Samenstelling

Translarna PTC Therapeutics International Ltd.

Toedieningsvorm
Granulaat voor orale suspensie
Sterkte
125 mg
Verpakkingsvorm
in sachet
Toedieningsvorm
Granulaat voor orale suspensie
Sterkte
250 mg
Verpakkingsvorm
in sachet
Toedieningsvorm
Granulaat voor orale suspensie
Sterkte
1000 mg
Verpakkingsvorm
in sachet

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Een gunstig effect van ataluren op uitstel van verlies van het loopvermogen is nog onvoldoende aangetoond. In 2 RCT’s was er onvoldoende bewijs voor een effect op de 6MWD ('6 minutes walking distance') of op andere secundaire uitkomstmaten. Het gunstige effect in subgroepen moet eerst in een aparte studie bevestigd worden.

Indicaties

  • Spierdystrofie van Duchenne als gevolg van een nonsense-mutatie in het dystrofine-gen, bij ambulante patiënten van 2 jaar en ouder. De werkzaamheid is niet aangetoond bij niet-ambulante patiënten. De aanwezigheid van een nonsense-mutatie in het dystrofine-gen moet worden vastgesteld door middel van genetisch onderzoek.

Dosering

Tijdens gebruik van ataluren zorgen voor voldoende hydratie.

Klap alles open Klap alles dicht

Spierdystrofie van Duchenne:

Kinderen ≥ 2 jaar met lichaamsgewicht ≥12 kg:

De aanbevolen dosis: 10 mg/kg lichaamsgewicht 's ochtends, 10 mg/kg lichaamsgewicht ’s middags en 20 mg/kg lichaamsgewicht 's avonds (totale dagelijkse dosis: 40 mg/kg lichaamsgewicht). Hanteer een toedieningsinterval van 6 uur tussen de ochtenddosis en de middagdosis, 6 uur tussen de middagdosis en de avonddosis en 12 uur tussen de avonddosis en de eerste dosis de volgende dag. Voor een tabel met de benodigde sachets bij een bepaald lichaamsgewicht, raadpleeg de officiële productinformatie CBG/EMA, rubriek 4.2.

Leverinsufficiëntie: een dosisaanpassing is niet noodzakelijk.

Nierinsufficiëntie: de werkzaamheid en veiligheid is niet vastgesteld; dergelijke patiënten daarom zorgvuldig controleren.

Verlate of gemiste dosis: Als de ochtend- of middagdosis < drie uur of de avonddosis < zes uur verlaat is, de volgende dosis op de gebruikelijke tijd innemen zonder het verdere doseerschema te wijzigen. Als de ochtend- of middagdosis meer dan drie uur of de avonddosis meer dan zes uur verlaat is, de volgende dosis niet meer innemen maar het gewone doseerschema hervatten. De patiënt mag geen dubbele of extra dosis innemen, als er een dosis is overgeslagen. Verhoging van de dosis tot boven de aanbevolen dosis kan gepaard gaan met een verminderde werkzaamheid.

Toedieningsinformatie: Open de sachet alleen bij het klaarmaken van een dosis. Vermeng de inhoud met > 30 ml vloeistof (zoals water, melk, vruchtensap) of drie eetlepels dik vloeibare voeding (yoghurt, appelmoes) zodanig dat de gehele dosis ingenomen wordt. Daarna mag de patiënt meer (dun of dik vloeibare) voeding of vloeistof tot zich nemen.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): braken.

Vaak (1-10%): hoofdpijn, hypertensie. Hoest, neusbloeding. Maagklachten, misselijkheid, buikpijn, flatulentie, obstipatie. Verminderde eetlust. Erytheem. Pijn in de ledematen, skeletspierpijn op de borst. Hematurie, enurese. Koorts. Gewichtsafname. Hypertriglyceridemie.

Verder zijn gemeld: verhoogde concentratie cholesterol, verandering in nierfunctietesten (verhoogde waarden van serumcreatinine, ureum, cystatine C).

Interacties

Gelijktijdig gebruik van intraveneuze aminoglycosiden is gecontra-indiceerd vanwege gevallen met een verminderde nierfunctie bij gelijktijdig gebruik. Ook verminderen aminoglycosiden de 'read through'-activiteit van ataluren. Indien intraveneus aminoglycoside nodig is, de behandeling met ataluren tijdelijk staken en deze 2 dagen na de laatste toediening van de aminoglycoside weer hervatten.

Wees voorzichtig bij gelijktijdig gebruik van inductoren voor UGT1A9, of substraten van OAT1, OAT3 of OATP1B3. Ataluren is een substraat voor UGT1A9. Gelijktijdig gebruik met rifampicine (een sterke inductor van o.a. UGT1A9) verlaagt de blootstelling aan ataluren met 29%. Ataluren kan mogelijk OAT1, OAT3 en OATP1B3 remmen; ataluren verhoogt de blootstelling aan ciprofloxacine (OAT3-substraat) met 32% en aan adefovir met 60% (adefovir maakt voor actieve tubulaire secretie gebruik van de OAT1-transporter).

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens.
Advies: Gebruik ontraden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Ja, bij dieren.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

Zie voor gecontra-indiceerd gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen de rubriek Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Controleer bij alle patiënten: het serumcreatinine, ureum en cystatine C iedere 6–12 maanden of vaker indien nodig op basis van de klinische status. Controleer totaalcholesterol, LDL, HDL, en triglyceriden jaarlijks of vaker indien nodig op basis van de klinische status. Controleer bij comedicatie met corticosteroïden de bloeddruk elke 6 maanden of vaker indien nodig op basis van de klinische status. Controleer patiënten met nierinsufficiëntie zorgvuldig.

De veiligheid en werkzaamheid zijn niet vastgesteld bij:

  • patiënten met nierinsufficiëntie;
  • kinderen < 12 kg;
  • kinderen van 6 maanden tot 2 jaar;
  • patiënten van 65 jaar en ouder.

Overdosering

Symptomen
Bij gezonde vrijwilligers zijn vastgesteld (na een enkelvoudige orale dosis van 200 mg/kg) tijdelijke lichte symptomen van hoofdpijn, misselijkheid, braken en diarree.

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met ataluren contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Bij een nonsense-mutatie in het DNA is er een voortijdig stopcodon in de genetische mRNA-code aanwezig, waardoor de aanmaak van een volledig eiwit niet mogelijk is; de translatie stopt voordat de volledige lengte van een eiwit is bereikt. Door interactie van ataluren met het ribosoom leest het ribosoom over het nonsense-stopcodon in het mRNA molecuul heen. Deze ribosomale 'read-through' van mRNA resulteert in de productie van een eiwit van volledige lengte.

Ataluren is geregistreerd onder zogenaamde 'voorwaardelijke toelating', waarbij aanvullend bewijs over de voordelen van ataluren nog wordt afgewacht.

Kinetische gegevens

Resorptiegoed.
F≥ 55%
T max1,5 uur.
Metaboliseringvia conjugatie door met name UGT1A9 in de lever en darmen.
Eliminatieis waarschijnlijk afhankelijk van hepatische en intestinale glucuronidering gevolgd door renale klaring van de glucuronide metaboliet; < 1% onveranderd met de urine.
T 1/22–6 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

ataluren hoort bij de groep middelen bij ziekten van bot- en spierstelsel, overige.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook