Samenstelling

Diflucan Pfizer bv

Toedieningsvorm
Capsule
Sterkte
50 mg, 150 mg
Toedieningsvorm
Poeder voor orale suspensie
Sterkte
10 mg/ml
Verpakkingsvorm
35 ml

Conserveermiddel: natriumbenzoaat.

Toedieningsvorm
Poeder voor orale suspensie
Sterkte
40 mg/ml
Verpakkingsvorm
35 ml

Conserveermiddel: natriumbenzoaat.

Fluconazol Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Capsule
Sterkte
50 mg, 150 mg, 200 mg
Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
2 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 50 ml, flacon 100 ml, flacon 200 ml, zak 50 ml, zak 100 ml, zak 200 ml

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Orofaryngeale candidiasis is een oppervlakkige infectie waarbij in eerste instantie kortdurende lokale therapie aangewezen is; hierbij gaat de voorkeur uit naar een imidazoolpreparaat in verband met het gebruikersgemak. Systemische behandeling komt in aanmerking bij onvoldoende resultaat of bij frequent recidiveren; fluconazol of itraconazol hebben dan de voorkeur.

Als behandeling van hinderlijke klachten van vulvovaginale candidiasis zijn lokale en orale antimycotica even effectief. Vanwege minder kans op bijwerkingen heeft lokale behandeling met miconazol de voorkeur. Geef fluconazol bij een voorkeur voor orale behandeling (niet bij zwangerschap of borstvoeding). Behandel recidieven als een eerste infectie.

Bij systemische Candida-infecties heeft fluconazol de voorkeur (uitgezonderd een infectie met C. krusei).

Dermatomycosen: Oppervlakkige tinea-infecties worden met een lokaal antimycoticum behandeld. Bij oppervlakkige Candida-infecties heeft lokale toepassing van een imidazoolderivaat de voorkeur. Tinea pedis met mocassinpatroon wordt behandeld met oraal terbinafine. Pityriasis versicolor kan worden behandeld met seleensulfide of een lokaal imidazoolderivaat. Medicamenteuze behandeling van onychomycosen is meestal niet nodig. Desgewenst kan worden behandeld met oraal terbinafine (teennagels) of oraal itraconazol (vingernagels). Diepe dermatomycosen worden behandeld met oraal terbinafine.

Bij de overige indicaties dient fluconazol te worden toegepast door of op aanwijzing van een gespecialiseerde arts met ervaring op het betreffende gebied.

Omdat dit geneesmiddel voor meerdere indicaties in uiteenlopende doseringen kan worden voorgeschreven én er sprake is van een smalle therapeutische breedte of risico van ernstige bijwerkingen (toxiciteit), dient volgens de Regeling Geneesmiddelenwet de reden van voorschrijven op het recept te worden vermeld.

Indicaties

Volwassenen:

Behandeling van:

  • orofaryngeale candidiasis;
  • oesofageale candidiasis;
  • acute of recidiverende vaginale candidiasis (wanneer lokale therapie niet geschikt is);
  • Candida balanitis (wanneer lokale therapie niet geschikt is);
  • candidurie;
  • chronische orale atrofische candidiasis (indien mondhygiëne of lokale behandeling onvoldoende is);
  • chronische mucocutane candidiasis;
  • invasieve candidiasis;
  • dermatomycosen waaronder:
    • tinea pedis;
    • tinea corporis;
    • tinea cruris;
    • tinea versicolor;
    • andere dermale candida-infecties (wanneer systemische therapie is geïndiceerd);
  • tinea unguium (wanneer andere middelen niet geschikt zijn);
  • coccidioïdomycose;
  • cryptokokkenmeningitis.

Profylaxe van:

  • recidieven van orofaryngeale of oesofageale candidiasis bij patiënten met een HIV-infectie met een hoog terugvalrisico;
  • recidieven van vaginale candidiasis bij ≥ 4 recidieven per jaar;
  • candidiasis bij langdurige neutropenie;
  • recidieven van cryptokokkenmeningitis bij een hoog terugvalrisico.

Kinderen:

Behandeling van:

  • orofaryngeale candidiasis;
  • oesofageale candidiasis;
  • invasieve candidiasis;
  • cryptokokkenmeningitis.

