Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Bumetanide Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
1 mg, 2 mg, 5 mg

Burinex Karo Pharma AB

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
0,5 mg/ml
Verpakkingsvorm
ampul 4 ml

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Het belangrijkste indicatiegebied ligt bij de behandeling van oedemen. Indien piekdiurese moet worden vermeden, gaat de voorkeur uit naar een thiazide-diureticum.

Start bij hartfalen met matige (‘midrange’) of verminderde (‘reduced’) ejectiefractie (HFmrEF of HFrEF) met een ACE-remmer en geef bij tekenen van overvulling een lisdiureticum. Voeg een selectieve bètablokker toe als de patiënt klinisch stabiel is (met name geen tekenen van overvulling). Overweeg bij persisterende klachten ondanks adequate instelling, toevoeging van een aldosteronantagonist. Een combinatie van deze middelen verlicht de klachten en kan een vroegtijdige mortaliteit en de kans op ziekenhuisopname door hartfalen verminderen. De behandeling van hartfalen met behouden ejectiefractie (HFpEF) is vooral symptomatisch; geef bij tekenen van overvulling een lisdiureticum en behandel eventuele cardiovasculaire en niet-cardiovasculaire comorbiditeit.

Bumetanide heeft bij hartfalen volgens het NHG een praktisch voordeel bij hoge doseringen ten opzichte van furosemide, omdat met minder tabletten kan worden volstaan, wat de therapietrouw kan bevorderen.

Acuut harfalen: Start zo snel mogelijk met toediening van zuurstof via een ‘non-rebreathing’-masker of neusbril. Geef bij een systolische bloeddruk > 90 mmHg, in afwachting van i.v.-behandeling, nitroglycerine sublinguaal elke 5 minuten tot de klachten voldoende verbeteren. In de tweedelijnszorg worden nitraten veelal i.v. toegepast. Geef in geval van dyspneu door vochtretentie i.v.-furosemide of bumetanide. Overweeg morfine i.v. uitsluitend bij persisterende ernstige onrust, dyspneu, angst of pijn in de vroege fase. Aanvullend onderzoek in de tweedelijnszorg bepaalt de verdere behandeling.

Behandel, indien mogelijk, de oorzaak van chronische nierschade. Start daarnaast behandeling om het grotere risico van (vnl. cardiovasculaire) morbiditeit te verminderen en progressie van nierschade te voorkomen of beperken. Behandel de complicaties van nierschade en start eventueel niervervangende therapie (dialyse).

Indicaties

  • Oedeem bij volwassenen door hartfalen, levercirrose, nefrotisch syndroom en geneesmiddelen.
  • Diuretische therapie bij chronische nierinsufficiëntie (creatinineklaring 5–35 ml/min) bij volwassenen.
  • Voor de injectievloeistof tevens:
    • intoxicaties waarbij geforceerde diurese is gewenst (zoals bij salicylaten of barbituraten);
    • acuut longoedeem.

Gerelateerde informatie

Doseringen

Klap alles open Klap alles dicht

Oedeem

Volwassenen

Oraal: 's ochtends ½–1 mg; bij onvoldoende effect deze dosis iedere 6–8 uur herhalen. Soms hoger doseren, zelden > 4 mg per dag; vervolgens verlagen tot onderhoudsdosering. Bij het nefrotisch syndroom kan bij onvoldoende effect bij lagere dosering een dosis worden gegeven van 2–5 mg, zonodig iedere 6–8 uur herhalen.

Bij ouderen of mensen met nier- of leverinsufficiëntie: dosering eventueel aanpassen op basis van effectiviteit en bijwerkingen.

Indien orale toediening niet mogelijk is of als een snelle werking noodzakelijk is, is parenterale toediening aangewezen: gebruikelijke dosering 0,5–1 mg i.m. of i.v., zo nodig herhalen na 20 min.

Acute situaties (zoals longoedeem)

Volwassenen

0,5–2 mg i.v.; zo nodig 2–3× herhalen met tussenpozen van 20 min.

Diurese bij chronische nierinsufficiëntie

Volwassenen

2–5 mg i.v. (eventueel in 500 ml infusievloeistof, toe te dienen in 30–60 min); zo nodig iedere 6–8 uur herhalen.

Geforceerde diurese bij intoxicaties

Volwassenen

2 mg i.v. als begindosering; daarna 1 mg iedere 4 uur; in totaal 7 mg per 24 uur. Zo nodig als infusie, aan 100 ml infusievloeistof mag maximaal 10 mg bumetanide worden toegevoegd.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): elektrolytenstoornissen (waaronder hypokaliëmie, hyponatriëmie, hypochloremie, hypomagnesiëmie en hyperkaliëmie). Duizeligheid, (orthostatische) hypotensie, lethargie, slaperigheid, hoofdpijn. Buikpijn, misselijkheid. Spierspasmen, (spier)pijn. Mictiestoornis. Vermoeidheid (asthenie, malaise).

Soms (0,1-1%): beenmergfalen, pancytopenie, trombocytopenie, leukopenie (waaronder neutropenie, agranulocytose), anemie. Dehydratie, diabetes mellitus, hyperglykemie, hypoglykemie, hyperurikemie, jicht. Syncope. Gehoorstoornis. Pijn op de borst. Dyspneu, hoesten. Braken, diarree, obstipatie, flatulentie, dorst, droge mond. Huiduitslag, dermatitis, eczeem, urticaria, jeuk, fotosensibilisatie. Gestoorde nierfunctie (waaronder nierfalen). Perifeer oedeem.

