Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Arikayce (als sulfaat) Bijlage 2 Insmed Netherlands B.V.

Toedieningsvorm
Verneveldispersie
Sterkte
59 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 10 ml

Doos van 28 flacons met Lamira vernevelsysteem (handvernevelaar, 4 aerosolkoppen, regeleenheid).

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Niet-tuberculeuze mycobacteriële longinfecties: Amikacine liposomale suspensie voor inhalatie (ALIS) is geïndiceerd voor de behandeling van patiënten met niet-tuberculeuze mycobacteriële longziekten die worden veroorzaakt door het Mycobacterium avium-complex. ALIS toegevoegd aan een antibacterieel behandelschema heeft een plaats na een behandeling van ten minste 6 maanden op een op de ATS-richtlijn Diagnosis, Treatment, and Prevention of Nontuberculous Mycobacterial Diseases gebaseerd antibacterieel behandelschema bij volwassen patiënten zonder cystische fibrose met beperkte behandelopties.

Aan de vergoeding van amikacine liposomale suspensie zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

  • Behandeling van niet-tuberculeuze mycobacteriële longinfecties veroorzaakt door het Mycobacterium avium-complex bij volwassenen die geen cystische fibrose hebben, en bij wie er beperkte behandelopties zijn.

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Niet-tuberculeuze longinfecties veroorzaakt door het Mycobacterium avium-complex (MAC) bij patiënten zonder cystische fibrose

Volwassenen, incl. ouderen

Orale inhalatie: Eén flacon (590 mg) 1×/dag. Behandelduur: Voortzetten gedurende 12 maanden na sputumkweekconversie (= negatief worden van de kweek op MAC), en wel als onderdeel van een combinatie van antibacteriële behandelschema's (zie rubriek Advies). Niet langer dan 6 maanden behandelen als de sputumkweekconversie tegen die tijd niet is bevestigd. De maximale behandelduur is 18 maanden.

Vergeten dosis: een vergeten dosis niet inhalen, de volgende dosis de volgende dag toedienen. Geen dubbele dosis geven om de overgeslagen dosis in te halen.

Verminderde leverfunctie: geen dosisaanpassing nodig, omdat amikacine niet in de lever wordt gemetaboliseerd. Geïnhaleerd liposomaal amikacine is niet onderzocht bij patiënten met leverinsufficiëntie.

Verminderde nierfunctie: dit middel is niet onderzocht bij een verminderde nierfunctie, toepassing bij een ernstig verminderde nierfunctie is gecontra-indiceerd.

Toedieningsinformatie: alleen oraal inhaleren via het Lamira vernevelsysteem (handvernevelaar, aerosolkop en regeleenheid). Niet toedienen via een andere route of door middel van een ander inhalatiesysteem. Breng vóór toediening op kamertemperatuur en schud de flacon krachtig tot de inhoud uniform en goed gemengd is. Plaats geen andere geneesmiddelen in de Lamira handvernevelaar.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): hoesten, dyspneu, haemoptysis, dysfonie.

Vaak (1-10%): hoofdpijn, duizeligheid, smaakstoornis, afonie, evenwichtsstoornis. Tinnitus, doofheid. Keelirritatie, orofaryngeale pijn, allergische alveolitis, chronische obstructieve longziekte, piepende ademhaling, productieve hoest, toegenomen sputumproductie, bronchospasme, pneumonitis, ontsteking van de stembanden. Infectieuze exacerbatie van bronchiëctasie, laryngitis, orale candidiasis. Verminderde nierfunctie. Misselijkheid, braken, diarree, droge mond, verminderde eetlust. Spierpijn, gewrichtspijn. Huiduitslag, jeuk. Vermoeidheid. Koorts, ongemakkelijk gevoel op de borst. Afname van het lichaamsgewicht.

Soms (0,1-1%): angst.

Verder zijn gemeld: overgevoeligheidsreacties incl. anafylactische reacties.

Interacties

Er is geen klinisch onderzoek verricht naar interacties van geïnhaleerd liposomaal amikacine.

Gecontra-indiceerd is het gebruik samen met een (ander) aminoglycoside, via welke toedieningsweg dan ook.

Gelijktijdig en/of aansluitend gebruik van andere geneesmiddelen met een neurotoxisch, nefrotoxisch of ototoxisch potentieel, die de toxiciteit van aminoglycosiden versterken (bv. diuretica als furosemide en i.v. mannitol) wordt niet aanbevolen.

Theoretisch zijn interacties mogelijk zoals gemeld bij intraveneuze toediening van amikacine, zie hiervoor amikacine (intraveneus). Wel zijn de serumconcentraties na inhalatie lager dan die na intraveneuze toediening van amikacine, wat mogelijk de kans op deze interacties doet afnemen.

Zwangerschap

Amikacine passeert de placenta.

Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren, onvoldoende gegevens over gebruik van geïnhaleerd liposomaal amikacine. Van parenteraal toegediend amikacine zijn in dieronderzoek geen teratogene afwijkingen gemeld.

Farmacologisch effect: Aminoglycosiden hebben in hoge doseringen een oto- en nefrotoxisch effect. Er zijn meldingen van volledige, irreversibele, bilaterale congenitale doofheid bij kinderen van wie de moeder de aminoglycoside streptomycine kreeg tijdens de zwangerschap. Ook bij kanamycine is ototoxiciteit gemeld. Bij gebruik van systemisch gentamicine is beschadiging van foetale nieren gemeld.

Advies: Uit voorzorg gebruik ontraden.

Vruchtbaarheid: In dieronderzoek is geen effect op de vruchtbaarheid gemeld.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend bij liposomaal amikacine (inhalatie). In geringe mate bij niet-liposomaal amikacine (intraveneus). De systemische blootstelling na inhalatie van liposomaal amikacine is naar verwachting echter laag vergeleken met intraveneuze toediening van amikacine.

Farmacologisch effect: Aminoglycosiden worden waarschijnlijk nauwelijks uit het maag-darmkanaal van de zuigeling opgenomen, bij jonge zuigelingen en prematuren is er mogelijk wel opname doordat de darmwand minder goed ontwikkeld is. Er is beperkte ervaring met intraveneuze toepassing van amikacine tijdens de borstvoeding. Bij prematuren en jonge zuigelingen kan mogelijk stapeling optreden doordat het middel langzamer wordt verwijderd uit het lichaam. In theorie kan de darmflora worden verstoord. Dit leidt hooguit tot diarree.

Advies: Kan waarschijnlijk veilig worden gebruikt.

Contra-indicaties

  • gelijktijdige toediening met een aminoglycoside, via welke toedieningsweg dan ook;
  • ernstige nierinsufficiëntie;
  • overgevoeligheid voor soja;
  • overgevoeligheid voor aminoglycosiden.

Zie ook de rubriek Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Kruisovergevoeligheid met andere aminoglycosiden kan optreden; ga voor instelling van de behandeling na of er eerder overgevoeligheidsreacties op aminoglycosiden hebben plaatsgevonden (zie ook de rubriek Contra-indicaties). Indien een overgevoeligheidsreactie of anafylaxie optreedt, de behandeling met geïnhaleerd liposomaal amikacine staken en passende ondersteunende maatregelen nemen.

Wanneer allergische alveolitis optreedt, de behandeling met geïnhaleerd liposomaal amikacine staken en een medisch passende behandeling instellen.

Bronchospasme is gemeld; bij een voorgeschiedenis van reactieve luchtwegaandoeningen, astma of bronchospasmen eerst een kortwerkende bronchodilatator gebruiken.

Exacerbatie van onderliggende longaandoening zoals (infectieuze) exacerbatie van COPD of bronchiëctasie is gemeld; wees voorzichtig met het starten van de behandeling bij patiënten met deze aandoeningen. Overweeg het staken van de behandeling met geïnhaleerd liposomaal amikacine bij tekenen van exacerbatie.

Ototoxiciteit (waaronder doofheid, (draai)duizeligheid, presyncope en oorsuizen) is gemeld. Controleer auditieve en vestibulaire functies bij alle patiënten. Frequente monitoring wordt geadviseerd bij patiënten met bekende of vermoedelijke auditieve of vestibulaire disfunctie. Overweeg de behandeling met geïnhaleerd liposomaal amikacine te staken bij het optreden van ototoxiciteit.

Nefrotoxiciteit: Controleer periodiek de nierfunctie bij alle patiënten, monitor frequenter bij patiënten met een pre-existent verminderde nierfunctie. Overweeg de behandeling met geïnhaleerd liposomaal amikacine te staken bij het optreden van nefrotoxiciteit.

Neuromusculaire stoornissen, zoals spierzwakte, perifere neuropathie en evenwichtsstoornis zijn gemeld. Aminoglycosiden kunnen spierzwakte verergeren vanwege een curare-achtig effect op de neuromusculaire verbinding. Gebruik bij patiënten met myasthenia gravis wordt daarom niet aanbevolen. Controleer patiënten met enige bekende of vermoede neuromusculaire stoornissen nauwlettend.

Onderzoeksgegevens en ervaring: De werkzaamheid en veiligheid bij kinderen (< 18 jaar) zijn niet vastgesteld.

Overdosering

Symptomen

Bij een bestaande verminderde nierfunctie, doofheid of vestibulaire stoornis, of bij verminderde neuromusculaire transmissie: verergering van de bestaande stoornis.

Neem voor meer informatie over een overdosering met geïnhaleerd liposomaal amikacine contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Amikacine in liposomale formulering. Amikacine is een semisynthetisch aminoglycoside met een sterk bactericide werking. Het bindt aan een specifiek receptoreiwit van de 30S-subeenheid van de bacteriële ribosomen en interfereert met een initiatiecomplex tussen messenger-RNA en de 30S-subeenheid. Dit leidt tot remming van de bacteriële eiwitsynthese. Een mechanisme van resistentie tegen amikacine in mycobacteriën lijkt een verband te hebben met mutaties in het rrs-gen van het 16S-ribosomaal RNA.

Kinetische gegevens

V d ca. 5,0 l/kg.
Metabolisering niet.
Eliminatie Het systemisch geabsorbeerde deel aan amikacine wordt onveranderd met de urine uitgescheiden, voornamelijk door glomerulaire filtratie. Hemodialyse en peritoneale dialyse versnellen de extractie van amikacine uit het bloed. Niet geabsorbeerd amikacine wordt vermoedelijk primair via opgehoest sputum geëlimineerd.
T 1/2el 3,3-14,0 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd