Samenstelling

Betamethason (als valeraat) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Hydrofiele crème (0,1 %)
Sterkte
1 mg/g
Verpakkingsvorm
30 g

Conserveermiddel: chloorcresol.

Toedieningsvorm
Lotion (0,1%)
Sterkte
1 mg/g
Verpakkingsvorm
100 ml

Conserveermiddel: isopropylalcohol.

Toedieningsvorm
Oplossing voor cutaan gebruik (0,1%)
Sterkte
1 mg/ml
Verpakkingsvorm
60 ml

Conserveermiddel: isopropylalcohol.

Toedieningsvorm
Zalf, hydrofoob (0,1%)
Sterkte
1 mg/g
Verpakkingsvorm
30 g

Betnelan (als valeraat) GlaxoSmithKline bv

Toedieningsvorm
Huidemulsie (0,1%)
Sterkte
1 mg/g
Verpakkingsvorm
100 ml

Conserveermiddel: methylparahydroxybenzoaat. Bevat tevens isopropylalcohol.

Toedieningsvorm
Hydrofiele crème (0,1%)
Sterkte
1 mg/g
Verpakkingsvorm
30 g

Conserveermiddel: chloorcresol.

Toedieningsvorm
Vloeistof voor cutaan gebruik (0,1%)
Sterkte
1 mg/g
Verpakkingsvorm
30 ml

Conserveermiddel: isopropylalcohol.

Toedieningsvorm
Zalf, hydrofoob (0,1%)
Sterkte
1 mg/g
Verpakkingsvorm
30 g

Diprosone (dipropionaat) Merck Sharp & Dohme bv

Toedieningsvorm
Crème (0,05%)
Sterkte
0,64 mg/g
Verpakkingsvorm
30 g, 100 g

Conserveermiddel: chloorcresol.

Toedieningsvorm
Lotion (0,05%)
Sterkte
0,64 mg/ml
Verpakkingsvorm
30 ml, 100 ml

Conserveermiddel: isopropylalcohol.

Toedieningsvorm
Zalf (0,05%)
Sterkte
0,64 mg/g
Verpakkingsvorm
30 g, 100 g

0,64 mg betamethasondipropionaat komt overeen met 0,5 mg betamethason.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Betamethason is een corticosteroïdpreparaat uit klasse 3. Preparaten uit deze klasse zijn in het algemeen slechts aangewezen, indien niet kan worden uitgekomen met preparaten uit klasse 1 en 2. Preparaten uit klasse 3 zijn daarom eerste keus bij de behandeling van psoriasis, lichen ruber planus, lichen simplex chronicus en andere vormen van eczeem, die gepaard gaan met verbreding van de epidermis.

Bij een therapie met een preparaat uit deze klasse adviseert de Commissie op het kostenaspect te letten.

Behandel psoriasis in eerste instantie lokaal met indifferente middelen, zo nodig gecombineerd met een klasse 3-corticosteroïd. Voeg bij onvoldoende effect een lokaal vitamine D-analoog toe. Stap bij onvoldoende effect hiervan over op een klasse 4-corticosteroïd. Bouw na max. 4 weken het dagelijks gebruik van corticosteroïden en vitamine D-analoga af tot een intermitterende behandeling. Continueer de indifferente middelen dagelijks. Om een schilferlaag te verwijderen kan een ontschilferingsmiddel worden toegepast. Bij kinderen en bij toepassing in het gezicht of in huidplooien heeft een klasse 2-corticosteroïd de voorkeur. De keuze voor een applicatievorm is afhankelijk van de locatie van de huidafwijkingen (o.a. wel of niet behaarde hoofdhuid) en in belangrijke mate ook van de voorkeur van de patiënt. Bij onvoldoende resultaat van een lokale therapie, worden in de tweedelijnszorg intensievere vormen van lokale behandeling, lichttherapie of systemische middelen toegepast. Zie voor meer informatie de NVDV-richtlijn Psoriasis.

De basisbehandeling van constitutioneel eczeem is het dagelijks gebruiken van indifferente middelen. Bij matig eczeem daarnaast behandelen met klasse 1- of klasse 2-corticosteroïden. Bij ernstig eczeem heeft kortdurend dagelijks gebruik (tot 2 à 3 weken) met klasse 3-corticosteroïden de voorkeur, in het gezicht of in huidplooien hebben klasse 1- of klasse 2-corticosteroïden de voorkeur. Bij verbetering corticosteroïden afbouwen. Overweeg pulse-therapie met klasse 2-corticosteroïden bij frequente recidieven van ernstig eczeem. Bij de keuze van de zalf- of crèmebasis is de ervaring en voorkeur van de patiënt doorslaggevend. Als lokale therapie onvoldoende effect sorteert, kunnen in de tweedelijnszorg intensievere vormen van lokale behandeling, lichttherapie of systemische middelen worden toegepast.

