travoprost

Samenstelling

Travatan Alcon Nederland bv

Toedieningsvorm
Oogdruppels (0,004%)
Sterkte
40 microg/ml
Verpakkingsvorm
2,5 ml

Conserveermiddel: polyquaternium-1. Bevat tevens: propyleenglycol, polyoxyethyleen gedehydrogeneerde castorolie 40 (ricinuspreparaat) en boorzuur.

Travoprost Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Oogdruppels (0,004%)
Sterkte
40 microg/ml
Verpakkingsvorm
2,5 ml

Conserveermiddel: benzalkoniumchloride. Bevat tevens: polyoxyethyleen gehydrogeneerde castorolie 40 (ricinuspreparaat) en boorzuur.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

travoprost vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Behandeling van glaucoom dient door een oogarts te gebeuren. Glaucoom wordt medicamenteus vooral behandeld met plaatselijk toegediende middelen.

Bij open-kamerhoekglaucoom zijn oogdruppels met timolol of een prostaglandine-analogon de eerstekeusbehandeling. Bij onvoldoende effect of bij intolerantie voor een van beide middelen wordt eerst het andere middel van de eerstekeusbehandeling als monotherapie aanbevolen. Alternatieven voor bovenstaande monotherapie zijn monotherapie met een lokale koolzuuranhydraseremmer, een andere β-blokker of α2-agonist. Wanneer monotherapie onvoldoende effect heeft, worden geneesmiddelen met verschillende aangrijpingspunten gecombineerd. Als er meer dan twee middelen nodig zijn, is een laserbehandeling of operatie te overwegen.

Bij nauwe-kamerhoekglaucoom kiest men voor een laserbehandeling en/of een operatie, ondersteund door een medicamenteuze behandeling.

Indicaties

Verlaging van de intra-oculaire druk bij:

  • Oculaire hypertensie;
  • Open-kamerhoekglaucoom.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Oculaire hypertensie en open-kamerhoekglaucoom:

Volwassenen en kinderen ≥ 2 maanden:

1 druppel 1×/dag, bij voorkeur 's avonds, in het aangedane oog.

Gestoorde nier- en leverfunctie: aanpassing van de dosering is niet nodig.

Als een dosis wordt vergeten, de behandeling volgens schema voortzetten met de volgende dosis.

Wanneer wordt overgeschakeld van een ander antiglaucoommiddel naar travoprost, het gebruik van het andere middel staken en de volgende dag starten met travoprost.

Druk de traanbuis 1–3 minuten dicht tijdens en direct na toediening; dit voorkomt dat de oogdruppel afvloeit naar de neus- en keelholte wat systemische reacties tot gevolg kan hebben.

Bij gebruik van meerdere soorten oogpreparaten deze toedienen met een interval van ten minste vijf minuten. De oogdruppels die de minste irritatie geven als eerste en viskeuze oogdruppels of oogzalven als laatste toedienen.

Bijwerkingen

Lokale bijwerkingen: Zeer vaak (> 10%): oculaire hyperemie.

Vaak (1-10%): oogklachten (jeuk, irritatie, pijn, droogte, ongemak), hyperpigmentatie van de iris.

Soms (0,1-1%): wazig zien, fotofobie, cataract, iritis, uveïtis, keratitis punctata, conjunctivitis, cornea-erosie, voorste oogkamerontsteking, oogafscheiding, verhoogde traanproductie, ooglidklachten (jeuk, erytheem, schilfering, blefaritis, ectropion), periorbitaal oedeem, groei van wimpers. Asthenopie.

Zelden (0,01-0,1%): fotopsie, last van lichtverstrooiing, iridocyclitis, conjunctivaal oedeem, conjunctivale follikels, voorste oogkamerpigmentatie, ooghypesthesie, oogontsteking, oculaire herpes simplex, (herpetische) keratitis. Meibom-klierontsteking, eczeem van de oogleden, mydriase, wimperverdikking en verkleuring.

Verder zijn gemeld: macula-oedeem, verzonken ogen.

Systemische bijwerkingen: Soms (0,1-1%): hartkloppingen. Neusverstopping, keelirritatie. Hoesten. Hoofdpijn. Huidverkleuring, (perioculaire) huidhyperpigmentatie, abnormale haartextuur, hypertrichose. Overgevoeligheid, seizoensgebonden allergie.

Zelden (0,01-0,1%): onregelmatige hartslag, bradycardie. Hypertensie, hypotensie. Duizeligheid, gezichtsvelduitval. Ademhalingsstoornissen, dysfonie, orofaryngeale pijn. Dyspneu, astma. Asthenie. Allergische rinitis, nasale droogheid. Dysgeusie, droge mond, geactiveerd peptisch ulcus, obstipatie. Spierpijn, artralgie. Allergische dermatitis, contacteczeem, huiduitslag, erytheem, haarkleurverandering, madarose.

Verder zijn gemeld: tachycardie, aritmie, borstkaspijn. Verergering astma. Vertigo, tinnitus. Slapeloosheid. Depressie, angst. Misselijkheid, braken, buikpijn, diarree. Bloedneus. Abnormale haargroei, jeuk. Dysurie, urine-incontinentie. Toename van PSA.

Interacties

Paradoxale verhoging van intraoculaire druk kan optreden bij lokaal gebruik van twee prostaglandine-analoga. Het gebruik van twee of meer prostaglandinen wordt daarom ontraden.

Zwangerschap

Travoprost passeert de placenta.
Teratogenese: Bij de mens onbekend. Bij dieren (bij systemische toediening van hoge doseringen) schadelijk gebleken (vruchtverlies na implantatie, foetotoxiciteit).
Farmacologisch effect: Prostaglandinen verhogen de tonus van de uterus en kunnen de uteroplacentaire doorbloeding verminderen.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overig: Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende de therapie. Vrouwen die zwanger zijn of zwanger proberen te raken, mogen geen direct huidcontact hebben met de oogdruppels, omdat travoprost via de huid geabsorbeerd kan worden. Indien toch huidcontact plaatsvindt, het blootgestelde gebied onmiddellijk grondig reinigen.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Bij de mens onbekend, bij dieren wel.
Farmacologisch effect: De systemische beschikbaarheid van travoprost vanuit de oogdruppel is zeer laag, waardoor nadelige effecten bij de zuigeling onwaarschijnlijk zijn.
Advies: Weeg het risico van het gebruik van dit geneesmiddel in combinatie met het geven van borstvoeding af.

Waarschuwingen en voorzorgen

Patiënten vóór aanvang van de behandeling informeren over de mogelijkheid van oogveranderingen: wimperveranderingen, periorbitale donkere huidverkleuringen (incl. van het ooglid) en versterkte irispigmentatie zijn waargenomen. Pigmentatieverandering treedt vooral op bij irissen van gemengde kleur. Wanneer één oog wordt behandeld kan dit leiden tot een (blijvend) verschil in het uiterlijk van beide ogen.

Contact van travoprost met de huid vermijden vanwege mogelijke transdermale resorptie en verkleuring.

Bij een actieve intra-oculaire ontsteking en risicofactoren voor iritis en uveïtis, voorzichtig zijn. Er is geen ervaring bij inflammatoire oogaandoeningen.

(Cystoïd) macula-oedeem is gerapporteerd bij de behandeling met prostaglandine F2α-analogen, ofschoon in voorkomende gevallen meestal sprake was van risicofactoren (afakie, pseudo-fakie met een gescheurd achterste lenskapsel of met voorste oogkamerlenzen).

Er is beperkte ervaring bij open-kamerhoekglaucoom bij pseudo-fakie patiënten, bij pigmentair of pseudo-exfoliatief glaucoom en bij thyroïd-gerelateerde aandoeningen. Er is geen ervaring bij gesloten kamerhoek- en nauwe-kamerhoekglaucoom en bij neovasculair en aangeboren glaucoom.

Contactlenzen uitnemen vóór toediening; deze kunnen 15 min na het indruppelen weer worden ingezet.

De hulpstoffen polyoxyethyleen gehydrogeneerde castorolie 40 (macrogolglycerolhydroxystearaat 40) en propyleenglycol kunnen huidreacties veroorzaken.

Bij kinderen is de veiligheid op langere termijn niet vastgesteld. Er zijn relatief weinig werkzaamheids- en veiligheidsgegevens bij kinderen van 2 maanden tot 3 jaar. De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen jonger dan 2 maanden zijn niet vastgesteld.

Overdosering

Neem voor informatie over een vergiftiging met travoprost contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Prostaglandine F-analoog en selectieve prostanoïd-FP-receptoragonist. Verlaagt de intraoculaire druk door verbetering van de uitstroom van kamervocht via het trabeculaire netwerk en de uveosclerale route. Werking: intra-oculaire drukdaling na 2 uur, maximaal effect na 12 uur. Werkingsduur: ten minste 24 uur.

Kinetische gegevens

Resorptiegoed door de cornea; travoprost is een prodrug, het wordt tijdens passage van de cornea gehydrolyseerd tot het werkzame vrije zuur. De plasmablootstelling van het vrije zuur is zeer laag bij zowel volwassenen als kinderen.
T maxvrije zuur: 1–2 uur in kamerwater (konijnen), 10–30 min in plasma.
Metaboliseringdoor reductie en vervolgens oxidatie.
Eliminatiehet vrije zuur van travoprost en zijn metabolieten worden voornamelijk via de nieren uitgescheiden.
T 1/2in kamerwater ca. 1,5 uur.
T 1/2elkan niet worden bepaald door de lage plasmaconcentratie en snelle eliminatie.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

travoprost hoort bij de groep prostaglandine f-analoga.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links