brinzolamide/​brimonidine

Samenstelling

Simbrinza Novartis Pharma bv

Toedieningsvorm
Oogdruppels (suspensie)
Verpakkingsvorm
5 ml

Bevat per ml: brinzolamide 10 mg (1%), brimonidine (tartraat) 2 mg (0,2%). Conserveermiddel: benzalkoniumchloride.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

brinzolamide/​brimonidine vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Behandeling van glaucoom dient door een oogarts te gebeuren. Glaucoom wordt medicamenteus vooral behandeld met plaatselijk toegediende middelen.

Bij open-kamerhoekglaucoom zijn oogdruppels met timolol of een prostaglandine-analogon de eerstekeusbehandeling. Bij onvoldoende effect of bij intolerantie voor een van beide middelen wordt eerst het andere middel van de eerstekeusbehandeling als monotherapie aanbevolen. Alternatieven voor bovenstaande monotherapie zijn monotherapie met een lokale koolzuuranhydraseremmer, een andere β-blokker of α2-agonist. Wanneer monotherapie onvoldoende effect heeft, worden geneesmiddelen met verschillende aangrijpingspunten gecombineerd. Als er meer dan twee middelen nodig zijn, is een laserbehandeling of operatie te overwegen.

Bij nauwe-kamerhoekglaucoom kiest men voor een laserbehandeling en/of een operatie, ondersteund door een medicamenteuze behandeling.

Indicaties

  • Verlaging van de intra-oculaire druk bij volwassenen met open-kamerhoekglaucoom of oculaire hypertensie, indien monotherapie onvoldoende werkzaam is.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Open-kamerhoekglaucoom of oculaire hypertensie:

Volwassenen (incl. ouderen):

2×/dag 1 druppel in het aangedane oog.

Als een dosis is vergeten, de behandeling voortzetten volgens schema met de volgende dosis.

Toedieningsinformatie: De suspensie goed schudden voor gebruik. Druk de traanbuis 1–3 minuten dicht tijdens en direct na toediening; dit voorkomt dat de oogdruppel afvloeit naar de neus- en keelholte wat systemische reacties tot gevolg kan hebben. Bij gebruik van meerdere soorten oogpreparaten deze toedienen met een interval van ten minste vijf minuten. De oogdruppels die de minste irritatie geven als eerste en viskeuze oogdruppels of oogzalven als laatste toedienen.

Bijwerkingen

Lokaal: Vaak (1-10%): oogklachten (wazig zien, roodheid, ongemak, pijn), keratitis, allergie.

Soms (0,1-1%): oogklachten (asthenopie, fotofobie, droogte, verhoogde traanproductie, afscheiding), cornea-erosie, cornea-afzetting, conjunctivaal oedeem, blefaritis, ooglid-erytheem, -oedeem, contacteczeem.

Systemisch: Vaak (1-10%): smaakverandering, droge mond. Slaperigheid.

Soms (0,1-1%): hoofdpijn. Slapeloosheid. Vertigo. Neusverstopping, droge keel, nasale droogte, postnasaal druppelen. Orale paresthesie, dyspepsie, abdominaal ongemak. Hypotensie.

Meer informatie:

Interacties

Gelijktijdig gebruik met MAO-remmers, tricyclische antidepressiva en/of mianserine is gecontra-indiceerd.

Gelijktijdig gebruik van orale koolzuuranhydraseremmers wordt niet aanbevolen, omdat systemische effecten (verstoring van het zuur-base-evenwicht) kunnen worden versterkt.

Brimonidine kan de bloeddruk verlagen; wees daarom voorzichtig met gelijktijdig gebruik van antihypertensiva en/of hartglycosiden.

Met middelen die een dempende werking hebben op het centraal zenuwstelsel (zoals alcohol, opiaten, barbituraten, sedativa en anesthetica), voorzichtig zijn met gelijktijdig gebruik vanwege een mogelijk versterkend effect.

Wees voorzichtig bij gelijktijdig gebruik (zowel lokaal als systemisch) van geneesmiddelen die invloed hebben op het adrenerge systeem zoals sympathicomimetica, clonidine-achtige bloeddrukverlagende middelen, chloorpromazine en methylfenidaat.

Met middelen die invloed kunnen hebben op de opname en het metabolisme van circulerende aminen (zoals chloorpromazine, methylfenidaat en SNRI's), voorzichtig zijn met gelijktijdig gebruik.

Brinzolamide wordt hoofdzakelijk door CYP3A4 gemetaboliseerd. Gelijktijdig gebruik van sterke CYP3A4-remmers zoals ketoconazol, itraconazol, clotrimazol of ritonavir kan interacties geven, maar dit leidt waarschijnlijk niet tot accumulatie omdat brinzolamide voor een groot deel onveranderd via de nier wordt uitgescheiden.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren is na systemische hoge doses reproductietoxiciteit (brinzolamide) en verhoogd pre-implantatieverlies en postnatale groeireductie (brimonidine) opgetreden. Bij de mens worden echter gezien de lage systemische belasting geen nadelige effecten bij de foetus verwacht.
Advies: Kan waarschijnlijk veilig worden gebruikt.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Brinzolamide: onbekend. Ja, bij dieren. Brimonidine: onbekend. Ja, bij dieren.
Farmacologisch effect: Bij behandeling van neonaten met brimonidine oogdruppels zijn systemische effecten (zoals bradycardie, hypotensie, hypothermie en apneu) gerapporteerd. Kennelijk zijn sommige neonaten gevoelig voor lage doses brimonidine.
Advies: Het gebruik van oogdruppels met brimonidine bij voorkeur vermijden.

Contra-indicaties

  • ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min);
  • hyperchloremische acidose;
  • overgevoeligheid voor sulfonamiden;
  • gebruik bij kinderen < 2 jaar; zie voor meer informatie de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen.

Zie voor meer contra-indicaties ook onder Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij het optreden van overgevoeligheidsreacties of andere ernstige reacties het gebruik onmiddellijk staken. Brinzolamide is een sulfonamide dat ondanks lokale toediening systemisch kan worden opgenomen. Er zijn vertraagde oculaire overgevoeligheidsreacties (soms met stijging van de intra-oculaire druk) gemeld bij het gebruik van brimonidine.

Comorbiditeit: brimonidine kan de bloeddruk verlagen; wees daarom voorzichtig bij gebruik bij ernstige, instabiele of ongecontroleerde cardiovasculaire aandoeningen, cerebrale of coronaire insufficiëntie, orthostatische hypotensie, fenomeen van Raynaud en trombangiitis obliterans. Wees voorzichtig bij het gebruik bij depressie.

Koolzuuranhydraseremmers kunnen het vermogen van ouderen waarvoor mentale oplettendheid en/of fysieke coördinatie nodig is verminderen.

Cornea-afwijkingen, contactlenzen: brinzolamide kan invloed hebben op de corneale hydratie en droge ogen veroorzaken; controleer daarom zorgvuldig de cornea bij contactlensdragers en bij patiënten met een beschadigde cornea (zoals bij diabetes mellitus of corneadystrofie). Het conserveermiddel benzalkoniumchloride kan bij langdurig gebruik keratitis punctata en/of toxische ulceratieve keratopathie veroorzaken. Tevens kan benzalkoniumchloride irritatie veroorzaken, die aanleiding kan geven tot het minder goed verdragen van contactlenzen. Verder kan het zachte contactlenzen doen verkleuren. Contactlenzen voor het toedienen uitnemen; 15 min na indruppelen kunnen deze weer worden ingedaan.

Wees voorzichtig bij aanwezige risicofactoren voor een nierinsuffiëntie, brinzolamide kan theoretisch verstoringen geven van het zuur-base-evenwicht.

Kinderen: de veiligheid en werkzaamheid bij kinderen < 18 jaar zijn niet vastgesteld; gebruik wordt niet aanbevolen. Bij pasgeborenen en bij jonge kinderen zijn symptomen van overdosering met brimonidine (bewusteloosheid, lethargie, hypotensie, bradycardie, hypothermie, cyanose, respiratoire depressie en apneu) gemeld. Brinzolamide/brimonidine is gecontra-indiceerd bij kinderen < 2 jaar, vanwege de veiligheid. Gebruik bij kinderen > 2 jaar wordt niet aanbevolen (m.n. bij kinderen van 2–7 jaar en/of met een gewicht < 20 kg) vanwege de kans op bijwerkingen op het CZS.

Overige onderzoeksgegevens: er zijn geen gegevens bekend over het gebruik bij een leverfunctiestoornis. Brinzolamide/brimonidine oogdruppels zijn niet onderzocht bij nauwe-kamerhoekglaucoom; het gebruik daarbij wordt niet aanbevolen.

Overdosering

Symptomen
Bij accidentele orale inname van brinzolamide: verstoring van de elektrolytenbalans, ontwikkeling van acidose en effecten op het CZS kunnen optreden.

Bij kinderen zijn na accidentele orale inname van brimonidine gemeld: depressie van het CZS, tijdelijke coma of een laag bewustzijnsniveau, lethargie, somnolentie, hypotonie, bradycardie, hypothermie, bleekheid, ademhalingsdepressie en apneu. De beschikbare gegevens over accidenteel inslikken van brimonidine bij volwassenen zijn zeer beperkt; hypotensie, gevolgd door een reactieve hypertensie, is gemeld.

Neem voor meer informatie over een brinzolamide- en brimonidinevergiftiging contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Combinatie van een koolzuuranhydrase(II)-remmer en een selectieve α2-adrenerge agonist. Zij remmen beide de productie van kamerwater, maar met een verschillend werkingsmechanisme. Brinzolamide is een sulfonamide en een koolzuuranhydrase(II)remmer. Remming van koolzuuranhydrase II in de corpus ciliaris vermindert de productie van kamerwater, waardoor verlaging van de intra-oculaire druk ontstaat zonder pupilvernauwing. Brimonidine is een relatief selectieve α2-adrenerge agonist en vermindert de intraoculaire druk waarschijnlijk door enerzijds remming van de cAMP-afhankelijke productie van kamerwater, anderzijds door verbetering van de uveosclerale afvoer. Pupilverwijding treedt door de relatief selectieve werking minder op. Brinzolamide: werkingsduur (verlaging intraoculaire druk): 5–7 dagen; het intraoculaire druk verlagend effect van brimonidine kan langer duren.

Kinetische gegevens

ResorptieBrinzolamide: in geval van chronische toepassing kan systemische resorptie optreden met cumulatie in rode bloedcellen door sterke binding aan koolzuuranhydrase II. Brimonidine: systemisch gering.
OverigBrimonidine: reversibele binding met melanine en accumulatie van brimonidine in iris, corpus ciliaire, choroïd-retina.
MetaboliseringBrinzolamide: door CYP3A4, CYP2A6, CYP2B6, CYP2C8 en CYP2C9 tot minder actieve metabolieten. Brimonidine: in de lever via aldehydeoxidase en CYP450.
EliminatieBrinzolamide: 60% via renale excretie (onveranderde vorm), 20% van de dosis wordt als metaboliet teruggevonden in de urine. Na staken van de behandeling treedt een snelle niet-lineaire daling op van de hoeveelheid werkzame stof uit de rode bloedcellen. Brimonidine: vnl. met de urine als metabolieten.
T 1/2Brinzolamide: 24 weken. Brimonidine: ca. 2–3 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

brinzolamide/brimonidine hoort bij de groep brimonidine, combinatiepreparaten.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links