Samenstelling

Beclometason nevel Neusspray (dipropionaat) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Neusspray, suspensie.
Sterkte
50 microg/dosis
Verpakkingsvorm
200 doses

Conserveermiddelen: benzalkoniumchloride en fenylethylalcohol.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Vermijd bij allergische rinitis zoveel mogelijk de prikkels die klachten veroorzaken. Bij gebruik van geneesmiddelen is bij incidentele klachten een niet-sederend antihistaminicum (oraal of nasaal) eerste keus vanwege de snelle werking. Bij intermitterende en milde klachten kan een antihistaminicum (oraal niet-sederend of nasaal) of een nasaal corticosteroïd worden gebruikt. Bij een verstopte neus en bij persisterende en matig-ernstige tot ernstige klachten gaat de voorkeur uit naar een nasaal corticosteroïd dat bij onvoldoende effect kan worden gecombineerd met een antihistaminicum (oraal niet-sederend of nasaal). Faalt ook de combinatietherapie en zijn de klachten ernstig, dan kan een allergeen-specifieke, subcutane immunotherapie in aanmerking komen, na zorgvuldige afweging van de voor- en nadelen samen met de patiënt.

Bij vasomotore of idiopathische rinitis kan volgens de NHG-Standaard Allergische en niet-allergische rinitis (2018) een corticosteroïdneusspray worden overwogen indien behandeling met azelastineneusspray gedurende 8 weken geen effect heeft.

Offlabel: Bij andere vormen van niet-allergische rinitis kan volgens de NHG-Standaard Allergische en niet-allergische rinitis (2018) een corticosteroïdneusspray worden overwogen bij: rinitis als gevolg van frequent en langdurig gebruik van decongestiva en meerdere vergeefse pogingen om te stoppen en bij obstructieklachten als gevolg van conchahypertrofie.

Offlabel: volgens de KNO-richtlijn Chronische rhinosinusitis en neuspoliep (2009) behoren lokale corticosteroïden tot de eerstelijnsbehandeling bij patiënten met chronische rinosinusitis met of zonder neuspoliepen. Volgens de NHG-standaard Acute rhinosinusitis (2014) kan bij onveranderde klachten die langer dan 14 dagen aanhouden of bij frequente recidieven (> 3–4 episoden per jaar) een corticosteroïd neusspray worden voorgeschreven om de duur of de ernst van de klachten te bekorten.

Alle intranasale corticosteroïden kunnen als gelijkwaardig worden beschouwd; let bij het voorschrijven op de kosten.

Indicaties

  • Allergische rinitis;
  • Vasomotore rinitis (idiopathische rinitis);
  • Offlabel:

    • Rinitis als gevolg van frequent en langdurig gebruik van decongestiva en meerdere vergeefse pogingen om te stoppen;
    • Obstructieklachten als gevolg van conchahypertrofie.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Allergische en vasomotore rinitis:

Volwassenen en kinderen:

100 microg (2 verstuivingen) in ieder neusgat 2×/dag, max. 400 microg/dag; geleidelijk verminderen tot 50 microg (1 verstuiving) 2×/dag in ieder neusgat.

Offlabel: Rinitis door decongestiva, obstructieklachten als gevolg van conchahypertrofie:

Volwassenen en kinderen ≥ 6 jaar:

Volgens de NHG-standaard Allergische en niet-allergische rinitis (2018): 100 microg (2 verstuivingen) in ieder neusgat 2×/dag.

Behandeling bij rinitis door decongestiva na enkele weken evalueren en proberen het gebruik af te bouwen.

Bij de behandeling van seizoensgebonden allergische rinitis de duur van de behandeling beperken tot de periode waarin blootstelling aan allergenen plaatsvindt.

Toedieningsinformatie:

Vóór gebruik neus snuiten. Spray tijdens de verstuiving van het neusseptum àf en snuif daarna goed op (zie ook de rubriek Bijwerkingen).

Voor gebruik het flesje schudden.

Bijwerkingen

Zelden (0,01-0,1 %): droge of geïrriteerde neus en keel, onaangename reuk of smaak, neusbloedingen. Neusseptumperforatie; het risico op neusseptum-perforatie kan worden verminderd door van het neusseptum af, te sprayen. Verhoging van de intra-oculaire druk, glaucoom, cataract, wazig zien. Overgevoeligheidsreacties zoals uitslag, jeuk, urticaria, erytheem, oedeem van gezicht, lippen, keel en rond ogen, bronchospasme, anafylactische reactie.

Verder zijn gemeld: systemische effecten, met name bij langdurig gebruik van hoge doses, zoals onderdrukking van de hypothalamus-hypofyse-bijnierschorsfunctie en groeiachterstand bij kinderen.

Interacties

Wees voorzichtig bij gelijktijdig gebruik met sterke CYP3A-remmers zoals ritonavir; de mogelijkheid van systemische corticosteroïdbijwerkingen kan niet geheel worden uitgesloten.

Zwangerschap

Teratogenese: Gegevens uit een groot aantal zwangerschappen duiden niet op schadelijke effecten op de zwangerschap of het kind.
Farmacologisch effect: Bij nasale toediening is de te verwachten systemische blootstelling minimaal.
Advies: Kan volgens voorschrift worden gebruikt.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in zeer geringe mate.
Farmacologisch effect: Onwaarschijnlijk bij nasale toediening, vanwege minimale systemische blootstelling van beclometason bij de moeder en zeer geringe overgang in de moedermelk.
Advies: Kan volgens voorschrift worden gebruikt.

Contra-indicaties

Er zijn van dit middel geen contra-indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

Wijs patiënten erop dat beclometason niet onmiddellijk werkzaam is; zie ook de rubriek Eigenschappen.

Infecties van de neus en bijholten behandelen, deze vormen geen contra-indicatie.

Wees voorzichtig bij overschakelen van systemische naar nasale toepassing, vooral bij aanwijzingen van een gestoorde bijnierfunctie.

Systemische bijwerkingen en bijniersuppressie: bij vooral langdurig gebruik van hoge doseringen of bij patiënten die extra gevoelig zijn voor corticosteroïden kunnen systemische bijwerkingen (o.a. klinisch significante bijniersuppressie) optreden. Overweeg het gebruik van een additioneel oraal corticosteroïd gedurende perioden van stress of in geval van electieve chirurgie indien gedurende langere tijd hogere doses nasale corticosteroïden dan aanbevolen zijn gebruikt of bij patiënten die extra gevoelig zijn voor corticosteroïden.

Groeivertraging: geef als langdurig chronisch gebruik van nasale corticosteroïden bij kinderen noodzakelijk is, een zo laag mogelijke dosis. Groeivertraging bij kinderen is gemeld bij gebruik van therapeutische doseringen; controleer bij langdurig gebruik regelmatig de lengte, vooral bij gecombineerde inhalatietherapie voor astma. Bij groeiremming trachten de dosering te verminderen en verwijzen naar de kinderarts.

Bij verandering in het gezichtsvermogen en een voorgeschiedenis van toegenomen intra-oculaire druk, glaucoom en/of cataract is nauwkeurige controle aangewezen. Ook de zeldzame oogaandoening centrale sereuze chorioretinopathie (CSCR) is gemeld na gebruik van systemische en lokale corticosteroïden. Overweeg bij het optreden van visusstoornissen om door te verwijzen naar een oogarts.

Eigenschappen

Corticosteroïd met een lokaal ontstekingsremmende en anti-allergische werking op het neusslijmvlies, dat bij normale dosering vrijwel niet systemisch werkzaam is. Werking: na enkele dagen, bij een vasomotore rinitis maximaal effect soms pas na een maand.

Kinetische gegevens

Resorptieminimaal bij nasaal gebruik, een klein deel via de mucosa van het neusslijmvlies.
Metaboliseringsnel in de lever tot inactieve metabolieten (fractie die wordt ingeslikt).
Eliminatieeen deel via de mond (ingeslikte fractie) in de feces.
T 1/2ca. 30 min.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd