Wat is het doel van het Farmacotherapeutisch Kompas (FK)?

Het FK is bedoeld als hulpmiddel bij het nemen van farmacotherapeutische beslissingen, om gepast gebruik van geneesmiddelen te bevorderen.
De redactie streeft ernaar dat het FK compleet, actueel, richtinggevend, deskundig en onafhankelijk is, en dat het zoveel mogelijk aansluit bij de wensen van de gebruikers. De belangrijkste doelgroep van het FK zijn (aspirant-)voorschrijvers, hoewel het FK ook door anderen gebruikt kan worden.

Welke taken ondersteunt het FK?

Het FK is gericht op ondersteuning van de (aspirant-)voorschrijver bij de volgende vier taken:

  1. het verifiëren van informatie over een geneesmiddel. Voorbeelden:
    1. ik zie een ongewenst effect. Kan dat veroorzaakt worden door dit geneesmiddel?
    2. ik zie een geneesmiddelnaam die ik niet ken. Wat is dat voor middel?
    3. wat voor toedieningsvormen zijn er op de markt van dit geneesmiddel?
    4. wordt dit geneesmiddel vergoed vanuit de basisverzekering (GVS)?
  2. het vinden van een alternatief geneesmiddel. Voorbeeld:
    1. een geneesmiddel wordt niet goed verdragen, is er een ander middel dat in aanmerking komt?
  3. de onderbouwing van de keuze voor een bepaald geneesmiddel. Voorbeeld:
    1. ik heb bij deze patiënt een voorkeur voor dit geneesmiddel in plaats van een ander middel, omdat het minder kans geeft op orthostatische hypotensie in het begin van de behandeling.
  4. de bestudering van farmacotherapie. Voorbeeld:
    1. ik wil in korte tijd mijn kennis van de medicamenteuze behandeling van een indicatie opfrissen en heb behoefte aan een beknopt overzicht van de gangbare behandeling van die indicatie.

Wat voor informatie biedt het FK?

(geneesmiddelteksten/preparaatteksten), maar het biedt meer. Hier volgt een overzicht van de informatie in het FK.

Centraal staan drie typen teksten: teksten over een specifiek geneesmiddel, over geneesmiddelgroepen en over indicaties. Deze drie tekstsoorten vullen elkaar aan en zijn door middel van links onderling verbonden, zodat ze gemakkelijk in combinatie geraadpleegd kunnen worden. Hieronder volgt een toelichting op de drie tekstsoorten.

Geneesmiddelteksten
Dit zijn de bekende stofmonografieën. De basis voor de geneesmiddelteksten zijn SmPC-teksten (Summary of Product Characteristics) van de (diverse) fabrikant(en), zoals deze zijn goedgekeurd door de officiële beoordelingsinstanties: het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) of door de European Medicines Agency (Europese autoriteit, EMA).

Per stofnaam wordt een overzicht gegeven van achtereenvolgens:

