gentamicine (implantatie)

Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Garacol (als sulfaat) XGVS SERB SA

Toedieningsvorm
Implantatiespons
Sterkte
32,5 mg

Bevat per implantatiespons van 5×5 cm: gentamicine 32,5 mg. De implantatiespons bevat paardencollageen als draagsubstantie.

Toedieningsvorm
Implantatiespons
Sterkte
130 mg

Bevat per implantatiespons van 10×10 cm: gentamicine 130 mg. De implantatiespons bevat paardencollageen als draagsubstantie.

Septopal (als sulfaat) XGVS Zimmer Biomet Nederland bv

Toedieningsvorm
Kraal
Sterkte
4,5 mg
Verpakkingsvorm
ketting met 60 kralen

Bevat per kraal: 4,5 mg gentamicine en 20 mg zirkoniumdioxide als röntgencontrastmiddel. De kralen zijn met soepel polyfil staalband geregen tot ketting.

Toedieningsvorm
Ovale minikraal
Sterkte
1,7 mg
Verpakkingsvorm
miniketting met 20 kralen

Bevat per ovale minikraal: 1,7 mg gentamicine en 3,9 mg zirkoniumdioxide als röntgencontrastmiddel. De kralen zijn met soepel polyfil staalband geregen tot (mini)ketting.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

gentamicine (implantatie) vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

De toepassing van gentamicine-implantatiesponzen of -kralen is beperkt tot de kliniek.

Indicaties

Implantatiekralen bij botinfecties zoals:

  • posttraumatische en postoperatieve osteomyelitis;
  • geïnfecteerde: endoprothese, osteosynthese of pseudo-artrose.
  • Verder:
    • als profylaxe in combinatie met andere antibiotica;
    • is de miniketting te gebruiken, als door anatomische verhoudingen het aanbrengen van de grote kralenketting niet mogelijk is (bv. kaak-, handchirurgie).

Implantatiespons als adjuvante behandeling:

  • van residuele (vermoede) infecties van het bot: osteomyelitis en osteïtis.
  • Verder:
    • als profylaxe van lokale infecties na rectumamputatie of excisie van sinus pilonidalis;
    • een aanbeveling om tevens geschikte systemische antibiotica toe te dienen.

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Osteomyelitis, geïnfecteerde: endoprothese, osteosynthese en pseudo-artrose

Lokaal: implantatiekralen: na operatief verwijderen van het geïnfecteerde bot– of bindweefsel 10–90 kralen om het botdefect volledig op te vullen; implanteer zo nodig meer kralenkettingen. In het algemeen de grote kralenketting binnen 7–10 dagen na operatie verwijderen (max. 14 dagen), de miniketting binnen 5–7 dagen (max. 7 dagen). Geleidelijke verwijdering is mogelijk door de ketting met 1–2 kralen per dag in te korten vanaf dag 2 (miniketting) of dag 3 (grote ketting). Bij de implantatie rekening houden met de – voor de latere verwijdering vereiste – trekrichting en de laatste kraal boven het huidniveau laten uitsteken. Let er op dat bij het wegtrekken van de ketting de kralen niet losraken van de draad of de draad zelf afbreekt; achterblijvende kralen moeten in principe alsnog worden verwijderd. In uitzonderlijke gevallen (bij operatieve implantaties) kan vóór een autologe bottransplantatie de grote ketting langer op locatie gehouden worden en na 1–3 maanden operatief worden verwijderd.

Adjuvans bij osteomyelitis en osteïtis

Lokaal: implantatiespons: na heelkundig debridement van de infectiehaard gewoonlijk één implantatiespons van 130 mg of één van 32,5 mg in de wondholte plaatsen, max. 5 sponzen van 130 mg of max. 20 sponzen van 32,5 mg (dus max. 650 mg gentamicine). Bij gebruik van meer dan één implantatiespons een overloopdrain plaatsen. De spons kan vlak worden aangebracht, opgerold of opgevouwen (en los samengeduwd) in de wondholte en vermengd met spongiosa voor implantatie in een botholte. De spons wordt geabsorbeerd en is biologisch afbreekbaar. De spons niet van tevoren nat maken, omdat dit kan leiden tot verlies van effectiviteit door voortijdig uitwassen van het wateroplosbare gentamicinesulfaat.

