Samenstelling

Rokiprim Rokitan Gmbh

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Verpakkingsvorm
flacon 250 ml

Bevat per ml: trimethoprim 0,64 mg en sulfametrol (als Na-zout) 3,2 mg.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Pneumonie, urineweginfecties: De combinatie trimethoprim/sulfametrol komt pas voor behandeling van een community-acquired pneumonie (CAP) of urineweginfectie in aanmerking op basis van onderzoek naar de aard en de gevoeligheid van de verwekker; dit onderzoek is noodzakelijk bij onvoldoende effect van de middelen die geadviseerd worden voor de initiële empirische behandeling (zie urineweginfecties of community-acquired pneumonie). Bij een nosocomiale pneumonie wordt de keuze voor een specifiek antibioticum bepaald door de lokale situatie met betrekking tot de aard en de resistentie van de ziekenhuisflora.

Indicaties

Infecties veroorzaakt door micro-organismen die gevoelig zijn voor trimethoprim/sulfametrol, in het bijzonder van:

  • Luchtwegen;
  • Urinewegen;
  • Geslachtsorganen;
  • Maag-darmkanaal;
  • Vooral bij pre- en postoperatieve dan wel intensivecare-patiënten.

Gerelateerde informatie

Dosering

Alléén i.v. toedienen (intra-arteriële toediening kan leiden tot ernstige weefselnecrose).

Klap alles open Klap alles dicht

De onder Indicaties beschreven infecties:

Volwassenen en kinderen > 12 jaar:

I.v. één infuus van 250 ml (= 160 mg trimethoprim + 800 mg sulfametrol) iedere 12 uur, bij ernstige infecties iedere 8 uur. Bij acute infecties ten minste gedurende 5 dagen behandelen.

Kinderen 6 maanden–12 jaar:

I.v. 12,5 ml/kg lichaamsgewicht/dag (= 8 mg trimethoprim + 40 mg sulfametrol) in twee giften.

Verminderde nierfunctie: creatinineklaring 10–30 ml/min een halve dagdosis iedere 24 uur, waarbij regelmatige controle van de plasmaspiegel van sulfametrol noodzakelijk is, bij voorkeur iedere 2 of 3 dagen. De behandeling onderbreken bij een sulfametrolspiegel > 150 mg/ml. De behandeling kan worden hervat bij een sulfametrolspiegel van ≤ 120 mg/ml.

Verminderde leverfunctie: een dosisaanpassing is niet nodig, tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden hierboven, als óók een nierfunctiestoornis aanwezig is.

Toedieningsinformatie: Toedienen in 30 min.

Bijwerkingen

Meest frequent: misselijkheid, braken, diarree. Huiduitslag. Glossitis.

Verder: allergische reactie met koorts en serumziekte. Fotosensibilisatie. Toxische hepatitis en neuritis, toxische nierbeschadiging. Acute hematologische complicaties zoals agranulocytose, bij foliumzuurdeficiëntie megaloblastaire anemie, matige neutropenie, matige trombocytopenie en hypersegmentatie van de granulocyten, en bij G6PD-deficiëntie agranulocytose, leukopenie, hemolytische anemie, methemoglobinemie en trombocytopenie.

Zelden komen voor: erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom en toxische epidermale necrolyse.

Interacties

Comedicatie met geneesmiddelen die de kaliumspiegel verhogen (zoals kaliumzouten, kaliumsparende diuretica, ACE-remmers, ARB's (ATII-antagonisten), heparine, ciclosporine en tacrolimus) vermeerdert de kans op hyperkaliëmie.

De werking van orale anticoagulantia kan worden versterkt.

De plasmaspiegels van digoxine, fenytoïne en amantadine kunnen worden verhoogd.

Gelijktijdige toediening met andere foliumzuurantagonisten (zoals pyrimethamine) geeft meer kans op megaloblastaire anemie.

De systemische blootstelling aan methotrexaat kan toenemen met ernstige bijwerkingen zoals pancytopenie, vooral bij aanwezigheid van risicofactoren zoals hoge leeftijd, hypoalbuminemie, verminderde nierfunctie of verminderde beenmergreserve.

Bij combinatie met ciclosporine na een niertransplantatie kan de nefrotoxiciteit worden versterkt.

Combinatie met methenamine vermeerdert de kans op kristalurie.