  • Samenstelling
    Hier staan alle geregistreerde geneesmiddelen die in Nederland op de markt zijn en tevens de FNA-preparaten. Hiervoor houdt de redactie de z-index aan.
    Geneesmiddelen die uitsluitend gebruikt worden in een zeer specialistische setting in ziekenhuizen zijn echter niet opgenomen, omdat de redactie ervan uitgaat dat op de betreffende locatie alle informatie over die geneesmiddelen beschikbaar is én buiten het ziekenhuis geen behoefte is aan deze informatie.
    Voorbeelden zijn: narcosemiddelen (anaesthetica), spierrelaxantia in de operatiekamer, geneesmiddelen voor de blokkadeopheffing in de anaesthesie, geneesmiddelen die alléén bestemd zijn voor de diagnostiek, radiofarmaca, tumormarkers, peritoneaal/dialysevloeistoffen, parenterale voeding, oplos- en verdunningsmiddelen en autologe kraakbeencellen.
  • Advies
    Dit is het advies dat is uitgebracht door Zorginstituut Nederland (ZIN) na advisering door de wetenschappelijke adviesraad (WAR). Hierin wordt aangegeven welke geneesmiddelen de voorkeur hebben bij een bepaalde indicatie met daarnaast zo nodig extra informatie over het betreffende geneesmiddel van de geneesmiddeltekst. Het is dus vaak te lezen als een korte samenvatting van een behandeladvies. Als er een farmacotherapie-rapport beschikbaar is van ZIN staat hier een link.
  • Indicatie(s)
    Hier staan de door het CBG of de EMA geregistreerde indicaties zoals vermeld in de SmPC-teksten. Off label indicaties (niet-geregistreerde indicaties) worden alléén genoemd als in een algemeen erkende behandelrichtlijn het betreffende geneesmiddel wordt vermeld als 1e of 2e keus middel bij die indicatie én er tevens een doseringsaanbeveling beschikbaar is.
  • Dosering
    Hier staan de door het CBG of de EMA geregistreerde doseringen. Indien in een NHG-standaard of een algemeen erkende specialistische richtlijn een specifieke dosering wordt genoemd, dan wordt ook deze dosering vermeld met bronvermelding. Dit geldt ook als een andere bron wordt gebruikt, voorbeelden zijn: Kinderformularium van het Nederlands Kenniscentrum Farmacotherapie bij Kinderen (NKFK) en Expertisecentrum PHarmacotherapie bij OudeRen (Ephor). Bij een off label indicatie wordt de dosering uit de betreffende behandelrichtlijn vermeld.
  • Bijwerkingen
    Hier wordt een overzicht van de bijwerkingen gegeven met frequentie van optreden. Als er meerdere preparaten bestaan met dezelfde stofnaam, worden de bijwerkingen uit meerdere SmPC-teksten samengevoegd.
  • Interacties
    Hier worden de interacties vermeld vooral op basis van SmPC-teksten, aangevuld met informatie uit andere bronnen (zoals Stockley’s Drug Interactions en Commentaren Medicatiebewaking van de Stichting Health Base). Alhoewel de redactie zich zoveel mogelijk beperkt tot de klinisch relevante interacties, is dit toch breder dan de genoemde interacties in bijvoorbeeld de voorschrijfsystemen en medicatiebewakingssystemen. Bij de genoemde systemen worden alléén de klinisch relevant gebleken interacties genoemd; dit zijn echter altijd één-op-één interacties. In de praktijk is echter vaak sprake van polyfarmacie, waardoor een klinisch niet-relevante interactie misschien toch klinisch relevant kan worden. Bij nieuwe geneesmiddelen neemt de redactie vaak ook de theoretisch mogelijk interacties mee, aangezien nog weinig over het geneesmiddel bekend is.
  • Zwangerschap
    Hier wordt de tekst opgesteld op basis van SmPC-teksten, zonodig aangevuld met informatie van Teratologie Informatie Service (TIS) van het Lareb.
  • Lactatie
    Hier wordt de tekst opgesteld op basis van SmPC-teksten, eventueel aangevuld met informatie van Teratologie Informatie Service (TIS) van het Lareb.
  • Contra-indicaties
    Hier wordt de tekst opgesteld voornamelijk op basis van SmPC-teksten. Als er meerdere preparaten bestaan met dezelfde stofnaam, worden de contra-indicaties uit meerdere SmPC-teksten samengevoegd.
  • Waarschuwingen/voorzorgen
    Hierbij wordt een selectie gemaakt van in de SmPC-teksten vermelde belangrijke waarschuwingen en voorzorgen. Voorbeelden zijn:
    omstandigheden en comorbiditeiten waarbij voorzichtig gehandeld moet worden; de benodigde controles of maatregelen voorafgaand aan, tijdens en na de behandeling van het betreffende geneesmiddel.
  • Overdosering
    Hier nemen we beknopt informatie op over symptomen en indien beschikbaar een antidotum. Verder wordt ook een link opgenomen naar twee belangrijke websites over deze materie: vergiftigingen.info en/of toxicologie.org, indien deze hierover informatie verstrekken.
  • Eigenschappen|
    Een korte omschrijving van de werking (werkingsmechanisme indien bekend en effect), voornamelijk op basis van de SmPC-teksten. Hier staan ook gegevens over de farmacokinetiek.

Geneesmiddelgroepsteksten

Dit zijn teksten over geneesmiddelgroepen, die zoveel mogelijk op basis van ATC-code en/of werkingsmechanisme zijn samengesteld. Alle geneesmiddelen in het FK zijn ingedeeld in een groep. De tekst biedt:

  • een overzicht van de geneesmiddelen in het FK die behoren tot de betreffende geneesmiddelgroep. Als een groep voor meerdere indicaties gebruikt wordt, kunt u de tabel filteren (inkorten) op indicatie. Verder is in de tabel informatie opgenomen via welke toedieningswegen het betreffende geneesmiddel kan worden toegediend en of er bijvoorbeeld een orale vloeibare toedieningsvorm bestaat.
  • informatie over de (gewenste) werking van de geneesmiddelgroep.

Op termijn zullen deze teksten aangevuld worden met andere relevante informatie, bijvoorbeeld over de specifieke bijwerkingen van de geneesmiddelgroep.
In het groepsoverzicht kunt u doorklikken naar de bijbehorende geneesmiddelteksten en de indicatieteksten.

Indicatieteksten

Deze teksten geven een overzicht van de farmacotherapie bij een bepaalde indicatie. Basis voor de indicatieteksten zijn de in Nederland aanvaarde evidence based richtlijnen die door de Nederlandse beroepsgroepen als leidraad zijn geaccepteerd. Bij de keuze van de indicaties is vooral rekening gehouden met de mate van vóórkomen van de indicatie en de beschikbaarheid van in Nederland gangbare richtlijnen. In eerste instantie is uitgegaan van de indicaties die worden beschreven in de NHG-standaarden. Het aantal teksten zal op korte termijn worden uitgebreid, ook met meer specialistische onderwerpen.

De indicatietekst bestaat uit vijf rubrieken:

  • het advies van ZIN; dit omvat een kort overzicht van de farmacotherapeutische behandeling. Dit advies wordt ook vermeld in de geneesmiddelteksten van de voor de indicatie geregistreerde geneesmiddelen. Zie voor meer informatie hierboven onder ‘Advies’/Geneesmiddelteksten.
  • het behandelplan (stappenplan), en eventueel per stap alternatieven. Het stappenplan is uitklapbaar, zodat naar keuze alleen een beknopt overzicht óf ook in de richtlijn genoemde relevante waarschuwingen en een toelichting op de keuze te zien is.
  • achtergrond. Hierin staat achtergrondinformatie over de definitie van de indicatie, de symptomen, het behandeldoel en de uitgangspunten bij de behandeling.
  • het geneesmiddeloverzicht. Dit geeft alle voor die indicatie geregistreerde geneesmiddelen die in Nederland in de handel zijn. Verder zijn ook geneesmiddelen opgenomen die niet voor de betreffende indicatie geregistreerd zijn, maar wel 1e of 2e keus zijn in een behandelrichtlijn van de desbetreffende indicatie (‘off label’ indicatie). In het geneesmiddeloverzicht zijn links opgenomen naar de bijbehorende geneesmiddelteksten en geneesmiddelgroepsteksten.
  • Literatuur inclusief (waar mogelijk) verwijzingen naar websites.

Naast de drie basisteksten biedt het FK:

algemene informatie over:

  • Farmacokinetiek
  • Farmacogenetica
  • Geneesmiddelen bij ouderen
  • Geneesmiddelen bij kinderen
  • Geneesmiddelen tijdens de zwangerschap of lactatie
  • Toxicologie
  • Geneesmiddelen en verkeersveiligheid
  • Placebo’s
  • De kosten van de farmaceutische zorg
  • Farmaco-economie
  • Wet- en regelgeving (met bijlage 2) en voorschrijven van bijzondere geneesmiddelen

verwijzingen naar relevante websites zoals:

onderaan de geneesmiddelteksten:

  • CBG/EMA voor de SmPC’s
  • Medicijnkosten.nl
  • GIP-databank
  • Geneesmiddeleninformatie voor patiënten
  • Kinderformularium (NKFK)
  • Geneesmiddelen bij ouderen (Ephor)

en verder:

  • Lareb
  • Toxicologie.org en/of vergiftigingen.info
  • CBG-alerts, zolang de alert nog niet verwerkt is in de geneesmiddeltekst

Wie maken het FK?

Het Farmacotherapeutisch Kompas is een product van Zorginstituut Nederland (ZIN). Het FK wordt geschreven door artsen en apothekers. Voor de indicatieteksten wordt de wetenschappelijke adviescommissie van ZIN (WAR-CFK) geraadpleegd. Voor gebruikerswensen maakt het FK gebruik van een gebruikerspanel.