Samenstelling

Albuman (humaan) Sanquin, CLB, divisie Producten

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
40 g/l
Verpakkingsvorm
flacon 100 ml, 250 ml

Bevat 140 mmol/l natrium.

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
200 g/l
Verpakkingsvorm
flacon 10 ml, 50 ml, 100 ml

Bevat 100 mmol/l natrium.

Albumine humaan infusievloeistof (humaan) Baxter bv

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
200 g/l
Verpakkingsvorm
flacon 100 ml

Bevat 100–130 mmol/l natrium.

Alburex infusievloeistof (humaan) CSL Behring bv

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
50 g/l
Verpakkingsvorm
flacon 250 ml
Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
200 g/l
Verpakkingsvorm
flacon 100 ml

Bevat 140 mmol/l natrium.

Flexbumin (humaan) Baxter bv

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
200 g/l
Verpakkingsvorm
zak 100 ml

Bevat 130–160 mmol/l natrium.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

De toepassing van albumine dient tot de kliniek te worden beperkt.

Indicaties

  • Herstel en handhaving van het circulerend bloedvolume indien volumedeficiëntie is aangetoond en gebruik van een colloïde is aangewezen.

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Herstel en handhaving van het circulerend bloedvolume:

Volwassenen en kinderen:

Intraveneus, als infusie:De vereiste dosis hangt af van de lengte en het gewicht van de patiënt, de ernst van het trauma of de ziekte, en van aanhoudend vloeistof- en proteïneverlies. Het circulerend volume, niet de plasma-albuminespiegel, gebruiken om de vereiste dosis te bepalen. De infusiesnelheid aanpassen aan de toestand van de patiënt en de indicatie.. De oplossing 200 g/l, kan verdund worden met een isotone oplossing zoals 0,9% natriumchloride of glucose 5%.

Niet mengen met andere geneesmiddelen. Niet verdunnen met water voor injecties vanwege de kans op hemolyse.

Bijwerkingen

Zelden (0,01-0,1%): voorbijgaande: opvliegers, koorts, urticaria en misselijkheid, als gevolg van de infusiesnelheid.

Zeer zelden (< 0,01%): ernstige overgevoeligheidsreacties met (anafylactische) shock.

Verder zijn gemeld: hoofdpijn, verwardheid, tachycardie, bradycardie, atriumfibrilleren, hypotensie, hypertensie, myocardinfarct, pulmonaal oedeem, dyspneu, braken, dysgeusie, huiduitslag, jeuk, koude rillingen, overmatig zweten en anafylactische reactie.

Interacties

Er zijn van dit middel geen interacties bekend.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Ervaring wijst echter niet op schadelijke effecten op het verloop van de zwangerschap, de foetus en het pasgeboren kind.
Farmacologisch effect: Onwaarschijnlijk; albumine is een normaal bestanddeel van het bloed.
Advies: Kan worden gebruikt.

Lactatie

Advies: Kan voor zover bekend zonder gevaar worden gebruikt.

Contra-indicaties

Er zijn van dit middel geen contra–indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

Wees terughoudend indien overvulling of hemodilutie een extra risico kan vormen, zoals bij hartfalen, hypertensie, oesofagusvarices, longoedeem, hemorragische diathese, ernstige anemie en (post)renale anurie. Bij de eerste klinische tekenen van cardiovasculaire overbelasting (hoofdpijn, dyspneu, bloedophoping in de halsslagader), verhoogde bloeddruk, verhoogde veneuze druk en longoedeem de infusie onmiddellijk staken.

De oplossing 200 g/l heeft een viermaal zo hoge colloïd-osmotische werking als plasma; let op dat de patiënt voldoende gehydrateerd is tijdens toediening.

Controleer tijdens toediening altijd de elektrolytenconcentratie van het bloed en bij toediening van grote hoeveelheden de stollingsparameters en hematocriet; zo nodig elektrolyten, stollingsfactoren, bloedplaatjes en erytrocyten toedienen.

Het risico van met bloed overdraagbare infectieuze agentia is niet geheel uitgesloten.

Bij ernstige overgevoeligheidsreacties de toediening staken.

Overdosering

Symptomen
Bij een te hoge dosering of infusiesnelheid: Cardiovasculaire overbelasting (hoofdpijn, dyspneu, bloedophoping in de halsslagader). hypertensie, verhoogde centraal veneuze druk, longoedeem.

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met albumine contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Bereid uit normaal humaan veneus plasma. De albumine-oplossingen zijn bereid door ethanolfractionering en hebben een pasteurisatie ondergaan. Ten minste 95% van het eiwit in de preparaten is albumine. Albumine heeft een colloïd-osmotische werking. De oplossing 200 g/l heeft een viermaal zo hoge colloïd-osmotische werking als plasma, die van 50 g/l is een licht hyperoncotische oplossing, die van 40 g/l heeft een vrijwel even grote colloïd-osmotische werking als plasma. Albumine heeft tevens een transportfunctie voor stofwisselingsproducten en sommige geneesmiddelen; daarnaast bezit het het vermogen tot buffering van het bloed. Kan worden toegepast bij een plasma- of bloedvolumetekort alsmede bij een oncotisch tekort.

Kinetische gegevens

OverigNa infusie verloopt de verdeling over de compartimenten traag: < 10% verlaat onder normale omstandigheden gedurende de eerste twee uur het intravasculaire compartiment; daardoor zal het circulerend volume gedurende 1–3 uur na toediening toenemen. De albuminedistributie kan bij septische shock, en gedurende de eerste 24 uur na ernstige verbranding, gestoord zijn.
Metabolisering vnl. intracellulair door lysosoomproteasen.
T 1/2ca. 19 dagen; korter bij infecties, maligniteiten en stress-situaties.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

albumine hoort bij de groep bloed- en plasmaproducten.

albumine vergelijken met een ander geneesmiddel

Zie ook