Samenstelling

Ebetrex (als Na-zout) Sandoz bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof, voor i.m, i.v. en s.c. toediening
Sterkte
20 mg/ml
Verpakkingsvorm
wegwerpspuit 0,375 ml (bevat 7,5 mg, 0,5 ml (bevat 10 mg), 0,625 ml (bevat 12,5 mg), 0,75 ml (bevat 15 mg), 0,875 ml (bevat 17,5 mg) , 1 ml (bevat 20 mg), 1,125 ml (bevat 22,5 mg), 1,25 ml (bevat 25 mg), 1,5 ml (bevat 30 mg)

Emthexate (als Na-zout) Pharmachemie bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof 'PF', voor i.m., i.v. en intrathecale toediening
Sterkte
2,5 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 2 ml
Toedieningsvorm
Injectievloeistof 'PF', voor i.m. en i.v. toediening
Sterkte
25 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 2 ml, 10 ml, 20 ml, 40 ml
Toedieningsvorm
Injectievloeistof 'PF', voor i.m. en i.v. toediening
Sterkte
100 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 10 ml, 50 ml

Injexate (als Na-zout) Accord Healthcare bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof voor s.c. toediening
Sterkte
50 mg/ml
Verpakkingsvorm
wegwerpspuit 0,15 ml (bevat 7,5 mg), 0,2 ml (bevat 10 mg), 0,25 ml (bevat 12,5 mg), 0,3 ml (bevat 15 mg), 0,35 ml (bevat 17,5 mg), 0,4 ml (bevat 20 mg), 0,45 ml (bevat 22,5 mg), 0,5 ml (bevat 25 mg), 0,55 ml (bevat 27,5 mg), 0,6 ml (bevat 30 mg)

Methotrexaat Injectievloeistof/Tabletten (als Na-zout) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Injectievloeistof, voor i.m, i.v. en s.c. toediening
Sterkte
25 mg/ml
Verpakkingsvorm
wegwerpspuit 0,3 ml (bevat 7,5 mg), 0,4 ml (bevat 10 mg), 0,5 ml (bevat 12,5 mg), 0,6 ml (bevat 15 mg), 0,7 ml (bevat 17,5 mg), 0,8 ml (bevat 20 mg), 0,9 ml (bevat 22,5 mg), 1 ml (bevat 25 mg), pen 0,3 ml (bevat 7,5 mg), 0,4 ml (bevat 10 mg), 0,5 ml (bevat 12,5 mg), 0,6 ml (bevat 15 mg), 0,7 ml (bevat 17,5 mg), 0,8 ml (bevat 20 mg), 0,9 ml (bevat 22,5 mg), 1 ml (bevat 25 mg)
Toedieningsvorm
Injectievloeistof, voor i.m, i.v, intra-arteriële of intrathecale toediening
Sterkte
25 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 2 ml, 20 ml, 40 ml
Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
100 mg/ml
Verpakkingsvorm
5 ml, 10 ml, 50 ml
Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
2,5 mg, 10 mg

Metoject Lamepro bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof, voor s.c. toediening
Sterkte
50 mg/ml
Verpakkingsvorm
wegwerpspuit of pen 0,15 ml (bevat 7,5 mg), 0,2 ml (bevat 10 mg), 0,25 ml (bevat 12,5 mg), 0,3 ml (bevat 15 mg), 0,35 ml (bevat 17,5 mg), 0,4 ml (bevat 20 mg), 0,45 ml (bevat 22,5 mg), 0,5 ml (bevat 25 mg), 0,6 ml (bevat 30 mg)

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Methotrexaat mag alleen worden voorgeschreven door of op aanwijzing van een arts met ervaring op het desbetreffende gebied.

Methotrexaat wordt, door de langzame werking, gebruikt als onderhoudsbehandeling bij patiënten met matige tot ernstige plaque-psoriasis die onvoldoende reageren op topicale therapie en/of fototherapie, en daarnaast bij artritis psoriatica of bij pustuleuze of erytrodermatische vormen.

Bij de behandeling van de ziekte van Crohn is de keuze van het geneesmiddel afhankelijk van de locatie, uitgebreidheid en ernst van de ontsteking, het verwachte beloop en de respons op eerdere medicatie. Corticosteroïden worden toegepast voor remissie-inductie en immunosuppressiva als onderhoudsbehandeling. TNF-α-blokkers kunnen in beide fasen van de behandeling worden gebruikt. Methotrexaat is een alternatief, indien purine-antagonisten niet worden verdragen of onvoldoende effectief zijn bij een adequate dosering.

De reden van voorschrijven dient volgens de Regeling Geneesmiddelenwet op het recept te worden vermeld omdat dit geneesmiddel voor meerdere indicaties in uiteenlopende doseringen kan worden voorgeschreven én er sprake is van een smalle therapeutische breedte of risico van ernstige bijwerkingen (toxiciteit).

Indicaties

Oncologisch (hogere doseringen):

  • trofoblasttumoren zoals choriocarcinoom.

Mono- óf combinatietherapie, in normale óf hoge doseringen bij:

  • acute lymfatische leukemie (leukemie in het centrale zenuwstelsel en onderhoudsbehandeling van leukemie), profylaxe meningeale leukemie;
  • osteosarcoom;
  • non-Hodgkinlymfoom;
  • Burkitt-lymfoom;
  • vergevorderde stadia van hoofd-halstumoren;
  • invasieve blaastumoren;
  • vergevorderde stadia van mycosis fungoides.

Overige indicaties (lagere doseringen):

  • behandeling van ernstige, gegeneraliseerde psoriasis, vooral van het plaque-type, bij volwassenen met onvoldoende respons op conventionele therapie zoals fototherapie, PUVA en retinoïden;
  • ernstige artritis psoriatica;
  • behandeling van actieve reumatoïde artritis;
  • polyartritische vormen van ernstige, actieve juveniele idiopathische artritis met onvoldoende respons op NSAID's;
  • lichte tot matige ziekte van Crohn, als monotherapie óf in combinatie met corticosteroïden bij volwassenen die refractair zijn voor thiopurinen óf deze niet verdragen.

Gerelateerde informatie

Dosering

Bij verandering van orale naar parenterale toediening of omgekeerd kan een dosisverandering nodig zijn.

Let op: de dosering methotrexaat is eenmaal per week bij reumatoïde artritis, psoriasis, artritis psoriatica en juveniele idiopatische artritis en de ziekte van Crohn.

Klap alles open Klap alles dicht

Oncologische indicaties:

Hierbij zijn dosering en toedieningsfrequentie sterk individueel bepaald, aan wijzigingen onderhevig en afhankelijk van onder andere de algemene toestand en het bloedbeeld.

Psoriasis en artritis psoriatica:

Volwassenen:

Oraal, i.m., i.v. of sc: aanbevolen wordt om een week vóór aanvang van de behandeling een proefdosis van 5–10 mg te geven om de reactie van de patiënt te testen. Begindosering is 7,5 mg eenmaal per week. Alternatieve orale dosering: 3 dagen per week 1 dosis van 2,5 mg. De maximale onderhoudsdosering bedraagt gewoonlijk 25 mg per week; in uitzonderingsgevallen kan een hogere dosis tot max. 30 mg per week klinisch verantwoord zijn. Verbetering treedt doorgaans op binnen 4–6 weken en is optimaal binnen 2–3 maanden. Na het bereiken van de optimale respons, geleidelijk de dosering verminderen tot de laagst werkzame dosis. Zo mogelijk overgaan op de gangbare lokale therapie. Staken van de therapie geeft een recidief binnen 2 weken–6 maanden.

Volgens de NVDV-richtlijn Psoriasis: is standaard foliumzuursuppletie nodig, variërend van 5–10 mg 1× per week tot 1 mg 1× per dag, ten minste 24 uur na inname van methotrexaat.

