carboplatine

Samenstelling

Carboplatine XGVS Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
10 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 5 ml, 15 ml, 45 ml, 60 ml

Carbosin XGVS Pharmachemie bv

Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
10 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 5 ml, 15 ml, 45 ml, 60 ml

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

carboplatine vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Voor carboplatine in combinatie met paclitaxel en bevacizumab staat het advies van de commissie BOM (2018) op NVMO.org. Zie voor de behandeling van ovariumcarcinoom de geldende behandelrichtlijn op oncoline.nl met de plaats van carboplatine daarbij.

Zie voor de behandeling van kleincellig longcarcinoom de geldende behandelrichtlijn op oncoline.nl en de plaats van carboplatine hierbij.

Indicaties

  • Eerstelijns- of tweedelijnsbehandeling van uitgebreid en/of gemetastaseerd ovariumcarcinoom van epitheliale oorsprong.
  • Kleincellig longcarcinoom (SCLC).

Dosering

Overweeg premedicatie met anti-emetica.

Klap alles open Klap alles dicht

Ovariumcarcinoom (epitheliale oorsprong), kleincellig longcarcinoom:

Volwassenen (incl. ouderen):

Richtlijn startdosering: 400 mg/m² lichaamsoppervlak via i.v. infusie in 15–60 minuten. Een volgende toediening niet eerder dan na 4 weken herhalen en/of indien bij intermitterende kuren het bloedbeeld genormaliseerd is (aantal neutrofielen ≥ 2 × 109/l en trombocyten ≥ 100 × 109/l). Bij combinatietherapie gelden mogelijk andere doseringen. De behandeling voortzetten tot ziekteprogressie of onaanvaardbare toxiciteit.

Dosisaanpassing bij risicofactoren: zoals eerdere behandeling met myelosuppressieve therapie of een slechte algemene conditie (ECOG-Zubrod 2–4 of Karnofsky < 80): verlaag de startdosis met 20–25%.

Verminderde nierfunctie: startdosering: i.v. infusie bij een creatinineklaring 41–59 ml/min 250 mg/m² lichaamsoppervlak en bij een creatinineklaring 16–40 ml/min 200 mg/m². Bij deze doseringen blijft doorgaans de frequentie van ernstige leukopenie, neutropenie of trombocytopenie gehandhaafd op ca. 25%. Er kan geen doseeradvies worden gegeven bij een creatinineklaring ≤ 15 ml vanwege onvoldoende gegevens, zie ook de rubrieken Contra-indicaties en Waarschuwingen en voorzorgen/nefrotoxiciteit.

Toedieningsinformatie: het concentraat eerst verdunnen met 5% glucose-oplossing of 0,9% NaCl-oplossing tot een concentratie van 0,5 mg/ml. Alleen i.v. toedienen als een infusie in 15–60 minuten. Geen naalden of intraveneuze sets gebruiken die aluminium bevatten, omdat dan neerslagvorming van carboplatine optreedt met mogelijk verlies van werkzaamheid.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): misselijkheid (bij ca. 80%), braken (bij ca. 65%), buikpijn. Asthenie. Subklinisch gehoorverlies (hoogfrequentie: 4000–8000 Hz). Leukopenie, neutropenie, trombocytopenie en anemie. Stijging leverenzymwaarden (ASAT, ALAT en AF) en ureum; verlaagde serumelektrolytenwaarden (Na+, K+, Ca2+, Mg2+) en verminderde creatinineklaring.

Vaak (1-10%): infecties, griepachtig syndroom. Bloedingen. Bronchospasme, interstitiële longziekte. Overgevoeligheidsreactie (urticaria, erytheem, jeuk), anafylactoïde reactie. Haaruitval. Perifere neuropathie zoals paresthesie, sensorische stoornis, vermindering van osteotendineuze reflexen, dysgeusie. Gehoorverlies, tinnitus. Voorbijgaande visusstoornis. Mucositis, diarree, obstipatie. Aandoeningen van het skeletspierstelsel. Malaise. Urogenitale aandoening. Verhoogd serumbilirubine, serumcreatinine en/of urinezuur.

Soms (0,1-1%): koorts en koude rillingen zonder aanwijzingen voor een infectie. Reactie op de toedieningsplaats (incl. necrose). Secundaire maligniteit (zoals promyelocytaire leukemie, myelodysplastisch syndroom (MDS) en acute myeloïde leukemie).

