Geneesmiddelenoverzicht somatostatine-analoga

Deze hoofdrubriek bevat 0 rubrieken:

Toon geneesmiddelen

Toon geneesmiddelen

Toon geneesmiddelen

Een volledig overzicht van alle indicaties per geneesmiddel kunt u vinden in de geneesmiddelteksten.

somatostatine-analoga

Werking

Werkingsmechanisme

Somatostatine-analoga oefenen hun werking uit via binding aan somatostatinereceptoren (somatostatinereceptorsubtype 1 t/m sstr5).

Somatostatine-analoga:

  • remmen de secretie van groeihormoon en thyrotropine (TSH) in de hypofysevoorkwab;
  • remmen de secretie van gastro-intestinale hormonen zoals VIP (vasoactive intestinal peptide), gastrine en secretine;
  • remmen de secretie van de pancreatische hormonen insuline en glucagon;
  • vertragen de maaglediging en verminderen gladdespier-contracties van de darmen.

Alleen pasireotide:

  • bindt met hoge affiniteit aan sstr5 waarvan overexpressie is op corticotrope tumorcellen. Hierdoor remt het de ACTH-secretie.

Effect

  • verlichting van symptomen van acromegalie (lanreotide, octreotide, pasireotide);
  • verlichting van symptomen van endocriene tumoren van maag-darmkanaal en pancreas (lanreotide, octreotide);
  • verlichting van symptomen van thyrotrope adenomen (lanreotide, octreotide);
  • preventie van complicaties na pancreaschirurgie (octreotide);
  • vermindering van maag-darmbloedingen (octreotide, somatostatine);
  • verlichting van symptomen van de ziekte van Cushing (pasireotide).

Meer informatie

Somatostatine is een synthetisch peptidehormoon dat identiek is aan het natuurlijke hypothalamushormoon, dat behalve in de hypothalamus en hersenen ook voorkomt in de maag, dunne darm en pancreas. De synthetische somatostatine-analoga lanreotide, octreotide en pasireotide hebben een krachtiger en langerdurende werking dan somatostatine. Octreotide en lanreotide binden bij voorkeur aan sst2- en sst5-receptoren. Pasireotide bindt aan alle somatostatinereceptoren, behalve sstr4, en heeft de hoogste affiniteit voor sstr5; activatie van deze receptor leidt tot remming van de ACTH-secretie. De werkzaamheid bij acromegalie is gebaseerd op remming van GH- en IGF-1-uitscheiding door binding aan sstr2 en sstr5.

Somatostatine en octreotide zijn vasoactieve middelen. Het effect bij de behandeling van maag-darmbloedingen berust op remming van de secretie van pepsine en maagzuur en op vermindering van de bloedtoevoer naar het splanchnicus-gebied.

Typerende bijwerkingen

Relatief frequent:

  • maag-darmklachten: diarree, steatorroe, obstipatie, flatulentie, buikpijn, misselijkheid, braken;
  • galgruis of galstenen;
  • effecten op glucosehuishouding: hyperglykemie, hypoglykemie (zie onder: Meer informatie);
  • hoofdpijn;
  • reactie op de injectieplaats: o.a. pijn, zwelling, jeuk;
  • bij onderliggende hartaandoening: bradycardie, QT-verlenging.

Minder frequent:

  • hypothyreoïdie;
  • (acute) pancreatitis.

Meer informatie

Maag-darmklachten zijn de meest voorkomende bijwerkingen van de somatostatine-analoga. Meestal treden deze bijwerkingen aan het begin van de behandeling op en verdwijnen ze binnen een paar weken.

Glucosehuishouding: alle somatostatine-analoga hebben een remmend effect op de afgifte van insuline, maar een gelijktijdige remming van de groeihormoonsecretie leidt tot een reductie van insulineresistentie. Het gebruik van ocreotide en lanreotide heeft daarom bij de meeste patiënten geen effect op de glucosetolerantie. Bij sommige patiënten treedt er, afhankelijk van het effect op de insulinesecrectie versus dat op de insulineresistentie, een verslechtering ofwel een verbetering van de glucosetolerantie op. Hyperglykemie is een belangrijke bijwerking van pasireotide, omdat het naast de afgifte van insuline ook die van glucagonachtige peptide-1 (GLP-1) en 'glucose-dependent insulinotropic peptide' (GIP) remt. Bij bestaande diabetes kunnen sommige somatostatine-analoga een reductie van hyperglykemie veroorzaken en kan een aanpassing van de diabetesbehandeling nodig zijn. Bij patiënten met insulinomen kan het gebruik van ocreotide leiden tot een significante verergering van hypoglykemie.

Galgruis of galstenen ontstaan waarschijnlijk door een verminderde galblaas-contractiliteit en galsecretie.

Literatuur:

  1. Aronson JK, et al. (eds). Meyler's side effects of drugs. 16th ed. Amsterdam: Elsevier, 2016.
  2. Brunton LL, et al. (eds). Goodman & Gilman’s The pharmacological basis of therapeutics. 13th ed. New York: McGraw-Hill, 2017.

Kosten

Kosten laden…

Vergelijken

somatostatine-analoga vergelijken met een andere geneesmiddelgroep.