Reumatoïde artritis:

Volwassenen:

Aanbevolen wordt om een week vóór aanvang van de behandeling een proefdosis te geven om de idiosyncratische bijwerkingen op te sporen.

Oraal: begindosering 7,5 mg eenmaal per week.

Bij onvoldoende klinische respons op basis van de ziekteactiviteit en de tolerantie door de patiënt de dosering verhogen met 2,5–5 mg/week elke 2–4 weken tot max. 20–30 mg eenmaal per week. Bij onvoldoende klinische respons op basis van de ziekteactiviteit en de tolerantie door per week; bij onvoldoende klinische respons of intolerantie kan parenterale toediening worden overwogen. Na het bereiken van de optimale klinische respons de dosering geleidelijk verlagen tot de laagst werkzame dosis.

Parenteraal (i.m., i.v. of s.c.): begindosering 7,5–10 mg eenmaal per week. Bij onvoldoende klinische respons op basis van de ziekteactiviteit en de tolerantie door de patiënt de dosering geleidelijk verhogen met 2,5 mg per week; max. 25 mg eenmaal per week.

Volgens de NVR-richtlijn Reumatoïde artritis: is standaard foliumzuursuppletie nodig, ten minste 5 mg/week, veelal 5–10 mg 1× per week, ten minste 24 uur na inname van methotrexaat; de foliumzuurdosering verdubbelen bij een methotrexaatdosering ≥ 15 mg per week.

Polyartritische vormen van juveniele idiopathische artritis:

Kinderen 3–16 jaar:

Oraal, s.c. of i.m.: 10–15 mg/m² lichaamsoppervlak eenmaal per week. In geval van onvoldoende werkzaamheid mag de wekelijkse dosis worden verhoogd tot maximaal 20 mg/m² lichaamsoppervlak eenmaal per week. Als gevolg van weinig data over intraveneus gebruik bij kinderen, wordt het gebruik in het geval van juveniele artritis beperkt tot subcutane en intramusculaire injectie.

Ziekte van Crohn

Volwassenen

Inductie: 25 mg eenmaal per week s.c., i.v. of i.m.

Onderhoudsdosering: 15 mg eenmaal per week s.c., i.v. of i.m.

Bij een matig gestoorde nierfunctie (creatinineklaring 20–50 ml/min; sommige fabrikanten vermelden 30-60 ml/min): de dosering aanpassen tot 50% van de normale dosis.

Bij ouderen: dosisreductie overwegen.

De NVR-richtlijn Methotrexaat (2009): adviseert aanpassing van de dosering te overwegen bij een aantal leukocyten < 3,0 × 109/l, een aantal trombocyten < 100 × 1012/l, of bij ALAT > 3× ULN; methotrexaat staken indien tweemaal achter elkaar een ALAT > 3× ULN wordt gemeten; na normalisatie van het ALAT kan methotrexaat in een lagere dosering worden hervat.

De tabletten niet breken. Om verkeerde dosering te voorkomen bij een weekdosering ook de dag van de week vermelden waarop methotrexaat moet worden gebruikt.

De Metoject 50 mg/ml met ingebedde injectienaald is alleen voor subcutane toediening.

Contact (van de injectievloeistof) met huid en slijmvliezen vermijden. Bij contaminatie spoelen met veel water.

Bijwerkingen

De ernstigste bijwerkingen van methotrexaat zijn beenmergdepressie, pulmonale toxiciteit, hepatotoxiciteit, renale toxiciteit, neurotoxiciteit, trombo-embolische voorvallen, anafylactische shock en Stevens-Johnsonsyndroom.

Zeer vaak (> 10%): stomatitis, dyspepsie, verlies van eetlust, buikpijn, misselijkheid, braken, ontstekingen en zweren in de slijmvliezen van mond en keel (vooral gedurende de eerste 24–48 uur en bij orale toediening). Stijging van leverenzymwaarden (ALAT, GPT, ASAT, GOT, alkalisch fosfatase en bilirubine).

Vaak (1–10%): diarree (vooral gedurende de eerste 24–48 uur). Exantheem, erytheem, jeuk. Hoofdpijn, moeheid, slaperigheid. Pneumonie, interstitiële alveolitis/pneumonitis die vaak gepaard gaat met eosinofilie, mondulcera, diarree, exantheem, erytheem en jeuk. Leukopenie, anemie, trombocytopenie.

Soms (0,1–1%): urticaria, fotosensibilisatie, toegenomen pigmentatie van de huid, haaruitval, verslechterde wondheling, toename van reumatische noduli, herpes zoster, pijnlijke psoriasis-plaques (laesies), vasculitis, herpetiforme erupties van de huid, Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse. Duizeligheid, vertigo, verwardheid, depressie, epilepsie, convulsies. Cirrose, steatose, fibrose en vervetting van de lever, daling serumalbumine. Pancytopenie, agranulocytose, hematopoëtische aandoeningen. Ontsteking en ulceratie van de urineblaas (mogelijk met hematurie), dysurie. Gastro-intestinale ulcera en –bloedingen, pancreatitis. Ontsteking en ulceratie van de vagina. Allergische reacties, anafylactische shock. Diabetes mellitus. Longfibrose. Lymfoom. Artralgie, myalgie, osteoporose. Na i.m.-gebruik: branderig gevoel, vorming steriele abcessen, destructie vetweefsel.

Zelden (0,01–0,1%): enteritis, melena, tandvleesontsteking, malabsorptie. Toegenomen pigmentatie van de nagels, onycholyse, acne, petechiën, ecchymose, erythema multiforme, cutane erythemateuze erupties. Visusstoornissen. Stemmingswisselingen. Pericarditis, pericardeffusie, pericardtamponade, hypotensie, trombo-embolieën (waaronder arteriële en cerebrale trombose, tromboflebitis, diepveneuze trombose, trombose van de retinale vene, longembolie). Faryngitis, apneu, astmatische bronchitis. Megaloblastaire anemie. Acute hepatitis en hepatotoxiciteit. Nierfalen, oligurie, anurie, azotemie, oligospermie, menstruatiestoornissen. Stressfractuur.

Zeer zelden (< 0,01%): reactivering chronische hepatitis, acute leverdegeneratie, leverfalen, herpes simplex-hepatitis. Hematemese, proteïnurie, toxisch megacolon. Furunculose, teleangiëctasie, acute paronychia, hidradenitis. Opportunistische infecties (mogelijk fataal), sepsis, cytomegalovirusinfectie, nocardiose, histoplasma, cryptokokkose, mycose, gedissemineerde herpes simplex. Koorts, acute aseptische meningitis. Ernstige beenmergdepressie, aplastische anemie, lymfadenopathie, lymfoproliferatieve aandoeningen, eosinofilie, neutropenie. Retinopathie, conjunctivitis. Pijn, spierasthenie of paresthesie in de extremiteiten, smaakveranderingen, acute aseptische meningitis met meningisme, paralyse, slapeloosheid. Tumorlysissyndroom. Pneumocystis jiroveci-pneumonie en andere longinfecties, COPD, pleura–effusie. Hypogammaglobulinemie, immunosuppressie, allergische vasculitis. Libidoverlies, erectiestoornis, onvruchtbaarheid, vaginale afscheiding, gynaecomastie.

Gemeld zijn (leuko-)encefalopathie, neusbloeding, asthenie.

Interacties

Gelijktijdige vaccinatie met levend virus is gecontra–indiceerd.

Niet gelijktijdige gebruiken met potentieel hepatotoxische middelen (zoals leflunomide, azathioprine, sulfasalazine, retinoïden) tenzij strikt noodzakelijk en gebruik van alcohol vermijden.