Zelden (0,01-0,1%): anafylaxie (incl. shock), angio-oedeem. Neuritis optica. Ernstige leverfunctiestoornis. Anorexie. Febriele neutropenie.

Zeer zelden (< 0,01%): hypertensie, hypotensie, hartfalen, CVA, embolie.

Verder zijn gemeld: tumorlysissyndroom, dehydratie. veno-occlusieve ziekte van de lever. Hemolytisch-uremisch syndroom. Stomatitis. Pancreatitis. Reversibele posterieure-leuko-encefalopathiesyndroom (RPLS = PRES). Beenmergfalen.

Frequentie en intensiteit van bijwerkingen kan groter zijn bij patiënten die eerder zijn behandeld met cisplatine. Er is meer kans op allergische reacties, waaronder anafylaxie, indien eerder is behandeld met platinaverbindingen.

Interacties

Vaccinatie met het gelekoortsvaccin is gecontra-indiceerd vanwege de kans op ernstige (mogelijk fataal verlopende) infectieziekte; toepassing van andere levende vaccins wordt niet aanbevolen. Bij toepassing van (levende en) geïnactiveerde vaccins kan de respons onvoldoende zijn.

Gelijktijdige behandeling met lisdiuretica, nefro- of ototoxische geneesmiddelen, zoals aminoglycosiden, vermeerdert de kans op beschadiging van de nieren of van het gehoor. Bij achteruitgang van de nierfunctie (nefrotoxische stoffen) kan vanwege de verminderde klaring van carboplatine mogelijk een ernstigere en langerdurende beenmergdepressie optreden.

Gelijktijdige behandeling met myelosuppressieve therapie of nefrotoxische geneesmiddelen vermeerdert de kans op beenmergsuppressie.

Gelijktijdig gebruik met fenytoïne kan de concentratie van fenytoïne verlagen met meer kans op convulsies; een dosisverhoging van fenytoïne kan nodig zijn.

Bij gelijktijdig gebruik van vitamine K-antagonisten is er kans op een verhoogde INR.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren embryotoxisch en teratogeen gebleken.
Advies: Gebruik ontraden.
Vruchtbaarheid: Carboplatine kan tijdelijke of permanente onvruchtbaarheid veroorzaken zowel bij de man als de vrouw. Raad een vruchtbare man daarom voorafgaand aan de behandeling aan om advies in te winnen over cryopreservatie van sperma. Genetisch advies wordt aanbevolen voor patiënten met een kinderwens.
Overige: Een vruchtbare vrouw of man dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende de therapie, en de vrouw tevens tot ten minste drie maanden na de therapie en de man tot ten minste zes maanden na de therapie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • ernstige myelosuppressie;
  • bloedende tumoren;
  • bestaande ernstig verminderde nierfunctie (< 30 ml/min), tenzij de arts van mening is dat de voordelen opwegen tegen de risico's;
  • overgevoeligheid voor platinabevattende substanties.

Zie voor meer contra-indicaties de rubriek Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Hematologische toxiciteit: beenmergsuppressie is een dosisbeperkende toxiciteit. Controleer tijdens de eerste behandeling wekelijks (om de nadir te bepalen) en daarna regelmatig het volledige bloedbeeld in verband met beenmergremming; op grond hiervan kan dosisaanpassing en/of behandeling met transfusies nodig zijn. De nadir bij de verschillende bloedcellen is 15–21 dagen. De beenmergdepressie is doorgaans ernstiger bij eerder gebruik van myelosuppressieve therapie (vooral cisplatine) en bij verminderde nierfunctie. Een aanpassing van de startdosering is nodig (zie ook de rubriek Doseringen). Onderbreek bij intermitterende kuren de behandeling indien het aantal neutrofielen < 2 × 109/l of het aantal trombocyten < 100 × 109/l is. Secundaire hematologische maligniteiten zoals promyelocytaire leukemie, myelodysplastisch syndroom (MDS) en acute myeloïde leukemie komen voor bij gebruik van carboplatine, doorgaans jaren na de therapie.

Nefrotoxiciteit: controleer de nierfunctie vóór en tijdens de behandeling nauwlettend, omdat bij afgenomen renale klaring ernstigere en langerdurende beenmergremming kan optreden. De incidentie en ernst van de nefrotoxiciteit kan toenemen, indien reeds voor de behandeling een verminderde nierfunctie bestond, bij nefrotoxiciteit door eerder gebruik van cisplatine en bij gelijktijdig gebruik van nefrotoxische geneesmiddelen. Bij verminderde nierfunctie de dosis aanpassen (zie de rubriek Dosering). Er zijn geen gegevens over het gebruik bij een ernstig verminderde nierfunctie (creatinineklaring ≤ 15 ml/min).

Hemolytisch-uremisch syndroom (HUS): staak de behandeling bij eerste tekenen van HUS zoals een snelle hemoglobinedaling met gelijktijdige trombocytopenie, stijging van het serumbilirubine, serumcreatinine, ureum of LDL in het bloed. Nierfalen kan irreversibel zijn na beëindigen van de behandeling van HUS waardoor dialyse nodig is.

Hepatotoxiciteit: controleer regelmatig de leverfunctie. Veno-occlusieve ziekte van de lever (sinusoïdaal-obstructiesyndroom) is gemeld. Symptomen/kenmerken zijn koorts, eosinofilie, buikpijn, vergrote lever, icterus en shock, en kan erger worden binnen uren en dagen en letaal verlopen. Wees daarom waakzaam bij afwijkende leverfunctiewaarden, begeleidende symptomen en portale hypertensie, die niet duidelijk het gevolg zijn van levermetastasen.

Neurotoxiciteit (incl. oto- en oculotoxiciteit): verricht regelmatig neurologisch onderzoek. Meestal is de perifere neurotoxiciteit licht van aard en beperkt tot paresthesie en verminderde osteotendineuze reflexen. Hier is meer kans op bij ouderen (> 65 j.) en bij eerder gebruik van cisplatine. Vanwege de kans op gehoorstoornissen regelmatig een audiogram uitvoeren. Ototoxiciteit kan meer uitgesproken zijn bij kinderen; omdat bij hen gehoorverlies ook na de behandeling op latere leeftijd kan optreden, wordt langdurige audiometrische opvolging aanbevolen. Bij (te) hoge dosis, zoals kan voorkomen bij een verminderde nierfunctie, is er kans op visusstoornissen; na staken van de hoge doses herstelt het gezichtsvermogen zich doorgaans binnen enkele weken volledig of in significante mate.

Reversibele posterieure-leuko-encefalopathiesyndroom (PRES): symptomen als convulsies, hypertensie, hoofdpijn, lethargie, verwardheid, blindheid, misselijkheid en braken kunnen passen bij de bijwerking PRES. Bij vermoeden van PRES de behandeling onderbreken en een MRI laten uitvoeren.

Gastro-intestinale toxiciteit: preventie of behandeling met anti-emetica kan de ernst en frequentie van misselijkheid en braken, die doorgaans 6–12 uur na toediening optreden, verminderen. De verschijnselen verdwijnen meestal binnen 24 uur na behandeling. Er is meer kans op braken bij eerder gebruik van cisplatine.

Kruisallergie: er is meer kans op allergische reacties, waaronder anafylaxie, indien eerder behandeld is met platinaverbindingen.

Bij ouderen (> 65 j.) kunnen bijwerkingen vaker en/of heviger optreden; een dosisaanpassing kan nodig zijn.

De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen (< 18 j.) zijn niet vastgesteld.

Overdosering

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met carboplatine contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum .

Eigenschappen

Platina-verbinding, analogon van cisplatine. Remt de DNA-synthese door de vorming van platinadwarsverbindingen binnenin en tussen DNA-strengen. De eiwit- en RNA-synthese worden in mindere mate geremd. Tijdens de initiële fase is het meeste van het vrije, ultrafiltreerbare platina aanwezig in de vorm van carboplatine.

Kinetische gegevens

V d0,24 l/kg (ultrafiltreerbaar platinum).
OverigPenetreert in pleura, ascites en erytrocyten.
Metaboliseringlangzaam en weinig.
Eliminatieca. 75% van de totale dosis platina, grotendeels als intacte verbinding met de urine binnen 6 uur.
T 1/2elca. 2 uur (ultrafiltreerbaar platinum). Bij nierfunctiestoornissen nemen de totale en renale klaring af.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

carboplatine hoort bij de groep platinaverbindingen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links