simeprevir

Samenstelling

Olysio (als Na-zout) Janssen-Cilag bv

Toedieningsvorm
Capsule, hard
Sterkte
150 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

simeprevir vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Preventie van een hepatitis C-infectie bestaat uit het in acht nemen van niet-medicamenteuze maatregelen. Er is geen medicamenteuze profylaxe. De behandeling van een chronische hepatitis C-infectie, als initiële therapie of na falen van eerdere behandeling, bestaat uit een combinatie van direct-werkende antivirale middelen. De keuze voor een behandelregime wordt o.a. bepaald door het HCV-genotype en de mate van reeds aanwezige fibrose in de lever. Zie voor meer informatie en de meest recente behandeladviezen het HCV-richtsnoer (pdf 1,2 MB, juli 2018) (bv. rubriek 6 (therapie-naïeve patiënten), 7 (eerder behandelde patiënten) en 10 (gedecompenseerde cirrose)). Simeprevir komt niet (meer) voor in het richtsnoer.

Indicaties

  • Behandeling van chronische hepatitis C genotype 1 en 4 bij volwassenen in combinatie met andere geneesmiddelen voor chronische hepatitis C.

In klinisch onderzoek zijn de volgende combinaties onderzocht: simeprevir + peginterferon α + ribavirine; simeprevir + sofosbuvir (alleen fase IIa-onderzoek); simeprevir + sofosbuvir + ribavirine (alleen fase IIa-onderzoek).

Gerelateerde informatie

Dosering

De hier volgende aanbevelingen voor de behandelduur en combinaties zijn afkomstig van de fabrikant van simeprevir. Zie ook de link in de rubriek Advies voor aanbevelingen volgens het HCV-richtsnoer.

Bij een HCV-infectie genotype 1a vóóraf testen op NS3Q80K-polymorfisme bij combinatie met peginterferon α + ribavirine. Overweeg deze test ook bij genotype 1a-infectie met cirrose voordat de behandeling van simeprevir + sofosbuvir wordt ingesteld. Zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen.

Om falen van de behandeling te voorkómen de dosering van simeprevir niet verlagen of (tijdelijk) onderbreken. Als behandeling met simeprevir is gestaakt vanwege bijwerkingen of onvoldoende virologisch respons mag de behandeling met simeprevir niet worden hervat.

Simeprevir nooit als monotherapie gebruiken; bij staken van de andere middelen tegen HCV-infectie, ook simeprevir staken.

Klap alles open Klap alles dicht

HCV-infectie genotype 1 of 4:

Volwassenen:

150 mg 1×/dag.

De gelijktijdig te gebruiken geneesmiddelen en de behandelduur zijn afhankelijk van of er sprake is van levercirrose en/of een HIV co-infectie.

Bij combinatietherapie met sofosbuvir met of zonder ribavirine: zonder cirrose in combinatie met sofosbuvir: behandelen gedurende 12 weken. Met cirrose, is de behandelduur in combinatie met sofosbuvir 24 weken; in combinatie met sofosbuvir en ribavirine is de behandelduur 12 weken. Bij weinig kans op ziekteprogressie en als er nog verdere behandelopties zijn kan behandeling zonder ribavirine gedurende 12 weken overwogen worden.

Bij combinatietherapie met peginterferon α + ribavirine: therapienaïeve patiënten en na een eerder recidief, met of zonder cirrose én zonder hiv óf zonder cirrose met hiv: behandelduur is 12 weken. Hierna 12 weken doorbehandelen met alleen peginterferon α + ribavirine. Therapienaïeve patiënten en na een eerder recidief, met cirrose én met hiv: behandelduur is 12 weken. Hierna 36 weken doorbehandelen met alleen peginterferon α + ribavirine. Bij eerdere non-responders (partiële responders of null-responders na een behandeling met interferon met of zonder ribavirine) met of zonder cirrose en met of zonder hiv: behandelduur is 12 weken. Hierna 36 weken doorbehandelen met alleen peginterferon α + ribavirine.

Stopcriteria: Combinatie met peginterferon α + ribavirine: staak het hele behandelregime indien in behandelweek 4 het HCV-RNA ≥ 25 IE/ml is; behandel niet door met peginterferon α + ribavirine wanneer in behandelweek 12 HCV-RNA ≥ 25 IE/ml is; staak deze combi ook wanneer in behandelweek 24 HCV-RNA ≥ 25 IE/ml is. In geval van HCV-RNA ≥ 25 IE/ml in week 12 of 24 bij een in week 4 ondetecteerbaar HCV-RNA; hernieuwde evaluatie van het HCV-RNA wordt aanbevolen alvorens de HCV-behandeling stop te zetten.

Stopcriteria: Voor de combinatie met sofosbuvir (met of zonder ribavirine) zijn nog geen stopcriteria opgesteld. Indien ribavarine is toegevoegd en de toediening hiervan dient te worden gestaakt; overweeg door te behandelen met simeprevir en sofosbuvir.

Verminderde leverfunctie: bij een Child-Pughscore 5-6 is geen dosisaanpassing nodig, simeprevir niet gebruiken bij een Child-Pughscore ≥ 7.

Verminderde nierfunctie: bij een lichte of matige nierfunctiestoornis (creatinineklaring ≥ 30 ml/min) is geen dosisaanpassing van simeprevir nodig. Wees voorzichtig bij een ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min), incl. terminaal nierfalen met dialyse vanwege een mogelijk verhoogde blootstelling.

Bij het vergeten van een dosis kan die alsnog worden ingenomen binnen 12 uur na het gebruikelijke tijdstip van inname. Wordt het later bemerkt, dan de gemiste dosis niet meer innemen en de volgende dosis op het normaal geplande tijdstip innemen.

Toedieningsinformatie: de capsule in zijn geheel innemen tijdens de maaltijd.

Bijwerkingen

Combinatietherapie (met sofosbuvir): Zeer vaak (> 10%): misselijkheid. Vermoeidheid, hoofdpijn, slapeloosheid. Jeuk.

Vaak (1-10%): fotosensibilisatie.

In combinatie met sofosbuvir + ribavirine tevens: Zeer vaak (> 10%): huiduitslag, anemie.

Vaak (1-10%): fotosensibilisatie, verhoogde waarden bilirubine.

Combinatietherapie (met peginterferon α en ribavirine): Zeer vaak (> 10%): misselijkheid. Dyspneu. Huiduitslag, jeuk.

Vaak (1-10%): obstipatie. Stijging bilirubine in bloed. Fotosensibilisatie.

Meer mogelijke bijwerkingen:

Interacties

Simeprevir wordt gemetaboliseerd door vooral CYP3A4 en getransporteerd door P-glycoproteïne (Pgp). Combinatie met matige tot sterke (systemische) CYP3A4-remmers (zoals claritromycine, erytromycine, fluconazol, itraconazol, ketoconazol, posaconazol, voriconazol, cobicistat, sommige HIV-proteaseremmers, diltiazem, verapamil, grapefruitsap, mariadistel) en CYP3A4-induceerders (zoals carbamazepine, oxcarbazepine, fenobarbital, fenytoïne, rifampicine, rifabutine, dexamethason, efavirenz, etravirine, nevirapine, sommige HIV-proteaseremmers en sint-janskruid) wordt niet aanbevolen. Simeprevir remt CYP3A4 (alleen intestinaal) en de transporteiwitten Pgp en OATP1B1. De remming van intestinaal CYP3A4 door simeprevir kan leiden tot lichte verhogingen van de concentraties van oraal toegediende anti-aritmica (amiodaron, disopyramide, flecaïnide, propafenon en kinidine), oraal midazolam en PDE-5-remmers (avanafil, sildenafil, tadalafil en vardenafil); wees voorzichtig met de combinaties en monitor zonodig klinisch (cave ECG) en/of pas de dosis aan (bij de anti-aritmica en bij chronisch gebruik van sildenafil of tadalafil bij de behandeling van pulmonale arteriële hypertensie; kies bij behandeling voor deze indicatie voor de laagste dosering sildenafil/tadalafil).

De remming van Pgp door simeprevir kan leiden tot verhoogde spiegels van digoxine; titreer digoxine op geleide van de plasmaspiegel. Simeprevir verhoogt de plasmaconcentraties van calciumantagonisten door remming van intestinaal CYP3A4 én Pgp; wees voorzichtig met de combinaties en monitor zonodig de patiënt.

Door remming van OATP1B1 en/of CYP3A4 verhoogt simeprevir de plasmaconcentraties van de statinen (behalve van fluvastatine); gebruik de laagst noodzakelijke dosis statine en monitor zorgvuldig op (spier)bijwerkingen. Ook wordt aanbevolen de plasmaconcentraties van sirolimus en tacrolimus te monitoren. Dit geldt ook voor ciclosporine; echter ciclosporine verhoogt significant de blootstelling aan simeprevir (OATP1B1–, Pgp- én CYP3A4–remming); de combinatie wordt niet aanbevolen.

Meer informatie:

Zwangerschap

Simeprevir passeert de placenta.
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren in hogere dosering aanwijzingen voor schadelijkheid (extra ribben, vertraagde ossificatie).
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken. Let op: raadpleeg ook de gegevens van de andere geneesmiddelen in de combinatiebehandeling.
Overig: Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende de therapie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Ja, bij dieren.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden. Borstvoeding door vrouwen met een co-infectie met HIV wordt ontraden, om het overdragen van HIV te voorkomen.

Contra-indicaties

Er zijn van dit middel geen klinisch relevante contra-indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

Co-infectie hepatitis B: vóór aanvang van de behandeling controleren op co-infectie met het hepatitis B-virus (HBV) omdat gevallen van reactivatie van HBV (waaronder enkele met fatale afloop) gemeld zijn gedurende en na behandeling met directwerkende antivirale middelen. Patiënten met een vastgestelde co-infectie zorgvuldig controleren en behandelen volgens de geldende behandelrichtlijnen.

De werkzaamheid en veiligheid zijn niet onderzocht bij HCV genotypes 2, 3, 5 en 6. De werkzaamheid van simeprevir met peginterferon α + ribavirine is bij genotype 1a aanzienlijk verminderd indien sprake is van NS3Q80K-polymorfisme; bij een infectie met genotype 1a daarom vóóraf testen op Q80K-polymorfisme bij combinatie met peginterferon α + ribavirine. Overweeg deze test ook bij genotype 1a-infectie met cirrose voordat de behandeling van simeprevir + sofosbuvir wordt ingesteld. Bij aanwezigheid van dit polymorfisme of indien de test niet beschikbaar is een andere behandeling overwegen. Bij genotype 1a zonder cirrose werd de werkzaamheid van simeprevir + sofosbuvir niet beïnvloed door de aanwezigheid van NS3Q80K-polymorfisme.

Er zijn geen gegevens over de werkzaamheid van simeprevir bij patiënten bij wie een eerdere therapie op basis van een HCV NS3–4A-proteaseremmer heeft gefaald; kruisresistentie komt voor. De combinatie van simeprevir met deze middelen (o.a. boceprevir) wordt niet aanbevolen. In klinische studies bleek de werkzaamheid in combinatie met peginterferon α-2a + ribavirine groter te zijn dan met peginterferon α-2b + ribavirine.

HCV–RNA–concentraties controleren in week 4, week 12 en week 24 (indien van toepassing) en extra wanneer dit klinisch aangewezen is; bij onvoldoende virale respons simeprevir staken (zie ook stopcriteria in de rubriek Dosering).

De patiënt vooraf informeren om bij het optreden van huiduitslag de arts te raadplegen. Bij optreden van lichte tot matige huiduitslag de patiënt monitoren op progressie van de huiduitslag; bij ernstige huiduitslag de behandeling met simeprevir en de andere gelijktijdig toegediende geneesmiddelen stoppen. Ter preventie van fotosensibilisatie overmatige blootstelling aan zonlicht en aan UV-kunstlicht vermijden; adviseer beschermende kleding en zonnebrandcrème. Overweeg bij optreden van fotosensibilisatie de behandeling met simeprevir te stoppen vanwege meldingen van fotosensibilisatie (soms met ziekenhuisopname).

Bij meer kans op een leverfunctiestoornis voor en tijdens de behandeling leverfunctietesten uitvoeren, vanwege meldingen van (fataal) leverfalen bij combinatietherapie met simeprevir. Simeprevir niet gebruiken bij een matige of ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pughscore ≥ 7).

Onderzoeksgegevens: De werkzaamheid en veiligheid van simeprevir zijn niet onderzocht bij:

  • kinderen (< 18 jaar);
  • ouderen > 75 jaar;
  • ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min) of terminaal nierfalen/hemodialysepatiënten. NB: de blootstelling aan simeprevir kan toenemen bij patiënten met een ernstige nierinsufficiëntie.

Meer informatie:

Eigenschappen

Simeprevir is een remmer van de NS3–4A serineprotease van het hepatitis C-virus. Dit enzym is essentieel voor de replicatie, waardoor de virale replicatie in geïnfecteerde gastcellen afneemt. Omdat de resistentievorming zeer waarschijnlijk toeneemt bij gebruik als monotherapie wordt simeprevir alleen in combinatietherapie toegepast.

Kinetische gegevens

Resorptiehoger met voedsel.
Fca. 62%.
T max4–6 uur.
Eiwitbinding> 99,9%.
Metaboliseringin de lever door vooral CYP3A4 tot niet-werkzame metabolieten.
Eliminatiemet de feces, ca. 31% onveranderd.
T 1/2elca. 41 uur (bij patiënten met HCV-infectie).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

simeprevir hoort bij de groep HCV proteaseremmers.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links