueel atropine. Bij hartstilstand cardiopulmonale reanimatie, adrenaline en eventueel een (tijdelijke) pacemaker. Optimale zuurstofvoorziening, beademing, ondersteuning van de bloedsomloop en behandeling van acidose zijn van belang.

Zie voor meer informatie over symptomen en behandeling de monografie op toxicologie.org/lidocaïne en/of vergiftigingen.info

Eigenschappen

Snel werkend lokaal anestheticum van het amidetype. Lidocaïne maakt de huid en slijmvliezen plaatselijk gevoelloos en verlicht pijn en jeuk. Naast het lokaal anesthetisch effect, heeft lidocaïne in concentraties boven 0,5–20 mg/g, antibacteriële en antivirale eigenschappen.

De gel is geschikt voor de anesthesie van slijmvliezen, speciaal de urethra; hydroxypropylmethylcellulose is bovendien geschikt als glijmiddel. De werking van de gel is afhankelijk van de toedieningsplaats: binnen 5 min; werkingsduur: 20–30 min. De werking van de oplossing houdt 1–2 uur aan.

In concentraties van 1–4% induceert lidocaïne een concentratie-afhankelijke remming op de groei van een variëteit aan pathogenen die voorkomen in wondinfecties, zoals Enterococcus faecalis, E. coli, Pseudomonas aeruginosa en S. aureus. In concentraties van 2–4% remt lidocaïne de groei van een aantal ziekenhuisisolaten van meticilline-resistente S. aureus en vancomycineresistente enterokokken.

Kinetische gegevens

Resorptieafhankelijk van dosis, duur en plaats van toediening; is na intratracheale of bronchiale toediening het grootst. Goed na toediening op mondslijmvlies. Vanuit het maag-darmkanaal komt vanwege het uitgebreid 'first pass'-effect weinig in de circulatie terecht. Passeert de bloed-hersenbarrière.
V d1,5 l/kg.
Metaboliseringvoor 90–95%; in de lever via N-de-alkylering tot matig actieve metabolieten mono-ethylglycinexylidide (MEGX) en glycinexylidide (GX); de metabolieten zijn beide vergelijkbaar, maar minder sterk werkzaam dan lidocaïne. Ze worden gehydrolyseerd tot 2,6-xylidine, dat wordt omgezet in geconjugeerd 4-hydroxy-2,6-xylidine.
Eliminatie70–80% in de urine voornamelijk als conjugaat van 4-hydroxy-2,6-xylidine; 5–10% onveranderd.
T 1/2el90–120 min (lidocaïne); 2 uur (MEGX); 10 uur (GX). Bij leveraandoeningen kan de halfwaardetijd met een factor 2 of meer toenemen.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

lidocaïne (oppervlakte-anesthetica) hoort bij de groep anesthetica, lokaal, overige.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links