Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Camzyos XGVS Aanvullende monitoring Bristol-Myers Squibb

Toedieningsvorm
Capsule
Sterkte
2,5 mg, 5 mg, 10 mg, 15 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Zie voor de behandeling van cardiomyopathie de ESC Guidelines for the management of cardiomyopathies op escardio.org.

Indicaties

  • Behandeling van symptomatische (NYHA klasse II–III) hypertrofische obstructieve cardiomyopathie (HOCM) bij volwassenen.

Doseringen

Schrijf één capsule van de juiste dosissterkte voor. Combineer niet meerdere capsules van verschillende of dezelfde sterkte om een bepaalde dosis te bereiken, omdat de bio-equivalentie tussen de sterkten niet is bevestigd.

Klap alles open Klap alles dicht

Symptomatische obstructieve hypertrofische cardiomyopathie

Volwassenen (incl. ouderen ≥ 65 jaar)

2,5–15 mg (2,5 mg, 5 mg, 10 mg of 15 mg) 1×/dag, afhankelijk van het CYP2C19-fenotype. Bij poor metabolizers is de aanbevolen startdosering 2,5 mg 1×/dag; maximaal 5 mg 1×/dag. Controleer na 4 en 8 weken op vroege klinische respons door middel van de gradiënt van de uitstroombaan van de linkerventrikel (LVOT) met de Valsalva-manoeuvre. Bij intermediate -, normal -, of ultrarapid metabolizers is de aanbevolen startdosering 5 mg 1×/dag; maximaal 15 mg 1×/dag. Controleer na 4 en 8 weken op vroege klinische respons door middel van de LVOT-gradiënt met de Valsalva-manoeuvre. Zie voor verdere dosisaanbevelingen bij poor -, intermediate -, normal -, of ultrarapid metabolizers de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 4.2 o.a. figuur 1 en 2), zie hiervoor de link onder 'Zie ook'. Zie voor richtlijnen voor onderbreking of staken van de behandeling bij een afwijkende LVOT-gradiënt of LVEF eveneens de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 4.2 o.a. figuur 3 en 4). Zie voor dosisaanpassingen bij comedicatie die CYP2C19 of CYP3A4 remt of induceert, eveneens de productinformatie (rubriek 4.2, tabel 1).

Overweeg de behandeling te staken als na 4–6 maanden met de maximaal te verdragen dosis geen effect is bereikt (bv. geen verbetering in symptomen, kwaliteit van leven, inspanningsvermogen, LVOT-gradiënt).

Verminderde nierfunctie: bij een licht tot matig verminderde nierfunctie (eGFR 30–89 ml/min/1,73 m²) is geen dosisaanpassing nodig. Bij een ernstig verminderde nierfunctie (eGFR < 30 ml/min/1,73 m²) kan geen dosisaanbeveling worden gedaan vanwege onvoldoende gegevens.

Verminderde leverfunctie: bij een licht tot matig verminderde leverfunctie (Child-Pughscore 5–9) starten met 2,5 mg 1×/dag omdat de blootstelling waarschijnlijk hoger is. Bij een ernstig verminderde leverfunctie (Child-Pughscore ≥ 10) kan geen dosisaanbeveling worden gedaan vanwege onvoldoende gegevens.

CYP2C19-polymorfisme: pas zo nodig de dosering of het middel aan in overleg met de apotheker.

Bij een gemiste dosis deze op dezelfde dag zo snel mogelijk alsnog innemen, daarna niet meer. De volgende dosis op het gebruikelijke tijdstip innemen.

Toediening

  • De capsule dagelijks op ongeveer hetzelfde tijdstip innemen met of zonder maaltijd, heel doorslikken met water.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): duizeligheid. Dyspneu.

Vaak (1-10%): systolische disfunctie. Syncope.

Interacties

Mavacamten is substraat voor CYP2C19 en CYP3A4.

Gelijktijdige behandeling met een combinatie van een sterke CYP2C19-remmer én een sterke CYP3A4-remmer is gecontra-indiceerd bij alle CYP2C19-fenotypen.

Combinatie met een sterke CYP3A4-remmer is gecontra-indiceerd bij poor metabolizers van CYP2C19 en als het fenotype van CYP2C19 nog niet bepaald is.

Bij starten/stoppen of dosisaanpassing van remmers of inductoren van CYP2C19 of CYP3A4 kan een dosisaanpassing van mavacamten noodzakelijk zijn, zie de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 4.5 tabel 2), zie hiervoor de link onder 'Zie ook'. Sterke CYP2C19-remmers zijn o.a. ticlopidine, fluconazol, fluvoxamine. Sterke CYP3A4-remmers zijn o.a. claritromycine, itraconazol, ketoconazol, voriconazol, ritonavir, cobicistat, ceritinib, idelalisib, tucatinib. Sterke CYP2C19-inductoren èn sterke CYP3A4-inductoren zijn o.a. rifampicine, apalutamide, enzalutamide, mitotaan, fenytoïne, carbamazepine, efavirenz, sint-janskruid. Zie voor meer voorbeelden en de te nemen maatregelen, de eerder genoemde rubriek in de productinformatie van de fabrikant.

De veiligheid van de combinatie met negatief inotrope middelen zoals disopyramide of met β–blokkers in combinatie met diltiazem of verapamil is niet vastgesteld. Extra controle van de LVEF is bij deze combinaties noodzakelijk vooral bij de start van een negatief inotroop middel of bij dosisverhoging, totdat een stabiele dosis en klinische respons zijn bereikt.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, geen gegevens. Bij dieren schadelijk gebleken zoals lager gemiddeld foetaal lichaamsgewicht, toename in postimplantatieverlies, foetale misvorming (visceraal en skeletaal).

Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.

Overig: Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende de gehele behandeling èn tot 6 maanden na de therapie. Vóór aanvang van de behandeling moet een vruchtbare vrouw een negatieve zwangerschapstest hebben.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.

Farmacologisch effect: Een nadelig effect bij de zuigeling kan niet worden uitgesloten.

Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel óf het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

Zie voor contra-indicaties de rubrieken Zwangerschap en Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Mavacamten verlaagt de linkerventrikelejectiefractie (LVEF) en kan hartfalen veroorzaken door systolische disfunctie gedefinieerd als een symptomatische LVEF < 50%. Beoordeel de LVEF vóór de behandeling en elke 12 weken als de onderhoudsdosering wordt gegeven, zie ook de rubriek Dosering. Start de behandeling niet bij een LVEF < 55%. Controleer de LVEF extra bij een ernstige intercurrente ziekte, zoals een infectie of aritmie (o.a. atriumfibrilleren of andere ongecontroleerde tachyaritmie) of bij een grote hartoperatie vanwege een mogelijk groter risico op systolische disfunctie en progressie tot hartfalen. Geadviseerd wordt de dosis niet te verhogen tot de gelijktijdige andere ziekte onder controle is. Verschijnselen van systolische disfunctie, zoals nieuwe of verergerde dyspneu, pijn op de borst, vermoeidheid, hartkloppingen, beenoedeem of verhogingen in het NT-proBNP, zijn aanleiding voor een beoordeling van de hartfunctie. Onderbreking van de behandeling kan nodig zijn om ervoor te zorgen dat de LVEF ≥ 50% blijft. Voor vruchtbare vrouwen: zie de rubriek Zwangerschap.

Bij kinderen < 18 jaar zijn de veiligheid en werkzaamheid niet vastgesteld. Bij kinderen < 12 jaar mag mavacamten niet gebruikt worden vanwege mogelijke veiligheidsrisico's.

Overdosering

Symptomen

Systolische disfunctie, vasovagale reactie, hypotensie en asystolie.

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met mavacamten contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Mavacamten is een selectieve en reversibele cardiale myosineremmer die het aantal myosinekoppen dat in krachtgenererende toestanden kan komen, moduleert. Door cardiale myosineremming normaliseert de contractiliteit van de hartspier, vermindert de dynamische obstructie van het linkerventrikeluitstroomkanaal (LVOT) en verbetert de cardiale vuldruk bij hypertrofische obstructieve cardiomyopathie (HOCM).

Kinetische gegevens

F ca. 85%.
T max mediaan 1 uur nuchter (0,5-3 uur), na een vetrijke, calorierijke maaltijd 4 uur (0,5-8 uur).
V d 1,6–2,9 l/kg.
Eiwitbinding 97–98%.
Metabolisering primair door CYP2C19, in mindere mate door CYP3A4 en CYP2C9 bij intermediate - , normal -, of ultra-rapid metabolizers, tot 3 onwerkzame metabolieten. Bij poor metabolizers van CYP2C19 grotendeels door CYP3A4.
Overig Bij CYP2C19 poor metabolizers zijn de Cmax en AUC respectievelijk 47% en 241% hoger na enkelvoudige toediening van 15 mg t.o.v. normal metabolizers.
Eliminatie bij normal metabolizers voor ca. 7% met de feces (waarvan ca. 1% onveranderd), en voor ca. 85% met de urine (waarvan ca. 3% onveranderd).
T 1/2el 6–9 dagen bij normal metabolizers, 23 dagen bij CYP2C19 poor metabolizers.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links