Verder zijn gemeld: allergische reacties, metabole alkalose, bradycardie, tachycardie, cholestase, geelzucht, encefalopathie bij reeds bestaande leveraandoening.

Interacties

Een verhoogde kaliumexcretie kan leiden tot toegenomen toxiciteit van digoxine en van geneesmiddelen die het QT-interval verlengen. Onder invloed van corticosteroïden, andere kaliumuitdrijvende middelen, braken en diarree kan de kaliumexcretie nog verder toenemen. Bij combinatie met klasse III-anti-aritmica is er meer kans op elektrolytenstoornissen en daarmee cardiotoxiciteit.

De werking van antihypertensiva en andere middelen die orthostatische hypotensie veroorzaken wordt versterkt. Indien mogelijk vóór instelling op een ACE-remmer of een ARB de behandeling twee tot drie dagen staken of de dosering verlagen om de kans op hypotensie na de eerste dosis te verminderen.

Diuretica kunnen de lithiumexcretie verminderen, hetgeen kan leiden tot een verhoogde (toxische) lithiumspiegel.

Door NSAID's neemt het diuretisch effect af; NSAID's kunnen bij hypovolemie of dehydratie acute nierinsufficiëntie veroorzaken.

De ototoxiciteit en nefrotoxiciteit kunnen worden versterkt door combinatie met andere ototoxische geneesmiddelen (zoals aminoglycosiden).

Probenecide remt de renale tubulaire secretie van bumetanide, wat leidt tot een verminderde natriurese.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.

Farmacologisch effect: Bij de moeder rekening houden met afname van het circulerend bloedvolume en bij de neonaat met toename van diurese met verstoring van de vocht- en elektrolytenbalans.

Advies: Alleen (bij hartfalen) op zeer strikte indicatie gebruiken als de eventuele voorkeursmiddelen (hydrochloorthiazide of furosemide) niet gebruikt kunnen worden. Tevens alleen gebruiken onder controle van de groei van de foetus, de hematocriet en elektrolyten (kalium, natrium) in het bloed van de moeder.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.

Farmacologisch effect: Diuretica kunnen de lactatie remmen.

Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • ernstige elektrolytendepletie (kaliumdeficiëntie);
  • aanhoudende anurie;
  • hepatogene encefalopathie;
  • Injectie tevens: overgevoeligheid voor formaldehyde.

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij oudere patiënten en bij patiënten met een gestoorde lever- of nierfunctie kan, vanwege een gewijzigde farmacokinetiek en -dynamiek, een afname van het diuretisch effect optreden maar met meer kans op bijwerkingen. Voorzichtig toepassen bij ernstige leverinsufficiëntie of hypotensie.

Bij langdurig gebruik of hoge dosering regelmatig het elektrolytengehalte (met name kalium, magnesium, natrium) bepalen, vooral bij patiënten met andere aandoeningen (bv. levercirrose) of bij combinatie met medicijnen (zoals protonpompremmers) die samenhangen met hypokaliëmie, hypomagnesiëmie of hyponatriëmie. Wees erop alert dat een verstoring in het elektrolytengehalte, met name hyponatriëmie, ook veroorzaakt kan worden door een hypervolemie.

Bij bestaande of latente diabetes mellitus in het begin van de therapie regelmatiger de bloedglucosewaarden controleren.

Bij ernstig hartfalen extra controleren.

Sterke diurese kan bij een gestoorde nierfunctie een (reversibele) nierfunctievermindering veroorzaken. Een adequate vochttoevoer is bij dergelijke patiënten noodzakelijk. Bij aanzienlijke toename van het ureum-of creatininegehalte in het bloed of bij oligurie de toediening staken.

Bij een geringe urinewegobstructie (bv. prostaathypertrofie) kan acuut urineretentie optreden.

Bij bekende overgevoeligheid voor sulfonamiden is de kans op bumetanide-overgevoeligheid mogelijk toegenomen.

Tijdens het bewaren van de injectievloeistof kan formaldehyde gevormd worden; wees voorzichtig omdat formaldehyde anafylactische reacties kan veroorzaken.

Bumetanide kan een positieve uitslag geven in een dopingtest.

Vanwege onvoldoende gegevens betreffende werkzaamheid en veiligheid niet toepassen bij kinderen.

Overdosering

Symptomen

verstoring van de elektrolytenbalans, dehydratie, polyurie met als gevolg: acute hypotensie, hyponatriëmie, hypokaliëmie (met als bijbehorende symptomen: droge mond, dorst, zwakte, lethargie, slaperigheid, verwardheid, maag-darmstoornissen, rusteloosheid, spierpijn, krampen, epileptische aanval).

Zie voor meer symptomen en behandeling vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Lisdiureticum. Bumetanide remt de terugresorptie van natrium- en chloorionen in het opstijgende deel van de Lis van Henle. De uitscheiding van kalium, calcium en magnesium wordt bevorderd. De diuretische werking van 1 mg bumetanide komt ongeveer overeen met die van 40 mg furosemide.

Werking: oraal na 30 min (max. na 1–2 uur), i.v. binnen enkele minuten. Werkingsduur: oraal 4–6 uur, i.v. ca. 2 uur.

Kinetische gegevens

Resorptie oraal vrijwel volledig.
F 80–95%.
Eiwitbinding 92–96%.
Metabolisering 50% in de lever, 50% in de nieren tot inactieve metabolieten.
T 1/2el 45 min tot 2½ uur, bij gestoorde lever- of nierfunctie langer.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

bumetanide hoort bij de groep lisdiuretica.