Profylaxe van:

  • candidiasis bij gecompromitteerde immuunfunctie;
  • recidieven van cryptokokkenmeningitis bij een hoog terugvalrisico.

Gerelateerde informatie

Dosering

Toedienen via i.v. infusie (max. 20 mg/min = max. 10 ml/min) of oraal, afhankelijk van de klinische toestand. Orale dagdosering in 1 keer toedienen. Bij overschakelen van de parenterale naar de orale toedieningsvorm (of omgekeerd) is géén dosisaanpassing nodig.

Kinderen hebben een hogere klaring van fluconazol dan volwassenen. Een dosis van 100, 200 en 400 mg bij volwassenen komt overeen met een dosis van 3, 6 en 12 mg/kg lichaamsgewicht bij kinderen. Bij adolescenten (12–17 jaar) de dosering voor volwassenen óf kinderen aanhouden, naar het oordeel van de arts. De maximale dagdosering van 400 mg bij kinderen niet overschrijden.

Klap alles open Klap alles dicht

Behandeling orofaryngeale candidiasis:

Volwassenen:

Oraal, intraveneus: Oplaaddosis: 200–400 mg (dag 1), gevolgd door 100–200 mg 1×/dag; de behandelduur is 7–21 dagen, zo nodig langer bij patiënten met een ernstig verminderde immuunrespons.

Kinderen:

Oraal, intraveneus: Kinderen van 28 dagen tot 11 jaar: oplaaddosis: 6 mg/kg lichaamsgewicht (dag 1), gevolgd door 3 mg/kg 1×/dag; behandelduur gedurende 7–21 dagen, zo nodig langer bij patiënten met een ernstig verminderde immuunrespons; maximaal 400 mg/dag. Kinderen van 15–27 dagen: dezelfde dosering om de 48 uur, max. 12 mg/kg om de 48 uur. Kinderen van 0–14 dagen: dezelfde dosering om de 72 uur, max. 12 mg/kg om de 72 uur.

Behandeling oesofageale candidiasis:

Volwassenen:

Oraal, intraveneus: Oplaaddosis: 200–400 mg (dag 1), gevolgd door 100–200 mg 1×/dag; behandelduur is 14–30 dagen, zo nodig langer bij patiënten met een ernstig verminderde immuunrespons.

Kinderen:

Oraal, intraveneus: Kinderen van 28 dagen tot 11 jaar: oplaaddosis: 6 mg/kg lichaamsgewicht (dag 1), gevolgd door 3 mg/kg 1×/dag; behandelduur gedurende 14–30 dagen, zo nodig langer bij patiënten met een ernstig verminderde immuunrespons; maximaal 400 mg/dag. Kinderen van 15–27 dagen: dezelfde dosering om de 48 uur, max. 12 mg/kg om de 48 uur. Kinderen van 0–14 dagen: dezelfde dosering om de 72 uur, max. 12 mg/kg om de 72 uur.

Behandeling acute candidiasis vaginalis en Candida balanitis:

Volwassenen (en adolescenten):

Oraal: 150 mg eenmalig. De werkzaamheid en veiligheid bij pediatrische patiënten zijn voor deze indicatie niet vastgesteld. Mocht toch behandeling bij adolescenten (12–17 jaar) noodzakelijk zijn dan dezelfde dosering geven als die bij volwassenen.

Behandeling candidurie:

Volwassenen:

Oraal, intraveneus: 200–400 mg 1×/dag; behandelduur 7–21 dagen, zo nodig langer bij patiënten met een ernstig verminderde immuunrespons.

Behandeling chronische atrofische candidiasis:

Volwassenen:

Oraal, intraveneus: 50 mg 1×/dag; behandelduur 14 dagen.

Behandeling chronische mucocutane candidiasis:

Volwassenen:

Oraal, intraveneus: 50–100 mg 1×/dag; behandelduur tot 28 dagen, zo nodig langer bij patiënten met een ernstig verminderde immuunrespons.

Behandeling invasieve candidiasis:

Volwassenen:

Oraal, intraveneus: Oplaaddosis: 800 mg (dag 1), gevolgd door 400 mg 1×/dag; behandelduur 2 weken na het eerste negatieve resultaat van de bloedcultuur en het verdwijnen van de symptomen.

Kinderen:

Oraal, intraveneus: Kinderen van 28 dagen tot 11 jaar: 6–12 mg/kg lichaamsgewicht 1×/dag (maximaal 400 mg/dag); de behandelduur is afhankelijk van de ernst van de ziekte. Kinderen van 15–27 dagen: dezelfde dosering om de 48 uur, max. 12 mg/kg om de 48 uur. Kinderen van 0–14 dagen: dezelfde dosering om de 72 uur, max. 12 mg/kg om de 72 uur.

Behandeling tinea pedis, tinea corporis, tinea cruris en dermale Candida-infecties (m.u.v. tinea versicolor, zie hieronder):

Volwassenen:

Oraal: 150 mg 1×/week of 50 mg 1×/dag; behandelduur 2–4 weken, bij tinea pedis zonodig 6 weken.

Behandeling tinea versicolor:

Volwassenen:

Oraal: 300–400 mg 1×/week gedurende 1–3 weken of 50 mg 1×/dag gedurende 2–4 weken.

Behandeling tinea unguium:

Volwassenen:

Oraal: 150 mg 1×/week; behandeling voortzetten tot de geïnfecteerde nagel is vervangen, bij vingernagels doorgaans 3–6 maanden en bij teennagels 6–12 maanden.

Behandeling coccidioïdomycose:

Volwassenen:

Oraal, intraveneus: 200–400 mg 1×/dag, bij sommige infecties (bv. meningitis) 800 mg/dag overwegen. Behandelduur: 11–24 maanden, zonodig langer.

Behandeling cryptokokkenmeningitis:

Volwassenen:

Oraal, intraveneus: Oplaaddosis: 400 mg (dag 1), gevolgd door 200–400 mg 1×/dag, bij levensbedreigende infectie 800 mg/dag. Behandelduur: gewoonlijk ten minste 6–8 weken.

Kinderen:

Oraal, intraveneus: Kinderen van 28 dagen tot 11 jaar: 6–12 mg/kg lichaamsgewicht 1×/dag (max. 400 mg/dag); de behandelduur is afhankelijk van de ernst van de ziekte. Kinderen van 15–27 dagen: dezelfde dosering om de 48 uur, max. 12 mg/kg om de 48 uur. Kinderen van 0–14 dagen: dezelfde dosering om de 72 uur, max. 12 mg/kg om de 72 uur.

Profylaxe van recidiverende orofaryngeale en oesofageale candidiasis:

Volwassenen:

Oraal, intraveneus: 100–200 mg 1×/dag of 200 mg 3×/week, voor een onbepaalde periode voor patiënten met chronische immunosuppressie.

Profylaxe van recidiverende vaginale candidiasis (≥ 4 episoden per jaar):

Volwassenen:

Oraal: 150 mg op dag 1, 4 en 7, gevolgd door een onderhoudsdosering van 150 mg 1×/week, gedurende 6 maanden. De werkzaamheid en veiligheid bij pediatrische patiënten zijn voor deze indicatie niet vastgesteld. Mocht toch behandeling bij adolescenten (12–17 jaar) noodzakelijk zijn dan dezelfde dosering geven als die bij volwassenen.

Profylaxe van Candida-infecties bij langdurige neutropenie:

Volwassenen:

Oraal, intraveneus: 200–400 mg 1×/dag. De behandeling beginnen enkele dagen vóór het verwachte begin van de neutropenie en voortzetten tot en met 7 dagen na herstel van de neutropenie (telling > 1,0 × 109 cellen/l).

Kinderen:

Oraal, intraveneus: Kinderen van 28 dagen tot 11 jaar: 3–12 mg/kg lichaamsgewicht 1×/dag (max. 400 mg/dag), afhankelijk van de omvang en duur van de geïnduceerde neutropenie (zie dosering voor volwassenen). Kinderen van 15–27 dagen: dezelfde dosering om de 48 uur, max. 12 mg/kg om de 48 uur. Kinderen van 0–14 dagen: dezelfde dosering om de 72 uur, max. 12 mg/kg om de 72 uur.

Profylaxe van een recidief van cryptokokkenmeningitis:

Volwassenen:

(Na een volledige kuur met volle dosis) Oraal, intraveneus:: 200 mg 1×/dag, gedurende onbepaalde tijd.

Kinderen:

(Na een volledige kuur met volle dosis) Oraal, intraveneus: Kinderen van 28 dagen tot 11 jaar: 6 mg/kg lichaamsgewicht 1×/dag (max. 400 mg/dag), gedurende onbepaalde tijd. Kinderen van 15–27 dagen: dezelfde dosering om de 48 uur, max. 12 mg/kg om de 48 uur. Kinderen van 0–14 dagen: dezelfde dosering om de 72 uur, max. 12 mg/kg om de 72 uur.

Nierfunctiestoornis (incl. bij kinderen): bij een eenmalige dosis is een dosisaanpassing niet nodig. Bij een kuur de normale oplaaddosis gebruiken en de vervolgdosering aanpassen: creatinineklaring ≤ 50 ml/min (geen hemodialyse): 50% van de aanbevolen dosis; bij hemodialyse: 100% van de aanbevolen dosis ná elke hemodialyse en op dagen waarop geen dialyse plaatsvindt een lagere dosis geven op basis van de (berekende/geschatte steady-state) creatinineklaring.

Leverfunctiestoornis: er zijn relatief weinig gegevens over de toepassing beschikbaar; voorzichtig toedienen.

Toedieningsinformatie: de capsules heel innemen met wat water. De suspensie schudden voor gebruik.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): hoofdpijn. Buikpijn, diarree, misselijkheid, braken. Huiduitslag. Verhoogde alkalische fosfatase (AF), ASAT, ALAT.

Soms (0,1-1%): (draai)duizeligheid, convulsies, paresthesie, smaakstoornis. Verminderde eetlust. Droge mond, dyspepsie, flatulentie, obstipatie. Cholestase, geelzucht, verhoogd bilirubine. Anemie. Slaperigheid, slapeloosheid, vermoeidheid, asthenie, malaise, koorts. Myalgie. Jeuk, urticaria, 'fixed drug eruption', toegenomen transpiratie.

Zelden (0,01-0,1%): anafylactische reacties. Exfoliatieve huidafwijkingen zoals Stevens-Johnsonsyndroom en toxische epidermale necrolyse, exfoliatieve dermatitis, acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP), angio-oedeem, gelaatsoedeem, alopecia. Beven. Hepatitis, hepatocellulaire necrose, leverfalen. QT-verlenging, 'torsade de pointes'. Leukopenie, neutropenie, agranulocytose, trombocytopenie. Hypokaliëmie. Hypercholesterolemie, hypertriglyceridemie.

Verder is gemeld: huiduitslag met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS–syndroom).

Interacties

Fluconazol is een matig sterke remmer van CYP3A4 en CYP2C9 en tevens een sterke remmer van CYP2C19; remt waarschijnlijk ook Pgp. Wees bedacht op verhoogde plasmaconcentraties van geneesmiddelen die voor een belangrijk deel via deze enzymsystemen worden omgezet (bv. tofacitinib dat door zowel CYP3A4 als CYP2C19 wordt gemetaboliseerd; verlaag de dosering hiervan tot 5 mg 1×/dag). Door de lange terminale halfwaardetijd van fluconazol houdt het enzymremmend effect 4–5 dagen aan ná het staken van fluconazol.

Gelijktijdig gebruik van fluconazol en QT-verlengende geneesmiddelen die gemetaboliseerd worden door CYP3A4 (zoals erytromycine, pimozide en kinidine ), is gecontra-indiceerd.

Wees voorzichtig bij combinatie met amiodaron vanwege meer kans op QT-verlenging, vooral bij hoge doses fluconazol (800 mg).