Bij contacteczeem primair de betreffende contactstoffen (allergisch, irritatief) identificeren en deze zoveel mogelijk vermijden. Vaak betreffen het milde reacties (schilfering, geringe roodheid) waarbij toepassing van een indifferent middel enkele keren per dag zal voldoen. Bij ernstigere contactreacties is toevoeging van dermatocorticosteroïden aangewezen, of eventueel een kortdurende behandeling met prednis(ol)on oraal. Indien het eczeem tot rust is gekomen kan het dermatocorticosteroïd geleidelijk worden afgebouwd. Houd rekening met eventuele lokale en systemische bijwerkingen bij het gebruik van (dermato)corticosteroïden.

Indicaties

Steroïdgevoelige, niet-infectieuze dermatosen, zoals:

  • Psoriasis vulgaris;
  • Lichen planus;
  • Lichen sclerosus et atrophicus;
  • Granuloma annulare;
  • Pustulosis palmaris et plantaris;
  • Lupus erythematodes discoides;
  • Gelichenificeerd eczeem.

Gerelateerde informatie

Dosering

De crème is bestemd voor nattende, de zalf voor droge, verdikte of schilferige huidaandoeningen. De huidemulsie kan worden toegepast op gebieden die voor de crème of zalf moeilijk toegankelijk zijn, met inbegrip van de behaarde huid, of indien een dunne laag voor een groot huidoppervlak moet worden aangebracht. De oplossing, lotion en vloeistof voor cutaan gebruik (allemaal oplossingen met dezelfde samenstelling) zijn bestemd voor de behaarde (hoofd)huid.

De huidemulsie, lotion, oplossing en vloeistof voor cutaan gebruik zijn brandbaar; kom tijdens en direct na gebruik (tot de vloeistof is ingetrokken) niet in de nabijheid van open vuur en gebruik in die periode geen föhn.

Klap alles open Klap alles dicht

Steroïdgevoelige niet-infectieuze dermatosen:

Volwassenen en kinderen:

betamethasondipropionaat: crème, zalf, lotion: 1–2×/dag dun aanbrengen op de aangedane huid, bij verbetering dosering verlagen tot enkele malen per week. Hierbij de algemene richtlijnen voor het aanbrengen van corticosteroïdpreparaten in acht nemen en doseren aan de hand van vingertopeenheden (VTE), kinderen vanaf 2 jaar max. 50 g per week, volwassenen max. 100 g per week. De behandeling moet geleidelijk worden afgebouwd.

Kinderen > 1 jaar:

betamethasonvaleraat: crème, zalf, huidemulsie: inductietherapie: 1–2×/dag dun aanbrengen op de aangedane huid, bij verbetering dosering verlagen tot enkele malen per week. Hierbij de algemene richtlijnen voor het aanbrengen van corticosteroïdpreparaten in acht nemen en doseren aan de hand van vingertopeenheden (VTE), kinderen vanaf 2 jaar max. 50 g per week, volwassenen max. 100 g per week. Als de conditie verergert of niet verbetert binnen 2-4 weken, moeten de diagnose en behandeling worden geëvalueerd. Bij volwassenen kan bij meer therapieresistente laesies, zoals verdikte psoriasisplaques op ellebogen en knieën, (nachtelijke) occlusie het effect versterken; bij verbetering van de symptomen kan de behandeling eventueel zonder occlusie worden voortgezet. De behandeling moet geleidelijk worden afgebouwd.

Periodieke onderhoudsdosering bij frequent recidiverende aandoeningen: betamethasonvaleraat: crème, zalf, huidemulsie: 2×/week 1×/dag dun aanbrengen, zonder occlusie, op alle eerder aangedane huidoppervlakken. Deze behandeling bij voorkeur combineren met het dagelijks gebruik van een indifferent middel.

Voor meer details betreffende de behandeling van eczeem en psoriasis bij volwassenen en kinderen zie de NHG-standaarden.

Steroïdgevoelige dermatosen van de hoofdhuid zoals psoriasis:

Volwassenen en kinderen > 1 jaar:

betamethasonvaleraat: lotion, oplossing en vloeistof voor cutaan gebruik: aanvankelijk 2×/dag, bij verbetering 1×/dag of minder frequent aanbrengen. Niet langer dan twee opeenvolgende weken behandelen met de maximale dosering. Bij het aanbrengen de oplossing voorzichtig inwrijven op het aangedane huidgedeelte.

