pixantron

Samenstelling

Pixuvri (als dimaleaat) XGVSAanvullende monitoring CTI LifeSciences Ltd.

Toedieningsvorm
Poeder voor concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
29 mg

Bevat na reconstitutie 5,8 mg/ml pixantron. Bevat tevens: natrium, ca. 39 mg (1,7 mmol)/flacon.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

pixantron vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Voor de behandeling van non-Hodgkinlymfoom staat op vademecumhematologie.nl een geldende behandelrichtlijn (dec. 2018).

Indicaties

  • Veelvuldig recidiverend of refractair, agressief B-cel non-Hodgkinlymfoom (NHL) als monotherapie bij volwassenen.

Dosering

Let op: de dosering is gebaseerd op de werkzame stof (pixantron) en niet op de zoutvorm (pixantrondimaleaat), zoals in sommige andere publicaties.

In verband met het mogelijk optreden van het tumorlysissyndroom, bij hoge tumorlast vóór en tijdens de behandeling maatregelen nemen ter preventie van uraatnefropathie, zoals een adequate hydratie, alkaliseren van de urine en zonodig toedienen van allopurinol/rasburicase.

Klap alles open Klap alles dicht

B-cel non-Hodgkinlymfoom:

Volwassenen (incl. ouderen):

i.v. 50 mg/m² lichaamsoppervlak pixantron op dag 1, 8 en 15 van iedere 28-daagse cyclus. Het lichaamsoppervlak (BSA) op dag 1 van elke cyclus bepalen. Er zijn weinig gegevens over het gebruik en daarmee de dosering op basis van de BSA bij obese patiënten. Gedurende max. 6 cycli behandelen.

Verminderde nierfunctie: er kan geen doseeradvies worden gegeven vanwege onvoldoende gegevens (zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen, achter Onderzoeksgegevens).

Verminderde leverfunctie: er kan geen doseeradvies worden gegeven vanwege onvoldoende gegevens (zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen, achter Hepatotoxiciteit).

Ernstige bijwerkingen: zie voor dosisaanpassingen en richtlijnen voor onderbreking of stopzetting van de behandeling bij (ernstige) bijwerkingen, zoals hematologische toxiciteit (neutropenie, trombocytopenie) en niet-hematologische toxiciteit ( anders dan misselijkheid/braken zoals cardiovasculaire toxiciteit), de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 4.2, tabellen 1 en 2).

Toedieningsinformatie: na reconstitutie en verdere verdunning in fysiologisch zout (NaCl 0,9%) (tot een uiteindelijk volume van 250 ml) uitsluitend langzaam toedienen via een i.v. infusie (met gebruikmaking van een in-line filter) gedurende ten minste 60 minuten.

Bijwerkingen

Zeer vaak ( > 10%): Misselijkheid, braken. Asthenie. Blauwe huidverkleuring, alopecia. Blauwkleuring van de urine. Anemie, neutropenie, leukopenie, lymfopenie, trombocytopenie.

Vaak (1-10%): hartaandoening zoals linkerventrikeldisfunctie, congestief hartfalen, bundeltakblok, tachycardie. Bleekheid, aderverkleuring, hypotensie. Dyspneu, hoest, luchtweginfectie. Febriele neutropenie, neutropene infectie. Smaakstoornis, paresthesie, hoofdpijn, slaperigheid. Conjunctivitis. Stomatitis, droge mond, dyspepsie, buikpijn, obstipatie, diarree. Erytheem, nagelaandoening, jeuk. Mucositis. Botpijn. Proteïnurie, hematurie. Vermoeidheid, koorts, pijn op de borst, oedeem. Anorexie. Hypofosfatemie. Verhoogde ALAT, ASAT, AF of creatinine in bloed.

Soms (0,1-1%): aritmie. Pleura-effusie, pneumonitis, rinorroe. Candidiasis, herpes zoster, meningitis, septische shock. Oesofagitis, gastro-enteritis, rectale bloeding. Angst, slapeloosheid. Duizeligheid, lethargie. Droge ogen, keratitis. Vertigo. Nachtzweten, petechiën, maculeuze huiduitslag, cellulitis, nagelinfectie, huidzweer. Artralgie, artritis, rugpijn, spierzwakte, spierpijn, stijve spieren, nekpijn, pijn in een extremiteit. Oligurie. Spontane erectie. Gewichtsafname. Secundaire maligniteiten (zoals AML, MDS). Hepatotoxiciteit. Rillingen, reactie op de injectieplaats (o.a. koud gevoel). Hyperbilirubinemie, verhoogde waarden van: bilirubine in urine, bloedureum, bloedfosfaat, gamma-GT. Beenmergfalen, verhoogd aantal neutrofielen, eosinofilie. Hyperurikemie (door tumorlysissyndroom), hypocalciëmie, hyponatriëmie.

Interacties

Gelijktijdig gebruik met levende verzwakte vaccins is gecontra-indiceerd. Immunisatie met andere vaccins is mogelijk niet werkzaam.

Gelijktijdig gebruik met andere cardiotoxische geneesmiddelen of gebruik na een eerdere therapie met antracyclinen verhoogt het risico van cardiotoxiciteit. Dit is eveneens het geval bij radiotherapie, gelijktijdig of in de voorgeschiedenis.

Op grond van in vitro gegevens remt pixantron mogelijk CYP1A2; gelijktijdig gebruik van middelen die vnl. door dit enzym gemetaboliseerd worden en een smalle therapeutische breedte hebben (zoals theofylline, clozapine, olanzapine, ropinirol en tizanidine) kan hierdoor leiden tot een verhoogde (toxische) serumconcentratie van deze substraten (eventueel zo mogelijk de spiegel van het substraat zorgvuldig monitoren).

Wees voorzichtig bij gelijktijdig gebruik met substraten die door CYP2C8 worden gemetaboliseerd (zoals amiodaron, repaglinide of paclitaxel) omdat pixantron mogelijk CYP2C8 remt.

Gelijktijdig gebruik met remmers van de transporteiwitten Pgp, BCRP en/of OCT1 (zoals ritonavir of saquinavir) kan de opname en uitscheiding van pixantron door de lever verminderen.

Gelijktijdig gebruik met rifampicine, carbamazepine of glucocorticoïden kan tot verminderde werking van pixantron leiden door een verhoogde excretie ervan (versterking effluxtransport).

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren in therapeutische doseringen schadelijk gebleken (misvormingen, vertraagde ossificatie, lager foetaal gewicht en na hoge doses embryoresorptie).
Advies: Gebruik ontraden.
Vruchtbaarheid: Raad een man voorafgaand aan de behandeling aan om advies in te winnen over cryopreservatie van sperma, omdat pixantron mogelijk tot verminderde fertiliteit kan leiden.
Overig: Een vruchtbare vrouw of man dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende én tot ten minste zes maanden na de therapie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Een nadelig effect bij de zuigeling kan niet worden uitgesloten.
Advies: Het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • ernstige myelosuppressie;
  • ernstige leverfunctiestoornis.

Waarschuwingen en voorzorgen

Er is geen voordeel aangetoond van pixantron wanneer deze als vijfdelijns- of daaropvolgende chemotherapie wordt toegepast bij patiënten die refractair waren voor de vorige behandeling.

Infecties: niet toedienen bij een actieve, ernstige infectie of bij een voorgeschiedenis van recidiverende of chronische infecties. Ook niet toedienen bij immuungecompromitteerde patiënten.

Pixantron kan cardiotoxiciteit veroorzaken, controleer daarom vóór en regelmatig tijdens de behandeling de LVEF via MUGA-scans of echocardiografie om subklinische cardiotoxiciteit op te sporen. Wees daarom extra voorzichtig bij risicofactoren zoals een bestaande cardiovasculaire aandoening, hoge cumulatieve blootstelling aan antracycline(derivate)n in de voorgeschiedenis of radiotherapie van het mediastinum (gelijktijdig of in de voorgeschiedenis). Het voordeel van een therapie met pixantron zorgvuldig vaststellen bij een baseline LVEF-waarde < 45%, hartfalen NYHA klasse III of IV, myocardinfarct in de voorafgaande 6 maanden, een ernstige aritmie, hypertensie en/of angina pectoris die onvoldoende onder controle zijn, en een eerder toegediende cumulatieve dosis doxorubicine (of equivalente doses van vergelijkbaar geneesmiddel) > 450 mg/m².

