pantoprazol/​claritromycine/​amoxicilline

Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Panclamox Sandoz bv

Toedieningsvorm
Tablet
Verpakkingsvorm
combinatieverpakking

Bevat per verpakking: 7 doordrukstrips. Bevat per strip: 2 maagsapresistente tabletten pantoprazol (als Na-sesquihydraat) 40 mg, 2 omhulde tabletten claritromycine 500 mg, 2 omhulde tabletten amoxicilline (als trihydraat) 1000 mg.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

pantoprazol/​claritromycine/​amoxicilline vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Door H. pylori veroorzaakte peptische ulcera worden behandeld met de combinatie van een protonpompremmer en twee antibiotica (amoxicilline en claritromycine). Bij een succesvolle eradicatie, eventueel na een tweede behandeling, is de kans op een recidief klein.

Indicaties

  • Eradicatie van Helicobacter pylori bij een ulcus pepticum.

Gerelateerde informatie

Dosering

Vóór het begin van de behandeling en 4-6 weken ná de behandeling een test uitvoeren op de aanwezigheid van H. pylori.

Klap alles open Klap alles dicht

Eradicatie van Helicobacter pylori

Volwassenen

1 tablet pantoprazol 40 mg, 1 tablet claritromycine 500 mg en 1 tablet amoxicilline 1000 mg, alle drie 2×/dag 's morgens 1 uur voor het ontbijt en 's avonds 1 uur voor het eten, gedurende 7 dagen; zo nodig verlengen tot max. 2 weken. Bij niet-succesvolle eradicatie de behandeling uitsluitend herhalen als de gevoeligheid van het H. pylori-isolaat voor deze combinatie is vastgesteld middels een biopt.

Zie voor de behandelduur ook het SWAB-advies Helicobacter pylori.

Pas bij CYP2C19-polymorfisme zo nodig de dosering van pantoprazol aan of vervang het middel in overleg met de apotheker.

Verminderde nier- of leverfunctie: Hierbij is een aangepaste dosering noodzakelijk, en zijn de losse antimicrobiële middelen aangewezen.

Interacties: Bij ritonavir-bevattende geneesmiddelen kan een aangepaste dosering van claritromycine noodzakelijk zijn.

Toediening: De tabletten met een ruime hoeveelheid water innemen zonder kauwen.

Bijwerkingen

Bij opvallend meer of ernstiger bijwerkingen (van pantoprazol) kan sprake zijn van een CYP2C19-polymorfisme.

Vaak (1-10%): smaakstoornis, buikpijn, dyspepsie, misselijkheid, braken, diarree, obstipatie, flatulentie, benigne maagpoliepen. Hoofdpijn. Slaapstoornis. Huiduitslag, hyperhidrose.

Soms (0,1-1%): anorexie, gastritis, stomatitis, droge mond, glossitis, oprispingen. (Draai-)duizeligheid, tinnitus, verminderd gehoor. Visusstoornis. Overgevoeligheid. Asthenie, vermoeidheid, malaise, koude rillingen, slaperigheid, tremor. Angst. Candidiasis. QT-verlenging, pijn op de borst, palpitaties. Jeuk, urticaria, exantheem. Stijging van transaminasen, γ-GT, alkaline fosfatase, lactaatdehydrogenase. Leukopenie, neutropenie, eosinofilie.

Zelden (0,01-0,1%): angio-oedeem. Spierpijn, gewrichtspijn. Depressie. Gynaecomastie. Perifeer oedeem, toename van lichaamstemperatuur. Agranulocytose. Hyperlipidemie, gewichtsverandering. Cholestase, hepatitis, stijging van bilirubine.

Zeer zelden (< 0,01%): trombocytopenie, pancytopenie, hemolytische anemie, verhoogde INR, verlengde protrombinetijd. Anafylactische reacties (waaronder anafylactische shock). Serumziekte, allergische vasculitis, ernstige huidreacties (Stevens-Johnson-syndroom, erythema multiforme, toxische epidermale necrolyse, geneesmiddelenuitslag met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS), acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP)). Interstitiële nefritis (mogelijk leidend tot nierfalen), kristalurie. Desoriëntatie. Hyperkinesie. Pseudomembraneuze/hemorragische colitis (samenhangend met antibioticumgebruik). Zwarte (haar)tong.

Verder zijn gemeld: abnormale dromen, hallucinaties, verwarring, psychose, vooral bij patiënten die hiervoor gevoelig zijn of verergering van deze symptomen bij bestaande aanwezigheid. Ernstige hepatocellulaire schade leidend tot geelzucht met of zonder leverfalen. Stevens-Johnson-syndroom, erythema multiforme, fotosensibilisatie, subacute cutane lupus erythematodes (SCLE), acne. Aseptische meningitis. Erysipelas. Hypoglykemie. Convulsies, paresthesie, parosmie, anosmie. Doofheid. 'Torsade de pointes', ventriculaire tachycardie, ventrikelfibrilleren. Spierspasme. Microscopische colitis. Bloedingen. Acute pancreatitis, verkleuring van tong en tanden. Visusstoornis, wazig zien. Rabdomyolyse, myopathie. Verkleurde urine. Hyponatriëmie, hypomagnesiëmie en daaraan gerelateerde hypocalciëmie, hypokaliëmie.

Zie voor meer bijwerkingen de geneesmiddelteksten van:

Interacties

Gecontra-indiceerd:

  • Combinatie met oraal midazolam, vanwege een aanzienlijke stijging van de plasmaspiegel van midazolam.
  • Combinatie met ergotamine(derivaten) vanwege de kans op arteriële spasmen en ischemische reacties.
  • Combinatie met domperidon, pimozide is gecontra-indiceerd wegens verlenging van het QT-interval en kans op hartritmestoornissen.
  • Combinatie met ticagrelor wegens sterke remming van het metabolisme van ticagrelor door CYP3A4-remming.
  • Combinatie met statinen die vnl. door CYP3A4 worden gemetaboliseerd (zoals simvastatine), wegens meer kans op rabdomyolyse.
  • Combinatie met colchicine, vanwege een aanzienlijke stijging van de plasmaspiegel van dit middel.

Het effect van dit geneesmiddel op andere geneesmiddelen:

Doordat protonpompremmers de pH in de maag verhogen, kan de absorptie van andere geneesmiddelen afnemen (bv. van ketoconazol, itraconazol, posaconazol en erlotinib) of toenemen. Vermijd gelijktijdig gebruik met HIV-proteaseremmers waarvan absorptie afhankelijk is van de gastrische pH (zoals atazanavir); gelijktijdig gebruik alleen met: klinische controle (van bv. de 'viral load'), dosisverhoging van de HIV-proteaseremmer én een maximale dagdosis van 20 mg pantoprazol.

Protonpompremmers kunnen in combinatie met (vooral hoge dosering) methotrexaat de spiegels van methotrexaat verhogen en de werkingsduur ervan verlengen; dit kan leiden tot toxische verschijnselen van methotrexaat; overweeg tijdelijk staken van de protonpompremmer bij gebruik van hoge doses methotrexaat. Penicillinen kunnen tevens de excretie van methotrexaat verlagen, waardoor de toxiciteit toeneemt.

Bij combinatie van claritromycine en digoxine is digoxinetoxiciteit gemeld, inclusief mogelijk fatale aritmieën; controleer bij gelijktijdige behandeling de digoxinespiegel.

Claritromycine is een CYP3A4-remmer en kan de spiegels verhogen van middelen die vooral door CYP3A4 worden gemetaboliseerd (zoals carbamazepine, sildenafil, tadalafil, vardenafil, theofylline, ciclosporine, tacrolimus, prednison, vinblastine).

Gelijktijdig gebruik van claritromycine met benzodiazepinen die door CYP3A4 worden gemetaboliseerd, zoals alprazolam of (intraveneus of oromucosaal) midazolam kan het sedatieve effect van deze middelen verlengen en versterken. Parenterale toediening van midazolam alleen toepassen in gecontroleerde omstandigheden zoals die van een intensive care (de blootstelling aan midazolam is bij deze toedieningsvorm met een factor 2,7 toegenomen); de combinatie met oraal toegediend midazolam is gecontra-indiceerd, omdat de blootstelling hierbij nog verder zal toenemen.

Claritromycine kan in combinatie met orale bloedglucoseverlagende middelen (zoals sulfonylureumderivaten) en/of insuline hypoglykemie veroorzaken, controleer zorgvuldig de bloedglucosespiegel.

Verhoogde concentraties fenytoïne en valproïnezuur zijn gemeld bij combinatie met claritromycine.

Gelijktijdig gebruik van claritromycine met omeprazol leidt tot hogere plasmaconcentraties.

Het effect van andere geneesmiddelen op dit geneesmiddel:

Combinatie met CYP3A4-inductoren (bv. efavirenz, nevirapine, rifabutine, rifampicine, fenytoïne, carbamazepine, fenobarbital, sint-janskruid) kan de werkzaamheid van claritromycine verminderen. Alleen op strikte indicatie gebruiken, met een eventuele verhoging van de dosis claritromycine én controle van de (mogelijk verhoogde) plasmaspiegel van CYP3A4-inductor. Gelijktijdig gebruik met rifabutine geeft meer kans op uveïtis.

Ritonavir remt het metabolisme van claritromycine.

Fenylbutazon, oxyfenbutazon, probenecide en in mindere mate acetylsalicylzuur en indometacine verlengen de halfwaardetijd van amoxicilline door vermindering van tubulaire secretie.

Pantoprazol is een substraat van CYP2C19. Gelijktijdig gebruik van CYP2C19-remmers (zoals fluvoxamine) kan de plasmaconcentratie van pantoprazol verhogen. Gelijktijdig gebruik van CYP2C19-inductoren (zoals rifampicine en sint-janskruid) kan de plasmaconcentratie van pantoprazol verlagen.

Pantoprazol kan de absorptie van vitamine B12 verminderen als gevolg van hypo- of achloorhydrie. Houd hiermee rekening bij verminderde lichaamsreserves of bij risicofactoren voor gereduceerde absorptie van vitamine-B12, wanneer bijbehorende klinische symptomen zich manifesteren.

Overige interacties:

Combinatie met rifabutine verhoogt de rifabutinespiegels en verlaagt de claritromycinespiegel.

Claritromycine en itraconazol of saquinavir kunnen elkaars spiegels verhogen.

Wees voorzichtig in combinatie met kinidine of disopyramide omdat 'torsade de pointes' is gemeld; bij gelijktijdig gebruik met disopyramide een ECG maken en de bloedglucosespiegel meten (vanwege meer kans op hypoglykemie).

Claritromycine en zidovudine met een interval van 4 uur innemen, omdat claritromycine waarschijnlijk de absorptie van zidovudine vermindert.

Bij starten en staken van de behandeling is bij gebruik van vitamine K-antagonisten monitoring van de INR aanbevolen.

Combinatie van amoxicilline met allopurinol wordt ontraden wegens toegenomen kans op allergische huidreacties.

Wees voorzichtig in combinatie met calciumantagonisten die worden gemetaboliseerd door CYP3A4 (zoals verapamil, amlodipine, diltiazem), vanwege de kans op hypotensie, daarbij is bij gelijktijdig gebruik met verapamil melding gemaakt van o.a. aritmieën.

Wees voorzichtig met gelijktijdige toediening van andere ototoxische geneesmiddelen, zoals aminoglycosiden.

Zie voor meer interacties ook de preparaatteksten:

Zwangerschap

Teratogenese: Geen aanwijzingen voor schadelijkheid bij gebruik van de afzonderlijke middelen. Er is geen informatie over het gebruik van de combinatietherapie tijdens zwangerschap. Een recente studie laat een licht verhoogde kans op spontane miskramen zien bij het gebruik van claritromycine in het 1e trimester.

Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken, vooral tijdens het 1e trimester van de zwangerschap.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in geringe mate (pantoprazol, claritromycine, amoxicilline).

Advies: Kan waarschijnlijk veilig worden gegeven. Overweeg de borstvoeding te staken bij het optreden van diarree en/of candidiasis bij de zuigeling.

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor:
    • gesubstitueerde benzimidazolen (zoals albendazol, mebendazol);
    • macroliden;
    • penicillinen;
    • een ander β-lactam-antibioticum (zoals een cefalosporine, carbapenem of aztreonam) bij voorgeschiedenis van ernstige directe overgevoeligheidsreactie.
  • matige tot ernstige leverfunctiestoornis;
  • ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min);
  • hypokaliëmie (vanwege de kans op verlengd QT-interval);
  • verlengd QT-interval (congenitaal of verworven) of ventriculaire aritmie in de voorgeschiedenis (incl. 'torsade de pointes').

Zie voor meer contra-indicaties de rubriek Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij opvallend weinig werkzaamheid of bij meer of ernstiger bijwerkingen (van pantoprazol) kan sprake zijn van een CYP2C19-polymorfisme.

Sensitiviteit: Voordat men aanvangt met de therapie moet men over voldoende informatie beschikken met betrekking tot de lokale gevoeligheidsgegevens van H. pylori. Bij resistentie tegen claritromycine en/of amoxicilline zijn andere combinaties aangewezen.

Kruisovergevoeligheid met andere macroliden dan claritromycine kan optreden, evenals met lincomycine en clindamycine. Kruisovergevoeligheid kan voorkomen tussen penicillinen onderling en (in mindere mate) tussen de penicillinen en cefalosporinen of carbapenems; vóór toediening zorgvuldig nagaan of de patiënt overgevoelig is voor andere antibiotica.

Overgevoeligheid: Bij optreden van ernstige overgevoeligheidsreacties bij het gebruik van claritromycine en amoxicilline, zoals anafylaxie en ernstige cutane bijwerkingen (SCAR, AGEP, TEN, DRESS, Stevens-Johnson-syndroom), de behandeling staken en passende maatregelen treffen.

Subacute cutane lupus erythematodes (SCLE): Protonpompremmers worden geassocieerd met zeer zeldzame gevallen van SCLE. Indien laesies optreden, vooral bij aan zonlicht blootgestelde huid én bij gepaardgaande gewrichtspijn, dient men direct medische hulp te zoeken en te overwegen om de behandeling te staken. Bij SCLE na behandeling met een protonpompremmer kan het risico op SCLE na gebruik van een andere protonpompremmer verhoogd zijn.

Acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP): Bij optreden van een koortsig gegeneraliseerd erytheem met pustels de diagnose AGEP overwegen en de behandeling direct staken; dit ook doen bij het – onmiddellijk – optreden van urticaria na toediening.

Huidreacties: Vermijd het gebruik van amoxicilline bij het vermoeden van mononucleosis infectiosa, gezien het mogelijke optreden van een morbilliforme huiduitslag.

Botfracturen: Protonpompremmers, vooral bij hoge doses en langdurig gebruik, kunnen een licht verhoogd risico op heup-, pols- of wervelfracturen geven. Bij patiënten met risicofactoren voor osteoporose moet de behandeling in overeenstemming zijn met de huidige klinische behandelrichtlijnen (en afdoende vitamine D en calcium laten innemen).

Maligne aandoening uitsluiten bij alarmsymptomen zoals fors onbedoeld gewichtsverlies, veelvuldig braken, dysfagie, hematemese of melena. Pantoprazol kan de symptomen van een maag- of slokdarmcarcinoom maskeren.

Cardiale comorbiditeit: Wees voorzichtig bij coronaire aandoeningen, ernstig hartfalen en bij risicofactoren voor verlenging van het QT-interval (zoals elektrolytstoornis, bradycardie (< 50 slagen/min), cardiale aritmie, comedicatie met geneesmiddelen die het QT-interval verlengen). Het gebruik van macroliden kan in zeldzame gevallen leiden tot aritmie, myocardinfarct en cardiovasculaire sterfte.

Infecties: Superinfecties met niet-gevoelige micro-organismen kunnen optreden. Er is meer kans op infecties met Salmonella en Campylobacter. Bij optreden van ernstige diarree de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen: in dat geval zijn motiliteitsremmende middelen gecontra-indiceerd en moet de kuur gestaakt worden.

Gastro-intestinale effecten: Vanwege een verminderde absorptie, niet gebruiken bij ernstige maag-darmaandoeningen met braken en diarree; de werkzaamheid kan zijn verminderd.

Verminderde nier- of leverfunctie: Wees voorzichtig bij nier- of leverfunctiestoornis. Met de combinatieverpakking is dosisaanpassing niet goed mogelijk. Bij het vermoeden van een verminderde leverfunctie is nauwkeurige controle vereist van ALAT, ASAT, γ-GT, AF en bilirubine; staak de behandeling bij stijging van de leverenzymen. Staak de behandeling bij symptomen van leverziekte (zoals anorexie, geelzucht, donkere urine, jeuk of een gevoelige buik).

Convulsies kunnen optreden bij het gebruik van amoxicilline bij een verminderde nierfunctie of bij predisponerende factoren.

Myasthenia gravis: Wees voorzichtig bij myasthenia gravis, vanwege een mogelijke verergering of exacerbatie door claritromycine.

Beïnvloeding van diagnostische testen: Gedurende ten minste 5 dagen voor chromogranine A (CgA)-metingen de behandeling met pantoprazol tijdelijk staken. Als 5 dagen na het staken de CgA- en gastrinespiegel niet genormaliseerd zijn, de CgA-meting 14 dagen na het staken met pantoprazol opnieuw doen. Bij bepaling van glucose in de urine, de enzymatische glucose-oxidasemethoden gebruiken (chemische methoden geven regelmatig fout-positieve bevindingen). Amoxicilline kan de hoeveelheid estriol in de urine van zwangere vrouwen verlagen.

Onderzoeksgegevens: De veiligheid en werkzaamheid van Panclamox is niet vastgesteld bij kinderen.

Overdosering

Therapie

Claritromycine: Overweeg de toediening van geactiveerde kool of maagspoelen (binnen 1 uur). Hemodialyse en peritoneale dialyse hebben weinig effect. Amoxicilline: Overweeg de toediening van actieve kool. Corrigeer zo nodig de water- en elektrolytenhuishouding. Hemodialyse kan toegepast worden.

Zie voor symptomen en/of behandeling de monografie op Vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Combinatieverpakking van een protonpompremmer, een bacteriostatisch (en tegen sommige species bactericide) werkend antibioticum (claritromycine, een macrolide) en een bactericide antibioticum (amoxicilline, een penicilline).

Voor meer Eigenschappen zie:

Kinetische gegevens

Resorptie snel (pantoprazol, amoxicilline). Snel en goed vanuit het maag-darmkanaal, vooral vanuit het jejunum (claritromycine), maar ondergaat daarna een uitgebreid 'first pass'-metabolisme.
F ca. 70–90% (amoxicilline, pantoprazol), ca. 50-55% (claritromycine) door 'first pass'-effect.
T max 1–2½ uur (amoxicilline, claritromycine, pantoprazol).
V d 0,15 l/kg (pantoprazol), 2,9-5,7 l/kg (claritromycine), 0,3–0,4 l/kg (amoxicilline).
Eiwitbinding ca. 98% (pantoprazol).
Metabolisering pantoprazol bijna uitsluitend in de lever, voornamelijk demethylering door CYP2C19 gevolgd door sulfaatconjugatie, daarnaast vindt oxidatie door CYP3A4 plaats. Claritromycine snel en uitgebreid in de lever, o.a. via CYP3A tot drie metabolieten, waaronder de eveneens actieve 14-hydroxymetaboliet. Amoxicilline gedeeltelijk; de inactieve metaboliet penicilloïnezuur heeft allergene eigenschappen.
Eliminatie met de urine (amoxicilline 60-70% in onveranderde vorm, onveranderd claritromycine 20–30% en nog ca. 10-15% als de 14-hydroxymetaboliet, pantoprazol 80%, als metabolieten) en met de feces (claritromycine 70–80%, resterend deel pantoprazol). Amoxicilline is hemodialyseerbaar, claritromycine en pantoprazol zijn dat niet.
T 1/2el ca. 1 uur (amoxicilline, pantoprazol), langer bij nierfunctiestoornissen (amoxicilline); tot 5 uur (claritromycine).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

pantoprazol/claritromycine/amoxicilline hoort bij de groep protonpompremmer met antibiotica.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links