Bij ouderen, kinderen en een verminderde lever-/nierfunctie minimale hoeveelheden en niet langdurig gebruiken vanwege een groter risico op systemische effecten.

Toedieningsinformatie: de lotion, oplossing en vloeistof voor cutaan gebruik zijn bedoeld voor behandeling van psoriasis op de behaarde hoofdhuid (zonder occlusie), niet op het gelaat. Vermijd contact met de ogen en was de handen na gebruik. Zie voor meer informatie de rubriek Waarschuwingen en Voorzorgen. Breng een indifferent middel één uur na het corticosteroïdpreparaat aan.

Bijwerkingen

Lokaal: Vaak (1-10%): huidklachten (jeuk, irritatie, branderigheid, pijn).

Zeer zelden (< 0,01%): lokale overgevoeligheid (roodheid, huiduitslag, urticaria, allergisch contacteczeem), rosacea en periorale dermatitis, dermatitis, verergering van onderliggende symptomen, psoriasis pustulosa, depigmentatie, huidatrofie, striae, droge huid, huidveroudering, teleangiëctasieën, purpura, hypertrichose, trichorrhexis, alopecia.

Systemisch: Zeer zelden (0,01%): groeihormooninsufficiëntie en vertraagde gewichtstoename bij kinderen, hypercortisolisme, bijnierschorsinsufficiëntie, osteoporose, hyperglykemie, hypertensie, obesitas. Wazig zien, glaucoom, cataract (het is niet bekend of dit een lokaal of systemisch effect betreft).

Verder is gemeld: opportunistische infectie.

De kans op lokale effecten bij gebruik van dermatocorticosteroïden is het grootst bij gebruik op het gelaat, genitaliën, in huidplooien of gebruik onder occlusie.

De kans op systemische effecten bij gebruik van dermatocorticosteroïden is het grootst bij gebruik bij kinderen, gebruik onder occlusie, gebruik op grote huidoppervlakken of huidplooien en gelijktijdig gebruik van penetratiebevorderende geneesmiddelen (zoals salicylzuur, ureum, propyleenglycol).

Zwangerschap

Corticosteroïden passeren de placenta.
Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren onvoldoende gedocumenteerde gegevens bij cutaan gebruik van betamethason. Bij de mens is bij lokaal gebruik van corticosteroïden op de huid (groep in het algemeen) geen toegenomen kans op congenitale afwijkingen aangetoond. De resorptie vanuit de huid is laag. Systemische blootstelling is echter mogelijk bij langdurig lokaal gebruik, gebruik onder occlusie en gebruik op grote en/of beschadigde huidoppervlakken.
Farmacologisch effect: Theoretisch bestaat er kans op het optreden van intra-uteriene groeivertraging en op bijnierschorsinsufficiëntie bij de pasgeborene, met name bij sterk werkende corticosteroïden, langdurig lokaal gebruik, gebruik onder occlusie en gebruik op grote of beschadigde huidoppervlakken.
Advies: Gebruik op strikte indicatie; vermijd langdurig gebruik, gebruik onder occlusie en gebruik op grote en beschadigde oppervlakken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja. Bij uitgebreid gebruik (langdurig, op een groot en/of beschadigd huidoppervlak) kan het optreden van relevante bloedspiegels bij de moeder en het risico van een ongewenst effect bij de zuigeling niet worden uitgesloten.
Advies: Bij langdurig gebruik, gebruik onder occlusie of gebruik op grote of beschadigde huidoppervlakken wordt het geven van borstvoeding ontraden.
Overig: Vermijd toepassing op of rondom de tepels om orale opname door de zuigeling te voorkomen. Indien behandeling noodzakelijk is, moeten de tepels goed worden schoongemaakt vóór het voeden.

Contra-indicaties

  • huidinfecties primair veroorzaakt door een bacterie, virus, schimmel, gist of parasiet;
  • ulcereuze huidaandoeningen en wonden;
  • bijwerkingen door corticosteroïden (dermatitis perioralis, striae atrophicae);
  • ichtyose, acne vulgaris, rosacea, juveniele plantaire dermatose, huidatrofie, fragiliteit van de huidvaten;
  • perianale- en genitale jeuk;
  • overgevoeligheid voor corticosteroïden.

