cabazitaxel

Samenstelling

Jevtana XGVS Sanofi SA

Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
40 mg/ml
Verpakkingsvorm
1,5 ml (nominaal volume) met solvens

Na (eerste) verdunning met al het bijgeleverde solvens bevat de oplossing 10 mg/ml cabazitaxel; bevat tevens ca. 573 mg ethanol.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

cabazitaxel vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Bij patiënten met castratieresistente gemetastaseerde prostaatkanker en ziekteprogressie ondanks eerdere behandeling met docetaxel kan met cabazitaxel in combinatie met prednison een overlevingswinst van circa 2 maanden worden behaald. Eén op de twintig met cabazitaxel behandelde patiënten overlijdt binnen 30 dagen aan een bijwerking (anders dan door progressieve ziekte), tegenover één op de vijftig met mitoxantron behandelde patiënten. Gezien de bijwerkingen is nauwkeurige patiëntselectie essentieel. Behandeling met cabazitaxel is uitsluitend verantwoord bij fitte patiënten (ECOG 0–1) met voldoende beenmergreserve bij wie potentieel ernstig verlopende neutropenie en overgevoeligheidsreacties worden gemonitord.

De geldende behandelrichtlijn prostaatcarcinoom staat op oncoline.

Indicaties

  • Castratieresistent gemetastaseerd prostaatcarcinoom bij volwassenen, in combinatie met predniso(lo)n, na voorgaande behandeling met docetaxel.

Dosering

I.v. premedicatie minstens 30 min voor elke toediening van cabazitaxel: een H1–antihistaminicum, een corticosteroïd (bv. 8 mg dexamethason of equivalent) en een H2-antagonist (bv. ranitidine). Tevens wordt anti-emetische profylaxe aanbevolen (oraal of i.v.).

Let op: gedurende de gehele behandeling de vochthuishouding nauwgezet volgen om complicaties (zoals nierinsufficiëntie) te voorkómen.

Klap alles open Klap alles dicht

Volwassenen:

De gebruikelijke dosering is 25 mg/m² lichaamsoppervlak als i.v. infuus gedurende 1 uur, elke 3 weken, in combinatie met oraal predniso(lo)n 10 mg/dag gedurende de hele behandeling met cabazitaxel.

Ouderen: er is geen specifieke dosisaanpassing noodzakelijk voor leeftijd alleen.

Nierfunctiestoornis: Bij een creatinineklaring ≥ 15 ml/min/1,73 m² is geen dosisaanpassing nodig. Wees in verband met onvoldoende gegevens en de klinische situatie extra voorzichtig bij terminaal nierlijden (< 15 ml/min/1,73 m²).

Leverfunctiestoornis: Bij een lichte leverfunctiestoornis (totaal bilirubine > 1 tot ≤ 1,5 × 'upper limit of normal range' (ULN) of ASAT > 1,5 × ULN) 20 mg/m² lichaamsoppervlak ; bij een matig ernstige leverfunctiestoornis (totaal bilirubine > 1,5 tot < 3,0 × ULN) maximaal 15 mg/m², er zijn echter weinig gegevens over de effectiviteit van deze dosis. Gebruik bij een ernstige leverfunctiestoornis (totaal bilirubine ≥ 3,0 × ULN) is gecontra-indiceerd.

Combinatie met sterke CYP3A4-remmers: Indien gelijktijdig gebruik niet kan worden vermeden: overweeg een dosisvermindering voor cabazitaxel van 25% en controleer nauwlettend op toxiciteit.

Ernstige bijwerkingen: Zie voor dosisaanpassingen en richtlijnen voor onderbreking of stopzetting van de behandeling bij (ernstige) bijwerkingen (langdurige neutropenie, febriele neutropenie, diarree en perifere neuropathie) de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 4.2, tabel 1).