Myelotoxiciteit: neutropenie is de voornaamste manifestatie; de nadir ligt tussen dag 15 en 22 na toediening op dag 1, 8 en 15 en is meestal op dag 28 hersteld. Controleer vóór en regelmatig tijdens de behandeling zorgvuldig het bloedbeeld; uitstel van de behandeling of verlaging van de dosering kan nodig zijn.

Hepatotoxiciteit: toediening van pixantron leidt vaak tot een stijging van de leverenzymwaarden en soms tot hyperbilirubinemie en hepatotoxiciteit. De voornaamste eliminatieroute van pixantron is onveranderd met de gal. Controleer daarom vóór en regelmatig tijdens de behandeling de leverfunctie. Wees voorzichtig bij een licht tot matig verminderde leverfunctie; toediening bij een ernstig verminderde leverfunctie is gecontra-indiceerd.

Tumorlysissyndroom: door lysis van een grote hoeveelheid maligne cellen kan het tumorlysissyndroom optreden met kans op nierfalen met een verminderde diurese en verhoging ureum en creatinine, hyperkaliëmie, hyperurikemie, hyperfosfatemie, hypocalciëmie (met als gevolg convulsies), verhoging LDH, hypo-/hypertensie en ritmestoornissen. Risicofactoren voor het optreden van het syndroom zijn hoge tumorlast (bv. groot tumorvolume, hoge concentraties circulerende maligne cellen), hypovolemie, gestoorde nierfunctie, een verhoogde serumfosfaat-, urinezuurspiegel en/of lactaatdehydrogenasespiegel voorafgaand aan de behandeling. Controleer daarom zorgvuldig de bloedconcentraties urinezuur, creatinine, kalium en calciumfosfaat. Vóór en tijdens de behandeling maatregelen nemen ter preventie van uraatnefropathie zoals een adequate hydratie, alkaliseren van de urine en zonodig toedienen van allopurinol/rasburicase.

Fotosensibilisatie: op grond van niet-klinische gegevens uit voorzorg de patiënt adviseren om zich te beschermen tegen zonlicht door beschermende kleding te dragen en door gebruik van een zonnebrandmiddel (tegen UV–A en UV–B), vanwege het eventueel optreden van fotosensibilisatie.

Blauwverkleuring: de huid en urine kunnen blauw verkleuren door de kleur van de verbinding; deze verkleuring verdwijnt na enkele dagen tot weken.

Vruchtbare mannen: zie de rubriek Zwangerschap.

Onderzoeksgegevens: Patiënten met een serumcreatinine > 1,5 × ULN waren uitgesloten voor deelname aan klinisch onderzoek. De veiligheid en werkzaamheid zijn niet vastgesteld bij:

  • een nierfunctiestoornis (met een serumcreatinine 1,5 × ULN);
  • een leverfunctiestoornis;
  • een performance status van ECOG (Eastern Cooperative Oncology Group) > 2;
  • kinderen (< 18 jaar).

Eigenschappen

Antracycline-derivaat. In tegenstelling tot andere antracycline-derivaten alkyleert pixantron rechtstreeks het DNA en veroorzaakt daarmee breuken in DNA-strengen. Pixantron is een zwakke remmer van topo-isomerase II.

Kinetische gegevens

V d0,37 l/kg.
Metaboliseringvoor een klein gedeelte in de lever via acetylering (via NAT1 of 2) tot inactieve metabolieten.
Eliminatievnl. met de gal, vnl. onveranderd.
T 1/2elca. 15–45 uur (mediaan ca. 21 uur).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

pixantron hoort bij de groep antracyclinederivaten.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links