Wees voorzichtig met de combinatie van andere geneesmiddelen die gemetaboliseerd worden door CYP3A4 en een smalle therapeutische breedte hebben, zoals fentanyl, alfentanil, methadon, domperidon, carbamazepine, sommige calciumantagonisten, sommige glucocorticosteroïden, ciclosporine, sirolimus, tacrolimus, everolimus, sommige statinen (simvastatine, atorvastatine), alprazolam, midazolam, boceprevir, sommige HIV–proteaseremmers, vinca-alkaloïden en ergotamine. Ook kan fluconazol de vorming van actieve metabolieten remmen via CYP3A4 zoals bij losartan en tamoxifen. Bij gelijktijdige toediening met ivacaftor (ook substraat CYP3A4) stijgt de blootstelling aan ivacaftor en zijn metaboliet resp. met een factor 3 en 1,9; een verlaging van de dosis ivacaftor naar eenmaal per dag 150 mg wordt aanbevolen. Combinatie met olaparib verhoogt de plasmaspiegel van olaparib; verlaag de dosis olaparib naar tweemaal daags 200 mg.

Wees tevens voorzichtig met de combinatie van geneesmiddelen die voor een belangrijk gedeelte worden gemetaboliseerd door CYP2C9 zoals sulfonylureumderivaten, sommige NSAID's (o.a. naproxen, diclofenac, celecoxib, meloxicam; dosisaanpassing kan nodig zijn) en fenytoïne. Dit zelfde geldt voor fluvastatine; staken bij toename van creatinekinase of bij diagnosticeren óf vermoeden van rabdomyolyse of myopathie.

Fluconazol verhoogt de blootstelling aan voriconazol; controleer vanwege de lange halfwaardetijd op bijwerkingen van voriconazol indien voriconazol aansluitend op fluconazol wordt gegeven.

Fluconazol kan het effect van vitamine K-antagonisten versterken; de INR extra controleren.

Fluconazol verhoogt via diverse mechanismen de plasmaspiegels van amitriptyline, nortriptyline, theofylline en zidovudine.

Fluconazol verhoogt de blootstelling aan rifabutine met meer kans op uveïtis.

Rifampicine vermindert de blootstelling (met ca. 25%) aan fluconazol; mogelijk is een hogere dosis nodig.

Gecombineerde behandeling met cyclofosfamide en fluconazol leidt tot toename van serumbilirubine en -creatinine.

Bij combinatie met tretinoïne is een geval van pseudotumor cerebri gemeld.

Zwangerschap

Teratogenese: Ruime ervaring met eenmalige dosering van 150 mg laat geen verhoogd risico zien. Een studie met meer dan 7.000 blootstellingen in het 1e trimester aan doseringen van eenmalig 150 mg tot hogere doseringen gedurende langere tijd (tot 6.000 mg totaal) laat geen overall verhoogd risico op aangeboren afwijkingen zien (met uitzondering van de tetralogie van Fallot, dat wel significant vaker wordt gezien, al blijft het om een lage kans gaan). Ook een licht verhoogd risico op een miskraam is op basis van de huidige studies niet uit te sluiten. Er is een aantal casussen waarin aangeboren afwijkingen beschreven worden na langdurig gebruik van fluconazol in hoge doseringen, in verband met gedissemineerde infecties.
Advies: De eenmalige toediening van 150 mg kan gebruikt worden. Langdurig gebruik of gebruik van hogere doses (> 150 mg) ontraden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in vergelijkbare hoeveelheden als in het plasma van de moeder. De lange eliminatiehalfwaardetijd is een aandachtspunt.
Advies: Na een eenmalige dosis fluconazol tot 200 mg kan de lactatie worden voortgezet. Kortdurend gebruik kan worden overwogen. Langdurig gebruik ontraden (vanwege relatief weinig documentatie).

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor azoolverbindingen.

Zie voor meer contra-indicaties de rubriek Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

QT-verlenging: wees voorzichtig bij risicofactoren voor QT-verlenging zoals bradycardie, hypokaliëmie, hypocalciëmie, hypomagnesiëmie, relevante hartziekte, comedicatie met geneesmiddelen die het QT-interval verlengen (zie ook rubriek Interacties) en congenitale of verworven QT-verlenging, hogere leeftijd en vrouwelijk geslacht; bij aanwezigheid van niet te behandelen risicofactoren, regelmatig de elektrolytwaarden en het ECG bepalen.

Wees voorzichtig bij verminderde nier- en/of leverfunctie. Zelden is ernstige levertoxiciteit opgetreden, meestal bij patiënten met een ernstige onderliggende ziekte. Er is geen duidelijk verband met de totale dagelijkse dosering, de behandelduur, het geslacht of de leeftijd. De levertoxiciteit is meestal reversibel bij staken van de behandeling. Bij symptomen die duiden op ernstig hepatisch effect (asthenie, anorexie, aanhoudende misselijkheid, braken, geelzucht) en/of significante stijging van leverenzymwaarden de toediening direct staken.

Ernstige huidreacties: een klein aantal patiënten heeft tijdens behandeling met fluconazol een exfoliatieve huidreactie ontwikkeld. Aids-patiënten hebben een sterkere neiging tot het ontwikkelen van dergelijke ernstige huidreacties. Bij de behandeling van oppervlakkige schimmelinfecties de behandeling staken bij het optreden van huidreacties (indien die waarschijnlijk toe te schrijven zijn aan fluconazol). Bij de behandeling van systemische of invasieve schimmelinfecties de behandeling staken indien blaarvorming optreedt of erythema multiforme.

Wees alert op symptomen van bijnierschorsinsufficiëntie (zoals zwakte, vermoeidheid, anorexie, misselijkheid, braken, hypotensie, hypoglykemie, hyponatriëmie en hyperkaliëmie) omdat dit bij patiënten die corticosteroïden gebruikten na het staken van ketoconazol is gemeld en mogelijk ook bij fluconazol kan optreden.

Onderzoeksgegevens: de werkzaamheid en veiligheid voor de indicatie genitale candidiasis zijn bij kinderen niet vastgesteld.

Overdosering

Symptomen
gemeld zijn hallucinaties en paranoïde gedrag.

Therapie
naast symptomatische en ondersteunende behandeling kan geforceerde diurese de uitscheidingssnelheid mogelijk vergroten. Daarnaast verlaagt een hemodialysesessie van drie uur de plasmaspiegel met ca. 50%.

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met fluconazol contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Triazoolderivaat met antimycotische werking. Remt de 14α-lanosterol-demethylering, een essentiële stap in de fungale ergosterolbiosynthese.

In vitro zijn gevoelig: Candida albicans, Candida parapsilosis, Candida tropicalis, Cryptococcus neoformans, Cryptococcus gattii, Blastomyces dermatitidis, Coccidioides immitis, Histoplasma capsulatum en Paracoccidioides brasiliensis.

Verminderd gevoelig kan zijn: Candida glabrata.

Ongevoelig is: Candida krusei.

Kinetische gegevens

Resorptiegoed.
Foraal > 90%.
T maxoraal ½–1½ uur.
V dca. 0,9 l/kg. Kinderen: ca. 0,95 l/kg (3 mnd.-12 jaar), ca. 0,7 l/kg (12-16 jaar), aan ECMO ca. 1,5 l/kg.
Overigfluconazol dringt goed door in weefselvloeistoffen zoals speeksel en sputum. Een mondspoeling van 2 min met de orale suspensie geeft voorafgaand aan het doorslikken een ca. 180× hogere speekselconcentraties dan het gebruik van de capsule. Na 4 uur zijn de speekselconcentraties weer vergelijkbaar. Hogere concentraties dan in het serum worden bereikt in de huid in het stratum corneum, (epi)dermis en exocrien zweet. Dringt ook goed door in nagels.
Overigpenetratie in liquor: ja, de concentratie is ca. 80% van die in het serum.
Metaboliseringgering.
Eliminatiemet de urine, ca. 80% onveranderd. Fluconazol wordt door hemodialyse en in mindere mate door peritoneale dialyse verwijderd uit de circulatie. Een hemodialysesessie van drie uur verlaagt de plasmaspiegel met ca. 50%.
T 1/2elca. 30 uur, bij ernstige nierinsufficiëntie (GFR < 20 ml/min) tot 98 uur. 15–20 uur bij kinderen > 3 maanden. Bij prematuren (bepaald bij een kleine populatie met een gemiddelde zwangerschapsduur van 28 weken); aflopend van ca. 74 uur op levensdag 1 tot ca. 47 uur op levensdag 13. Bij kinderen aan ECMO ca. 60 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd