micafungine

Samenstelling

Mycamine (als Na-zout) XGVS Astellas Pharma bv

Toedieningsvorm
Poeder voor infusievloeistof
Sterkte
50 mg, 100 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

micafungine vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Zie voor de behandeling van een invasieve schimmelinfectie de SWAB-richtlijn 'Invasive fungal infections' (2017, pdf 1,3 MB, p. 33 tot 36). Voor de profylaxe bij patiënten die een allogene stamceltransplantatie ondergaan zie p. 46. Voor de behandeling van oesofageale candidiasis zie p. 44.

Indicaties

Volwassenen en kinderen (incl. neonaten):

  • Behandeling van invasieve candidiasis;
  • Profylaxe van Candida-infectie bij patiënten die een allogene hemopoëtische stamceltransplantatie ondergaan óf van wie wordt verwacht dat ze aan neutropenie (zullen) lijden (absolute neutrofielentelling < 500 cellen/microliter) gedurende 10 dagen of langer.

Volwassenen en kinderen ≥ 16 jaar:

  • Behandeling van oesofageale candidiasis bij patiënten voor wie (alleen) intraveneuze therapie geschikt is.

Micafungine is alleen geïndiceerd als andere antifungale middelen niet in aanmerking komen.

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Behandeling van invasieve candidiasis:

Volwassenen en kinderen ≥ 4 maanden:

i.v.: Lichaamsgewicht ≤ 40 kg: 2 mg/kg/dag, lichaamsgewicht > 40 kg: 100 mg/dag. Bij onvoldoende reactie, bv. indien de kweken positief blijven of de klinische toestand niet verbetert, mag de dosis worden verdubbeld. Behandelduur: ten minste 14 dagen. De antifungale behandeling echter ten minste één week voortzetten nadat twee opeenvolgende negatieve bloedkweken zijn verkregen én nadat de klinische verschijnselen en symptomen van de infectie zijn verdwenen.

Kinderen < 4 maanden (incl. neonaten):

i.v.: 4-10 mg/kg/dag; de hogere dosering kan gebruikt worden bv. als een infectie van het CZS wordt vermoed vanwege dosisafhankelijke penetratie in het CZS. De dosering van 4 mg/kg geeft ongeveer dezelfde blootstelling aan micafungine als 100 mg/dag bij volwassenen. Er is weinig ervaring met gebruik van micafungine bij invasieve candidiasis van het CZS bij kinderen < 4 maanden. Behandelduur: ten minste 14 dagen. De antifungale behandeling echter ten minste één week voortzetten nadat twee opeenvolgende negatieve bloedkweken zijn verkregen én nadat de klinische verschijnselen en symptomen van de infectie zijn verdwenen.

Behandeling van oesofageale candidiasis:

Volwassenen en adolescenten ≥ 16 jaar:

Lichaamsgewicht ≤ 40 kg: 3 mg/kg/dag, lichaamsgewicht > 40 kg: 150 mg/dag. Behandelduur: de toediening nog ten minste één week na verdwijning van klinische verschijnselen en symptomen voortzetten.

Profylaxe van Candida-infectie:

Volwassenen en kinderen ≥ 4 maanden:

i.v.: Lichaamsgewicht ≤ 40 kg: 1 mg/kg/dag, lichaamsgewicht > 40 kg: 50 mg/dag. Behandelduur: de toediening nog ten minste één week na herstel van het neutrofielenaantal voortzetten. Er is weinig ervaring met gebruik van micafungine bij deze indicatie bij kinderen < 2 jaar.

Kinderen < 4 maanden (incl. neonaten):

i.v.: 2 mg/kg/dag. Behandelduur: de toediening nog ten minste één week na herstel van het neutrofielenaantal voortzetten. Er is weinig ervaring met gebruik van micafungine bij deze indicatie bij kinderen < 2 jaar.

Verminderde leverfunctie: bij een lichte tot matige leverfunctiestoornis (Child-pughscore 5-9) is een dosisaanpassing niet nodig. Gebruik bij een ernstige leverstoornis (Child-pughscore 10-15) wordt afgeraden vanwege onvoldoende gegevens.

Verminderde nierfunctie: een dosisaanpassing is niet nodig.

Toedieningsinformatie: Na reconstitutie en verdunning de oplossing via een intraveneus infuus in circa 1 uur toedienen. Bij sneller infunderen is er meer kans op histamine-gemedieerde reacties.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): koorts, koude rillingen. Hoofdpijn. Misselijkheid, braken, diarree, buikpijn. Huiduitslag, flebitis. Anemie, leukopenie, neutropenie. Hypokaliëmie, hypocalciëmie, hypomagnesiëmie. Afwijkende leverfunctietest; verhoogde waarden van alkalinefosfatase (AF), ASAT, ALAT en bilirubine in het bloed.

Soms (0,1-1%): anafylactische/anafylactoïde reactie. Tachycardie, palpitaties, bradycardie, bloeddrukveranderingen, blozen, perifeer oedeem. Dyspneu. Tremor, duizeligheid, slaperigheid, slapeloosheid, angst, verwardheid, dysgeusie. Anorexie. Dyspepsie, obstipatie. Cholestase, geelzucht, hepatitis, hepatomegalie, leverinsufficiëntie. Hyperhidrose. Urticaria, erytheem, jeuk. Verhoogd γ-GT, verhoogd lactaatdehydrogenase. Verhoogde creatinine- en/of ureumspiegel in het bloed; (verergering) nierinsufficiëntie. Trombocytopenie, pancytopenie, eosinofilie. Hyponatriëmie, hyperkaliëmie, hypofosfatemie, hypoalbuminemie. Lokaal: op de infusieplaats: pijn, ontsteking, trombose.

Zelden (0,01-0,1%): hemolyse; hemolytische anemie.

Verder zijn gemeld: shock. Hepatocellulaire schade inclusief leverceldood, leverfalen (waaronder met dodelijke afloop). Gedissemineerde intravasale stolling (DIS). Acuut nierfalen. Toxische huideruptie, erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse.

Bij kinderen komen sommige bijwerkingen vaker voor. Mogelijk is de onderliggende aandoening hiervan de oorzaak: vaak (1-10%): tachycardie, hypertensie, hypotensie. Trombocytopenie. Acuut nierfalen, verhoogde waarden ureum in bloed. Hepatomegalie, hyperbilirubinemie.

Interacties

Combinatie met amfotericine B kan resulteren in een toename van de blootstelling aan amfotericine B van ca. 30%; alleen op strikte indicatie combineren en met een scherpe controle op de toxiciteit van amfotericine B.

Wees zeer voorzichtig met de combinatie met andere hepatotoxische geneesmiddelen.

Micafungine verhoogt de bloedspiegels van sirolimus, nifedipine en itraconazol (respectievelijk ca. 21, 18 en 22%); het kan noodzakelijk zijn de dosering van deze middelen te verlagen.

Zwangerschap

Micafungine passeert de placenta (dieren).
Teratogenese: Bij de mens onbekend. Bij dieren bij zeer hoge doses, spontane abortus.
Farmacologisch effect: Bij dieren zijn bij zeer hoge doses een verlaagd geboortegewicht gezien en vacuolaire degeneratie van epitheelcellen van de ductus epididymis en de tubuli seminiferi.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Ja, bij dieren.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Waarschuwingen en voorzorgen

Nierfunctie: Tijdens de behandeling met micafungine is nauwlettende controle op achteruitgang van de nierfunctie vereist.

De leverfunctie zorgvuldig controleren tijdens behandeling met micafungine. Om de kans op adaptieve regeneratie en mogelijk daaropvolgende levertumorvorming te minimaliseren, wordt vroegtijdig staken aanbevolen indien significante (> 3× bovengrens normaalwaarde) en persisterende verhoging van ALAT/ASAT optreedt. Het gebruik wordt niet aanbevolen bij patiënten met ernstig gestoorde leverfunctie of chronische leverziekten die preneoplastische aandoeningen vertegenwoordigen, zoals gevorderde leverfibrose, cirrose, virale hepatitis, neonatale leverziekte of congenitale enzymdefecten, óf bij het tegelijkertijd ondergaan van een behandeling met hepatotoxische en/of genotoxische eigenschappen. Kinderen < 1 jaar zijn mogelijk meer vatbaar voor leverletsel.

Bij optreden van huidlaesies deze regelmatig observeren; bij verergering de behandeling staken.

Bij optreden van hemolyse de risico's tegen de baten afwegen.

Overdosering

Neem voor informatie over een vergiftiging met micafungine contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Micafungine is een echinocandine, het remt selectief de 1,3–β–D–glucaansynthetase waardoor de aanmaak van het voor de schimmelcelwand essentiële 1,3-β–D–glucaan wordt geremd.

Het heeft een fungicide werking tegen Candida spp. (waaronder C. albicans en C. glabrata bij de aanbevolen therapeutische dosering). Er is onvoldoende bewijs om te bepalen of C. krusei en C. guilliermondii als gevoelig beschouwd kunnen worden voor micafungine. Tevens heeft micafungine een fungistatische werking tegen Aspergillus spp.

Verder zijn gevoelig: de myceliale vormen van dimorfe fungi zoals Histoplasma capsulatum, Blastomyces dermatitidis en Coccidioides immitis.

Ongevoelig zijn: Cryptococcus spp., Pseudo allescheria spp., Scedosporium spp., Fusarium spp., Trichosporon spp. en Zygomycetes spp.

Kinetische gegevens

V dca. 0,27 l/kg. Micafungine wordt snel over de weefsels verdeeld. Dosisafhankelijke penetratie in het CZS.
Eiwitbinding> 99%.
Metaboliseringin geringe mate.
Eliminatievoornamelijk via feces (71%) en urine (12%). Micafungine is niet dialyseerbaar.
T 1/2el10–17 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

micafungine hoort bij de groep echinocandinen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links