Zie voor meer contra-indicaties de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Toedieningsinformatie: vermijd contact met en rond de ogen en was de handen na gebruik, vanwege het risico van contaminatie van de conjunctiva met kans op het ontstaan van glaucoma simplex of subcapsulair cataract. De lotion, huidemulsie, oplossing en vloeistof voor cutaan gebruik bevatten isopropylalcohol dat oogirritatie kan veroorzaken; bij contact met de ogen, direct spoelen met een ruime hoeveelheid water. Wees voorzichtig bij gebruik in huidplooien, op het gelaat en op de genitaliën vanwege de toegenomen kans op lokale bijwerkingen; het wordt aanbevolen voor deze toepassingen zwak tot matig sterk werkende corticosteroïden te gebruiken. Niet gebruiken onder occlusie bij behandeling van de behaarde hoofdhuid. Wees voorzichtig bij het gebruik onder occlusie elders op het lichaam (niet gebruiken onder luiers), in huidplooien en op grote en beschadigde huidoppervlakken vanwege de toegenomen kans op systemische bijwerkingen.

Overgevoeligheidsreacties kunnen lijken op de symptomen waarvoor behandeld wordt. Bij contactallergie wordt zelden een ernstige reactie gezien, omdat het corticosteroïd de reactie gelijktijdig onderdrukt; wees bedacht op contactallergie/overgevoeligheidsreactie indien de huidaandoening niet (meer) reageert op een op zich juiste behandeling. De behandeling staken als ernstige irritatie of overgevoeligheid optreedt.

Om reboundeffecten te voorkomen, langdurige lokale behandeling met dermatocorticosteroïden geleidelijk afbouwen.

Huidinfecties: het (onjuist) gebruik van corticosteroïden kan bacteriële-, parasitaire-, virus- en schimmelinfecties maskeren. Bacteriële infecties worden bevorderd door warme, vochtige condities (zoals in huidplooien of onder occlusie); zorg voor een gereinigde huid voordat een nieuw verband wordt aangebracht. Als laesies secundair geïnfecteerd raken, moeten deze adequaat behandeld worden; bij verergering van de infectie de behandeling met corticosteroïden staken.

De behandeling van psoriasis met dermatocorticosteroïden zorgvuldig controleren vanwege kans op recidieven (tolerantie), het ontstaan van gegeneraliseerde pustuleuze psoriasis en de ontwikkeling van lokale en/of systemische toxiciteit (a.g.v. verminderde huidbarrière).

Systemische bijwerkingen: wees bedacht op systemische bijwerkingen en (reversibele) onderdrukking van de hypothalamus-hypofyse-bijnierschors-as mogelijk gepaard gaande met glucocorticosteroïde-insufficiëntie na het (abrupt) stopzetten van langdurige behandeling van met name (zeer) sterk werkende dermatocorticosteroïden. Langdurige behandeling met (zeer) sterk werkzame dermatocorticosteroïden geleidelijk staken of overstappen op een minder sterk werkend corticosteroïd.

Overweeg bij verandering in het gezichtsvermogen na langdurige behandeling van grote oppervlakken met (met name sterk werkende) dermatocorticosteroïden door te verwijzen naar een oogarts ter beoordeling van mogelijke oorzaken waaronder cataract, glaucoom of zeldzame ziekten zoals centrale sereuze chorioretinopathie (CSCR) die zijn gemeld na gebruik van systemische en lokale corticosteroïden.

Kinderen hebben een relatief groot huidoppervlak en dunne huid. Langdurig gebruik op grote oppervlakken kan bij hen sneller leiden tot systemische bijwerkingen, bijnierschorssuppressie en ook tot groeihormoonsuppressie; bij langdurig gebruik op grote oppervlakken wordt aanbevolen regelmatig lengte en gewicht te controleren en de plasmacortisolspiegel te bepalen. Betamethasonvaleraat niet gebruiken bij dermatosen bij kinderen < 1 jaar.

Eigenschappen

Sterkwerkend corticosteroïd, klasse 3. Betamethason heeft een anti-inflammatoire, vasoconstrictieve en antimitotische werking. Het onderdrukt de ontstekingsreactie en de symptomen van verschillende – vaak met jeuk gepaard gaande – huidaandoeningen. Verder remt het de celdelingen van de epidermis en de aanmaak van bindweefselcomponenten. Het effect kan door het aanbrengen onder een afsluitend (occlusief) verband worden versterkt als gevolg van een verhoogde penetratie (met ca. factor 10) van het stratum corneum.

Kinetische gegevens

Resorptiekan systemisch worden opgenomen via een intacte, gezonde huid. Occlusie en pathogene processen als ontsteking en beschadiging van de huid verhogen de percutane resorptie.
Eliminatievnl. via urine.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd