periciazine

Samenstelling

Neuleptil Sanofi SA

Toedieningsvorm
Capsule
Sterkte
5 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

periciazine vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Geef bij een psychose zonder agitatie een antipsychoticum op basis van oorzaak van de psychose, effectiviteit, bijwerkingen en toedieningsvorm (voorkeur olanzapine bij schizofreniespectrum).

Geef een benzodiazepine als agitatie de overhand heeft. Indien dit niet mogelijk is, geef (als noodmedicatie) de combinatie haloperidol en promethazine.

Therapieresistente psychose kan, na gebruik van achtereenvolgens 2 verschillende antipsychotica, met clozapine worden behandeld. Hierbij is intensieve leukocytencontrole geïndiceerd vanwege het risico op agranulocytose.

Een bipolaire stoornis wordt behandeld door of in overleg met een specialistisch team. Bij een ernstige manische episode zijn haloperidol, olanzapine, quetiapine of risperidon de middelen van eerste keus. Bij een ernstige depressieve episode zijn quetiapine óf de combinatie van olanzapine met fluoxetine (SSRI) de middelen van eerste keus. Overweeg lithium of valproïnezuur als monotherapie bij beide soorten episoden.

Als onderhoudsbehandeling van een bipolaire stoornis is lithium het middel van eerste keus, omdat lithium naast het verminderen van de recidieven van manie en depressie ook de kans op suïcide vermindert. Overweeg valproïnezuur, quetiapine of olanzapine als tweede keus voor de onderhoudsbehandeling bij gebleken effectiviteit tijdens de acute behandelfase of bij onvoldoende effect van lithium of bij onverdraagbare bijwerkingen ervan.

Antipsychotica worden niet aanbevolen voor de behandeling van angststoornissen, vanwege de kans op ernstige bijwerkingen als extrapiramidale stoornissen en metabool syndroom. Voor de keuze van de juiste standaardbehandeling zie Angststoornissen.

Indicaties

  • Psychosen;
  • Ernstige vormen van opwinding en onrust;
  • Manie.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Psychosen en manie:

Volwassenen:

10–20 mg 2–3×/dag, max. 90 mg per dag.

Ouderen:

5 mg per dag, zo nodig geleidelijk verhogen tot 20–30 mg per dag.

Bij patiënten met gestoorde lever- of nierfunctie voorzichtig doseren.

Bijwerkingen

Inherent aan de werking: initiatiefverlies en emotionele afvlakking. Extrapiramidale verschijnselen zoals parkinsonisme, acute dystonie en acathisie. Sufheid en slaperigheid, vooral in het begin van de behandeling. Verergering depressie, dysforie. Fotosensibilisatie, cholestatische icterus en bloeddyscrasieën (agranulocytose, leukopenie, trombocytopenie, aplastische anemie). Anticholinerge verschijnselen zoals droge mond, visusstoornissen, verhoogde oogboldruk, obstipatie en urineretentie; prostaathypertrofie. Opwinding, delier (met name bij ouderen en kinderen). Hyperglykemie, glucose-intolerantie. Gewichtstoename. CVA bij ouderen met dementie. QT-verlenging; meldingen van plotseling overlijden.

Soms (0,1-1%): (orthostatische) hypotensie. Reflectoire tachycardie. Convulsies. Verergering van neuroleptisch maligne syndroom. Tardieve dyskinesie kan zowel tijdens als na staken van de behandeling ontstaan. Hyperpigmentatie van de huid, dermatitis, neerslagen in lens en cornea. Veroorzaakt hyperprolactinemie, wat kan leiden tot galactorroe en amenorroe bij vrouwen en tot erectie- en ejaculatiestoornissen bij mannen. Bij langdurig gebruik is gynaecomastie voorgekomen.

Zeer zelden (< 0,01%): gestoorde leverfunctie.

Verder zijn gemeld: neonataal geneesmiddelonttrekkingssyndroom, bij gebruik van antipsychotica: veneuze trombo-embolie.

Interacties

Gelijktijdig gebruik van antihistaminica, antidepressiva, anxiolytica, slaapmiddelen, analgetica, opiaten of alcohol versterkt de sederende en/of anticholinerge werking.

De werking van dopamine-agonisten en levodopa kan worden verminderd.

Antacida verminderen de resorptie uit het maag-darmkanaal; bij voorkeur tussen inname van deze middelen 2 uur aanhouden.

Gelijktijdig gebruik van lithium, antiparkinsonmiddelen, parasympathicolytica, antidepressiva en andere antipsychotica vergroot het risico van ontstaan van tardieve dyskinesie.

Voorzichtigheid met de combinatie met andere geneesmiddelen die QT-interval kunnen verlengen of het risico erop vergroten.

Sommige fenothiazinen zijn CYP2D6-remmers; controleer patiënten die amitriptyline gebruiken (een CYP2D6-substraat) op dosisafhankelijke bijwerkingen daarvan.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Farmacologisch effect: Gebruik van antipsychotica zoals periciazine in het laatste trimester kan na de bevalling bij de neonaat extrapiramidale symptomen en/of onthoudingsverschijnselen veroorzaken. Gemeld zijn: prikkelbaarheid, hypertonie, hypotonie, tremoren, slaperigheid, ademnood, bradycardie, tacycardie, slecht drinken, meconium ileus, abdominale zwelling.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken; de pasgeborene nauwlettend controleren.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: onbekend (periciazine), in geringe mate (andere fenothiazinen).
Advies: Het geven van dit middel of het geven van borstvoeding ontraden.
Overig: Fenothiazinen kunnen de hoeveelheid melk doen toenemen door stijging van de prolac­tinespiegel.

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor fenothiazinen;
  • kinderen < 1 jaar.

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij optreden van het neuroleptisch maligne syndroom de behandeling staken. Voor starten van de behandeling ecg uitvoeren en risicofactoren voor QT-verlenging (bradycardie, hypokaliëmie, aangeboren verlengd QT-interval) uitsluiten. Terughoudendheid is geboden bij cardiovasculaire aandoeningen, epilepsie en ziekte van Parkinson. Bij risicofactoren voor veneuze trombo-embolie preventieve maatregelen treffen. Bij risicofactoren voor diabetes mellitus de glucosehuishouding controleren, Antipsychotica vergroten bij ouderen met dementie licht het risico op overlijden. Dit middel is niet goedgekeurd voor de behandeling van gedragsstoornissen bij dementie.

Bij langdurig gebruik kan tardieve dyskinesie ontstaan; de symptomen kunnen tijdelijk verergeren of zelfs nog ontstaan na staken van het gebruik. Het risico van irreversibiliteit neemt toe bij ouderen en bij organische hersenbeschadiging. Voorzichtigheid is geboden bij ouderen vanwege meer kans op bijwerkingen (lager doseren). Dit middel kan door pupilverwijding de oogdruk verhogen en een aanval van acuut glaucoom veroorzaken. Niet gebruiken bij kinderen; bij kinderen < 1 jaar is het gebruik gecontra-indiceerd vanwege het risico op het 'Sudden Infant Death Syndrome'.

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden.

Eigenschappen

Fenothiazinederivaat met antipsychotische, sterk sederende, matig hypotensieve en geringe anticholinerge werking.

Kinetische gegevens

T maxca. 2 uur.
Metaboliseringvnl. tot inactieve metabolieten.
Eliminatiemet de urine en feces.
T 1/212 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

periciazine hoort bij de groep antipsychotica, klassieke.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links