De concentratie van niet-eiwitgebonden methotrexaat kan worden verhoogd door stoffen die methotrexaat uit zijn plasma-eiwitbinding kunnen verdringen, zoals salicylaten en andere NSAID's, sulfonamiden, cotrimoxazol, fenytoïne, orale anticonceptiva, tetracyclinen en chlooramfenicol. NSAID's en andere zwakke organische zuren zoals lisdiuretica en protonpompremmers kunnen de uitscheiding via de nieren vertragen, waardoor de toxische grens eerder bereikt kan worden. Combinatie met een NSAID kan worden voortgezet bij lage doses methotrexaat onder monitoring van de (neven)effecten van methotrexaat (bloedbeeld, ASAT, ALAT en nierfunctie. Ook antibiotica zoals penicillinen, sulfonamiden, ciprofloxacine en cefalotine kunnen de nierklaring van methotrexaat verminderen. Gelijktijdig gebruik van cotrimoxazol en trimethoprim vermijden in verband met meer kans op beenmergdepressie (door verhoogde methotrexaatspiegel).

Foliumzuur kan de effectiviteit van methotrexaat verminderen; foliumzuurdeficiëntie kan de toxiciteit doen toenemen.

Methotrexaat verhoogt de plasmaspiegel van mercaptopurine. De halfwaardetijd van 5-fluoro-uracil kan toenemen.

De instelling op carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne of valproïnezuur kan tijdelijk worden beïnvloed tijdens de chemokuur met 'high dose'-methotrexaat, met als mogelijk gevolg een te lage concentratie van het anti-epilepticum. Andersom kan de methotrexaatconcentratie dalen door carbamazepine, fenytoïne of fenobarbital. Dit 'omgekeerde effect' op methotrexaat is echter ondergeschikt aan het effect op het anti-epilepticum.

De effectiviteit van methotrexaat kan worden verminderd door tamoxifen of door methylxanthinen (vermijd overmatig gebruik van drank met coffeïne). Foliumzuurbevattende vitaminepreparaten kunnen de werking van methotrexaat verstoren.

Zwangerschap

Teratogenese: Gebruik van methotrexaat is schadelijk bij de mens: abortus, sterfte van de foetus en/of congenitale afwijkingen zijn voorgekomen.
Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.
Overige: Vóór aanvang behandeling zwangerschap uitsluiten. Zowel mannen als vrouwen in de vruchtbare jaren dienen adequate anticonceptieve maatregelen te nemen tijdens gebruik en gedurende ten minste drie tot zes maanden na staken. Methotrexaat kan fertiliteitsstoornissen geven incl. amenorroe en afwijkingen in de spermatogenese. Vrouwen wordt aanbevolen een genetisch adviescentrum te raadplegen, voor mannen wordt overweging van de mogelijkheid van cryopreservatie van sperma aanbevolen.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja.
Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd. Indien gebruik van methotrexaat tijdens borstvoeding noodzakelijk wordt de borstvoeding staken.

Contra-indicaties

  • ernstig gestoorde nierfunctie (creatinineklaring < 20 ml/min of serumcreatinine > 2 mg/dl);
  • gestoorde leverfunctie (serumbilirubinewaarden > 5 mg/dl of 85,5 micromol/l);
  • beenmerginsufficiëntie zoals beenmerghypoplasie, leukopenie, trombocytopenie, ernstige anemie;
  • ernstige acute of chronische infecties, zoals tuberculose, HIV of andere immunodeficiëntiesyndromen;
  • mond– en maag-darmulcera, stomatitis;
  • alcoholmisbruik.

Waarschuwingen en voorzorgen

Let op: De gangbare dosering bij reumatoïde artritis, psoriasis en juveniele idiopatische artritis is eenmaal per week. Ter vermindering van de toxiciteit bij reumatoïde artritis, methotrexaat combineren met foliumzuur.

Voorzorg: wees voorzichtig bij infecties, peptische ulcera, colitis ulcerosa, diarree, verminderde nierfunctie, verminderde leverfunctie, mentale retardatie, zeer oude of jonge patiënten. Patiënten met een derde distributieruimte (pleurale effusies en ascites) voor start van de behandeling draineren en eventueel de dosering verlagen. De behandeling niet beginnen bij abnormale waarden van de leverfunctietest of leverbiopsie. Wees voorzichtig bij risicofactoren voor een gestoorde leverfunctie (alcoholisme, zwaarlijvigheid, diabetes en hogere leeftijd), bij reumatoïde artritis met alcoholmisbruik in de anamnese, persisterende verhoogde leverfunctiewaarden of chronische hepatitis C en bij een totale cumulatieve dosis van 1,5 g en na elke additionele 1–1,5 g. Wees voorzichtig bij inactieve, chronische infecties (bv. herpes zoster, tuberculose, hepatitis B of C) met het oog op mogelijke activatie. Door straling geïnduceerde dermatitis en zonnebrand kan terugkomen door methotrexaattherapie('recall'-reactie). Psoriasisachtige laesies kunnen verergeren door UV-straling met gelijktijdige toediening van methotrexaat. Methotrexaatbehandeling in combinatie met radiotherapie vermeerdert de kans op weke delen- en osteonecrose.

Controles: controleer regelmatig het bloedbeeld in verband met beenmergremming, die ook na staken van de therapie nog kan optreden. Onderbreking van de behandeling, dosisaanpassing of verlenging van het therapie-vrije interval kan nodig zijn. Controleer tijdens de behandeling ook nier-, lever-, longfunctie, slijmvliezen in de mond – en keelholte en het urinesediment: voor (her)aanvang van de behandeling met methotrexaat uitvoeren: röntgenfoto's van de thorax (max. 2 jaar geleden), volledige bloedceltelling met differentiële – en plaatjestelling, bepaling serumcreatinineconcentratie en albumine, leverenzymwaarden, bilirubine; sluit tuberculose en hepatitis uit. Tijdens de behandeling (de eerste 2 weken iedere week, daarna om de week gedurende de volgende maand en vervolgens ten minste 1×/maand gedurende de eerste zes maanden en daarna ten minste elke drie maanden): onderzoek van de mond en keel om eventuele slijmvliesveranderingen op te sporen, volledige bloedceltelling met differentiële – en plaatjestelling, leverfunctie. Tijdens langdurige behandeling beenmergbiopsieën uitvoeren. De behandeling onmiddellijk staken bij elke sterke daling van het aantal leukocyten of plaatjes en bij levertoxiciteit. Levertoxiciteit kan optreden na langdurig gebruik (gewoonlijk > 2 jaar) en na een totale cumulatieve dosis > 1,5 g. Bij een vermoeden van leverbeschadiging, de leverbiopsie iedere 6–12 maanden herhalen. Bij reumatische indicaties zijn er geen aanwijzingen die het gebruik van een leverbiopsie voor controleren van de leverfunctie ondersteunen, bij psoriasis is de noodzaak van een leverbiopsie voorafgaand aan en tijdens de behandeling controversieel. De nierfunctie regelmatig controleren, zo nodig de dosering aanpassen; zie Dosering. Bij mogelijk gestoorde nierfunctie (bv. bij ouderen) vaker controleren. Door dehydratie wordt de grens van toxiciteit van methotrexaat eerder bereikt. Een verhoogde methotrexaatspiegel die niet binnen 48 wordt opgemerkt, kan irreversibele toxiciteit geven.

Staken: bij ernstige neutropenie, nefro- of longtoxiciteit en bij maligne lymfomen, de toediening staken. Bij diarree en ulceratieve stomatitis, de behandeling (tijdelijk) staken vanwege meer kans op het optreden van hemorragische enteritis of mogelijk fatale darmperforatie. Bij hematemese of bloed in de ontlasting de behandeling staken. Maligne lymfomen (bv. non-Hodgkinlymfoom) kunnen voorkomen bij lage doses methotrexaat; stel indien na staken van de behandeling geen spontane regressie optreed een cytotoxische behandeling in. Onderbreek bij pulmonale symptomen (vooral droge, niet–productieve hoest) de behandeling en doe een grondigonderzoek (inclusief röntgenfoto’s van de borstkas) om infectie en tumoren uit te sluiten. Begin bij vermoeden van methotrexaat-geïnduceerde longziekte een behandeling met corticosteroïden en hervat niet de behandeling met methotrexaat. Longsymptomen (zoals pneumonitis) kunnen acuut optreden bij elke (ook lage) dosering en zijn niet altijd reversibel; een snelle diagnose is vereist. Symptomen die duiden op potentieel ernstig letsel zijn droge, prikkelende hoest, dyspneu en koorts. Houd rekening met de mogelijkheid van Pneumocystis jiroveci-pneumonie (met mogelijk fatale afloop).

Overig: zorg om precipitatie van methotrexaat of zijn metabolieten in de niertubuli te voorkomen, bij hoge doseringen voor voldoende hydratie en alkalisering van de urine met circa drie gram natriumwaterstofcarbonaat iedere drie uur. Onderbreek bij optreden van dehydratie de behandeling met methotrexaat. Na hoge doses methotrexaat wordt calciumfolinaat toegediend om toxische effecten te neutraliseren, eventueel op geleide van de methotrexaatspiegel: deze procedure is nog in onderzoek. Calciumfolinaat kan bij gelijktijdige toediening het gewenste therapeutische resultaat tegengaan. Gebruik bij kinderen < 3 jaar wordt niet aanbevolen omdat er onvoldoende gegevens zijn over werkzaamheid en veiligheid. Toepassing bij kinderen met de ziekte van Crohn wordt niet aanbevolen wegens onvoldoende ervaring.

Overdosering

Symptomen
met name hematopoëtisch en gastro-intestinaal. Overlijden is gemeld ten gevolge van sepsis, septische shock, nierinsufficiëntie en aplastische anemie.

Therapie
folinezuur is een krachtig middel om de onmiddellijke toxische effecten van methotrexaat op het hematopoëtische systeem te neutraliseren. Na overdosering van methotrexaat dient men binnen 1 uur een eerste dosis calciumfolinaat i.m. of i.v. toe te dienen, die overeenkomt met of hoger is dan de schadelijke dosis methotrexaat en deze dosering moet worden voortgezet tot de serumspiegels van methotrexaat lager zijn dan 10–7 mol/l. Hydratie en alkalisering van de urine kan nodig zijn om het neerslaan van vooral (7-hydroxy)methotrexaat in de renale tubuli te voorkomen.

Voor symptomen en behandeling zie ook toxicologie.org of vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Foliumzuurantagonist. Het verhindert de reductie van dihydrofoliumzuur tot tetrahydrofoliumzuur, een essentiële stap bij de synthese van nucleïnezuren en bij de celdeling. Werking bij reumatoïde artritis na ca. 4–8 weken, bij psoriasis na ca. 2–6 weken, bij M. Crohn na ca. 8–12 weken.

Kinetische gegevens

Resorptiedosis-afhankelijk en variabel.
F25–100%.
T maxoraal 1–2 uur, parenteraal 30–60 min.
Overigpasseert de bloed-hersenbarrière niet bij lage i.v. dosering (≤ 50 mg/m²), wel bij hogere dosering. Na intrathecale toediening kunnen in het CZS hoge concentraties worden bereikt. Cumuleert in pleuraal-, peritoneaal- en oedeemvocht en komt vervolgens vrij, hetgeen kan leiden tot langdurig hoge plasmaspiegels.
Metaboliseringin de lever ca. 10 % en intracellulair tot actieve gepolyglutamineerde vormen en inactief 7-hydroxymethotrexaat.
Eliminatievnl. met de urine onveranderd, kleiner deel (5-20%) via de lever en dit ondergaat een enterohepatische kringloop.
T 1/2elgem. 6–7 uur (3–17 uur). Bij patiënten met een derde distributieruimte tot 4× verlengd.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

methotrexaat hoort bij de groep foliumzuurantagonisten.

methotrexaat vergelijken met een ander geneesmiddel

Zie ook