Preventie van lokale infecties na rectumamputatie of excisie van sinus pilonidalis

Lokaal: implantatiespons: na heelkundig debridement van de infectiehaard gewoonlijk één implantatiespons van 130 mg of 4 van 32,5 mg in de wondholte plaatsen, max. 3 sponzen van 130 mg of max. 12 sponzen van 32,5 mg (dus max. 390 mg gentamicine). Bij gebruik van meer dan één implantatiespons een overloopdrain plaatsen. De spons kan vlak worden aangebracht, opgerold of opgevouwen (en los samengeduwd) in de wondholte en vermengd met spongiosa voor implantatie in een botholte. De spons wordt geabsorbeerd en is biologisch afbreekbaar. De spons niet van tevoren nat maken, omdat dit kan leiden tot verlies van effectiviteit door voortijdig uitwassen van het wateroplosbare gentamicinesulfaat.

Bijwerkingen

Bij gebruik van de spons of de ketting is er minder kans op systemische bijwerkingen dan bij gebruik van de injecties, tenzij er sprake is van verminderde nierfunctie of van een andere nieraandoening.

Lokaal: roodheid, contacteczeem, jeuk en toename van de wondsecretie kunnen voorkomen als gevolg van absorptie van het in de spons voorkomende collageen. Overgevoeligheid voor de bestanddelen van de staaldraad kan bij gebruik van de kralenketting lokale huidirritatie geven.

Systemisch: mogelijk zijn:

  • Neurotoxiciteit: een beschadiging van zowel de vestibulaire als de auditieve tak van de achtste hersenzenuw met (draai)duizeligheid, oorsuizen en doofheid, vooral bij nierinsufficiëntie en bij langdurige behandeling met hogere doseringen gentamicine. Tevens zijn paresthesieën gemeld, gevoelloosheid, spierkrampen, een gedaalde bewustzijnsgraad en convulsies.
  • Nefrotoxiciteit: blijkt uit oligurie, een stijging van het serumcreatininegehalte, het serumureumgehalte, de NPN-waarde en uit de aanwezigheid van cilinders, cellen (epitheel, rode en/of witte bloedcellen) of eiwit in de urine.
  • Overgevoeligheidsreacties: anafylactische reactie (incl. shock), huiduitslag, erytheem, urticaria, jeuk.

Verder zijn gemeld: hoofdpijn. Afwijkend aantal reticulocyten, voorbijgaande granulocytopenie. Verhoogde waarden van serumbilirubine en serumtransaminasen.

Interacties

Alhoewel de systemische blootstelling aan gentamicine bij gebruik van de kralen of de spons doorgaans laag is, toch rekening houden met de volgende interacties, vooral als er tevens sprake is van een verminderde nierfunctie of een andere nieraandoening. De kans op nefro-, neuro- en/of ototoxiciteit neemt toe bij gelijktijdig of aaneensluitend gebruik van systemische/andere aminoglycosiden, en van ciclosporine, cisplatine, amfotericine B, colistine, polymyxine B, sommige cefalosporinen, vancomycine en sterk werkende diuretica zoals furosemide.

Bij gelijktijdig gebruik met neuromusculair werkende spierrelaxantia (zoals atracurium, suxamethonium en rocuronium), anesthetica of massale transfusies van met citraat ontstold bloed, rekening houden met een (verlengde) neuromusculaire blokkade en ademhalingsverlamming; indien dit gebeurt de blokkade antagoneren met een calciumzout (bv. calciumgluconaat).

Combinatie met bacteriostatische geneesmiddelen vermindert de werking van gentamicine.

Gelijktijdig lokaal gebruik van β-lactamantibiotica en de implantatiespons kan resulteren in wederzijdse inactivering.

Zwangerschap

Gentamicine passeert de placenta.

Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren onvoldoende gegevens.

Farmacologisch effect: Bij systemisch gebruik van andere aminoglycosiden is gehoorschade gemeld. Gentamicine accumuleert in de foetale nier; er zijn aanwijzingen dat gentamicine de foetale nieren kan beschadigen. De systemische blootstelling aan gentamicine bij de lokale toepassing van de kralen of spons is echter minimaal; waarschijnlijk te laag om effecten bij de foetus te veroorzaken.

Advies: Kan waarschijnlijk veilig worden gebruikt.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja.

Farmacologisch effect: Prematuren en neonaten hebben een verhoogde darmdoorlaatbaarheid; toxische effecten zijn theoretisch niet uitgesloten evenals verstoring van de darmflora, die kan leiden tot diarree of kolonisatie met gisten of schimmels. De systemische blootstelling aan gentamicine bij gebruik van de kralen of spons is echter laag.

Advies: Kan waarschijnlijk veilig worden gebruikt.

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor aminoglycosiden of collageen (implantatiespons).

Waarschuwingen en voorzorgen

Kruisresistentie en kruisovergevoeligheid met andere aminoglycosiden kunnen optreden.

Nierfunctie: Ondanks de doorgaans lage serumconcentraties bij gebruik van de kralen of de spons, bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie de voordelen van de behandeling zorgvuldig afwegen tegen de nadelen. Houdt de nierfunctie nauwlettend in de gaten en meet de serumconcentratie van gentamicine. Gelijktijdig gebruik van systemische aminoglycosiden en de spons of kralen vermijden, indien dit toch noodzakelijk is, dan uitsluitend onder goede controle van de serumspiegels en nierfunctie.

Wees voorzichtig bij neuromusculaire aandoeningen zoals myasthenia gravis of parkinsonisme, omdat aminoglycosiden de spierzwakte theoretisch kunnen verergeren door hun potentiële curare-achtige effecten op de neuromusculaire junctie.

Hoewel bijwerkingen op de vestibulaire en auditieve takken van de achtste hersenzenuw eerder optreden bij systemisch gebruik en bij een pre-existente verminderde nierfunctie, toch rekening houden met de mogelijkheid ervan. Beschadiging van de evenwichtsorganen kan, zoals met andere aminoglycosiden, irreversibel zijn.

Wees bij gebruik van de spons vanwege de aanwezigheid van dierlijk collageen voorzichtig bij immuun- en/of bindweefselziekten zoals lupus erythematodes, sclerodermie en chronische polyarthritis.

Een langere verblijfsduur van de kralenketting bevordert de fixatie van de ketting aan bindweefsel en maakt het eruit trekken van de ketting moeilijker en pijnlijker.

Bij optreden van lokale overgevoeligheidsreacties bij gebruik van de spons of kralen de behandeling staken.

De veiligheid van de (mini)ketting en de spons bij kinderen is niet beoordeeld.

Kettingen/kralen die na een operatie overblijven, afvoeren.

Eigenschappen

Gentamicine is een aminoglycoside met een sterk bactericide werking. Het remt de eiwitsynthese in bacteriën door binding aan de 30S-subunit van het ribosoom.

De implantatiespons wordt geabsorbeerd (is biologisch afbreekbaar).

Gentamicine is werkzaam tegen een groot aantal Gram-negatieve en Gram-positieve bacteriën.

Doorgaans gevoelig voor gentamicine zijn: Staphylococcus spp. incl. Staphylococcus aureus (meticilline–gevoelig).

Een verworven resistentie kan een probleem zijn bij: Staphylococcus aureus (excl. meticilline–gevoelig), Staphylococcus epidermidis, Citrobacter spp., Enterobacter spp., Escherichia coli, Klebsiella spp., Pseudomonas aeruginosa, sommige species van Proteus zoals Proteus mirabilis (indol–negatief) en Proteus vulgaris (indol–positief), Salmonella enterica, Serratia spp. en Shigella spp.

Ongevoelig zijn species van: Enterococcus, Streptococcus (de meeste zijn resistent), Bacteroides en Clostridium.

Kinetische gegevens

Overig Uit de implantatiekralen komt gentamicine geleidelijk vrij en worden gewoonlijk alleen lokaal hoge concentraties bereikt. De hoogte van de lokale concentraties is afhankelijk van het aantal geïmplanteerde kralen, de verblijftijd van de kralen en de hoeveelheid geproduceerd wondvocht. Bij de implantatiespons worden na 1–2 uur hoge lokale concentraties bereikt. De afgifte van gentamicine is afhankelijk van de wijze van implanteren en locatie van de spons: de lokale piekconcentraties zijn hoger bij gebruik in weke delen dan in bot. De concentraties in het exsudaat blijven hoog gedurende ca. 3 dagen na de operatie. De plasmaconcentraties zijn bij gebruik van de kralen laag (< 0,5 mg/l); bij gebruik van de spons kunnen hogere plasmaconcentraties voorkomen. Gentamicine passeert de bloed-hersenbarrière en peritoneale membraan.
Metabolisering systemisch opgenomen gentamicine wordt gedeeltelijk metabool geïnactiveerd door conjugatie.
Eliminatie vnl. via de nieren door glomerulaire filtratie, 30–100% onveranderd binnen 24 uur. Hemodialyse kan de plasmaconcentratie van gentamicine verlagen.
T 1/2el van parenteraal toegediend gentamicine: 2–3 uur (bij volwassenen). Bij ernstige nierfunctiestoornissen aanzienlijk langer.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

gentamicine (implantatie) hoort bij de groep aminoglycosiden.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links