Toedieningsinformatie: Let op: zowel de flacon met solvens als de flacon met concentraat bevatten een volume overmaat; breng altijd de volledige inhoud van de flacon met solvens over naar het concentraat voor een correcte sterkte van de premix (10 mg/ml). Daarna met een fysiologische zoutoplossing of 5%-glucoseoplossing verder verdunnen tot een eindconcentratie 0,10–0,26 mg/ml. Gebruik géén PVC infusiecontainers of polyurethaan infusiesets.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): (febriele) neutropenie (94% waarvan ernstig 82%), leukopenie (96% waarvan ernstig 68%), anemie (97%), trombocytopenie (47%). Anorexie. Smaakstoornis. Dyspneu, hoesten. Misselijkheid, braken, diarree, obstipatie, buikpijn. Alopecia. Rugpijn, gewrichtspijn. Hematurie. Vermoeidheid, asthenie, koorts.

Vaak (1-10%): sepsis, cellulitis, urineweginfectie, bovenste luchtweginfectie, herpes zoster, candidiasis. Hypersensitiviteit. Dehydratie, hyperglykemie, hypokaliëmie. Angst, verwardheid. Perifere neuropathie, duizeligheid, hoofdpijn, paresthesie, lethargie, hypo-esthesie, ischias. Conjunctivitis, tranenvloed. Oorsuizen, draaiduizeligheid. Atriumfibrilleren, tachycardie, diepveneuze trombose, hypo- of hypertensie, opvliegers, blozen. Keelpijn, pneumonie. Droge mond, dyspepsie, oesofageale reflux, aambeien, rectaal bloedverlies. Droge huid, erytheem. Spierpijn, spierspasmen, pijn in flanken, bekken of extremiteiten. (Acute) nierinsufficiëntie, dysurie, pollakisurie, urineretentie of -incontinentie, ureterobstructie, hydronefrose. (Perifeer) oedeem, mucositis, rillingen, malaise. Gewichtsafname, verhoogde ASAT en/of ALAT.

Soms (0,1–1%): cystitis, inclusief hemorragische cystitis, als gevolg van radiatie-recallfenomeen.

Verder zijn gemeld: colitis, (neutropenische) enterocolitis, gastro–intestinale bloedingen en –perforaties, ileus, intestinale obstructie. Interstitiële longziekte, waaronder pneumonitis.

Bij ouderen > 65 jaar zijn de volgende bijwerkingen in hogere frequenties gemeld: neutropenie, koorts, dyspneu, vermoeidheid, asthenie, duizeligheid, urineweginfectie, diarree, obstipatie en dehydratie.

Interacties

In verband met de beenmergdepressie niet gelijktijdig toedienen met levende verzwakte vaccins; gelijktijdige toediening met gelekoortsvaccin is gecontra-indiceerd. De respons op gedode of geïnactiveerde vaccins kan verminderd zijn.

Vermijd gelijktijdige toediening met sterke CYP3A4-remmers (o.a. ketoconazol, itraconazol, claritromycine, HIV-proteaseremmers, voriconazol), omdat de concentratie en daarmee de toxiciteit van cabazitaxel kan stijgen; ketoconazol (400 mg 1×/dag) doet de blootstelling aan cabazitaxel stijgen met ca. 25%. Indien combinatie toch noodzakelijk is, een dosisverlaging overwegen en nauwlettend controleren op toxiciteit, zie de rubriek Dosering. Vermijd gelijktijdige toediening met sterke CYP3A4-inductoren (o.a. fenytoïne, carbamazepine, rifampicine, rifabutine, fenobarbital, sint-janskruid), omdat de concentratie van cabazitaxel kan dalen; rifampicine (600 mg 1×/dag) doet de blootstelling aan cabazitaxel dalen met ca. 17%.

In–vitro studies tonen aan dat cabazitaxel het OATP1B1 transporteiwit remt; daarom OATP1B1–substraten (zoals statinen, valsartan, repaglinide) niet toedienen binnen 12 uur vóór infusie van cabazitaxel tot minstens 3 uur erna.

Wegens meer kans op gastro–intestinale complicaties voorzichtig zijn bij gelijktijdig gebruik van prostaglandinesynthetaseremmers, SSRI's, anticoagulantia of trombocytenaggregatieremmers.

Zwangerschap

Gezien de geregistreerde indicatie is zwangerschap in principe niet van toepassing. Bij dieren passeert cabazitaxel de placenta.
Teratogenese: Bij de mens onbekend. Bij dieren bij hoge doses schadelijk gebleken.
Advies: Gebruik ontraden.
Vruchtbaarheid: Het is voor mannen raadzaam voorafgaand aan de behandeling advies in te winnen over cryopreservatie van sperma, omdat cabazitaxel een toxisch effect heeft op het voortplantingsstelsel.
Overig: Een vruchtbare vrouw of man dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen tijdens de therapie en mannen tevens tot ten minste zes maanden ná de therapie. Mannen dienen tijdens de behandeling hun ejaculaat niet in aanraking te laten komen met anderen, wegens mogelijke blootstelling aan cabazitaxel.

Lactatie

Gezien de geregistreerde indicatie is gebruik tijdens borstvoeding in principe niet van toepassing.
Overgang in de moedermelk: Onbekend. Ja, bij dieren.
Advies: Gebruik ontraden.

Contra-indicaties

  • ernstige leverfunctiestoornis (totaal bilirubine ≥ 3× ULN;
  • aantal neutrofielen < 1,5 × 109/l;
  • overgevoeligheid voor taxanen.

Zie voor meer contra-indicaties de rubriek Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Beenmergsuppressie: controleer tijdens cyclus 1 wekelijks het volledig bloedbeeld (incl. Hb en hematocriet) en daarna vóór iedere cyclus ten behoeve van eventuele dosisaanpassing. Verlaag de dosis bij febriele of langdurige neutropenie en herhaal de toediening niet totdat het aantal neutrofielen ≥ 1,5 × 109 cellen/l is. Wees voorzichtig bij Hb < 6,2 mmol/l. Controleer Hb en hematocriet gedurende therapie bij klachten of symptomen van anemie of bloedverlies.

Beoordeel vóór iedere cyclus aanwezigheid of verergering van neuropathie en stel zo nodig de behandeling uit of pas de dosering aan.

Water- en elektrolytenhuishouding en nierfunctie: pas op voor dehydratie en een daardoor verstoorde elektrolytenbalans, in het bijzonder na optreden van braken en/of diarree. Controleer de vochthuishouding en het serumcreatinine vóór en tijdens de behandeling, vanwege het risico op nierfunctiestoornissen, incl. nierfalen. Diarree treedt vaker op bij eerdere bestraling van de abdomino–pelviene regio; bij diarree ≥ graad 3 de behandeling uitstellen of de dosering verlagen.

Maag-darmkanaal: naast het zeer vaak vóórkomen van braken en diarree (zie ook hierboven) zijn tevens gastro–intestinale bloedingen, –perforaties, ileus en colitis (waaronder met fatale afloop) gemeld bij gebruik van cabazitaxel. Wees voorzichtig als er meer kans op gastro–intestinale complicaties is, zoals bij een hoge leeftijd, neutropenie, gelijktijdig gebruik van prostaglandinesynthetaseremmers, SSRI's, anticoagulantia of trombocytenaggregatieremmers, een voorgeschiedenis van bekkenradiotherapie of gastro–intestinale ziekte.

Pulmonale toxiciteit: bij nieuwe of verergering van pulmonale symptomen de behandeling onderbreken en pneumonitis/interstitiële longziekte uitsluiten.

Onderzoeksgegevens: de veiligheid en werkzaamheid bij kinderen (< 18 jaar) zijn niet vastgesteld.

Voor mannen in de vruchtbare jaren: zie de rubriek Zwangerschap.

Overdosering

Symptomen
vooral beenmergsuppressie en gastro-intestinale toxiciteit.

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met cabazitaxel contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Taxaan. Oncolyticum dat aanmaak van microtubuli vanuit tubulinedimeren bevordert en de microtubuli stabiliseert door depolymerisatie te verhinderen. Deze stabiliteit resulteert in remming van de reorganisatie van het microtubuli-netwerk, dat essentieel is voor de celdeling.

Kinetische gegevens

V dca. 70 l/kg.
Eiwitbinding89–92%.
Metaboliseringin de lever, voornamelijk door CYP3A4, tot o.a. 3 werkzame metabolieten.
Eliminatiemet de feces 76% (metabolieten), met de urine < 4% (cabazitaxel, metabolieten).
T 1/2elca. 95 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

cabazitaxel hoort bij de groep taxanen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links