Zwangerschap

Trimethoprim en sulfametrol passeren de placenta; de concentratie van trimethoprim in foetale weefsels is gelijk aan die in het plasma van de moeder.
Teratogenese: Bij de mens onvoldoende gegevens, bij dieren in hoge dosering zonder foliumzuursuppletie schadelijk gebleken.
Farmacologisch effect: Op grond van de farmacologische werkzaamheid is foliumzuurdepletie bij het kind mogelijk. Bij gebruik vlak vóór de bevalling is er kans op hyperbilirubinemie (met kernicterus) bij de neonaat.
Advies: Tijdens het 1e trimester trimethoprim/sulfametrol alleen gebruiken in combinatie met foliumzuursuppletie in doseringen die gebruikelijk zijn voor zwangeren. Tijdens het 3e trimester alleen op strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in geringe mate (trimethoprim, sulfametrol).
Farmacologisch effect: Op theoretische gronden is sensibilisatie mogelijk. Echter, gezien het feit dat trimethoprim+sulfametrol in geringe mate overgaat in de moedermelk lijkt toediening tijdens lactatie een te verwaarlozen risico voor het kind. Wel is er bij premature neonaten meer kans op hyperbilirubinemie.
Advies: Kan worden gebruikt (uitgezonderd: premature neonaten en kinderen met G6PD-deficiëntie).

Contra-indicaties

  • ernstige nierinsufficiëntie en oligurie (creatinineklaring < 10 ml/min). Tenzij regelmatig plasmaspiegels gecontroleerd kunnen worden;
  • ernstige leverparenchymbeschadiging (tenzij regelmatig plasmaspiegels gecontroleerd kunnen worden);
  • ernstige afwijkingen in het bloedbeeld;
  • overgevoeligheid voor sulfonamiden en/of trimethoprim;
  • gebruik bij kinderen jonger dan 6 maanden.

Waarschuwingen en voorzorgen

Zorg voor ruime diurese (≥ 1200 ml per 24 uur) om de kans op kristalurie te verminderen.

Bij behandeling langer dan 14 dagen regelmatig bloedbeeld controleren. Bij optreden van exantheem, hyperkaliëmie of ernstige bloedbeeldveranderingen de toediening staken.

Toediening aan patiënten met acute porfyrie vermijden, omdat gebruik van trimethoprim en sulfonamiden in verband is gebracht met klinische verergering van porfyrie.

Bij manifest of dreigend tekort aan foliumzuur (bv. oudere, alcoholicus, zwangere) foliumzuursuppletie geven.

Bij lever- en/of nierfunctiestoornissen zonodig de dosis verminderen of het toedieningsinterval verlengen teneinde cumulatie te voorkomen; regelmatige controle van de sulfametrolspiegel is dan vereist.

Bij diabetes mellitus vaker de bloedglucosespiegel controleren.

Trimethoprim+sulfametrol kan de plasmacreatininebepaling met behulp van de alkalische picraatreactie verstoren; de waarden zijn circa 10% hoger dan normaal. De bepaling van methotrexaat in het plasma kan worden verstoord tenzij gebruik gemaakt wordt van een radio-immuno-assay.

Overdosering

Therapie
Stimulering van de renale excretie door geforceerde diurese en hemodialyse. Peritoneale dialyse is niet effectief.

Voor meer informatie over de symptomen en behandeling van een vergiftiging met trimethoprim/sulfametrol contact opnemen met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Trimethoprim/sulfametrol werkt bactericide door remming van de synthese van tetrahydrofoliumzuur in het micro-organisme. Trimethoprim remt de dihydrofoliumzuurreductase en sulfametrol remt de inbouw van p-aminobenzoëzuur in het dihydrofoliumzuur. Het werkingsspectrum omvat de meeste Gram-positieve en Gram-negatieve micro-organismen.

Gevoelig zijn: stafylokokken (incl. penicilline resistente stammen), streptokokken, pneumokokken en de species van Escherichia coli, Aerobacter, Haemophilus influenza, Klebsiella, Enterobacter, Neisseria, Salmonella, Shigella en Proteus mirabilis.

Ongevoelig zijn de species: Mycoplasma, Mycobacterium tuberculosis en Treponema pallidum. De klinische werkzaamheid bij anaerobe bacteriën en bij Enterococcus faecalis staat niet vast.

Kinetische gegevens

OverigDe weefselspiegels van trimethoprim zijn doorgaans hoger dan de plasmaspiegels, vooral in de longen, nieren, gal en prostaatvloeistof.
OverigPlasmaconcentratie na herhaalde toediening: ca. 1,5 mg/l (trimethoprim), 50 mg/l (actief sulfametrol) en 70 mg/l (totaal sulfametrol).
Metaboliseringtot inactieve metabolieten (trimethoprim, sulfametrol).
Eliminatievnl. via de nieren, trimethoprim voor 59% en sulfametrol voor 72% binnen 48 uur, sulfametrol vnl. als metaboliet.
T 1/2elca. 8 uur (trimethoprim) en 10 uur (sulfametrol), verlengd bij nierfunctiestoornis.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

trimethoprim/sulfametrol hoort bij de groep sulfonamiden en trimethoprim.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook