Samenstelling

Pixuvri (als dimaleaat) CTI LifeSciences Ltd.

Toedieningsvorm
Poeder voor concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
29 mg

Bevat na reconstitutie 5,8 mg/ml. Bevat tevens: natrium, ca. 1,7 mmol/flacon.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Zie voor de behandeling van de betreffende indicatie de geldende behandelrichtlijn.

Indicaties

Monotherapie van veelvuldig recidiverend of refractair, agressief B-cel non-Hodgkinlymfoom bij volwassenen.

Dosering

Let op: De dosering is gebaseerd op de werkzame stof (pixantron) en niet op de zoutvorm (pixantrondimaleaat) zoals in sommige andere publicaties.

Klap alles open Klap alles dicht

B-cel non-Hodgkinlymfoom:

Volwassenen:

i.v. 50 mg/m² lichaamsoppervlak op dag 1, 8 en 15 van iedere 28-daagse cyclus. Gedurende max. 6 cycli behandelen.

Dosisaanpassing bij hematologische toxiciteit:

Indien op dag 1 het aantal neutrofielen < 1,0 × 109/l of het aantal trombocyten < 75 × 109/l is, de behandeling uitstellen tot herstel. Indien op dag 8 of dag 15 het aantal neutrofielen < 1,0 × 109/l en/of het aantal trombocyten < 50 × 109/l is, de behandeling uitstellen tot herstel; indien op dag 8 of dag 15 het aantal neutrofielen < 0,5 × 109/l en/of het aantal trombocyten < 25 × 109/l is, de behandeling uitstellen tot herstel en de dosering met 20% verlagen.

Dosisaanpassing bij cardiotoxiciteit:

Bij cardiotoxiciteit NYHA-klasse III of IV of een aanhoudende afname van de LVEF, de behandeling onderbreken tot herstel. Indien de LVEF een aanhoudende afname vertoont van ≥ 15% van de uitgangswaarde, definitief staken van de behandeling overwegen.

Dosisaanpassing bij overige toxiciteit:

bij optreden van een bijwerking graad 3 of 4 (anders dan misselijkheid of braken) de behandeling onderbreken tot herstel tot graad 1; daarna hervatten en de dosis verlagen met 20%.

Uitsluitend langzaam toedienen via een infusie gedurende ten minste 60 minuten.

Bijwerkingen

Zeer vaak ( > 10%): neutropenie, leukopenie, lymfopenie, anemie, trombocytopenie. Misselijkheid, braken. Blauwe huidverkleuring, alopecia. Asthenie. Blauwkleuring van de urine.

Vaak (1-10%): febriele neutropenie, neutropene infectie, luchtweginfectie. Anorexie, hypofosfatemie. Smaakstoornis, paresthesie, hoofdpijn, slaperigheid. Conjunctivitis. Hartaandoening zoals linkerventrikeldisfunctie, congestief hartfalen, bundeltakblok, tachycardie. Bleekheid, aderverkleuring, hypotensie. Dyspneu, hoest. Stomatitis, droge mond, dyspepsie, buikpijn, obstipatie, diarree. Erytheem, nagelaandoening, jeuk. Botpijn. Proteïnurie, hematurie. Vermoeidheid, mucositis, koorts, pijn op de borst, oedeem. Verhoogde ALAT, ASAT, AF of creatinine in bloed.

Soms (0,1-1%): candidiasis, cellulitis, herpes zoster, meningitis, nagelinfectie, gastro-enteritis, septische shock. Beenmergfalen, eosinofilie. Hyperurikemie (door tumorlysissyndroom), hypocalciëmie, hyponatriëmie. Angst, slapeloosheid. Duizeligheid, lethargie. Droge ogen, keratitis. Vertigo. Aritmie. Pleura-effusie, pneumonitis, rinorroe. Oesofagitis, rectale bloeding. Hyperbilirubinemie. Nachtzweten, petechiën, maculeuze huiduitslag, huidzweer. Artralgie, artritis, rugpijn, spierzwakte, spierpijn, stijve spieren, nekpijn, pijn in een extremiteit. Oligurie. Spontane erectie. Rillingen, reactie op de injectieplaats (o.a. koud gevoel). Verhoogd bilirubine in urine, verhoogd bloedureum, verhoogd bloedfosfaat, verhoogd gamma-GT, verhoogd aantal neutrofielen, gewichtsafname.

Secundaire maligniteiten (AML, MDS) zijn gemeld als complicatie van behandeling met antracyclinebevattende chemotherapie.

Interacties

Gelijktijdig gebruik met levende verzwakte vaccins is gecontra-indiceerd. Op grond van in vitro gegevens remt pixantron mogelijk CYP1A2; gelijktijdig gebruik van middelen die vnl. door dit enzym gemetaboliseerd worden en een smalle therapeutische breedte hebben (zoals theofylline, clozapine, olanzapine, ropinirol en tizanidine) kan hierdoor leiden tot een verhoogde (toxische) serumconcentratie van deze substraten (eventueel zo mogelijk de spiegel van het substraat zorgvuldig monitoren). Wees voorzichtig bij gelijktijdig gebruik met substraten die door CYP2C8 worden gemetaboliseerd (zoals repaglinide of paclitaxel) omdat pixantron mogelijk CYP2C8 remt. Gelijktijdig gebruik met remmers van de transporteiwitten Pgp en OCT1 (zoals ciclosporine, tacrolimus, ritonavir of saquinavir) kan de opname en uitscheiding door de lever van pixantron verminderen. Gelijktijdig gebruik met rifampicine, carbamazepine of glucocorticoïden kan tot verminderde werking van pixantron leiden door een verhoogde excretie ervan. Gelijktijdig gebruik met andere cardiotoxische geneesmiddelen verhoogt het risico van cardiotoxiciteit.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren in therapeutische doseringen schadelijk gebleken (misvormingen, vertraagde ossificatie, lager foetaal gewicht en na hoge doses embryoresorptie).
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overig: Een vruchtbare vrouw of man dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende én tot ten minste zes maanden na de therapie. Raad een man voorafgaand aan de behandeling aan om advies in te winnen over cryopreservatie van sperma, omdat pixantron mogelijk tot verminderde fertiliteit kan leiden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

Ernstige myelosuppressie. Ernstige leverfunctiestoornis.

Waarschuwingen en voorzorgen

Er is geen voordeel aangetoond van pixantron wanneer deze als vijfdelijns- of daaropvolgende chemotherapie wordt toegepast bij patiënten die refractair waren voor de vorige behandeling. Niet toedienen bij een actieve, ernstige infectie of bij een voorgeschiedenis van chronische infecties. Pixantron kan cardiotoxiciteit veroorzaken, controleer daarom vóór en regelmatig tijdens de behandeling de LVEF via MUGA-scans of echocardiografie om subklinische cardiotoxiciteit op te sporen. Dit geldt met name bij risicofactoren zoals een bestaande cardiovasculaire aandoening, hoge cumulatieve blootstelling aan antracycline(derivate)n in de voorgeschiedenis of radiotherapie van het mediastinum (nu of in de voorgeschiedenis). Controleer vóór en regelmatig tijdens de behandeling het bloedbeeld in verband met beenmergremming die meestal optreedt met een nadir tussen dag 15–22, en op dag 28 is hersteld. Controleer daarnaast vóór en regelmatig tijdens de behandeling de serumconcentraties van bilirubine en creatinine. Verminder de complicaties van tumorlysissyndroom door voldoende vochtinname, alkaliseren van de urine en profylaxe met allopurinol, om hyperurikemie te voorkomen. Adviseer de patiënt om zich te beschermen tegen zonlicht door beschermende kleding te dragen en door het gebruik van een zonnebrandmiddel (tegen UV–A en UV–B), vanwege het eventueel optreden van fotosensibilisatie. De huid en urine kunnen blauw verkleuren door de kleur van de verbinding; deze verkleuring verdwijnt na enkele dagen tot weken. De veiligheid en werkzaamheid bij een nierfunctiestoornis, bij een leverfunctiestoornis, bij een performance status van ECOG (Eastern Cooperative Oncology Group) > 2 en/of bij kinderen < 18 jaar zijn niet vastgesteld.

Eigenschappen

Aza-antraceendion, dat farmacologisch overeenkomt met de antracyclinen. Pixantron alkyleert rechtstreeks het DNA en veroorzaakt breuken in DNA-strengen. Pixantron is een zwakke remmer van topo-isomerase II.

Kinetische gegevens

V d0,37 l/kg.
Metaboliseringvoor een klein gedeelte in de lever via acetylering tot inactieve metabolieten.
Eliminatiemet de gal, vnl. onveranderd.
T 1/2elca. 15–45 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

pixantron hoort bij de groep antracyclinederivaten.

Zie ook